Woensdag 11/12/2019

‘Ik leef nog, dus het komt wel goed’

Lukt dat?

Boem, boem. Tot u spreekt Sugar Jackson in de eigen turbotaal: opeten, afmaken, het beest los laten. Nadat alle vragen zijn gesteld, blijft er daarom eigenlijk nog eentje over: is die branie nu een pose of is Sugar Jackson gewoon Sugar Jackson? Zelf wil hij het niet gezegd hebben. “Ik twijfel nooit. Denken aan wat de mensen wel niet denken, daar word je gek van.”

Vraag van een niet-bokser: heb jij morgen, na zo’n dramatische laatste kamp, schrik als je opnieuw in de ring stapt?

“Allé gij. Natuurlijk niet. Ik wil er net zo snel mogelijk aan beginnen en gewoon goed mijn job doen. Ik moet bewijzen dat er nog altijd ‘Sugar Time’ is. Morgen snijden ze de ketting door, het beest mag los. En dan is het gewoon, boem, opeten. Die jongen moet zo snel mogelijk in zijn dromenland. Boem. Sowieso.

“Ik heb mijn vorige kamp verloren tegen een topper. En ik verloor op alle gebied. Mijn ranking is weg, mijn titelkansen zijn weg. Niemand had verwacht dat dit kon gebeuren, het was een accident. Ik heb de kans niet gekregen om te tonen wat ik kan tegen de wereldtop. Eén boks en het was gedaan.”

Boksers zeggen: een knock-out onthoud je voor de rest van je leven. Hoe zit dat bij jou?

“Ik ben iemand... ik ben hard. Schreeuwen (wenen, JPDV) is niet voor mij. Maar toen ik na de kamp ging slapen, beleefde ik alles opnieuw. En toen kwamen ook de tranen. Mijn vrouw heeft mij vastgepakt, zo met haar armen rond mij. (demonstreert) En dan zegt ze: ‘Schatteke, stop daar mee. Ik ga een ijsje voor je halen.’ En dan haalt die voor mij een ijsje. (hilariteit) En de volgende dag ga ik met mijn kleine buiten spelen. Zo vergeet ik alles. Toen kon ik er om lachen: wat is hier nu gebeurd? Dit kan toch niet. Even dacht ik ‘wat zullen de mensen denken?’ Maar mijn website stond vol positieve berichten: ‘Sugar. Jij komt terug’. Terwijl de mensen in mijn team net wel begonnen te twijfelen. Allé, dat kan toch niet.”

Het kwam na de kamp tot een breuk tussen jouw manager Louis De Vries en je trainer Renald De Vulder. Dat betekende voor jou kiezen tussen de persoon die je sportief groot maakte en de man die je financieel ondersteunde.

“Na die kamp ben ik bij mijn management (Louis De Vries en Carl Huybrechts, JPDV) geweest om te babbelen. Zij zeggen tegen mij: ‘We kunnen niet meer met je coach werken.’ Je moet kiezen tussen hem en ons. Er moet daar iets gebeurd zijn. Voor mij een moeilijke situatie. Mijn coach is van bij het begin bij me geweest, mijn management heeft de centjes binnen gebracht. Ik wilde niet kiezen, dat heb ik ook gezegd.

“Maar scheiden van mijn coach was sowieso geen optie. Renald (De Vulder) staat dag en nacht voor me klaar: hem kan ik ’s nachts zonder probleem bellen. Mijn management niet. Zij zijn dan vertrokken. Geen probleem, als je niet gelooft in het product, dan moet je niet werken in mijn bedrijf. Zulke mensen moeten opzij. Gelukkig blijven er genoeg over die wel in mij geloven: mijn vrouw, mijn familie, mijn trainer. Zij weten wat ik kan. Alleen mensen die niks van boksen kennen, twijfelen aan mij.”

Zij zeggen: Sugar heeft veel gekregen en weinig terug gegeven.

“Niks terug gekregen, ik vind dat een beetje flauwekul. Als zij in mij geloven, dan weet je dat de centjes volgen. En als je afhaakt bij een tegenslag, dan kun je alles verliezen. Als zij willen stoppen, geen probleem. Life goes on. Zij steunen mij financieel niet meer, dus moet ik nu elders een oplossing zoeken.”

“Het is toch een beetje moeilijk. Ik moet op twee gebieden rondkomen: privé en sportief. Ik moet mijn huis afbetalen en tegelijk juist blijven trainen. Maar zonder centjes vind je moeilijk goeie sparring partners. Ik moet nu tegen de jongens uit de club boksen, maar die zien dat niet meer zitten. Ik ben een paar keer te wild geweest. Er waren er die last hadden van hun neus. (lacht) En buitenlanders moet je betalen om te komen, maar willen ook liever niet sparren tegen Sugar. Komen ze toch, dan vragen ze veel centjes. Hotel, eten, uren: niet simpel om dat betaald te krijgen. Ik moet nu ook veel mensen onderhouden: vroeger was er alleen ik. Nu is er mijn vrouw en mijn zoontje. Een kind kost een huis zeggen ze. Amai, een groot kasteeltje, ja. Ach, er zal wel iets goed uit de lucht komen gevallen. Ik leef nog, dus het komt wel goed.

“Ik ben zeker niet te trots om weer te gaan werken. Zo is het voor mij begonnen, hier aan de dokken. Ik heb twee handen en twee voeten. Die kan ik gebruiken om centjes te verdienen, als boksen alleen niet volstaat. Ik zoek nu werk, maar ja, dat gaat niet zomaar. Ik moet zien dat de combinatie met de training lukt. Ze bellen me soms voor een interim, maar dan moet ik mijn schema overhoop gooien. Onmogelijk. En ik kan ook geen overuren doen, terwijl een baas dat vaak vraagt.”

Kan een bokser sowieso eigenlijk een comfortabel leven hebben in België?

“Ja. Toen ik Europees kampioen was, lukte dat perfect. Toen begon alles een beetje gemakkelijk te worden, ja. Nu is alles in elkaar gezakt en op zo’n moment zie je dat België de VS niet is. Dit is geen boksland. De weg omhoog is hier extra lang. Hopelijk wil iemand mij nu opnieuw sponsoren, zoals JBC dat vroeger deed. Ik wil absoluut centjes verdienen op een goeie manier. Niet door snel, snel te boksen, niet door centjes te pikken. Dan kom je in de bak, en wat dan? Ga je daar dan voor je familie zorgen?”

Boksen is hard: 31 keer gewonnen, 4 keer verloren en toch terug bij af.

“Het is geen voetbal, dat is zeker. Maar ja, voetbal is ook goed voor sponsors, een wedstrijd duurt negentig minuten. Sowieso. Een sponsor weet dat hij lang in beeld zal komen. Bij boksen is dat helemaal anders. Soms duurt het twaalf ronden, soms duurt het één minuut. En dan moet je nog weten: ik ben gestopt met voetballen, om te gaan boksen. Niet erg, voetballen deed toch niks met mij.”

Terwijl je iedereen wilde doen geloven dat je weer voetballer was: op het internet circuleerde een filmpje waarin ‘Sugar Jackson’ voorgesteld werd als nieuwe spits van FC Dender.

(lacht) “Gewoon een mopje. Iedereen geloofde het. De hele tijd kreeg ik telefoon. ‘Ga je stoppen? Dat meen je toch niet? En kom eens bij Beerschot spelen, je woont toch in Antwerpen, zeker.’ Maar neen, ik ben geen voetballer, maar een bokser. Ik train drie keer zo hard: 7,5 uur per dag. Niet te doen.”

Vanwaar komt het talent om zo hard te zijn voor jezelf?

“Van mijn moeder. Zij heeft mij keihard opgevoed in Afrika. Als klein ventje kon ik niet elke dag naar school, ik moest mama helpen. Tien kilometer verder eten halen en dan terug met honderd kilo op mijn hoofd. Ik woog zelf misschien de helft op dat moment. Dat was zwaar, hoor. En mijn vrienden lachten me ook nog uit: ‘Zie Sugar daar lopen met dat ding op zijn kop.’ Maar ik wist dat er geen andere manier was. Als je geen eten hebt, kun je het moeilijk pikken. Mijn ma heeft gezegd: ‘Jackson, het leven is niet simpel. Het gaat hard worden. Maar als je iemand wilt worden, moet je doorgaan.’ Ik ben haar dankbaar. Ik zeg altijd: ‘mama, ik ga van u een koningin maken.’ Dan moet ze lachen. Ze doet dan mijn haar los en onderzoekt mijn hoofd. ‘Weet je nog: met al dat gewicht erop.’ Zonder mijn mama was ik een mietje geworden.”

Terwijl je nu gewoon een mamakindje bent.

“Ja, dat is waar. Maar bij mij werkt dat nogal raar. Ik denk aan mijn mama om een beest te worden. Nu is ze nog niet in België en dat zal nog even zo blijven, maar als ze naar hier komt, dan ontploft alles. Dan is elke kamp gedaan in de eerste ronde. Zeker weten. Voor haar doe ik iets speciaals.”

Is de ellende voor jou niet begonnen met de problemen rond de whereabouts? Het Vlaams Doping Tribunaal heeft je daar in februari voor vrijgesproken, maar je miste in december wel een kamp voor de wereldtitel.

“Ja, dat klopt. Op 11 december zou ik in Zuid-Afrika vechten met wereldkampioen Isaac Hlatshwayo voor de IBF-titel. Door de onduidelijkheid over mijn situatie kon die kamp niet doorgaan. Die whereabouts hebben alles verknoeid. De gast die mijn plaats innam (Jan Zaveck, JPDV) is nu wereldkampioen. Elke dag zeg ik tegen mezelf: ‘Wat is dat toch jammer.’ Ik ben blij voor hem, hij heeft zijn unieke kans gepakt, maar iedereen weet dat ik hem zo kan kloppen.

“Mensen associëren whereabouts ook met doping. Ik hoor dat vaak. Hij heeft zijn deur niet opengedaan, want hij had iets te verbergen. Maar ik en doping, dat klopt niet. Ik ben voor de natuur. Alles moet eerlijk gebeuren. Sport is het enige wat voor mij telt. Ik heb nooit gedronken in mijn leven. Alleen water en ice-tea. Overal ben ik bob. Waarom zou ik dan doping nemen?”

Wat moet er nog gebeuren opdat Sugar Jackson straks voldaan afscheid neemt van het boksen?

“Ik wil de wereldtitel. Na mijn kamp van morgen en die in Izegem in december moet ik opnieuw officieel ‘challenger’ worden voor de Europese titel. Ergens in maart kan ik die dan veroveren. Daarna een paar keer verdedigen en misschien gunt iemand me dan een gevecht voor de wereldtitel. Ooit wil ik een standbeeld in Antwerpen, waar de mensen zeggen: Sugar Jackson, ik heb hem gekend. Hij was een topper.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234