Maandag 27/01/2020

Column

"Ik keek op drie meter afstand in het gezicht van Talansky en voelde alleen nog schaamte"

Beeld BELGA

Dissidentie mag ook. Onder die vlag vaart Hugo Camps voortaan elke vrijdag.

Ik dacht aan Roger Blanpain toen ik Andrew Talansky in Oyonnax over de streep zag komen. De professor arbeidsrecht en aanverwante toestanden zou het hoofd hebben afgewend. De intellectuele bon vivant die over alles een mening heeft, zou het spreken zijn ontnomen door het ondraaglijke beeld van een huilende renner.

Obsceen was het, niets minder.

Ik keek op drie meter afstand in het gezicht van Talansky en voelde alleen nog schaamte. Dit wil je niet zien, dit mag je niet zien. Anderhalf uur eerder zat hij al huilend in de vangrail met hevige rugklachten. Radio Tour riep abandon, maar na een onwezenlijke tête-à-tête met ploegleider Robert Hunter kroop de kopman toch weer op de fiets. Voor een lijdensweg van anderhalf uur. Aan de finish stamelde hij dat hij had volhard voor de ploegmaats. De heer Hunter vond dat een prima uitspraak.

Eerder in de Tour fietste de gevallen Alberto Contador ook nog een half uur door met gebroken scheenbeen. Tevergeefs. Het zal wel dat het ook zijn besluit was om tegen beter weten in met gebroken knoken een laatste poging te wagen, maar dan nog blijven ploegleider en teamarts verantwoordelijk voor het smadelijke misverstand. Zoals Robert Hunter dat in het schandelijke lijden van Talansky ook is.

De mythe van de Tour, en bij uitbreiding van sport, is dat er stervelingen zijn die doorstaan wat niet te doorstaan is. Puisten tussen scrotum en anus, ijlkoorts en hongerklop, gebroken polsen en ontwrichte schouderbladen ... heroïek schreeuwt graag om misère. Juist dan is het de taak van verantwoordelijke leiders om hun verblinde poulains tegen zichzelf in bescherming te nemen.

Dat gebeurt niet.

In het normale leven is het ondenkbaar dat een bouwvakker die van een stelling valt en zijn rug blesseert nog een half uur langer met cementzakken van vijftig kilo moet blijven lopen. Bouwwerf stil, arbeiders aan de drank. In de sport is er nog steeds geen sprake van een duidelijk gearticuleerde arbeidsmoraal. Daar wordt het meest afzichtelijke lijden gebanaliseerd tot condition humaine.

Wielrenners zijn eenlingen en derhalve kwetsbaar voor overmoed en lijfstraffen. Maar ook op het WK in Brazilië werden voetballers vanuit de halfdood klaargestoomd voor een volgende, mogelijk laatste wedstrijd. Nigel de Jong bij Oranje, Cristiano Ronaldo bij Portugal, Colombianen en Duitsers. En altijd in vermeende onschendbaarheid van medische begeleiders.

De teamartsen van Andrew Talansky en van de Tour horen voor een tuchtcollege te verschijnen. Niet dat het veel zou helpen - ze hebben nu eenmaal een dienstverband met de prestatiemoraal, minder met tucht en deontologie. Zij alleen kunnen het systeem van grensverleggende uitputting niet veranderen. Het is ook aan organisatoren en sponsors om zelfverminking in helse calvarietochten binnen de verbeelding van armen te houden.

En aan televisiezenders.

Niet alles van het menselijke drama is toonbaar. Niet alles is illustratief voor legendevorming.

Ook de Tour ontbreekt het aan gevoel voor privacy.

Beeld Stephan Vanfleteren
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234