Zaterdag 19/10/2019

Moederdag

‘Ik leef nu dubbel zo hard’: zo beleven moeders die een kind verloren Moederdag

Josiane verloor haar dochter Kathelijn toen die 34 jaar was. Kathelijnes tweelingbroertje Tom overleed op zijn geboortedag. “Het enige bewijs dat ik van zijn bestaan heb, is een oude polaroid.” Beeld Karoly Effenberger

Wat betekent Moederdag nog voor moeders die hun kind(eren) verloren hebben? De Morgen praatte met drie mama’s van overleden kinderen en peilde naar de veerkracht van hun moederliefde.

Hoe vier je Moederdag als niemand je nog mama noemt? Doe je je ogen, oren en gordijnen dicht tot het Moederdagalarm weer voorbij is? Of zoek je troost in herinneringen aan Moederdagen die ooit geweest zijn? En behoud je ook zonder je kinderen de titel van mama? Of begraaf je samen met je nageslacht ook je moederschap?

Het zijn vragen die ik voorlegde aan drie moeders die tegen alle natuurwetten in hun kinderen overleefden. Mijn bandopnemer registreerde verdriet, maar ook opluchting: het deed de beproefde mama’s duidelijk deugd dat ze hun hartzeer nog eens mochten omzetten in taal. Want, zo zeiden ze onafhankelijk van elkaar, er is maar één ding erger dan je kind verliezen: je overleden kind moeten doodzwijgen. Postume moederliefde: een Moederdagtragedie in drie bedrijven.

NINA (29), mama van Andreas

Nina Nijs staat in een Leuvens ziekenhuis naast het bed van haar zoon Andreas (3) wanneer een groep dokters en verplegers de kamer komt binnengewandeld. Dat ze zo talrijk zijn, doet Nina vrezen dat ze haar slecht nieuws komen vertellen. Haar voorgevoel wordt binnen de minuut bevestigd: er is bij Andreas een brutale hersentumor vastgesteld. Nina loopt de kamer uit, rent door de gangen naar buiten en schreeuwt op de ziekenhuisparking haar ongeloof uit. Een kind van drie jaar. Nooit ziek geweest. Altijd braaf. Wie bedenkt zoiets, godverdomme?

Gedurende twee weken ondergaat Andreas de ene operatie na de andere. Nina tolt van hoop naar wanhoop, van geloof naar angst. Tot de dokters een eindoordeel vellen: Andreas zal het niet redden. Het prille moederhart van Nina breekt in duizend stukken.

Andreas, het zoontje van Nina, stierf in zijn derde levensjaar. “Ik weet niet of ik nog opnieuw moeder wil worden. Andreas verliezen deed zoveel pijn.” Beeld Karoly Effenberger

De eerste maanden na de dood van Andreas heeft Nina het gevoel dat er een gat in haar is geslagen. Ze probeert het te vullen door te eten. “Ik wilde de leegte die ik voelde doen verdwijnen. Weer ‘vol’ zijn. Maar voedsel verteert, natuurlijk. Een paar uur na elke eetbui voelde ik me weer net zo uitgehold als voordien. Ik kwam qua verwerking geen stap verder.”

Wat haar ook niet hielp, waren uitspraken als ‘Je bent nog zo jong, Nina’, ‘Je gaat nog meer kinderen krijgen, Nina’, ‘Je kunt nog opnieuw beginnen, Nina.’ Zelfs op de afscheidsplechtigheid van Andreas werd ze ermee om de oren geslagen. “Ik had het gevoel dat mensen me zeiden: ‘Het is allemaal niet zo erg, je hebt nog een stralende toekomst.’ Terwijl ik verdorie naar de kist zat te kijken waarin mijn zoontje lag opgebaard. Ik denk niet dat al die ‘Je bent nog zo jong’-mensen zich realiseerden hoezeer ze mijn verdriet banaliseerden.”

Acht maanden na het verlies van Andreas vertrekt Nina voor een maand naar New York. Alleen. Haar relatie met de vader van Andreas is inmiddels stukgelopen, ze wil weg. Weg van de Carrefour waar ze altijd weer ziet hoe Andreas in haar winkelkar het papiertje van zijn Kinder Surprise los­prutste. Weg van alle vrienden en kennissen die niet goed weten wat ze tegen haar moeten zeggen en dan maar zwijgen.

“Ik was in België aan het vereenzamen. Ik werd hier voortdurend geconfronteerd met mensen die plots nog van alles te doen hadden wanneer ik over Andreas begon. Die bijna in paniek sloegen als ik eens een traantje dreigde te plengen. Dat was zo pijnlijk dat ik op den duur niet meer buiten durfde te komen.

“In New York – op 6.000 kilometer van het graf van Andreas – heb ik betere gesprekken over hem gevoerd dan in België. Er werd mij daar vaak gevraagd: ‘Wat heeft je hiernaartoe gebracht?’ Als ik die vraag vervolgens eerlijk beantwoordde – dat ik naar New York was gekomen in een poging om de dood van mijn zoontje een plaats te geven – was niemand gechoqueerd. Het gesprek viel niet stil, het ging gewoon door. Je kunt niet geloven hoe hartverwarmend dat was.”

Brengt een dag als Moederdag haar vijf jaar na de dood van Andreas nog aan het wankelen? “Je zult me in de aanloop naar Moederdag niet gauw in een winkelstraat zien. Ik probeer de Moederdagverzen van de lokale bloemist toch te ontwijken. (lachje) Maar het vervelendste aan Moederdag is dat de meeste mensen er niet bij stilstaan hoe ontwrichtend zo’n dag voor mij is. Ik krijg elk jaar één of twee sms’jes met woorden van troost. En dan hebben we het qua morele steun wel gehad. Tenzij ik zelf iets post op sociale media, dan krijg ik wel veel reacties. Maar die hebben niet dezelfde impact als een spontaan berichtje.

“Of ik me zonder Andreas nog altijd een mama voel? Ja, natuurlijk. Alleen maakt de wereld het mij zo moeilijk om mijn moederschap nog te beleven. Mensen die hun ouders verliezen, noemen we wezen. Mensen die hun partner verliezen een weduwe of weduwnaar. Maar voor mensen die hun kinderen verliezen is er géén officieel woord. Het is alsof iedereen denkt: ‘Je kind is er niet meer en dus ben je ook geen moeder meer.’ Dat steekt.

“Ook bij het invullen van documenten – een personeelsfiche, een belastingbrief – word ik niet in mijn moederschap erkend. Er is een vakje voor ‘kinderen ten laste’, maar niet voor ‘overleden kinderen’. Dat lijkt een detail, maar het doet pijn. Want ik zal tot de allerlaatste seconde van mijn leven de mama van Andreas blijven. En ik zou graag hebben dat iedereen dat zo ziet.”

Na vijf jaar heeft Nina niet langer het gevoel dat ze haar leven moet stopzetten omdat ze haar kind verloren heeft. “In New York heb ik mij voor het eerst gerealiseerd dat er in mijn leven nog van alles mogelijk is. Dat ik het verlies van Andreas een betekenis kan geven. Door dubbel zo hard te leven. Door alles uit het leven te halen wat erin zit. Dat probeer ik sindsdien dan ook te doen. Al blijven sommige dagen gewoon moeilijk.

Op ontdekking gaan

“Toen ik nog jonger was, droomde ik er van om een groot gezin te hebben. Nu denk ik: het leven van huismoeder heb ik al gehad, welke andere levens zijn er nog? Ik voel niet langer de drang om mij te settelen, ik wil op ontdekking gaan. Vandaar dat ik momenteel enkel tijdelijke jobs doe. Ik wil me voorlopig aan niks of niemand binden. Misschien zit ik volgend jaar wel in het buitenland.

“Of ik dan nooit meer moeder wil worden? Ik weet het niet. Ik vond het heerlijk om de mama van Andreas te zijn. Maar mijn kind verliezen, deed zo verdomd veel pijn dat ik niet weet of ik dat nog een tweede keer zou aankunnen. En de angst dat ik een tweede kind opnieuw zou kwijtraken, kan ik nog niet van me afschudden. We zien wel wat de toekomst brengt. Ik sluit niet uit dat ik op een dag pleegouder word. Misschien haal ik op mijn vijftigste wel twee tieners in huis. (lacht)

“Na de dood van Andreas was ik even bang dat kinderen me niks meer zouden doen. Ten onrechte, weet ik nu. Ik werk sinds kort in een buitenschoolse kinderopvang. Als ik daar een kind zie huilen, wordt mijn moederinstinct meteen weer geactiveerd. Dat is altijd een geruststelling.

“De essentie van het moederschap is: je over iemand willen ontfermen. Die behoefte ben ik niet kwijt. Alleen gaat mijn moederliefde nu naar kinderen die niet de mijne zijn. Of naar vrienden.”

Ik vraag Nina waar je een moeder zonder kind op Moederdag een plezier mee doet. “Met interesse”, zegt ze zonder een seconde te twijfelen. “Vráág naar haar kind. Spreek haar erover aan. Als ze het te moeilijk vindt om te praten, zal ze het wel zeggen. Maar de kans is groot dat ze juist blij zal zijn. Een moeder zonder kind wíl niks liever dan haar kind terughalen. Al is het maar met woorden. Al is het maar voor even.”

JOSIANE (66), mama van Tom en Kathelijn

Josiane Van de Velde is 22 wanneer ze, tien weken vroeger dan gepland, bevalt van een tweeling. Kathelijn weegt 1,5 kilogram, Tom 1,6. Ze krijgen de status van ‘extreme prematuren’ en worden aan een verontrustende hoeveelheid slangetjes en apparaten gekoppeld. Josiane kan enkel toekijken en alle opperwezens die ze kent om een mirakel smeken.

Tom overlijdt op zijn geboortedag: zijn lichaam is nog te fragiel om buiten de baarmoeder te kunnen functioneren. De kleine Kathelijn spartelt zich wél een weg naar het leven. Twee maanden na haar geboorte, op Moederdag 1974, mag Josiane haar dochter mee naar huis nemen.

Terwijl Kathelijn tot het peuterdom toetreedt, wordt Josiane nog twee keer zwanger: in 1976 en in 1977. Beide keren verliest ze haar baby al na zestien weken. Josiane is nog maar 25 en heeft al drie kinderen verloren. Ze besluit haar moederhart tegen nieuwe aanslagen van het noodlot te beschermen en laat zich steriliseren.

Flashforward naar 2009. Kathelijn, inmiddels 34, krijgt een hartinfarct. Ze wordt naar het ziekenhuis overgebracht, waar haar haperende hart de hulp krijgt van een hart-longmachine. “Wanneer je straks wakker wordt, sta ik naast je bed”, belooft Josiane haar dochter. Maar Kathelijn wordt niet meer wakker. De kortsluiting in haar hart heeft haar vitale organen onherstelbaar beschadigd. Op 14 februari wordt de hart-longmachine uitgeschakeld.

Josiane: “Kathelijn en ik waren soulmates.” Beeld Karoly Effenberger

“Sindsdien is Valentijnsdag niet langer de dag van de geliefden, maar de dag waarop de wereld gestopt is met draaien”, zegt Josiane. “Zolang Kathelijn nog leefde, kon ik het verlies van mijn andere kinderen nog dragen. Maar toen ook zij stierf, verloor het leven elke glans. Ik eet nog wel, maar enkel omdat mijn maag pijn doet als ik honger heb. Niet omdat ik ervan geniet.

“Kathelijn was alles voor mij. En ik voor haar. Haar papa, van wie ik ondertussen gescheiden ben, was heel afwezig. Kathelijn en ik waren op elkaar aangewezen. We werden soulmates. Als zij iets zei, had ik het al gedacht. En omgekeerd. Ze was buitengewoon lief. Ik denk nog altijd dat Tom haar gevraagd heeft of ze ook zíjn liefde aan mij wilde geven.”

Tom is nooit erkend als de zoon van Josiane. Hoewel hij meer dan twaalf uur geleefd, gehuild en bewogen heeft, werd hij gecatalogeerd als ‘dood geboren’. In het trouwboekje van Josiane staat onder de noemer kinderen niet ‘Kathelijn’ en ‘Tom’, maar ‘Kathelijn’ en ‘Levenloos, mannelijk.’

“Het moederschap van Tom is mij ontnomen”, zegt ze. “En dat heeft het rouwen bemoeilijkt. Het enige bewijs dat ik van het bestaan van Tom heb, is een oude polaroid waarop je hem van ver in de couveuse ziet liggen. Ik bewaar die foto in een speciaal hoesje om te vermijden dat de tijd het verkleurt.”

Vlinder

Josiane komt op Moederdag al tien jaar niet meer buiten. Ze weet niet hoe het moet, Moederdag vieren zonder kinderen. Meestal blijft ze gewoon thuis om met Kathelijn een eenrichtingsgesprek te voeren. Maar dit jaar is het tien jaar geleden dat ze haar dochter verloor. En dat vraagt om een moederlijk statement. “Ik ga op Moederdag met een deel van de as van Kathelijn een tatoeage laten zetten. Ik heb een tatoeëerder gevonden die as kan vermengen met inkt. Zo kan mijn dochter via mijn poriën terug in mijn lichaam komen. Dan is de cirkel rond. Ik denk dat ik voor een tekening van een vlinder ga. Vlinders zijn vrij en zorgeloos. Ik hoop dat Kathelijn dat hierboven ook is.”

Ik vraag of Josiane zich na de dood van Kathelijn nog een mama noemt. Ze veegt een traan weg en zegt: “Toen Kathelijn pas gestorven was, dacht ik in een opwelling: ‘Ik ben geen moeder meer en zal het ook nooit meer worden.’ Maar de moederband is sterker dan de dood. Als ik aan de lakens ruik waarin Kathelijn haar laatste nacht heeft doorgebracht, vang ik haar geur nog op. Als ik op de sterfdag van Tom toevallig naar mijn horloge kijk, is dat altijd precies op het uur waarop hij overleden is. Het zegt iets over de kracht van het moederinstinct. Ik zal voor altijd de mama van mijn kinderen blijven.

“En toch ben ik voor een groot stuk mijn identiteit kwijt. Mijn moederliefde was mijn brandstof. Ik lééfde voor Kathelijn. Nu ze weg is, weet ik nauwelijks nog wie ik ben. Of wat mijn doel in het leven nog kan zijn. Als het mogelijk was om op je 66ste nog zwanger te worden, ik probeerde het meteen. Ik zou de moederliefde die nog in mijn hart ligt opgeslagen zo graag opnieuw een bestemming geven.

“Het ergste is dat ook de buitenwereld mij niet langer als de mama van Kathelijn ziet. Haast niemand durft nog te praten over mijn dochter. Ik weet wel dat de mensen zwijgen omdat ze mij niet willen kwetsen. Maar het zijn juist hun opeengeperste lippen die mij pijn doen. Hun onhandige pogingen om zo snel mogelijk van onderwerp te veranderen als ik iets over Kathelijn zeg.”

Ondanks alles is er ook dankbaarheid, zegt Josiane. Voor de 34 prachtige jaren die ze met haar dochter mocht doorbrengen. En voor de bloeiende rozenstruik in haar tuin. “Meer dan twintig jaar lukte het me niet om hier rozen te doen bloeien. Welke soort ik ook uitprobeerde. Tot ik de rozenstruik die bij Kathelijn in de tuin stond in mijn eigen voortuin plantte. Plots had ik wél rozen. En het waren de mooiste die ik ooit gezien heb.

“De dood is zo prominent aanwezig geweest in mijn leven dat ik enorm gevoelig ben geworden voor alles wat leeft. Zie je dat vogelhuisje daar in de tuin? Ik ben altijd blij wanneer daar een pimpelmees in vliegt. Want dan weet ik dat er een nest gebouwd gaat worden. En dat er vroeg of laat nieuw leven uit mijn vogelhuisje zal fladderen.”

NANCY (51), mama van Mike

Juni vorig jaar. Nancy Vantorre en haar man Filip zijn nog maar net geland op het Griekse eiland Kos wanneer ze telefoon krijgen. Hun zoon Mike (22) is overleden, zegt een stem. Nancy vangt nog de woorden ‘party’, ‘drugscocktail’ en ‘op slag dood’ op, maar haar brein gaat in ontkenningsmodus. Mike dood? Nee. Dat moet een misverstand zijn.

In het mortuarium van het ziekenhuis bevestigen de ogen van Nancy wat haar oren niet konden geloven. Ze begint te roepen, te wenen, te verschrompelen. Als ze niet elk besef van tijd en ruimte was verloren, was ze naast Mike gaan liggen en nooit meer opgestaan.

Haar enige zoon verliezen, was altijd al Nancy’s grootste schrik. Voor Mike geboren werd, had ze een miskraam gehad. Ze was zich maar al te goed bewust van de broosheid van het leven. Ooit sprak ze haar existentiële moederangst in het bijzijn van Mike uit. ‘Mama. Waar jíj nu aan denkt’, reageerde hij. Als je jong bent, ben je nog onsterfelijk.

Nancy verloor haar zoon Mike (22). “Vroeger was ik net zoals hij: heel sociaal, altijd een glimlach om de lippen. Maar nu...” Ze kreeg het beeldje op de foto bij de geboorte van Mike. Beeld Karoly Effenberger

Nancy had een hechte band met haar zoon. Ze knuffelden elkaar vaker dan in West-Vlaanderen gebruikelijk is. En Mike deed zelfs in het bijzijn van zijn vrienden geen enkele moeite om te camoufleren hoeveel hij van zijn moeder hield. ‘Love you, mama’, zei hij altijd voor hij met zijn maten de deur uitging.

Toch wist Nancy niet dat haar zoon drugs gebruikte. “Ik wist dat hij nu en dan een jointje rookte. Maar dat hij ook aan het zwaardere spul zat, was voor iedereen een complete verrassing. Zowel thuis als op het werk was hij altijd heel attent, heel toegewijd. Misschien heeft hij zijn drugsgebruik voor me verzwegen omdat hij wist hoezeer ik drugs verfoei.”

Tegen beter weten in stuurt Nancy Mike nog elke dag Messenger-berichtjes. Dat ze geen antwoord meer krijgt, doet haar hart iedere keer een slag overslaan. Het leven zonder Mike kraakt en wringt. “Ik ben helemaal veranderd. Vroeger was ik net zoals Mike: heel sociaal, altijd een glimlach om de lippen. Maar nu... Als mijn mondhoeken aanstalten maken om naar boven te krullen, denk ik meteen: ‘Hoe kun je nu lachen als je kind er niet meer is?’

“Mijn ouders zeggen dat ik mezelf dat soort gedachten niet mag aandoen. Dat ik nog lang te leven heb en een manier moet vinden om de tijd die mij nog rest draaglijk te maken. Maar in mijn binnenste denk ik: ‘Als ze mij morgen komen halen, is het ook goed.’ Niet dat ik mezelf iets ga aandoen. Ik wil de mensen om me heen niet met nog meer verdriet opzadelen. Maar mijn leven hoeft geen veertig jaar meer te duren.”

Wanneer ik Nancy vraag hoe ze haar eerste Moederdag zonder Mike gaat doorbrengen, kijkt ze me radeloos aan. Haar verdriet is recent en rauw. “Moederdag telt niet meer voor mij. Ik ben geen moeder meer. Of toch niet van die lieve jongen die altijd naast mij in de zetel kwam liggen en mij eens goed vastpakte. Ik ben de mama van een urne geworden. Van een foto. Tot vorig jaar keek ik op Moederdag altijd uit naar de rozen die Mike voor mij kocht. Maar nu is Moederdag synoniem voor verdriet.

“Iemand zei me: ‘Als je je ouders verliest, verlies je je verleden; als je je kind verliest, je toekomst.’ De nagel op de kop. Ik zal Mike nooit naar het altaar begeleiden. Ik zal nooit op zijn kinderen babysitten. Ik zal nooit samen met zijn gezin op reis gaan. De lijst met dingen die ik nooit zal doen, is eindeloos. Tien maanden geleden was er nog zoveel toekomst. Nu lijkt het of er alleen maar een verleden is.

Verdriet in Tenerife

“Om ons op te beuren, zeggen vrienden: ‘Jullie hoeven met niemand meer rekening te houden, misschien moeten jullie wat vaker op vakantie gaan.’ We hebben dat geprobeerd: in februari zijn we een paar dagen naar Tenerife gegaan. Maar toen we daar rondliepen, dachten we alleen maar: ‘Wat doen wij hier in godsnaam?’ Je kunt je verdriet niet opbergen in een locker op de luchthaven. Je draagt het overal mee naartoe.”

Zondag zal Nancy, zoals alle dagen sinds Mike dood is, in de kamer van haar zoon gaan zitten. Alles is er nog precies zoals het was voor hij stierf. Ze praat er vaak tegen hem, dat doet haar deugd. “Maar het zou me nog zoveel meer deugd doen als ik hem gewoon weer in zijn bed zou zien liggen.

“Wat mij recht houdt, is de overtuiging dat ik Mike ooit ga terugzien. Ik heb vijf jaar geleden een tijdje in een coma gelegen. Daaraan heb ik het gevoel ontleend dat dit leven niet het eindpunt is. Dat er meer is. Daar klamp ik me nu aan vast. Op een dag zal ik Mike opnieuw in mijn armen sluiten. ‘Love you, Mike’, zal ik dan zeggen.”

Met dank aan Petra Heremans, mama van Amelie (†) en Pieter, en contactpersoon van de vereniging Ouders Van Overleden Kinderen. www.ovok.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234