Woensdag 24/07/2019

'Ik kan niet voor ál le Belgen schrijven'

Uitgesproken. Na een jaar van dichten voor en over de man in de straat blikt Dichter des Vaderlands Charles Ducal (62) tevreden terug. Dat niet iedereen opgezet was met zijn maatschappelijk engagement, laat hij niet aan zijn hart komen: 'Als zionisten en nationalisten je aanvallen, ben je goed bezig.'

"Enkel met vage, algemene boodschappen stuit je niemand tegen de borst. Ik heb een bepaalde maatschappelijke visie; natuurlijk uit ik die." Net zoals in zijn poëzie spreekt Charles Ducal klare taal. De geëngageerde oud-leerkracht, vakbondsman en dichter is de geknipte man voor een project dat literaire bruggen wil slaan tussen de culturele gemeenschappen die ons land rijk is. Als allereerste Belgische Dichter des Vaderlands schreef hij gedichten met duidelijke titels als 'Lied van de arbeid', 'Faalangst' en 'Koopkracht'.

Het eerste jaar van zijn ambtstermijn zit er net op, hij heeft nog één jaar te gaan voor hij zijn titel overdraagt aan een Franstalige collega.

Hoe kijkt u terug op het voorbije jaar?

Charles Ducal: "Bij mijn aanstelling als Dichter des Vaderlands heb ik mezelf twee eisen gesteld. Mijn gedichten moesten kwalitatief hoogstaand zijn en tegelijk een breed maatschappelijk draagvlak hebben. Ik wil dichten voor mensen die eigenlijk niets met poëzie hebben, maar wel aangesproken worden door de thema's van mijn gedichten. Natuurlijk is het fijn als een literatuurcriticus je gedicht goed vindt, maar voor dit project wilde ik echt wel meer.

"Zo is het gedicht over arbeid in verschillende vakbondsbladen verschenen. Maar eigenlijk is het me bij alle gedichten gelukt, de ene keer al beter dan de andere, uit de elitaire niche van poëzie te breken."

Hoe ziet u uw rol als Dichter des Vaderlands? Bent u behalve opener van de voor velen gesloten poorten van de poëzie ook maatschappelijk commentator?

"Als Dichter des Vaderlands probeer ik wat ik zelf maatschappelijk belangrijk vind te verzoenen met wat zoveel mogelijk Belgen kan interesseren. Daarom schrijf ik over thema's die iedereen aangaan: arbeid, school, stemadvies, dalende koopkracht. Tegelijk moet het onderwerp mij wel altijd beroeren; emotie is de kern van een gedicht.

"Een dichter is geen speciaal mens met een speciale visie. Het enige wat een dichter onderscheidt is zijn gave om zijn ideeën in een taal te gieten die een nieuw licht op de zaken werpt.

"Ik geloof dat ik als dichter mijn steentje bijdraag door mijn poëtische stem aan die van anderen te verbinden. Maar wat de lezer uiteindelijk met mijn gedicht doet, kan en wil ik eerlijk gezegd ook niet sturen.

"Ik heb geen illusies over de maatschappelijke impact van mijn gedichten. Kan poëzie de wereld redden? Natuurlijk niet. Dat zou erg romantisch en naïef zijn om te geloven."

In hoeverre kunt u er als Dichter des Vaderlands die voor alle Belgen schrijft een eigen ideologie op nahouden?

"Je kunt onmogelijk een Dichter des Vaderlands voor alle Belgen zijn. Je kunt geen gedicht schrijven dat zowel in de arbeiderswereld als bij Voka gunstig onthaald wordt. Daarbij, ik voel me ook niet verbonden met alle Belgen. Ik voel mij vooral verbonden met de gewone mens en met hen wie maatschappelijk onrecht wordt aangedaan.

"Tijdens mijn studententijd in Leuven kwam ik in contact met de marxistische beweging. Het wereldbeeld dat ik daar heb meegekregen ben ik niet meer kwijtgeraakt. Nog steeds ben ik lid van de vakbond; afgelopen najaar ben ik mee de straat opgegaan.

"Je kunt van een Dichter des Vaderlands niet vragen dat hij zichzelf verraadt. Het is maar vanzelfsprekend dat ik mijn maatschappelijke visie uit."

In uw gedicht 'As in de mond' veroordeelt u de zionistische terreur tegen de Palestijnse bevolking. Dat u zich als Dichter des Vaderlands rechtstreeks tot de staat Israël richtte, viel niet bij iedereen in goede aarde.

"Dat is geen kwestie van ideologie, maar van agenda. Met dat gedicht wou ik de terreur van Israël tegen Gaza aanklagen. Die terreur is voor de meeste mensen zo evident dat je het zelfs geen uitgesproken ideologisch standpunt kunt noemen. Enkel vanuit zionistische hoek is er, zoals te verwachten was, een veroordelende reactie gekomen.

"Joods Actueel en aanverwanten gedragen zich als strijders tegen het antisemitisme, maar eigenlijk bestaat hun agenda eruit de Israëlische terreur toe te dekken. Iedereen die Israël aanvalt, wordt beschuldigt van antisemitisme. Het antisemitisme is een serieuze zaak; dat als een propaganda-instrument gebruiken om mensen die Israël bekritiseren in diskrediet te brengen is gewoon moreel verwerpelijk."

Uw maatschappelijk engagement zorgde al bij uw aanstelling voor de nodige controverse. Zo verweet Dirk van Bastelaere, dichter en woordvoerder van N-VA, u een verrader en pro-Belgisch fenomeen te zijn. Hoe evident is het om een Dichter des Vaderlands te zijn in het Vlaanderen van N-VA?

"Een literair project dat solidariteit tussen Vlaanderen en Wallonië stimuleert als verraad beschouwen is er zo ver over dat ik er mij niet door aangevallen kan voelen. Zulke beledigingen laten mij koud. Het zegt meer over de man die dat schreef dan over mij.

"Als geëngageerde burger zie ik natuurlijk niet graag toe hoe onze maatschappij onder de vlag van het nationalisme verrechtst. De tegenstelling tussen Vlamingen en Walen is een artificiële tegenstelling die een veel belangrijkere tegenstelling wegmoffelt: de sociaaleconomische.

"Maar als dichter voel ik niet de drang om over het huidige politieke klimaat te schrijven. België is voor mij een evidentie, geen polemisch gegeven. Ik woon nu eenmaal in een land met drie taalgemeenschappen; voor mij is dat een verrijking en geen probleem. Aan een initiatief dat de muren tussen de verschillende culturele gemeenschappen wil slopen werk ik graag mee. Maar dat wil niet zeggen dat ik met de Belgische vlag sta te zwaaien. Daarvoor moet je over een zeker patriottisch gevoel beschikken. En sorry, maar dat heb ik niet. Noch voor Vlaanderen, noch voor België."

'Woord tegen woord 2', het gedicht waarmee u uw tweede jaar als Dichter des Vaderlands inzet, gaat opnieuw over de taal van de media. 'Er rijpt in onze taal een woord dat niet bestaat / in de verbeelding van een scherm / waarop het nieuws uit de hel nestwarmte biedt': dat klinkt niet al te best.

"Mensen zien op het nieuws voortdurend verschrikkelijke beelden uit Libië, Syrië, Irak, noem maar op... Maar bij het zien van die beelden leggen ze geen link met hun eigen leven. Sterker nog, zulke beelden creëren vaak zelfs een zekere nestwarmte: 'Ginder is het slecht, maar wij hebben het hier toch goed. Ons overkomt zoiets niet.'

"Mijn gedicht wijst erop dat op die manier een waarheid wordt verdrongen. Het niet willen zien van het verband tussen de toestand in die landen en onze eigen leefwereld zal zich vroeg of laat wreken.

"'Woord tegen woord 2' is geschreven voor de moordpartij op de redactie van Charlie Hebdo, maar verwoordt niettemin het hele probleem. Een vaak voorkomende reactie op deze aanslag is nu het wij-zijdenken, 'de beschaving' versus 'de barbarij'. Maar zo ontloop je de meest essentiële vraag: waar komen die jihadisten vandaan?

"Angst is een slechte raadgever en houdt het terrorisme allesbehalve tegen. Beter stellen we onszelf de juiste politieke vragen: wat heeft het Westen in die landen aangericht? Hoe behandelen wij de moslimbevolking in onze eigen landen?"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden