Dinsdag 07/12/2021

‘Ik kan niet leven met de handrem op’

Bart De Wever overheerst nog altijd alle politieke pop polls, maar achter de N-VA-voorzitter beweegt er een en ander. Bijvoorbeeld: Hilde Crevits (°1967), Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken, zit intussen in de top tien van populairste Vlaamse politici. Die positie lijkt een bevestiging van de honderdduizend stemmen die ze als lijsttrekker in West-Vlaanderen haalde, een confirmatie ook van haar stijgend gewicht in de Vlaamse regering. Een gesprek met een politica die zich ‘jeunt’ in haar job: ‘Ik krijg soms een kick van wat ik als minister allemaal kan doen.’

revits is nog relatief nieuw in de politiek, ze is vrouw en blond: aan vooroordelen geen gebrek om haar af te doen als een niemendalletje, een vrolijk snoetje om de regering te vullen. Maar intussen stààt ze er wel. Nog niet op de grote politieke dossiers, wel in haar vakgebieden. En in de media. En wat opvalt: terwijl haar Oost-Vlaamse partij- en generatiegenote Joke Schauvliege als minister van

Cultuur nu al maanden spitsroeden moet lopen voor de verzamelde culturele sector, slaagde Crevits erin om een anticampagne te vermijden. Hoe ze dat deed, is voor de buitenwereld niet duidelijk. Behalve dat ze op één of andere wijze duidelijk aanwezig is in de pers: de online databank Mediargus telt voor 'Hilde Crevits' in totaal al 11.475 hits voor haar niet eens zo lange carrière - zo veel kranten- en tijdschriftartikelen zijn er al over haar verschenen. Het laatste jaar alleen staat de teller op meer dan 3.091 (bij afsluiten van de kopij van dit interview, het kunnen en zullen er inmiddels al meer zijn): elke dag opnieuw gemiddeld tien artikelen over de immer optimistische vrouw uit Torhout.

Hilde Crevits: “Wij zijn het meest bevraagde kabinet van het land. Alle mogelijke vragen moeten we aankunnen. Ook ‘Waarom liggen er steentjes en ligt er geen asfalt in die straat in Oostkamp’ tot ‘Waarom is in Aartselaar dat licht al zo lang stuk?’ In het begin dacht ik dat het niet de taak was van het kabinet om daarmee bezig te zijn. Maar de pers blééf maar bellen. En mijn woordvoerder kon dan wel zeggen dat in elke Vlaamse provincie een specifieke ingenieur verantwoordelijk was voor de technische communicatie, maar de commentaar in de pers luidde onveranderd: ‘Het kabinet was niet bereikbaar.’ Of: ‘IJzige stilte bij Crevits.’ Dus antwoorden wij nu wel, al proberen we zo veel mogelijk door te spelen naar de vijf provinciale woordvoerders.”

Het heeft toch niet alleen met uw bevoegdheid te maken, maar ook met uzelf. Toen u nog niet in het parlement zetelde, was u al advocaat en assistent aan de Gentse rechtsfaculteit, u zat al snel in de besturen van het Davidsfonds, van Familiehulp, u werkte mee met de KAV en Vakantiegenoegens. En het ACW had u als nationaal bestuurslid afgevaardigd naar de Vlaamse Huisvestingsmaatschappij. En u had toen al kinderen.

“Mijn zoon is geboren een jaar nadat ik afstudeerde, ja. Met ouder worden is het misschien een beetje minder geworden, maar ik heb inderdaad een vrij tomeloze energie. Dat uit zich onder meer in mijn behoefte aan sport. Aan hevige sport. Niet zomaar wat fitnessen: ik wil hard lopen, echt tot mijn limiet. Door een operatie aan mijn rug lukt dat niet meer, en dat werkt in op mijn humeur. Ik heb fysieke uitdagingen nodig, en ook intellectuele en politieke. Pas als ik veel van die uitdagingen tegelijk aankan, ben ik echt gelukkig.”

Een streber, of klinkt dat te negatief?

“In de lagere school en de humaniora en zelfs aan de universiteit in Gent was ik nochtans niet de grote leider van de groep. Ik was vooral bezig met mijzelf, met mijn muziek en mijn vriendinnen. Politiek lag toen nog volkomen buiten mijn horizon. Toen ik studeerde was mijn grote ambitie ooit prof worden, een academische carrière beginnen. Ik ben zes jaar assistent geweest van professor Hubert Bocken, een schitterende tijd, een perfecte leerschool ook. Maar dat was maar een halftime job, en dus dacht ik: laat ik dan maar advocatuur erbij doen. Zo heb ik mijn latere associé leren kennen. Op een dag pleitten wij in de raadkamer tégen elkaar. ’s Avonds belt hij me en vraagt me om bij hem in het advocatenkantoor te komen. En ik voelde me goed bij dat gesprek, en heb het gedaan. Ik ben zeer trouw in mijn contacten, en onderhoud die ook. Na een jaar of vier heb ik de keuze gemaakt om voluit voor de advocatuur te gaan, en niet laner voor een doctoraat aan de universiteit. Politiek was er toen nog altijd niet bij: die liefde stond zeker niet in de sterren geschreven. Ik was hoogzwanger toen ik de eerste keer de ACW-secretaris van Brugge leerde kennen, Toon Vanhoutteghem. We hebben drie minuten met elkaar gesproken en ik dacht: ik zal me daar thuis voelen. En dat is nog altijd zo.”

Maar het is toch niet zo dat het leven en de politiek u alleen maar overvallen, van buiten uit. U zoekt de pers toch doelbewust op? U was nog maar pril schepen in Torhout en u schittert al in een freakerig programma op Vitaya. Dat 'overkomt' u toch niet?

“(schaterlacht) Toch wel. Ik was schepen in Torhout, net zoals mijn partijgenote Martine Van Hecke. ‘Hilde’, zegt Martine op een dag, ‘ik heb een fantastisch cadeau voor jou.’ We zouden voor Vitaya een ‘extreme make-over’ doen: de een mocht een look kiezen voor de ander. Als twee pubers zijn we naar de studio's gegaan. Ze hebben mij een hoop rosse krullen gegeven. Ik stond daar in een rok die niet bij mij hoorde, met een sacoche die niet bij mij paste. Op tv sprak ik toen de hilarische woorden: ‘Ik ben precies mezelf kwijt.’ Het was ver-schrik-ke-lijk. En tot overmaat van ramp zonden ze twee jaar later dat programma opnieuw uit. Wéér zoveel sms'en: ik kroop onder de tafel van schaamte. Maar uiteindelijk heb ik er de beste herinneringen aan. We waren meisjes die met het leven speelden. Het was tegelijk onwennig en zalig. En het gaf me later in de politiek de rustige zekerheid: wat men mij ook wil aanpraten: een nieuwe look, never! (lacht)”

Is dat nog altijd niet de beste definitie van uw persoon? Hilde Crevits als het eeuwige meisje dat met het leven speelt: laat de zaken maar op mij af komen?

“Ik wil dat graag zo houden: what you see, is what you get. Tot ik oud ben. Toen ik minister werd, kreeg ik 'goede raad': 'Hilde, je zal nu toch wat meer op je uiterlijk moeten letten. Hier en daar iets veranderen.' Ik heb het niet gedaan. Als zou blijken dat ik toch niet goed genoeg zou zijn voor de politiek, dan stop ik liever dan mijzelf geweld aan te doen.”

Dat was ook de opmerking van uw ACW-vriend na uw beruchte fotoshoot in Nina, de weekendbijlage van Het Laatste Nieuws, waar u op de cover prijkte met hoge hoed op het hoofd en muis in de hand: u had dat niet moeten doen. U deed uzelf wat geweld aan.

“Toon zei eigenlijk: 'Je hebt dat niet nodig. Je moet blijven wie je bent.' Ik heb toen veel en harde kritiek gekregen, (priemende ogen naar de interviewer) ook in De Morgen. En ik zal het nooit meer doen. Maar ondanks alle heisa heb ik me die Nina-shoot nooit beklaagd. Weet je wat mij deugd deed? Nina verschijnt op zaterdag, en op zondag moest ik scampi's bakken op een wandeltocht van Wereldsolidariteit (de NGO van het ACW, WP). Ik zeg tegen mijn echtgenoot: 'Ik durf niet.’ We gaan toch, en al die mensen hadden die foto's gezien en gaven commentaar. Die was onveranderd positief. Het waren natuurlijk vooral West-Vlamingen, en die waren zo fier, zo van: 'Ons Hilde, ge moet ze eens zien met haar chique kleren.’ Die dag heeft me gewapend tegen alles wat de week nadien volgen zou in het Vlaams Parlement en in de pers. Als je iets doet, moet je achteraf vooral geen spijt hebben. Want dan ben je ook nog eens alle plezier kwijt.”

Maar u balanceerde wel op de grens tussen politica en BV. Wat hou ik voor mezelf, wat geef ik bloot - figuurlijk, in uw geval - wat gooi ik te grabbel? De keuze die elke politicus moet maken, en waartoe zeker elke jonge politica gedreven wordt.

“Je zal erg moeten zoeken om een foto te vinden van mijn kinderen of mijn man. Hij is architect, heeft zijn leven en zijn carrière. Wij volgen die lijn zo scrupuleus dat niemand hem kent. Vorige zomer botsen we op Rock Werchter op een journalist, en die wil een foto van ons. Ik zeg hem: ‘Van mij wel, maar mijn man zal dat niet zo plezant vinden.’ Gelukkig is er ineens CD&V-parlementslid Jef Van den Bergh. ‘Komaan Jef’, roep ik, ‘met mij op de foto.’ Ik zeg lachend tegen die journalist: ‘Dat hier is mijn man, en deze mijn vriend' - ik dacht dat die man een Antwerps CD&V-parlementslid als Jef Van den Bergh wel kende. Wat staat er de volgende dag in de krant. Ik en Jef, met als onderschrift: ‘Minister Hilde Crevits met haar vriend.’ (schaterlach) Mijn man heeft toen toch gezegd dat hij zich de volgende keer wel zal opofferen. U zou eens moeten weten hoeveel vragen we krijgen op het kabinet: mogen we een interview met uw zoon, uw man, uw dochter?

“Samen met mijn man heb ik strakke lijnen uitgezet. Ze hebben mij opnieuw gevraagd voor Mag ik u kussen van Bart Peeters. Ik heb vorig jaar geweigerd, ik heb het nu weer gedaan. Het is een heel knap programma, maar ik bewaak dus mijn grens.”

Echt? U bent een van de weinige ministers die journalisten haast verplichten hun professionele afstandelijkheid even achterwege te laten en u een direct compliment te geven: 'Mevrouw Crevits, u ziet er goed uit.'

“(een beetje verbouwereerd) Waarom?”

Omdat u in dat Nina-interview zei: ‘Ik hou ervan dat mannen regelmatig zeggen dat ik er goed uitzie.' Vanitas vanitatum et omnia vanitas (IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid)?

“(hartelijke lach) Vroeger zou ik hebben gedaan zoals de meeste vrouwen die een compliment krijgen als ze een mooie trui dragen: (gespeeld verwonderd) ‘Vind je dat echt?’ Natuurlijk dat die trui mij staat, anders zou ik die ook niet gekocht hebben. Ik ben inmiddels bevrijd van die valse bescheidenheid. Als iemand je een compliment geeft, aanvaard dat dan.

“En ja: ik doe het inderdaad ontzettend graag. Ik vind dat je in de politiek trots mag zijn op je eigen keuzes, en dan moet je die keuzes ook verdedigen. (op dreef) Ik doe graag aan politiek. Het is mijn leven. Ik sta ermee op en ik ga ermee slapen, en ook in het weekend ben ik er dus mee bezig. Maar het is pas laat tot mij doorgedrongen dat het mijn ding was.”

En het gaat snel. U was in 2009 lijsttrekker voor de Vlaamse verkiezing in West-Vlaanderen, in 2010 was dat Leterme voor de federale. U haalde 101.633 voorkeursstemmen, hij 101.830. U bent nu al even populair als de populairste CD&V'er sinds Leo Tindemans.

“(snel)Yves had nog altijd meer stemmen dan ik, en ik gun hem dat. Mijn recept is: ga uit van je eigen sterkte. Toen ik in 2004 voor het eerst in het parlement verkozen raakte, was dat na een campagne waarin ik me bewust niet als antipaars had geprofileerd. Al die mensen en sociale organisaties die nu tégen N-VA oproepen: ik vind dat niet goed. Ook als advocaat heb ik mij nooit laten intimideren door de tegenpartij, ook al waren de confraters ouder en hadden ze veel meer ervaring. Als je zelf kracht uitstraalt, kun je mensen inspireren. Als je mensen kunt inspireren, hebben ze vertrouwen in jou. Wie je vertrouwt, zal misschien ook op je stemmen. Dat is mijn eenvoudige logica.”

Zou u dat ook niet meer en duidelijker aan uw eigen partij moeten zeggen: ‘Geloof in eigen programma. Loop niet de N-VA na.’ Want die kritiek leeft wel binnen CD&V: Crevits houdt zich met haar eigen beleid bezig, haar verkeerslichten, haar flitspalen en haar strooizout, maar niet met de wezenlijke politiek.

“Ik ga daar niet mee akkoord. Er is een werkgroep onder leiding van Rik Torfs en Inge Vervotte die zich buigt over het programma en de toekomst van de partij. Intussen communiceert de voorzitter over de lijn van de partij, en Wouter Beke doet dat goed. Dat is dus niet aan mij. Als mijn partij ooit vindt dat ik een nuttige taak kan vervullen door mij bezig te houden met de algemene lijn, wil ik dat dan best doen. Maar die vraag is nu niet aan de orde.

“Ik probeer intussen het wezen van de christen-democratie te vatten in mijn beleidstaken. Ik ga dus niet akkoord met de kritiek dat de zaken waarover ik communiceer, niet wezenlijk zijn. In een krant schreef een columnist ooit in één en hetzelfde stuk dat ‘Crevits niet bezig is met de wezenlijke problemen van de mensen’, om mij tegelijk af te kammen dat ik mij maar profileerde met ‘de energiefactuur’. Sorry hoor, dubbel glas bepaalt inderdaad de energiefactuur, en die factuur weegt zwaar op het inkomen van veel mensen en is echt wel een wezenlijk probleem. Misschien maken we in de politiek wel de fout om mensen te weinig aan te spreken over wat we precies doen. Ik krijg soms een kick van wat ik als minister allemaal kan doen. En ondanks de crisis waarin onze partij momenteel verkeert, krijg ik erg goede reacties op mijn werk. Dat sterkt mij, en dat zorgt ervoor dat ik mijn job graag doe.”

Ook dat hoort bij het systeem-Crevits: u laat uw kabinet keihard werken.

“(terwijl de woordvoerdster instemmend knikt) Ik denk wel dat ik de lat hoog leg. Ik kan er niet tegen als een kabinetsmedewerker zegt: 'Het loopt wel fout, maar ik kan daar niets aan doen.’ Daarvan word ik, op zijn West-Vlaams gezegd, onnozel. Of als ik naar een uitleg vraag en de ambtenaar of kabinetsmedewerker zegt: ‘Omdat het altijd al zo geweest is.’ Dan vlieg ik op. Ik erger mij zo vaak aande interpretatie van regeltjes om de regeltjes: sommige ambtenaren verschuilen zich daarachter en denken niet meer na, want ‘dat is nu eenmaal de Vlaamse regelgeving’. Ik vecht graag, maar je kunt dat maar als je wapens hebt. In de politiek zijn wapens: argumenten.

“Toen ik eens met Johan Vande Lanotte ging eten, gaf hij mij de raad: ‘Als je een tegenstander wil inschatten, stel eens een inhoudelijke vraag over een dossier. Dan weet je het wel.’ Ik neem dat wel ter harte. Je moest mij eens zien toen ik drie jaar geleden in de regering kwam, een club met ijzervreters als Kris Peeters, Dirk Van Mechelen en Frank Vandenbroucke. In een van je nota's staat een technische term, en die oude ministers vragen ineens (imiteert schoolfrik-intonatie) ‘En wat betekent dat woord daar?’ Dan kun je schaapachtig lachen of verlegen worden, maar je kunt ook zeggen: ‘Het betekent dit.’ En dan houdt dat spelletje snel op.”

U staat op uw strepen. Dat dateert al van voor uw politieke carrière. Als jonge advocaat pleitte u jaren geleden al in een zaak over een katholieke verzorgingsinstelling waar pedofiele broeders slacht-offers maakten bij mindervalide patiënten. Luidens een waarnemer 'nagelde u in uw pleidooi een schuldige broeder zonder veel complimenten aan het kruis'. Dat is niet evident voor een jonge CD&V-politica die nog carrière moet maken, zeker niet in West-Vlaanderen.

“Dat klopt, ja. Ik heb dat gedaan. Dat heeft toch te maken met een gevoel van rechtvaardigheid? Ook nu weer draaide mijn maag om toen ik vernam wat er gebeurd is in de zaak-Vangheluwe. En de uitleg van aartsbisschop Léonard vond ik schandalig, en dat heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken.

”Mijn confrater en ik hebben destijds flink gediscussieerd over het dossier. Je hebt soms lucratieve zaken, somsheb je er ook waaraan je amper verdient, maar die je moet doen. En dan ga ik voluit, ja: ik kan niet leven met de handrem op.

“Ik heb wel meerdere slachtoffers verdedigd, niet alleen in die zaak. Ik maakte mee hoeveel echtscheidingen uitdraaien op een bitter gevecht. Ik heb er leren compromissen sluiten, ook moeilijke. Maar ik heb ook de andere kant leren kennen. Als de klant lastig is, ben je als advocaat ook lastig.”

Hebt u als advocaat ook leren dissociëren, en komt u dat van pas als politica: met vuur verdedigen wat u diep in uw hart eigenlijk fout vindt?

“Het is part of the job van elke advocaat: je moet je cliënt verzorgen. Dat is anders in de politiek. Ik deed mijn job als advocaat echt graag, en wellicht is dat er de oorzaak van dat ik mijn politieke passie te lang heb onderdrukt. Maar ik had aan de balie niet het gevoel dat ik aan iets bouwde. In de politiek heb ik dat wel. Nu ben ik constant met samenlevingsproblemen bezig. Het is een atypische stelling in deze barre tijden, maar ik ga niet akkoord met het beeld van politici als mensen die alleen om zichzelf bekommerd zijn, en niet om de samenleving. (boos) Sorry hoor, je moet eens zien wat Jo Vandeurzen allemaal doet voor die problematische jongeren.”

De discussie over de staatshervorming is natuurlijk een zwart gat dat alle aandacht opzuigt.

“Die staatshervorming is natuurlijk nodig. Ik zou vanuit mobiliteit ik-weet-niet hoeveel domeinen kunnen opsommen waarvoor ik graag bevoegd zou zijn. Maar ik laat mijn dag niet verpesten door de crisis in de federale regeringsvorming.”

U bent 43 jaar. U bent al aan uw tweede ministerpost toe. En intussen zeggen ze binnen en buiten uw partij: 'Hilde Crevits is erg ambitieus.’ Maar wat voor ambitie kun je hebben als je na zeven jaar nationale politiek al aan je tweede ministerpost bent. Minister- president? Partijvoorzitter?

“Of misschien weer advocaat worden? Ik heb in de politiek geen andere ambitie dan wat ik vandaag doe. Onlangs stond in een krant dat ik burgemeester van Torhout zou willen worden.Maar allez gij, moet ik dan voortdurend wakker liggen van zaken die ik niet eens zelf in de hand heb? Dan zou ik alleen maar jaloers worden, of bang.

“En angst is een gevoel dat ik uit mijn leven wil bannen. Mijn eerste vragenuurtje in het parlement: vreselijk. Je kunt me geloven of niet, maar als door een speling van het lot overmorgen mijn politieke leven voorbij is, weet ik dat ik naar mijn advocatenassociatie kan. Zeker, ik zal zes maanden doodongelukkig zijn, want ik doe dit werk verschrikkelijk graag. Maar ik was vroeger ook vreselijk graag advocaat. Waarom zou ik nu piekeren over mijn toekomst of treuren over wat ik niet ben?”

Leg dat eens uit aan Eric Van Rompuy. Aan Fientje Moerman.

“Maar er zijn ook anderen. Kijk naar Miet Smet. Het eerste jaar dat ik in het parlement zetelde, zat ik naast Miet Smet. Dat was een godsgeschenk. Zij was geen minister meer, maar ze was een en al levensvreugde. Ze heeft me honderduit verteld over haar leven, haar loopbaan, haar ontgoochelingen ook. Toen ik mijn allereerste parlementaire vraag ging stellen, heb ik haar gevraagd of ze uit de koffiekamer wilde komen om te luisteren, zo zenuwachtig was ik. Miet gaf me dan uitleg: je moet dit en je moet dat. En je moet vooral in jezelf geloven. En, nog belangrijker: wat er vandaag ook gebeurt, laat je hoofd niet hangen.

“Ik heb twee fantastische en supergezonde kinderen. Ik heb een man die ook mijn beste maat is. Mijn vrienden van vandaag zijn dezelfde vrienden die ik al had toen ik nog geen minister was. Het ergste wat mij kan overkomen, is ziek worden. Dan is een mens machteloos. Ik heb Yves Leterme gezien toen hij als minister in Gasthuisberg lag. Ineens wilde zijn fysieke paraatheid niet meer mee en stond ook zijn politieke leven stil. En daar sta je dan, als je je al die jaren voordien volledig hebt laten opslorpen door je werk, door je drive om alles zo goed mogelijk te doen. Dat was voor mij een les: probeer je gezin maar dicht bij je te houden, ook al ben je minister. Laat je niet helemaal opeten door Het Politieke Beest.”

Maar u krijgt er ook wel wat voor terug. Hilde Crevits heeft inmiddels de eretitel gekregen van 'Vergulde Oester'.

“(proest het uit) Maar dat moet je toch begrijpen: we hadden met de Nederlanders net de Schelde-afspraken rond, dan kun je toch geen nee zeggen als die mensen uit Zeeuws-Vlaanderen je uitnodigen. Het was nogal wat, aan de zijde van Sergio Herman oesters slurpen.”

Geef maar toe: u vindt dat ontzettend fijn.

“Dat is fijn, maar dat is niet mijn grootste genot. Ik geniet het meest als we op vrijdag, met de staf van het kabinet, samen een glas drinken al we schone dossiers erdoor krijgen. Zoals de verdieping van de Westerschelde: we dachten dat het nooit zou gaan, en het lukt toch. Dat koester ik veel meer dan mijn lidmaatschap van de ‘Vergulde Oester’: iets realiseren wat moeilijk kon: dat yes-moment, daar doe ik het voor.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234