Woensdag 13/11/2019

'Ik kan niet tegen mijn verlies.

Ik word er

ongemakkelijk van'

Johan Vande Lanotte hoeft ons niet te overtuigen: van op het terras van de Ostend Queen, het door Pierre Wynants gepatroneerde restaurant boven het Casino van Oostende, is het uitzicht prachtig, haast onwezenlijk mooi. Niets herinnert hier aan de in tristesse gedrenkte Noordzee van Jacques Brel, met een 'ciel si bas, ciel si gris'. Op een zonovergoten middag kleuren de Oostendse zee en hemel azuurblauw en witte boten varen op en af naar de haven. Vande Lanotte monkelt: 'Welkom in het Monaco van het Noorden.' Een mens vraagt zich dan af: waarom wil de lokale Grimaldi, de prins van Oostende, zo nodig premier van België worden?

Door Walter Pauli FOTO'S STEPHAN VANFLETEREN

Ons verhaal begint ergens in 1973, in een huis in de Sleepstraat te Gent, midden in een verkrotte buurt waar de eerste Turken en Marokkanen wonen. Hier staat de 'Wetswinkel', een initiatief dat de geest van de jaren zestig - idealistisch, antiautoritair - combineert met het uitzicht van de vroege zeventig - langharig, staatsgevaarlijk, afschrikwekkend. Wijlen professor Roels, de lucide hoogleraar in Romeins recht van wat toen nog de 'Rijksuniversiteit Gent' heet, stimuleert de beste rechtenstudenten om de handen uit de mouwen te steken ten dienste van de kleine man.

Zo vreselijk als ze eruitzien, zo bekend zijn ze intussen. Ethicus Koen Raes, magistraat Willem De Beuckelaere (voorzitter van de Privacycommissie), mediaspecialist Dirk Voorhoof, Humo-journalist Jan Lippens, topambtenaar Frank Van Massenhove (voorzitter van de FOD Sociale Zekerheid), woordvoerder van de sp.a-fractie in het Vlaams Parlement Johan Persyn, voorzitter van mediaregulator BITT Eric Van Heesvelde, rechter bij het Arbitragehof Luc Lavrijse. En Johan Vande Lanotte, ex-vicepremier, minister van Staat, voorzitter van de sp.a en sinds kort kandidaat-eerste minister.

"We waren radicaal links", zegt een van hen. "Wetswinkel trok studenten rechten aan die allemaal één zaak zeker wisten: dat ze nooit advocaat wilden worden. De advocatuur was onze aartsvijand."

En vanzelfsprekend: het kapitaal. "Wetswinkel gaf gratis rechtshulp, vooral advies aan huurders. Zo hielpen wij dus bij de strijd van de kleine man tegen de uitbuiter. Maar we waren echt hyper-politiek-correct. Op elk intakeformulier stond onderaan het vakje 'ideologie'. Probeer eens een ideologische uitleg te geven aan elke echtscheiding. Voorts hielpen wij principieel niet bij erfeniskwesties, ook niet van eenvoudige arbeiders. Erfenissen waren immers een uiting van parasitair kapitalisme. Voor de rest hielpen wij iedereen zonder onderscheid des persoons. Behalve rijkswachters. Dat was verboden. (bulderlach)"

Johan Vande Lanotte zelf werd ooit persoonlijk onderwerp van zo'n debat. Al jong kreeg hij zijn eerste kind en kocht hij een huis. "Ook dat was voorwerp van felle discussie. Kon dat wel, een belangrijke medewerker met 'eigendom'. (lacht)"

Johan Vande Lanotte is dan ook een geval apart. Hij was eveneens lid van het Radikaal Anarchistisch Kollektief. Zelfs andere studenten uit de Wetswinkel bekeken die groep met enig wantrouwen: "Ze kropen bijeen in Kafee De Krawietel. Het was vooral een club romantici, die vergaderden en een paar teksten schreven." En ze rookten. Niet alleen tabak, maar ook weed. Vande Lanotte deed mee, al hield hij dat vlug voor bekeken. "Ik ben voor de autonomie van de mens, voor zijn vrijheid. Dus ben ik tegen verslaving. Ik heb genoeg vrienden gezien, briljante geesten zelfs, die een schim van zichzelf werden, precies door hun drugsverslaving."

Maar verder oogde Vande Lanotte schrikbarend. Lang haar. Slobberkleren. Een broek met gaten. Vaak blootsvoets. "Op het eerste gezicht zag hij eruit als langharig werkschuw tuig. Maar schijn bedriegt. Johan was allesbehalve werkschuw."

'Wetswinkeliers', zoals ze zichzelf noemden, waren de meest gedisciplineerden onder de hippies. De Wetswinkel had openingsuren en een permanentie. Vande Lanotte deed ijverig mee. "En hij was ook een van de creatieve geesten, de man die aandrong op 'wetenschappelijkheid' en altijd op zoek was naar slimme oplossingen."

Turken en Marokkanen kregen bijvoorbeeld moeilijk een huurcontract voor een woning. Waarna Wetswinkel de vzw Woonfonds oprichtte en die organisatie zich dan garant stelde bij een huurcontract. In echtscheidingen adviseerden ze alleen de goedkoopste oplossing: niet door 'feiten' (betrapping dus) maar alleen onderlinge toestemming. En dan waren er jonge advocaten en notarissen die voor een zacht prijsje die mensen, vanaf nu ook 'hun cliënten', verder hielpen." Zo was Vande Lanotte toen al: in idealen uitgesproken links, maar in zijn engagement hoogst pragmatisch, voor zover dit synoniem is met 'concreet'. Hij wilde dóén."

Politieke actie lag hem ook. "We zetten graag het Gentse gerechtsgebouw op stelten, met onze fameuze strijdkreet: 'Cyaankali voor de balie'... Wat dan leidde tot een relletje, waarna we opgepakt werden. Vande Lanotte was er vaak bij."

Na een paar jaar engageert Vande Lanotte zich ook politiek. Niet bij kleinlinks, ook niet bij de in de ogen van de Wetswinkelgroep al te vadsige socialisten. In 1982 figureert zijn toenmalige partner op de progressieve lijst 'Open Stad Gent'. Eigenlijk is het een voorloper van Agalev, want latere groene kopstukken als Vera Dua of Luc Lemiengre trekken het initiatief op gang. En verder rekruteren ze bij de Fietsersbond, Oxfam Wereldwinkel, de buurtcomités, de Patiëntenbond...

Gegeven de latere scheiding van de rode en groene geesten is het wel zeer ironisch dat Vande Lanotte nog bij de SP is gaan pleiten om Open Stad Gent te laten opgaan in de SP. "Gilbert Temmerman belde mij en zei droogweg njet en dat was het einde van het verhaal."

Maar voor Vande Lanotte zelf is het eerste pasje in de politiek wel gezet. De Gentse periode is stilaan afgesloten.

Jan De Wilde bezong zo'n afscheid in 'De fanfare van honger en dorst', het onvermijdelijke einde aan de wilde jaren van elke generatie Gentse studenten:

"Wie van ons had ooit durven denken

Dat iedereen van ons voorgoed weg zou gaan

We hebben toen zelf de fanfare ontbonden

We hebben als iedereen de prijs zwaar betaald

Een baan bij de bank, een auto, een kind"

"De groep van Wetswinkel is inderdaad de Mars door de Instellingen aangegaan. Maar het is zonder droefheid gebeurd en ook zonder verraad aan de oude idealen. Je hoeft je zelfs niet aan Hineininterpretierung te bezondigen om te zien dat Johan Vande Lanotte toen zijn 'plooi' gevonden heeft. De verstandige man die van creatieve 'slimmigheden' houdt. De keiharde werker. De pragmaticus die vooral wil doen. De netwerker die zogenaamde 'klassevijanden' kan overtuigen om in hun eigen belang mee te werken aan de goede zaak: toen een paar advocaten, notarissen, later bedrijfsleiders. De man die als partijvoorzitter onmiddellijk relaties aanknoopt met Amnesty International, Oxfam Wereldwinkel, hen uitnodigt op congressen en gratis zendtijd ter beschikking stelt."

"Hij heeft als voorzitter één keer letterlijk verwezen naar onze tijd. Niemand van ons had werk en toen kwam Guy Spitaels met zijn BTK- en DAC-projecten. Bij de Wetswinkel waren we zo slim zelf onze projecten te schrijven, zodat we officieel erkend werden voor wat we deden en er nog eens voor betaald werden ook, zij het bescheiden. 'Ik wil nooit dat mijn kinderen aan werk moeten geraken zoals mijn generatie dat toen moest doen', zei Vande Lanotte tijdens de discussies over het Generatiepact."

'Mars' door de instellingen is in het geval van Vande Lanotte nochtans een understatement. 'Koers' past beter. Hij holt. In een jaar of vijf tijd werkt hij zijn doctoraat af, over onder meer de grondwettelijke aspecten in verband met 'decentralisatie van de instellingen'. Hij reist ervoor naar buitenlandse universiteiten en volgt intussen ook een zomercursus statistiek te Cambridge. Hij raakt verbonden aan de universiteiten van Gent, Antwerpen en Brussel. Hij komt terecht bij het socialistische Emile Vandervelde Instituut, in de tijd dat Kamerlid Louis Tobback er in opdracht van SP-voorzitter Karel Van Miert een legendarische generatie 'brains' verzamelde. Vande Lanotte leert er ook de knapste kop uit Leuven kennen, toen nog met haar tot op zijn schouders: 'Frankie Boy' Vandenbroucke.

In 1988 verlaat de SP na zeven jaar de oppositie. Tobback wordt minister van Binnenlandse Zaken. Zijn neteligste dossier is Voeren, hij heeft dus een grondwetspecialist nodig als kabinetschef. Hij kent er één goede: Johan Vande Lanotte. De tandem Tobback-Vande Lanotte is al snel een begrip. Bij hun eerste ontmoeting zei PS-kopstuk André Cools: "Louis, welke zigeuner heb je nu mee?"

"Johan zag er inderdaad wat als een musketier uit", lacht Guy Peeters. "Karel Van Miert bracht, naast Willy Claes, 'zijn' mannen in de regering: Louis Tobback, Freddy Willockx, Luc Van den Bossche, Norbert De Batselier, Pierre Chevalier; Frank Vandenbroucke zou hem snel opvolgen als partijvoorzitter. Maar er trad ook een nieuwe generatie van kabinetschefs aan, zoals Herman Verwilst, Johan Delanghe, Johan Vande Lanotte en ikzelf als adjunct-kabinetschef bij Philippe Busquin, op Volksgezondheid. Ik had in de jaren tachtig ook al op het kabinet van Roger Dewulf gewerkt - de SP zat wel in de oppositie, maar had een minister in de Vlaamse Executieve, die proportioneel was samengesteld. Ik moet zeggen: die nieuwe generatie werkte op hoog niveau. Vande Lanotte, hoe onervaren hij ook was, had al snel een vaste stem. En zijn anarchistische verleden had hij verteerd, want als kabinetschef van Tobback was hij natuurlijk pragmatisch ingesteld."

En hij werkte keihard. "Tobback had twee kabinetschefs, Lode De Witte (nu gouverneur van Brabant, WP) en ikzelf", zegt Vande Lanotte: "De afspraak was: wat 's morgens op ons bureau komt, is tegen 's avonds opgelost. En wij lazen echt álles na, tot de laatste komma. En vervolgens was er Tobback met zijn zeer persoonlijke kijk op de zaak. Technische details las hij niet. Maar hij hield een politieke lezing van de teksten en struikelde dan over passages die wij niet eens opmerkten. 'Knappe wet, mannen', zei hij ons, 'behalve dat dit niets is voor Binnenlandse Zaken. Dit is de bevoegdheid voor Openbaar Ambt. Dit krijg ik nooit door de regering.' Oeps, dat aspect hadden we even niet gezien."

Vande Lanotte krijgt er ook een plooi. Meer dan vijftien jaar later getuigt Koen Pelleriaux, sinds oktober 2005 directeur van de sp.a-studiedienst: "Hij werkt nog altijd als een kabinetschef. Dat gaat er niet meer uit. Hij krijgt bijvoorbeeld gigantische hoeveelheden post. Die gaan dan in grote bakken mee in de auto en die leest hij dan. Een geluk dat hij in Oostende woont en niet in Leuven of Mechelen, want nu heeft hij tijd daarvoor. Hij verdeelt persoonlijk wie welk dossier het moet afhandelen. Hier 'Koen', Daar 'Vivi', maar ook concrete medewerkers. Hij dispatcht het werk in persoon."

Vande Lanotte spreekt het niet tegen: "Ik blijf alle teksten nalezen, punctueel. Ik kan niet naar de tv-debatten met Leterme gaan zonder eerst het CD&V-programma zelf te lezen. Zes uur duurde het, tot ik migraine had. Maar toen wist ik zeker dat er níéts in stond over hoe ze hun verkiezingsprogramma gaan financieren."

Binnenlandse Zaken was destijds niet alleen bezig met Voeren. De ex-anarchist kan ineens realiseren waarvan hij vroeger alleen maar kon dromen. Tobback wordt de man van de demilitarisering van de rijkswacht. Hij hervormt het statuut van de gewetensbezwaarden. Tijdens de vorige rooms-blauwe regering had justitieminister Jean Gol jongens in burgerdienst echt gepest. Tobback veranderde dat. Het is te zeggen: hij laat het over aan Vande Lanotte. Die moet zijn topambtenaar Barthélemy overtuigen, een oud-militair. Hij doet het. Intussen had Knack voortijdig lucht gekregen van het plan. Niet de minister gaf het interview, wel de kabinetschef. Bij het nalezen heeft die één belangrijke correctie: "Schrap overal de naam 'Vande Lanotte' en verander in 'Tobback'." Foto van de minister erbij: een kabinetschef moet dienen, niet opvallen. Vervolgens sast Tobback die wet door regering en parlement.

Tobback maakt in die dagen furore met een lucide boekje, Afscheid van een stiefzoon, over de verwrongen relatie van progressieven met de overheid. "Dat was natuurlijk niet mijn werk. Dat was van de hand van Vande Lanotte", zal Tobback erkennen. Wat bijna twintig jaar geleden geschreven werd, is nog altijd actueel: een overheid die oneigenlijke taken moet afstoten, om des te intensiever en kordater te kunnen optreden op terreinen waar dat wel moet. Op ingewijden na wist niemand dat dit het programma van Vande Lanotte was.

Maar dat geeft niet. Zijn tijd komt nog wel.

Augustus 1993. België rouwt, koning Boudewijn is overleden. De wereld vergaapt zich aan de begrafenismis. Niet de tientallen gekroonde hoofden en presidenten zijn wereldnieuws, wel journalist Chris De Stoop, die een getuigenis voorleest van een Filippijnse prostituee, Luz, die kort voordien bezoek had gekregen van Boudewijn: "He was a real king. I called him my friend", snikt de Filippijnse.

Ze zijn zo lief, meneer, Chris De Stoops uitstekende boek over de vrouwenhandel in België, beroerde niet alleen de vorst, maar ook de regering en het parlement. Er kwam een parlementaire onderzoekscommissie van, met een jong en onervaren socialistisch parlementslid als voorzitter: Johan Vande Lanotte.

Het leven kan immers snel gaan. In mei 1990 had hij, na amper twee jaar dienst, Tobback gezegd: "Ik blijf geen kabinetschef. Ofwel keer ik terug naar de universiteit, ofwel ga ik zelf in de politiek." In Gent betekende dat toen: via Luc Van den Bossche passeren, de nieuwe sterke man. Die wil dat hij wacht tot de gemeenteraadsverkiezingen, dus tot 1994. Vande Lanotte: "Komaan Luc. Wil je zeggen dat ik me moet klaarhouden om burgemeester te worden? Dat kan ik niet. Dat vroeg ik ook niet."

Vande Lanotte stapt naar SP-voorzitter Frank Vandenbroucke. "Tijdens dat gesprek maakte ik een cruciale fout. Ik zeg dat ik geboren ben in Stavele. Frank kijkt mij vragend aan. Ik leg uit: 'Het laatste dorpje van het arrondissement Oostende.' Ik zie zijn ogen flikkeren en ik besef: 'Fout Johan. Dit had je niet mogen zeggen.'"

Want Vandenbroucke krijgt wat hij dringend nodig had: een nieuwe leider voor het 'kustsocialisme'. De kustgemeenten leverden de SP wel bekende parlementsleden - Georges Mommerency, Alfons Laridon en vooral de Blankenbergse burgemeester Willem Content - maar dat waren toch 'speciale typen', om beleefd te blijven. De enen deden in 1990 nog alsof de verzuiling van de jaren vijftig nog altijd bestond. Laridon ijverde voor het rijks-, later gemeenschapsonderwijs: voor dat net en alleen dat net. Onderwijs en rijksonderwijs waren voor hem synoniem, het christelijke net diende alleen om bekampt te worden. Willem Content was dan weer zo 'open' dat er nog weinig socialistisch aan hem was. Deze SP'er was vooral bekend als een libertijn ("Ik rook niet. Ik drink niet. Ik kijk niet naar de vrouwen. Maar ik lieg") en een liberaal, want eigenaar van tientallen winkels in lederwaren in verschillende badplaatsen. (Content: "Partijgenoten vragen me: 'Hoe kun jij nu socialist zijn?' Ik antwoord: 'Dat is gemakkelijk. Net als jij heb ik Das Kapital van Marx gelezen. Maar ik heb het begrepen.'")

Maar eind jaren tachtig was hun glorietijd voorbij. Vande Lanotte verhuisde naar Oostende, zeer tegen de zin van de plaatselijke SP-afdeling in, die tegen stemt. Maar hij zet door en wordt verkozen, tijdens de overigens desastreuze verkiezingen van november 1991, 'Zwarte Zondag'.

Vande Lanotte: "Het leek een onmogelijke opdracht. De kust is geen typisch West-Vlaams gebied. De mensen hebben vrijere gedachten, Oostende is een vrijstad. Maar tegelijk ontbrak de discipline die West-Vlaanderen zoveel voorspoed bracht. De gemeenteraden van de kust waren kampioenen in het lanceren van plannen, maar spectaculair beperkt in het uitvoeren ervan. We hebben geprobeerd de vrijheid te behouden maar enige discipline bij te brengen."

Woordvoerster Vivi Lombaerts: "Sindsdien is het al Oostende wat telt. Hij vindt gemeenteraadsverkiezingen ook veel belangrijker dan die voor het parlement. In de gemeente leg je de basis, zegt hij. Als je de burgemeester levert, kun je lokaal beleid zelf sturen, zullen de kiezers je waarderen en zullen er meer jongeren komen om beter te rekruteren."

"Johan is zo obsessief met Oostende bezig dat hij in 2003 vergat vrolijk te zijn toen de sp.a de grote winnaar van de verkiezingen was. Hij had in Oostende op 35 procent gerekend, en bleef steken op 'maar' 34,8. Terwijl iedereen feestte, schreeuwde ik tot hem dat het uit moest zijn met het gezeur."

In de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Vlaamse Raad (het was nog de tijd van het 'dubbelmandaat') doet Vande Lanotte wat haast niemand kan: hij telt politiek mee, als neofiet. Het kustsocialisme leeft als hij binnen de kortste keren een 'Duinendecreet' goedgekeurd krijgt, wat de bouwlobby al tien jaar blokkeerde. Vervolgens wordt hij voorzitter van de Commissie Vrouwenhandel. Hij kiest als expert een beloftevolle academicus uit Gent: Brice De Ruyver. Ook al werkt De Ruyver vandaag als veiligheidsadviseur voor die andere kandidaat-premier Guy Verhofstadt (VLD), hij is nog altijd vol lof over die periode.

Brice De Ruyver: "Mijn werk als expert voor de Commissie Vrouwenhandel was mijn eerste opdracht voor de overheid en ik heb er nog altijd de beste herinneringen aan. Vande Lanotte gaf mij samen met Cyrille Fijnaut carte blanche. U moet zich de tijd inbeelden. Er was in de jaren voordien al een onderzoekscommissie geweest, de 'Bendecommissie'. Die had er eerlijk gezegd heel weinig van gebakken. Die hadden bijvoorbeeld Paul Vanden Boeynants opgeroepen, maar tijdens zijn beroemde 'ondervraging' (waar hij het legendarische 'trop is te veel' lanceert, wp) blijkt dat de hele commissie zich als schooljongens laat afdrogen, inclusief Hugo Coveliers. En dat kwam door een schrijnend gebrek aan deskundigheid en voorbereiding. Vande Lanotte wilde per se een herhaling van dat debacle vermijden.

"Vande Lanotte ontpopt zich binnen de korste keren als een echte voorzitter, een met gezag die resultaat wil boeken. En je moet het maar doen, als nieuweling in de Kamer krijgt hij alle leden van zijn commissie op één lijn, en dat waren toch persoonlijkheden als Tony Van Parys, Jo Vandeurzen of Vera Dua.

"En hij deed het uitstekend. Het eindrapport vermeed de casuïstiek maar legde de mechanismen bloot waardoor de normvervaging in de politiekorpsen ontstond en kon woekeren. En denk niet dat hem dat in dank werd afgenomen, want noch Gilbert Temmerman in Gent, noch Bob Cools in Antwerpen aanvaardden die conclusies. En Vande Lanotte was toen nog 'maar' parlementslid en zij de machtigste burgemeesters binnen de SP. Maar we konden doorzetten. Het resultaat is dat dit land nog altijd de beste wetten op de mensenhandel heeft in heel Europa en dat ze dat in het buitenland ook erkennen."

Niet dat Vande Lanotte niet al zijn talent moet bovenhalen om de zaak samen te houden. Brice De Ruyver: "Aan de basis van de commissie lag een spijtoptant, Dirk Trioen, die met zijn getuigenis de 'Bende van de Miljardair' in de problemen had gebracht. Alleen kon hij niet altijd Wahrheit und Dichtung onderscheiden. Ik herinner me nog hoe hij in volle commissie Van Parys ervan beschuldigde een reguliere bezoeker te zijn van bar Maxim's te Gent. Later bleek dat Trioen zich had vergist, dat het om een andere CVP'er ging. (giert het uit) Maar een voorzitter die dan zijn commissie kan samenhouden, heeft klasse."

Vande Lanotte leert er ook de andere kant van het politieke bedrijf kennen. "De dag voor ik mijn verslag moest indienen, komt er een vrouw bij mij. Het blijkt een ex-prostituee te zijn die verkracht was door een paar typen van de Bende van de Miljardair. Volhouden, zegt die me. Niet afgeven.

"En dat was nodig. Ik verneem dat er een licht gehandicapte substituut-procureur des Konings is die in die tenten graag de bloemetjes buiten zette. Meer, als er iemand niet betaalde, ging hij, buiten zijn uren, even voor de 'inning' zorgen. Ik vond dat een schande. Iedereen wist dat, niemand deed er iets aan. Tot er in het hele gerechtsgebouw één man was die wilde getuigen. Natuurlijk de laagste in rang, de gewone gendarm. 'Maar ze zullen me willen pakken', zei hij: 'Ik wil getuigen, maar op voorwaarde dat jij me beschermt.' Ik kreeg mijn getuigenis en trip-trip-trip op mijn kousenvoeten naar de procureur van Brussel, Dejemeppe. Ik leg hem het dossier voor. 'Mais c'est pas notre affaire', zei die: 'Je ne m'occupe pas de la vie privée des magistrats.' Ik viel van mijn stoel, want die kerel hielp de pooiers natuurlijk met het gezag van zijn functie. Ik heb Dejemeppe toen gezegd: 'Kijk, ik presenteer binnenkort het rapport aan de pers en daar staat die kerel met naam en toenaam in. Zie maar hoe je het oplost.

"Nog voor het rapport op de persconferentie was gepresenteerd, was die kerel al opgepakt. Ze hebben hem een paar maanden vastgehouden, wat ook overdreven was. Maar het verhaal krijgt nog een staartje. Toen ik nog niet minister van Binnenlandse Zaken was, klopte die rijkswachter bij mij aan. Ineens was er 'een dossier' tegen hem, met beschuldigingen van corruptie en zo. Samen met rijkswachtgeneraal Willy De Ridder hebben we die zaak opgelost."

De Ruyver: "De commissie eindigde trouwens op een bittere noot voor Vande Lanotte. Dirk Trioen begon in de media uit te schreeuwen dat Vande Lanotte hem had laten vallen. De waarheid is dat hij alles heeft gedaan om Trioen te helpen. Hij is zelfs op zoek gegaan naar een inkomen voor Trioen en hielp hem aan een job bij een bevriende fietsenmaker. Maar Trioen was een man van het nachtleven, die had nooit van negen tot vijf gewerkt en was dat ook niet van plan. En toen hij zijn job verloor en niet automatisch werk bij de politie kreeg, wat hij wilde, viseerde hij Vande Lanotte."

Het blijft snel gaan voor Vande Lanotte. Hij is niet één volle legislatuur gewoon parlementslid. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 wordt Louis Tobback burgemeester van Leuven en SP-voorzitter; Vandenbroucke volgt immers Claes (die naar de Navo gaat) op op Buitenlandse Zaken. Op Binnenlandse Zaken komt zijn oud-kabinetschef Vande Lanotte. Nog voor de parlementsverkiezingen van 1995, minder dan een jaar later, is Vandenbroucke al weg. Agusta slaat toe. Claes, Van Miert, Tobback, Van den Bossche, Willockx: de hele generatie loopt averij op, de ene al erger dan de andere. Ineens hoort Johan Vande Lanotte tot de top van de partij. Hij blijft dat, al krijgt hij in 1998 ook zijn portie drama, als Marc Dutroux ontsnapt en zo de ministers van Justitie (De Clerck) en Binnenlandse Zaken (Vande Lanotte) tot ontslag dwingt.

Maar tot dan had hij zich staande moeten houden in het door Jean-Luc Dehaene gedomineerde kernkabinet.

Vande Lanotte: "De eerste maanden zag ik alle hoeken van de kamer. Elio (Di Rupo) en ik waren nieuwe vicepremiers, wij zaten er tegenover de meest ervaren christendemocraten: Herman Van Rompuy, Philippe Maystadt, Dehaene zelf. En ook al was ik academicus en had ik mijn ervaring als kabinetschef, ik heb mogen blokken als de beesten. En nog kon ik vaak niet volgen. Ik had maar één verweer als ik het gevoel had dat ze mij aan het rollen waren waar ik bij zat: 'Ik begrijp het niet echt. Ik beslis nu nog niet, ik moet het nog bestuderen.' Na een paar maanden zei Van Rompuy: 'Stop maar met die uitvlucht. Je kent het even goed als ons.'"

De sfeer onder Dehaene is redelijk goed. Van Rompuy: "Er werd haast nooit geschreeuwd of geroepen. Als Vande Lanotte het deed, wisten wij dat hij een nummertje opvoerde."

Vande Lanotte: "Ik móést. Dehaene is een machtsmens. Als je tegen hem niet schreeuwde, walste hij over je heen."

"Tijdens paars werd er vaker geroepen, dat klopt. Di Rupo kon er niet tegen. Tijdens de formatie in 2003 heeft hij na een tirade van Karel De Gucht zijn papieren gepakt en is boos weggelopen. Steve (Stevaert) haalde hem terug. (droog) Ik zou dat nooit gedaan hebben. Het was aan De Gucht om hem na te lopen."

"Maar bij Dehaene heb ik mijn plaats echt moeten afdwingen. Ik deed dat door extra te blokken op een dossier, tot ik iets vond waarvan ik vermoedde dat Maystadt het niet perfect wist. Dan zei ik: 'Philip, leg dit eens uit, want dat begrijp ik niet.' Hij begint zijn uitleg, je voelt dat hij het niet echt beheerst en je stelt je tweede, zogezegd naïeve vraag: 'Maar wat met dit? En dit.' Tot Maystadt zijn voorstel terugtrekt. Je weet dan wel dat een cabinetard die het eigenlijk ook niet kan helpen uitgescholden zal worden (grijnst), maar als je Maystadt een paar keer zijn huiswerk kunt laten overdoen, heb je wel je plaats afgedwongen."

Het respect binnen de regering is er dus, maar de publieke appreciatie blijft achter (behalve bij verkiezingen). Vande Lanotte is geen piet populair en heeft allerminst de reputatie een progressief te zijn. Hij zit in de situatie van zijn voorganger Louis Tobback. Elke minister met asiel als bevoegdheid werd door progressief Vlaanderen vijandig bejegend.

Vande Lanotte: "Terwijl ik ontzettend veel mensen regulariseerde. Wie hier vier jaar verbleef, kreeg een regularisatie, behalve in specifieke gevallen van problemen voor de openbare veiligheid. Maar ik vond niet dat je daarmee je populariteit mocht opvijzelen."

"Het vrat wel aan me. Ik tekende alle uitwijzingsbevelen zelf. Ik wilde weten wat er met élke onbegeleide minderjarige gebeurde en waar die zich bevond. Ik ging ze ook bezoeken. (zacht) Eén keer heb er zelfs een willen adopteren. Dat was een meisje dat in Antwerpen door haar moeder was achtergelaten. Zij werkte als prostituee en was naar Amsterdam getrokken, terwijl ze haar kind achterliet. Vervolgens trok ze naar Duitsland. Daar werd ze opgepakt en zou ze uitgewezen worden. Wij begeleidden dat kind naar Duitsland. Haar moeder neemt haar niet mee, maar verstoot haar. Dat kind was dus emotioneel verwoest. Men heeft mij toen afgeraden haar in mijn woning op te nemen. Men noemt dat een 'bodemloos' kind: eentje dat elke vorm van basisvertrouwen mist. Zo'n kind heeft nood aan structuur, structuur en nog eens structuur om het leven weer op orde te krijgen. Dat kan alleen in een instelling, niet in een gezin.

"En soms mag je helemaal geen medelijden hebben, hoe hard ook. Ik krijg bezoek van een Congolese vrouw die op het punt staat uitgewezen te worden. Zij heeft haar dochtertje aan de hand. Ik ben niet van zins om die uitwijzing teniet te doen, want haar verhaal klopte van geen kanten. Ze droeg trouwens zeer dure kleren en ze had 'rijke manieren'. Het was duidelijk een geval van Congolese upper-class die een manier zocht om legaal in België te verblijven. Dus ik houd voet bij stuk. En dan pakt haar dochtertje mijn hand vast: 'Meneer de minister, ik zou toch zo graag bij mijn vriendjes in België blijven.' Ze keek me aan. Ik mocht natuurlijk niet toegeven, want dat kind werd schaamteloos gebruikt. Maar ik verzeker: als je die avond thuis komt, heb je je werk niet achter je gelaten. Dan valt alles van je af."

In de politiek vormen een paar jaar een eeuwigheid. In 1999 haalt de SP een historisch dieptepunt amper 15 procent van de stemmen. Slechts twee socialisten, elk in een andere uithoek van het land, hadden min of meer electoraal standgehouden: Johan Vande Lanotte in Oostende, Steve Stevaert in Hasselt. Maar wie wordt leider van de partij? Vande Lanotte heeft een probleem, want hij was in 1999 de campagneleider geweest en er zijn er die hem de nederlaag willen aanrekenen. Ze doen dat niet openlijk, maar ze doen dat door bij Stevaert te flemen om het voorzitterschap op te nemen.

Stevaert: "Dat zou slecht geweest zijn. Voor mijzelf en voor de partij. Dan was de SP een te beperkte Stevaertpartij. En we waren nodig in de regeringen. Ik als viceminister-president in de Vlaamse, Johan als vicepremier in de federale. Vandaar dat het ordewoord was: met zijn allen een kandidaat-voorzitter headhunten. Het liefst een Antwerpenaar, die we daar konden lanceren." Louis Tobback had al voor de verkiezingen laten verstaan: "Janssens (die toen als extern adviseur de communicatie verzorgde, wp) heeft goesting om zelf in de politiek te gaan." En zo werd Patrick Janssens voorzitter. Hij houdt zich in de eerste plaats bezig met het puin ruimen van Agusta. De sp.a verlaat de Keizerslaan en vestigt zich in de herbouwde kantoren op de Grasmarkt, pal boven de Agoragalerij en haar eeuwige, penetrante geur van goedkoop leder. Sinds Janssens is dat de uitvalsbasis van de partijvoorzitter. Vande Lanotte zal er ook komen, vroeger dan hem lief is.

Maar daarop wijst nog niets tijdens paars-groen, de tijd dat de 'Teletubbies' het levenslicht zagen. Dat was eigenlijk een voortzetting van een oude socialistische vorm van partijleiding: een collectief. In de jaren van Van Miert heette dat 'De Bende van Vier (of Vijf)', nu kreeg dat een vrolijkere en alleszins minder grimmige naam.

Binnen 'de Tubbies' had elk zijn plaats. Stevaert: "Je zat daar met drie professoren die allemaal een tijd in Cambridge of Oxford hadden gestudeerd - Frank natuurlijk in beide - en ik als cafébaas. Dat levert per definitie een andere kijk op de politiek op. Vande Lanotte was de man met de brugfunctie. Als bijvoorbeeld Frank iets voorstelde en ik zag dat niet zitten, mompelde ik meestal mijn bezwaar. Maar ik deed dat nogal intuïtief: 'Dat werkt niet.' Johan pikte dat op en kon als geen ander binnen de minuut rationeel en helder, en veel sneller en beter dan ik, uitleggen wat ik intuïtief aanvoelde."

Vande Lanotte zou hem ook opvolgen, toen hij in de lente van 2005 zo onverwachts bekendmaakte dat hij gouverneur van Limburg werd. Stevaert: "Er is toen geschreven dat er twijfel was tussen Freya Van den Bossche en Johan Vande Lanotte. Dat klopt niet. Dat Vande Lanotte de enige was die voorzitter kon worden, was de logica zelve. Er was geen alternatief. Er is wel nagedacht of Freya de juiste vicepremier zou zijn. Maar wat was het alternatief? Bruno Tobback? Peter Vanvelthoven? Zou dat beter geweest zijn?"

Vande Lanotte beaamt: "Ik zag het onvermijdelijke. Ik heb even overwogen om Pascal Smet te vragen als partijvoorzitter. Ik mag Smet persoonlijk wel en ik vind dat hij een juiste visie heeft op modern socialisme. En hij is geen slaaf van de PS, wat niet vanzelfsprekend is in Brussel en van moed getuigt. Maar ook dat zou niet goed zijn."

En zo kwam er een nieuw team op de Grasmarkt. Mét nieuwe accenten. Vande Lanotte bestuurt de sp.a op zijn manier, vaak uit Oostende, voortdurend gsm'end, zij het niet zo maniakaal als zijn voorganger. In Brussel worden de honneurs dan waargenomen door zijn eerste vertrouwelingen als Vivi Lombaerts, sinds 1999 zijn woordvoerster, en de nieuwe 'kabinetschef' van de partij, socioloog Koen Pelleriaux. Die merkt meteen dat er een nieuwe wind waait, ook inhoudelijk.

Pelleriaux: "Toen ik begin oktober voor de sp.a kwam werken, had Johan zijn intentieverklaring al geschreven. Ik kon beginnen aan de nieuwe 'beginselverklaring'. En zo leerde je meteen zijn nieuwe accenten kennen. Het opvallendste was natuurlijk zijn oproep tot splitsing van het werkgelegenheidsbeleid. Maar ook zijn oproep tot economische innovatie, daar was de vroegere socialistische partij ook niet echt mee bezig. Ineens had de sp.a aandacht voor ontwikkelingssamenwerking en trok de partij opnieuw de kaart van het pacifisme, door het leger te willen afbouwen. Dat verklaar je natuurlijk door zijn verleden: de man die ooit met blote voeten in de Wetswinkel ging werken."

"Hij was zelfs niet af te remmen. Hij ging zo ver in zijn voorstellen om het leger in te krimpen dat we hem zeiden: 'Johan, let toch op, want we moeten onze Navo-verplichtingen blijven nakomen.' Hij kijkt ons heel ernstig aan: 'Navo-verplichting? Maar die 0,7 procent is ook wel een internationale verplichting."

"Hij is linkser dan vroeger. Al wordt het zo niet gepercipieerd. Hij is de eerste voorzitter die handtekeningen heeft geleverd om het VB te laten vervolgen. Ik weet niet of vroegere voorzitters dat ook hadden gedaan."

Het is voor iedereen wennen aan de nieuwe manier van werken. Het geplande ideologisch congres wordt omgegooid. Stevaert had Mark Elchardus een beginseltekst laten schrijven en die wordt verlaten. Pelleriaux: "In de tekst van Mark werd gekozen voor 'vrijheid' als centraal begrip, en daaruit volgde gelijkheid, om elkeen zijn vrijheid te gunnen. Maar sommigen vonden dat dan weer te liberaal. Soit, Vande Lanotte had geen zin in een theoretische discussie. Hij wilde ook geen tekst voor de eeuwigheid. Hij wilde een tekst met voorstellen over twee, drie legislaturen. Dus niet te praktisch, maar zeker niet te filosofisch."

En vooral: hij wil dat de sp.a zich bezighoudt met de grootste uitdaging voor de volgende jaren: werk. Vande Lanotte is er echt gepassioneerd door. Hij praat er (gemakkelijk) uren over en is van mening dat dit zowat de moeder van alle thema's is voor de volgende verkiezingen. Hij wil een staatshervorming vooral om zijn voorstellen te kunnen realiseren. Wie wil weten wat de politicus Vande Lanotte drijft, zal dat discours moeten aanhoren, of men mist het cruciale punt.

Johan Vande Lanotte: "Er staat veel op het spel. Als we er niet in slagen om honderdduizenden werklozen naar een job te begeleiden, is ons sociaal model niet meer houdbaar. Het Belgische model heeft één apart nadeel: zelfs bij hoogconjunctuur blijven er veel werklozen. Ook in Vlaanderen. Onze activiteitsgraad bedraagt 65 procent. Dat is redelijk laag, gezien onze hoge productiviteit. Als we die trend tijdens de volgende legislatuur niet kunnen ombuigen, zullen we moeten erkennen: 'Oké, het lukt niet.' En dan kunnen we niet anders dan ingaan op de vraag van de bedrijven naar goede werkkrachten. Ondanks onze vierhonderdduizend werklozen moeten we dan een nieuwe migratie aanvaarden.

"Neem Flanders Bakery, een industriële bakkerij hier in Oostende. Ze hadden een belangrijke investering gepland, deels om meer te kunnen exporteren. Maar die plannen zijn nooit uitgevoerd, alleen omdat het bedrijf vreest dat er onvoldoende personeel te vinden is. Onlangs keurde de (internationale) raad van bestuur van Bekaert een investering goed voor de bouw van een nieuwe afdeling. In België, ondanks onze loonkosten, dus. Uiteindelijk verhuist die afdeling toch naar China. Niet omdat de arbeid ginds goedkoper is. Omdat er ginds voldoende geschikt personeel is en hier niet.

"Er zullen dus van beide kanten inspanningen moeten komen. We moeten mensen beter opleiden en hen meer dan één skill aanleren. En de werkgevers zullen niet-perfecte werknemers moeten aanvaarden. Elk bedrijf dat een machine koopt, calculeert in dat die drie maanden nodig heeft om optimaal 'afgesteld' te raken. Maar een arbeider moet na drie dagen aan alle verwachtingen voldoen of het bedrijf belt naar het interimkantoor voor een vervanger. Die vaak ook niet meekan. Die logica kost de bedrijven handenvol geld.

"Het oude sociale model verzekerde tegen risico's die we liever niet liepen: ziekte, invaliditeit, werkloosheid. In het nieuwe sociale model komt daar één functie bij: opleiding. We verzekeren voor een begeleiding bij overgangen van het ene werk naar het andere. Dat geldt ook voor mensen die denken dat ze hooggekwalificeerd zijn. Beeld je maar in: je bent telexspecialist en ineens zijn er geen telexen meer. De nieuwe sociale zekerheid zal ons verzekeren tegen competentieverlies. De Denen hebben dat ontwikkeld. Ze noemen het 'flexsecurity'."

Het ziet er vooral Chinees uit: een overheid die dwang gebruikt om de economie te helpen. Dwang naar werklozen, ook dwang naar bedrijven.

"Dat klopt. Als tegenprestatie voor hun opleiding vragen we onze werklozen dat ze hun kans móéten gaan. Lukt het niet, tant pis, maar ze moeten proberen. Zo niet verliezen ze hun uitkering. Het is toch een ander model van vroeger. Voor een socialistische partij was het zelfs tricky om het voor te stellen.

"Het is een omkering van het paradigma. We hebben in Oostende nieuwe bedrijven aangetrokken. Dat gebeurde enkel omdat de overheid massaal in opleiding heeft geïnvesteerd. We hebben de beschikbare jobs in kaart gebracht en vervolgens hebben we de juiste mensen naar de gepaste bedrijven gebracht. Dat is de reden voor de groei van onze bedrijven.

"Hoe vreemd het ook klinkt, maar alles begon met het faillissement van de Regie van Maritiem Transport (RMT). In 1995 kreeg ik veel stemmen van mensen die hoopten dat ik de RMT zou openhouden. Dat was ook mijn voornemen. Maar toen ik begreep dat de nieuwe investeerders dat niet zagen zitten, heb ik meteen gezegd: 'Dan maar sluiten en voor ander werk zorgen.'"

Aan zee geen lijdensweg zoals bij de Limburgse mijnen.

"Dehaene zei: 'Laten we het nog een paar jaar proberen. Misschien lukt het wel.' Ik vond dat geen optie. De kans was groot dat alles toch zou kapseizen en dan was Oostende al dat geld kwijt. We hebben toen een heel goed sociaal plan afgesproken en nieuwe industrieterreinen aangelegd. En vandaag is de jeugdwerkloosheid hier lager dan in het Vlaams Gewest."

U moet de nieuwe minister van Werk worden.

(onverstoorbaar) "Ik heb geen zin om alleen te verdedigen wat ik heb: lage pensioenen, beperkte werkloosheidsvergoedingen.

"De uitspraak 'de staat heeft niets meer te zeggen' is een romantisering van de staat van vroeger. In de 19de eeuw kon Vlaanderen niet zeggen: wij hebben steenkoolmijnen. Wij hadden dat niet en dus bleven we arm. In de 20ste eeuw kon Wallonië niet zeggen: we hebben havens en dus gingen ze achteruit. In de 21ste eeuw kunnen we allebei zeggen: we hebben competentie in huis.

"Ik geloof in het discours van maakbaarheid. Ik hou niet van het ondergaan van de geschiedenis."

Lucebert schreef nochtans: 'Alles van waarde is weerloos.' U verheft de weerbaarheid tot iets moois.

Vande Lanotte: "Dichters moeten emoties teweegbrengen, maar ze de waarheid niet spreken. In het dat geval zijn we terug bij Multatuli (declameert uit het hoofd):

"Wil men woorden in het gelid zetten

Doe het dan

Maar zeg niet wat niet waar is

Zeg niet: 'De lucht is guur, het is drie uur

Als om negen uur 's morgens de zonne schijnt"

Pelleriaux: "Vande Lanotte kent iets van poëzie. Dat verraste mij, maar hij leest het echt veel. Dat was een onverwachte kant die ik niet vermoedde voor ik voor de sp.a kwam werken.

Lombaerts: "Dat merk je ook aan de literatuur die hij graag leest. Hij houdt van een sprookjesachtige sfeer, iets van het magisch realisme. Of zijn favoriete films. Hij was vorig jaar wild van de Koreaanse Bin-Jip, met dromerige scènes waarin een jongen tegen een plafond kan hangen. Maar denk niet dat hij een mijmerend leven leidt. Het is nu minder hectisch dan toen hij vicepremier was, maar zijn agenda is nog altijd chaotisch. Altijd maar bezig. Altijd mensen opjutten. Ik heb het soms over 'de guerrilla in zijn hoofd'. Soms is het een ADHD-kind. Vandaar dat basket zijn favoriete sport is. Bal in de hand: bam-bam-bam-bam. Hij kan niet stilzitten."

Vande Lanotte: "Ik ben een competitiebeest. Ik kan niet tegen mijn verlies. Als kind al niet bij het knikkeren, niet bij verkiezingen, nooit eigenlijk. Ik word er ongemakkelijk van. Als in een discussie een kabinetschef een cijfer geeft en ik heb een ander getal voor ogen, dan hoop ik dat ik het juist heb. Anders is het kniezen."

Brice De Ruyver: "Ik weet niet hoe hij het combineert. Weet je dat hij als professor in Gent de hoogste scores haalt bij de evaluaties van studenten. Sommige collega's doen daar geweldig jaloers over, maar presteer het maar. Hij geeft op waanzinnige onpopulaire lesuren college. Vrijdagavond, bijvoorbeeld. Hij heeft de reputatie van een 'buizer' bij de examens. En toch waarderen ze hem. Dat betekent dat hij een heel straffe lesgever is. Ik hoop dat hij ooit rector wil worden. Als hij zich dan voor de universiteit zou inzetten zoals hij dat nu doet voor Oostende en West-Vlaanderen, zou dat elektriciteit door Gent jagen, dat kan ik je verzekeren."

Maar eerst zijn er nog de verkiezingen. Johan Vande Lanotte is kandidaat-premier.

Zou hij het kunnen? Ja, zegt Elio Di Rupo, overigens zelf ook kandidaat. "Een federale regering leiden is niet gemakkelijk, omdat er meer gevoeligheden zijn, meer tegenstellingen. Vandaar mijn bewondering voor Johan Vande Lanotte. Weinig mensen weten dat hij een van de creatiefste ministers is. In de moeilijkste situaties was hij het meestal die als eerste een oplossing vond. In het debat wie straks de eerste minister wordt, maakt hij een erg goede kans."

Zou hij het worden? Een specialist in politieke communicatie heeft zijn twijfels. "Vande Lanotte is een Dehaene, een kabinetschef die het tot premier kan schoppen. Alleen is de CVP destijds niet de verkiezingen ingegaan met 'Dehaene kandidaat-premier'. Ze zouden in 1988 of 1991 nogal uitgelachen zijn. Want zolang Dehaene geen premier was, kon hij buiten de inner circle van de Wetstraat niemand van zijn kunnen overtuigen. Dat is ook het probleem van Vande Lanotte: niet eerste minister zijn, maar het worden."

Zou hij het echt willen? Vivi Lombaerts: "Aanvankelijk heerste toch schroom. Stelden we ons niet te veel aan? Ons motto was: 'Show, don't tell.' Maar de journalisten bleven maar bellen: is hij nu kandidaat-premier, of niet. Maar Johan zweeg. Ik heb hem toen gezegd: 'Elke keer dat ik die vraag nog krijg, trek ik een streepje.' Na een maand had ik er 54 streepjes. Maar hij wilde nog altijd niet.

"Tot hij op een debat van ATV zes volle minuten lang maar één vraag kreeg: 'Bent u kandidaat-premier?' Het ging over niets anders en hij moest zich beperken tot het betere slalomwerk. Johan kwam uit die studio en zei: 'Vivi, dit nooit meer. Hiervan word ik zot.' 'Dan is het de full monty, Johan', zei ik. Maandag kreeg hij groen licht van het partijbureau en vanaf toen ging hij ervoor.

"Belangrijk is dat hij weet dat hij niet ridicuul zal overkomen. Met zijn staat van dienst, met zijn opleiding als grondwetspecialist is Johan Vande Lanotte geen belachelijke kandidaat om een regering te leiden met een zware staatshervorming op de agenda. (beslist) Zijn portret is even mooi geschilderd als dat van de twee andere kandidaten."@7 QUOTE Gladiatoren:Het oude sociale model

verzekerde tegen risico's die we liever niet liepen: ziekte, invaliditeit, werkloosheid.

In het nieuwe sociale model komt daar één functie bij: opleiding. We verzekeren voor een begeleiding bij overgangen van het ene werk naar het andereElio Di Rupo:

Johan Vande Lanotte is een van de creatiefste ministers. In het debat wie straks de eerste minister wordt, maakt hij een erg goede kans

Een specialist politieke communicatie:

Vande Lanotte is een Dehaene, een kabinetschef die het tot premier kan schoppen.

Alleen is zijn probleem

hetzelfde: niet eerste minister zijn, maar het worden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234