Woensdag 16/10/2019

Vakantieliefde

"Ik las en herlas haar brief. Daarna versierde ik een meisje met wie ik mijn neerslachtigheid verdreef"

Beeld Tzenko Stoyanov

Hugo (42) en Plume (42) liepen elkaar tegen het lijf op een camping in de Provence. Het werd liefde. Wat volgde er? En hoe kijken ze daar nu op terug? 

Hugo

“In 1991 reed ik met mijn ouders en mijn broer in een Citroën BX naar de Provence. Toen we aankwamen, ging mijn moeder met migraine op een campingstoeltje zitten, mijn vader zette de vouwwagen op en mijn broer en ik onze twee tenten. Om ons heen stond een groepje jongens en meisjes van de camping en Plume zag ik ­meteen. Ze was vijftien, net als ik, en had ravenzwart haar in een bob en een moedervlek boven haar lip die zorgde voor de perfecte imperfectie. Toen de tenten stonden, kregen mijn broer en ik elk onze zwembroek. We vertrokken naar het zwembad en daar zag ik haar opnieuw. 

“Ook in de dagen die volgden, was het alsof ze mij steeds opzocht. Niet opdringerig, maar op een afstandje, een beetje dartel en dralend. Er was een locale macho die achter haar aan zat, die ze kende van de jaren ervoor. Maar ik was zelfverzekerd genoeg om te merken dat ze aan mij de voorkeur gaf. Bij het washok gooide ze lachend naar me met afwikkelende wc-rollen en binnen de twee dagen zoenden we voor het eerst. De camping was gebouwd op een hoog plateau, en daar, bovenaan op het trapje naar het dal, draaide ze met haar tong fijne ­cirkeltjes in mijn mond. 

 “Vanaf die avond waren we iedere dag samen. We lagen op onze rug in het stroachtige gras of hingen rond bij de tennisbaan. Waar het mee te maken had weet ik niet, maar ze raakte iets dat altijd verstopt had gezeten onder een dikke laag ­jongensachtigheid. Ik was trots en heel voorzichtig met haar. Zij was het mooiste meisje van de camping en ik wilde niet dat ze dacht dat het mij alleen om voelen en zoenen te doen was. We spraken Engels, ze schreef me kleine briefjes en toen wij als gezin na twee weken doorreisden naar de Jura, merkte ik hoe ontzettend verliefd ik was. Met een dikke keel zat ik zwijgend op de achterbank.

“Eenmaal thuis begonnen we elkaar te schrijven, zij mij als eerste. Ik maakte vaak kleine tekeningetjes bij mijn brieven, met potlood kon ik me beter uiten dan in gebroken Engels. Ik merkte dat ik heel blij werd als er een brief van haar werd bezorgd, maar ook hoe al snel daarna mijn blijdschap omsloeg in een somberte die vaak langer duurde dan de vreugde om de brief. Het gemis was ondraaglijk, al vond ik na een tijdje een soort oplossing. Telkens als er een brief was gekomen, las en herlas ik die en daarna ging ik de stad in om een meisje te versieren met wie ik mijn neerslachtigheid verdreef. 

“Ik heb Plume dat nooit verteld, maar ik vermoed dat zij het altijd geweten heeft en dat het een van de redenen was waarom ze op den duur onzeker werd. Stomkop, hoe kon ik denken dat zij begrip had voor deze typisch mannelijke manier om leed het hoofd te bieden, een grofheid die niks met haar te maken had. In de zomer erna, ik was zestien, kwam ze een hele week logeren. Ik haalde haar op van de trein, mijn vader wachtte met de auto. Wij woonden in een rijtjeshuis aan de rand van een villawijk, er waren twee manieren om naar huis te rijden en ik had hem gevraagd de weg via de villa’s te nemen, dat zou een betere indruk maken. Ze stapte uit en ik kuste haar voorhoofd. Het zwarte haar was gegroeid en zat in een opwindende piekerige knot. Haar lichaam was iets voller met meer rondingen dan het jaar ervoor. Ze logeerde in de kamer van mijn broer en leende de fiets van mijn moeder. Ze had nog steeds die allerliefste lach en samen maakten we uitstapjes naar de Efteling en Amsterdam en de zee.

“Het jaar erop herhaalden we dat logeren. Die keer reisde ik naar haar en weer was het ontzettend fijn in elkaars buurt te zijn. Nog steeds ­hadden we geen seks gehad. Dat gebeurde een jaar later, toen we 18 waren en ik van mijn broer de sleutel kreeg van zijn studentenkamer. Het was bepaald niet de meest romantische plek, er lagen niet eens lakens op het bed. Maar ik herinner me nog precies haar prachtige borsten, de volle bos schaamhaar en de lijnen waar haar bikini had gezeten. We konden niet ophouden met lachen naar elkaar. In de maanden erop schreef ze dat ze dat ze echt niet meer zo lang zonder me kon zijn en plannen wilde maken voor een toekomst. Maar ik dacht: welke toekomst dan, ik spreek geen woord Frans, ik kan niet naar Frankrijk verhuizen. Hier kan ik ­studeren maar daar blijf ik mijn leven lang een ongeschoolde.

“Daarop volgde een rare tijd waarin duistere onzekerheid het won van de liefde. Ik brak haar hart toen ik het uitmaakte via de telefoon. En ook al maakte ik het daarna weer goed, er was iets gebeurd met het wederzijdse vertrouwen. Om beurten begonnen we afspraken af te zeggen en na een tijdje hoorde ik niks meer van haar. 

“Vier jaar later belde ze mij opeens en scherper dan ooit zag ik de vergissing die ik begaan had door haar te laten gaan. Ik hield van haar, alleen van haar. Maar het was te laat, want ik stond op het punt om te gaan trouwen en vader te worden. Pas weer veel later, na mijn scheiding, accepteerde ik op 9 juni 2016 haar Facebook-­verzoek. 'You have to know I never ­forgot you’, schreef ze. En toen begon alles opnieuw. Huilend vielen we elkaar in de armen. Maar ze is al achttien jaar met haar man en heeft drie kleine kinderen. De kans dat ze hem verlaat, acht ik klein. Weer domineert de pijn van het gemis onze verhouding. Ook al laat die zich dit keer niet verjagen door andere vrouwen.”

Plume

“Ik stond op dezelfde camping als Hugo, de opening van mijn tentje precies tegenover de zijne. De eerste keer dat ik hem zag, reageerde mijn hele lichaam. Heel vreemd, ik was pas vijftien, maar het was of ik bevrijd werd van iets wat ik mijn leven lang had meegetorst. Ik schrok van die sterke fysieke reactie en zei tegen mijn vriendin: ‘Wat is dat, ik moet met die jongen praten’. Zij zei: ‘Nee, niet doen, hij is Nederlands en je weet hoe Nederlandse jongens zijn’. Ja, dat wist ik. Nederlandse jongens waren nare macho’s die ons Franse meisjes op de camping eindeloos vertelden hoe mooi we waren en blablabla. Maar deze was anders. Hij leek zelfs een beetje verlegen.

“In de dagen erop zorgde ik dat ik steeds in zijn buurt was om op een afstandje naar hem te kunnen kijken. Hij was naturel, straalde iets betrouwbaars uit en lachte soms naar me. Op een keer, op de trappen bij de campingbar, had ik een rol wc-papier bij me en in een ­wanhopige poging eindelijk contact te maken, maakte ik daar proppen van die ik naar hem gooide. Weer lachte hij. En toen zijn broer vertrok, bleef hij alleen achter en voerden we ons eerste gesprek. Veel meer dat het uitwisselen van onze namen en woonplaatsen was het niet, maar ik was zo blij. ‘Thank you for the ­toilet paper’, zei hij, want ook hij had niet geweten hoe ons stilzwijgen te ­doorbreken.

“De tien dagen die volgden, hebben we samen doorgebracht en als hij moest eten, zat ik voor mijn tent en vroeg mijn vriendin mijn haar te borstelen zodat ik roerloos naar hem kon kijken. Onze ­eerste kus was bij diezelfde trappen ­achter de bar. Ik was bang dat hij mijn hart zou horen bonken. Verder herinner ik me van die kus vooral dat hij rook naar een heerlijke Nivea-achtige crème, die ik in de jaren erna helaas nooit meer ben tegengekomen. Toen hij aan het einde van zijn vakantie vertrok, beloofde hij me te schrijven, maar ik dacht, hij blijft toch een Nederlander, hij meent vast niet wat hij zegt. Ik zwaaide hen uit. Zijn moeder zag hoe verliefd ik was en zei lief: ‘Kom eens langs’, maar ik kon alleen maar huilen en rende naar het hoogste punt van de camping om hun auto zo lang mogelijk te kunnen volgen toen die de berg afreed. Steeds zag ik het rode stipje om een haarspeldbocht verdwijnen, en als ik het even later opving met mijn blik was het weer iets kleiner geworden. Ik bleef staan tot ik het niet meer kon zien. 

“Eenmaal thuis schreef ik hem en Hugo schreef terug en de zomer erop ging ik een hele week bij hem logeren. Ik maakte kennis met zijn gewoonten. Ik vond het raar dat ze met zijn allen om zes uur aan tafel gingen, en dat er geen dag voorbijging zonder fietsen, ik haatte dat. Hugo had voor iedere dag een uitstapje bedacht en een ander vervoermiddel dan die fiets leek er niet te bestaan. Toch was het heerlijk om zo lang in zijn buurt te zijn en aan zijn vrienden te worden ­voorgesteld als zijn vriendin, en die zomer begon ik voorzichtig te geloven dat het kon, een heel leven samen met deze man. We waren nog steeds pas ­zestien, maar sommige overtuigingen trekken zich niks aan van leeftijd.

“Opnieuw ging er een jaar voorbij met schrijven, een heel jaar waarin mijn hoop werd aangewakkerd. Maar toen ik de zomer erop terugkwam, leek er iets ­veranderd. Op een avond gingen we uit en was er een meisje dat steeds om hem heen draaide. Hugo leek stoerder ­geworden, nonchalanter en puberaal, en plotseling drong tot me door dat al die tijd dat ik thuis in Frankrijk had zitten wachten, zijn leven hier natuurlijk gewoon was doorgegaan.

“Teleurgesteld ging ik weg en besloot wat afstand te nemen en hem minder te schrijven. Ja, hij was mijn enige grote liefde, ik wilde iedere minuut van mijn leven met hem delen, maar ik wilde geen halfslachtige verhouding waarin hij ook flirtte met andere meisjes. Misschien, dacht ik, heb ik me vergist en was hij toch die Nederlandse macho. En toen ik hem de zomer erop uitnodigde om te komen kamperen, zegde hij af. Daarna stopte ons contact. Een paar jaar later heb ik hem nog eens gebeld, maar toen kreeg ik zijn moeder aan de telefoon die zei: ‘Plume, je moet Hugo nu met rust laten, hij is getrouwd en heeft kinderen.’ 

“Pas vorig jaar, na zijn scheiding, ­reageerde hij op mijn vriendschapsverzoek op Facebook. Na 25 jaar spraken we elkaar een uur via de telefoon en weer kreeg ik datzelfde gevoel als toen ik hem voor het eerst zag. Een diepe, voorbestemde liefde die nooit was verdwenen. Hij zocht me op, in Zuid-Frankrijk waar ik woon, en alles was weer als vroeger. We praatten en lachten, we spraken af in een hotelkamer. Maar pijn was er ook. Het ene moment was ik intens tevreden omdat ik hem had gevonden, het ­volgende moment huilde ik om alle jaren en kansen die we gemist hadden. 

“Ik heb inmiddels een man en drie kleine kinderen. Tot vorig jaar was dat leven met zijn vijven eigenlijk heel goed. Nu ben ik verward. Hoe heerlijk het ook is om dagelijks Hugo’s stem te horen en zijn berichtjes te ontvangen, het zet alles op zijn kop. Laatst stuurden we elkaar een cadeautje. Zonder het van elkaar te weten, kochten we exact dezelfde Caran d’Ache-pen. Een blauwe voor hem en een roze voor mij. Uit al die duizenden ­pennen kozen wij dezelfde balpen. Ja, we horen bij elkaar. Ik kan het niet helpen en blijf maar denken: hoe anders was mijn leven gelopen als hij die laatste zomer niet had afgezegd.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234