Maandag 25/01/2021

Jan Decleir

"Ik kan niet huilen op bevel. De leugen is inzetbaar, de echte emotie niet"

Beeld Stephan Vanfleteren

De voorlopig laatste in de reeks van onvergetelijke Nederlandstalige acteurs die door Margot Vanderstraeten worden geïnterviewd, is niemand minder dan onze nationale trots Jan Decleir. Stephan Vanfleteren zette dit monument van toneel en film voor zijn lens.

Het is tien uur in de ochtend en Jan Decleir, fris geschoren, in donkerblauw krijtstreepkostuum en wit hemd waarvan - conform de gentlemanetiquette - de manchetten enkele centimeters onder de mouwen van zijn jasje uitkomen, is er helemaal klaar voor.

De klus die ons te wachten staat, is niet gering. Hoe voer je een consistent gesprek over zo'n rijk professioneel leven? Hoe delf je naar de essentie van die schat aan rollen, personages, ervaringen? Hoe toon je aan dat van alle acteurs van zijn generatie, hij diegene is in wiens nabijheid wij, op de jongste generaties Vlamingen na, het meest zijn opgegroeid?

Ga je terug naar zijn allereerste theaterrol als Shakespeares Coriolanus, in 1967? Krijgt zijn werk bij de Internationale Nieuwe Scène de bovenhand, met onder meer Mistero Buffo van Dario Fo, de schrijver wiens verhalen hij later tot solovoorstellingen bewerkt? Was zijn filmdebuut in Mira belangrijker dan zijn hoofdrol in de Belgisch-Nederlandse televisieserie Sil de strandjutter, en wat houdt 'belangrijk' dan in? Waaruit haalt hij de grootste voldoening: uit zijn - ook internationaal - bekroonde rollen zoals die in Daens, Karakter, Antonia, De zaak Alzheimer... of uit zijn jaarlijkse blijde intrede als Sinterklaas? Welke Hugo Claus waardeerde Decleir het meest: de schrijver, de dichter, de schilder, de scenarist, de regisseur of de mens/zijn vriend? Welke slechterik zat hem het dichtst op de huid: Risjaar Modderfokker den Derde in Ten oorlog of de godsvruchtige Gilles de Rais, de wapenbroeder van Jeanne d'Arc die talrijke jongetjes aan zijn seksueel genot opofferde, een rol die Hugo Claus speciaal voor Decleir schreef? Welke poëzie prefereert de acteur en schilder: die van Dylan Thomas of die van de waterverf op zijn schilderdoeken, de guts in zijn houten tableaus misschien? Lag zijn rol als directeur van Studio Herman Teirlinck hem het minst van alle? Waar komt het speelvirus van de Decleirs vandaan: zijn broer, zus én drie kinderen blijken ermee besmet?

Het werd niets van dit alles.

Beeld stephan vanfleteren

Of toch.

Met dit gesprek is het niet anders dan met het schuim van de drie cappuccino's waaraan Jan Decleir deze ochtend nipt. Zonder de bovenste laag smaakt de onderste niet. En blijft er niets aan de lippen kleven.

U schuwt woorden als 'topacteur' en 'geboren talent'. Maar hoe u het ook draait of keert: ik zit hier tegenover een monument.

"Zo zie ik mezelf niet. Een monument moet hinderen, in de weg staan, ons verplichten eromheen te lopen. Dixit Herman Teirlinck.

"Teirlinck was zo'n monument. Hij was een volksmenner, zo je wil. Hij wilde het volk via cultuur optillen, ontvoogden, emanciperen. Op de normen en waarden waarvoor hij ijverde, diende de gemeenschap te worden gebouwd, vond hij. Als kunstenaar had je niet altijd een boodschap aan zijn visie. Maar ik omhels Teirlincks pleidooi voor een overheid, die als een goede vader het volk bij de hand neemt en het zonder vrees de wereld van kunst en cultuur binnenleidt.

"Jammer genoeg wordt Teirlinck, in het hele Vlaamse discours, vandaag nooit meer genoemd. Wij, Vlamingen, zijn een volk van beeldenstormers. We halen graag monumenten neer."

U gelooft nog altijd in volksverheffing? Ook als wapen tegen barbaren?

"Absoluut. Al besef ik dat termen als 'volksverheffing', 'wapens' en 'barbaren' beladen begrippen zijn.

"Het wapen is cultuur. Maar cultuur krijg je niet zomaar. Cultuur verwerf je, is het resultaat van oefening, van werken aan je gedrag, je inzicht, je kennis, je creativiteit... Wat is beleefdheid anders dan een uiting van cultuur? Mildheid? Een gevolg van inzicht in de menselijke conditie. Cultuur dus.

"Ken je het plein voor de Nationale Bank hier in Antwerpen? Met het standbeeld van Leopold I op zijn paard? Het plein werd ooit fraai rond dat centrale standbeeld ontworpen, zoals ze dat in alle grote steden doen. Trams en auto's moesten om Leopold heen. Tot men in deze stad op een dag besliste dat de tram rechtdoor moest kunnen. Wat deed men toen? Men keerde Leopold, en dan ook nog zonder ironie, met zijn kont naar de andere kant.

"Het plein is om zeep. Het centrum is weg, en er vindt niet langer een verbinding tussen mens, stad en geschiedenis plaats. Maar het verkeer vloeit, dat wel.

"Op die manier gaat men ook met intellectueel en cultureel erfgoed om. De economie wordt op een voetstuk geplaatst, en alles waarvan het nut niet in cijfers kan worden uitgedrukt, maar dat minstens even onontbeerlijk is, schuift men opzij of haalt men neer."

Een monument moet hinderen, zegt u. Heeft u dat als acteur toch ook niet proberen te doen? Heeft u, in het spoor van Louis Paul Boon, de mensen niet een geweten willen schoppen?

"Dertig jaar geleden wel. Vandaag veel minder.

"Ik weet trouwens niet of Boon de mensen echt een geweten wilde schoppen. Het is mogelijk. Maar ik denk dat hij vooral elke vorm van behaagzucht schuwde en daarom consequent opkwam voor het recht en de plicht om tegendraads te zijn.

"Na zijn roman Pieter Daens (later verfilmd door Stijn Coninx en met Decleir in de hoofdrol; MVDS) werd Boon zowel door links als door rechts geroemd als de grootste schrijver van het land. En wat deed Boontje meteen na die aanbidding? Hij schreef Mieke Maaike's obscene jeugd (1972), een pornografische parodie!

"Volgens mij deed hij dat omdat hij op zijn hoede was voor volgelingen. Boon wilde geen rattenvanger van Hamelen zijn. Hij wilde, via de vrijplaats die een boek is en waarin alles kan en mag, het publiek desoriënteren, het verrassen en vermaken, het aanspreken op zijn kritisch vermogen.

"Theater is voor mij ook zo'n vrijplaats.

"Dus ja, in die zin werk ik inderdaad mee aan dat geweten schoppen. Zeker via mijn bijdragen aan het theater, waarvoor ik een grotere, persoonlijke verantwoordelijkheid ervaar dan voor de films waarin ik meespeel.

"Ik zie mezelf in de eerste plaats als een theateracteur. De vergankelijkheid van theater vind ik aantrekkelijk. Als het doek valt, breekt het applaus los. En daarna regeert de vergetelheid. Daarom ook hou ik van toneel, omdat elke voorstelling meteen nadat ze gespeeld is, voorgoed weg is. Voor de eeuwigheid hoeven we het dus niet te doen."

Waarvoor doet u het dan wel?

"Dat is een moeilijke vraag. Voor het moment. Voor het nu.

"Waarom willen sportlui keer na keer hun grenzen verleggen, hun lichaam en geest dermate inspannen, uitdagen, uitrekken? Waarom doe ik mezelf de druk van het theater aan? Waarvoor doe ik dat?

"Ik doe het voor mijn plezier, ook al vind ik acteren een moeilijk beroep.

"Ik doe het omdat ik de verzameling magisch vind: de groep waarin individuen opgaan, dat rituele gebeuren, al die toeschouwers die de keuze hebben gemaakt om zich gezamenlijk te laten meevoeren in iets wat uitsluitend uit verbeelding bestaat.

"Ik doe het omdat ik aan het theater, waaraan ik met plezier mijn leven heb gewijd, eveneens mijn 'goed leven' ontleen.

"Ik doe het omdat ik geniet van die vanzelfsprekende en warme connectie die er bestaat tussen theaterlieden, in binnen- en buitenland, en die dankzij onze kunst tot stand komt.

"Ik doe het omdat ik schoonheid belangrijk vind, en omdat ik schoonheid niet louter beschouw als een esthetisch begrip, maar ook als emotie. Omdat ik, samen met anderen, iets wil toevoegen aan de schepping. Want geef toe dat dit godswerk voor verbetering vatbaar is.

"Ik doe het omdat ik het onzegbare voelbaar wil maken.

"En natuurlijk doe ik het voor de dame in het wit."

De dame in het wit?

"Ik ben opgegroeid in Brasschaat. We hadden het thuis niet breed als groot gezin. Mijn vader was bediende in een klein havenbedrijf. Hij moest, onder andere, bij aangemeerde schepen douaneformulieren regelen. Al die schepen kon hij, tot de dag waarop hij van zijn baas een grijs 'deux chevauxtje' kreeg, met de tram en bus bereiken. Het openbaar vervoer bracht je in die tijd echt nog ergens. De haven was toen natuurlijk veel kleiner dan vandaag, maar in mijn kinderhoofdje ging het om de grootste van de wereld.

"Het sterkst herinner ik me een huurhuis op de Bredabaan tussen de kerk en het gemeentehuis. Dat huis, een krot eigenlijk, had één verdienste: de vernieuwde voorgevel bestond uit grote ramen, zowel op de gelijkvloerse als op de eerste verdieping. En voor die ramen keek de hele familie Decleir, grootouders, ooms en tantes, nichten en neven incluis, naar de Acht van Brasschaat, een van de belangrijkste wielerwedstrijden van die tijd.

"Aan zo'n raam heb ik als kleine jongen Fausto Coppi voorbij zien rijden. Coppi, il campionissimo, was een prozaïsch figuur. Hij, ongelukkig gehuwd, had een affaire met een getrouwde vrouw, en dat in het katholieke Italië.

"Zijn verboden liefde stond hem aan elke finish, gekleed in het wit, op te wachten. Coppi reed een wielerwedstrijd en vertelde tegelijkertijd een lovestory.

"Het gaat me om die liefde.

"Ik heb decennialang theater gespeeld vanuit de hoop dat er een meisje naar me toe zou komen, me bij de hand zou nemen en me zou meevoeren naar een Arcadië.

"Dat meisje heb ik inmiddels. Maar een deel van die spanning voor de dame in het wit blijft bestaan.

"Ik doe het dus zeker ook om de liefde te vieren."

Wanneer wist u dat u via het acteren meisjes hoopte te benaderen?

"Op mijn 14de ben ik naar de academie in Antwerpen gegaan. Ik kon goed tekenen, zei men, ik deed het ook graag. Maar mijn oudere broer, Dirk, zat op de toneelschool. En ik had een onweerstaanbare drang om bij mijn broer te zijn. Mijn keuze voor het toneel was dus conservatiever dan je op het eerste gezicht zou denken. Ik wilde me waarschijnlijk vooral veilig voelen."

Uw ouders waren katholiek en Vlaams-nationalistisch. Hun kinderen kozen voor de kunst en dat ging zonder slag of stoot?

"Ja, die dingen zijn niet met elkaar in tegenspraak, dat hebben zij bewezen. We bezochten musea, gingen naar theater, film. En onze ouders stimuleerden ons in onze studiekeuze.

"In onze familie, zowel die aan moeders als aan vaders kant, vallen zeker verhalen over collaboratie te rapen. Mijn vader, die tegen geweld was en zich daarom aangesloten had bij Het Gebroken Geweer (de pacifistische vereniging van gewetensbezwaarden en dienstweigeraars; MVDS), is na de oorlog zijn burgerrechten kwijtgeraakt. Ik heb hun verleden nooit uitgevlooid. Maar ik heb er ook niet over gezwegen.

"En over het katholicisme. Het geloof, en alles wat daarbij hoorde, was een spel voor mij. Vergeet niet dat we nog kinderen waren. Kinderen kunnen grote rituelen heel boeiend vinden.

"In de Sint-Antoniuskerk was ik misdienaar, net als mijn broer. De eucharistievieringen waren voor ons grootse theatrale vertoningen. En ook daar had je die aantrekkelijke verzameling van mensen en motieven, de dwingende opbouw van de mis, de taal, het ritme van die taal... Alles wat daar gebeurde, hoorde bij mijn leven zoals adem.

"Daarom dat het niet gemakkelijk was om afstand van dat geloof te nemen. Ik kon het enkel door mijn ouders te beliegen. Na de leugen viel de hemel klaarblijkelijk niet op mijn hoofd als straf. Dus werd ook de leugen een spel. Ik loog dat ik naar de mis ging, terwijl ik ging wandelen met een meisje. Zonder liegen: dat meisje heeft me van mijn geloof doen vallen."

Beeld stephan vanfleteren

Robbe De Herts korte film 'De geboorte en dood van Dirk Vandersteen' (1968) is om een tragische reden historisch geworden. Hij is een van de enige documenten waarin u en uw broer Dirk samen figureren. Zes jaar na de opnames verongelukte Dirk. De veiligheid die u bij uw grote broer opzocht, bleek een illusie.

"Sinds Dirks overlijden deel ik de mensheid in twee types in: zij die talent hebben om auto te rijden en zij die dat talent ontberen. Mijn broer had geen talent om auto te rijden.

"Ik weet niet veel meer van die periode rond zijn dood, nu veertig jaar geleden al. Dat is wat zo'n ingrijpende, tragische gebeurtenis met je doet. Je tracht te vergeten en wist alles eromheen weg.

"In die tijd heb ik schijnbaar ook aan films meegewerkt die ik me niet herinner. Willeke van Ammelrooy had het ooit over een Franse film waarin zij en ik samen speelden. 'Dat verzin je', zei ik tegen haar. Tot die film op een filmfestival werd vertoond. Ik kon niet ontkennen dat ik daar over het scherm liep. Maar daar hield de vaststelling op, ik kon geen enkele herinnering aan de opnames oproepen. Heel raar. Maar ook grappig."

Weet u nog dat u enkele dagen na uw broers overlijden zijn rol in 'Animal Farm' (Boerderij der dieren) van George Orwell hebt overgenomen bij theater De Werkgroep in Gent?

"Dat weet ik nog.

"Achteraf heb ik beseft dat ik dat misschien beter niet had gedaan.

"Maar door in te vallen voor mijn net overleden broer die ik zo bewonderde, die me zo veel had geleerd en met wie ik zo intens was opgetrokken, wilde ik iets in leven houden wat er niet meer was.

"En ik wilde de theatertroep helpen. De Werkgroep bestond uit vrienden van Dirk, die mensen vormden een hecht clubje, ik wilde iets voor hen betekenen omdat ik wist wat zij voor Dirk betekenden.

"Mijn aanwezigheid op dat toneel wekte bij iedereen - publiek, medespelers, medewerkers, mezelf - verschillende emoties los. Verwarring, verdriet, ongeloof, blijdschap...

"Het was een 'goed slecht idee' dat ik daar stond. Ik leek op mijn broer zoals broers dat doen. Ik werd zijn evenbeeld. Maar ik was hem niet. Het was weer een leugen, het was weer spel."

U huilt in geen van uw rollen.

"Ik kan niet huilen op bevel. De leugen is inzetbaar, de echte emotie niet.

"Maar ik kan dan weer wel helemaal ontroerd worden door het spel van een medeacteur. Op zulke momenten schiet ik vol. Dat is niet altijd handig, maar ik heb ermee leren leven."

Kunt u blozen op bevel?

"Ik niet. Maar er zullen zeker acteurs zijn die dat kunnen.

"Ik kan ook niet 'diep gaan', zoals ik dat acteurs soms van zichzelf hoor zeggen. Ik ken de fase van het 'diep gaan' niet; in elk geval ben ik als acteur nooit in die 'diepte' geraakt. Er is daar niks, denk ik weleens, dus vul ik die diepte op met fantasieën, met leugens en spel.

"Natuurlijk is er de eigen geschiedenis die ik altijd meesleur. Die hoef ik niet bewust in te zetten, die is er, altijd.

"Met de uitdrukking 'gevaarlijk leven' heb ik ook moeite; acteurs, mezelf inbegrepen, gebruiken die soms om te wijzen op die dunne lijn tussen over- en underacting. Onvoorbereid de Mount Everest beklimmen vind ik gevaarlijk, maar acteren toch niet?

"Weet je wanneer het een tikkeltje gevaarlijk wordt? Als een acteur verliefd wordt op zijn eigen stem. Ik trap soms, nog altijd, in die valkuil. Dan hoor ik hoe mooi ik klink en heb ik de neiging op die golven van genoegdoening verder te willen. En dan weet ik dat het mis kan gaan. Zodra je op de scène van jezelf begint te houden, bevind je je in een gevaarlijke zone."

Bedoelt u dat als u zegt dat acteren een moeilijk metier is?

"Acteren is moeilijk, en het is moeilijk om te zeggen waarom dat zo is.

"Ons vak is een rare, schizofrene bezigheid. Het is niet, en het is. Een acteur beheerst de kunst van de leugen. Wat wij doen, moet waarachtig zijn of lijken. Maar het evenwicht is zo fragiel dat bij een acteur twijfel kan ontstaan, twijfel die angst kan genereren. Angst die dan weer een ader kan zijn, een bron. Maar die ook een obstakel kan vormen.

"In ons vak kan alles in een obstakel veranderen. De acteur zelf kan in de weg zitten, ik dus. Of de tekst, de medespelers, de taal, de regisseur, het decor, het gebouw... Want ja, er zijn niet veel goede theaterzalen in dit land. Mochten al die theater- en kunstcritici even streng zijn voor architecten als voor acteurs, zou Vlaanderen er een pak mooier uitzien, maar laten we daar niet over beginnen."

Hugo Claus was uw scenarist, uw regisseur, uw vriend. Was hij ook een obstakel?

"Absoluut. Hij was een expert in het opwerpen van obstakels, zowel voor zijn omgeving als voor ons, acteurs. Zoals componisten obstakels zijn voor zangers en zangeressen, zo was Hugo dat voor ons. Regisseren is, net als componeren, een spel van afstoten en aantrekken. Dat spel kan leiden tot extreme schoonheid. Of tot het omgekeerde, natuurlijk.

"Hugo ontnam acteurs vaak al hun zekerheden. Spreken is uitademen. Hugo vroeg het omgekeerde: 'inhaleren'. Hij was nieuwsgierig naar wat er gebeurde als de bestaande orde werd verstoord. Acteren mocht voor hem vooral geen kopie van een slice of life zijn.

"U noemt hem mijn scenarist, mijn regisseur, mijn vriend. Dat is te veel eer. Hugo bediende iedereen. Maar ik had een grenzeloze bewondering voor hem. Ik kreeg nooit genoeg van Hugo; ik wilde op hem, in hem, alles wat je wilt als je infantiel vol van iemand bent.

"Ik hield nog meer van Hugo Claus dan van Elvis Presley.

"Maar natuurlijk hield ik niet van hem zoals hij, bijvoorbeeld, van Louis Paul Boon hield.

"Wijlen Elly Overzier, ex-vrouw van Hugo, heeft me daar ooit opmerkzaam op gemaakt. In de periode dat Boon stierf, had Claus een wekelijkse column in deze krant. De Morgen was, zoals bekend, een krant die vaak gered diende te worden. Claus nam deel aan zo'n reddingsactie. In ruil voor columns kocht hij aandelen.

"Maar op een dag stopte Hugo met die stukjes. Tegen mij zei hij: 'Ik heb voor mijn columns nooit enig bedankje gekregen. Ik houd ermee op.' Elly vertelde me: 'Hugo is met zijn columns gestopt op de dag dat Boon stierf.'"

Beeld stephan vanfleteren

Was u jaloers op Hugo Claus?

"'Bewonderen is evenaren', vond Teirlinck en ook hierin had de volksmenner gelijk. Bewonderen is een vriendelijke vorm van jaloers zijn. En bewondering mag gerust een beetje pijn doen, een tikkeltje schuren.

"Soms, te weinig, woon ik een klassiek concert bij. Telkens word ik geraakt door de gebalde aandacht van het publiek, en door het applaus dat na het optreden losbarst. Diezelfde concentratie en ontlading: in het theater kennen we die niet, en ik ben daar jaloers op tot het pijn doet. Maar ik bewonder deze muzikanten: hun kennis, hun vlucht, hun discipline en hardnekkigheid... En ik ervaar grote dankbaarheid voor mensen die hun hele leven investeren in het scheppen van schoonheid."

'U maakte vele films met Claus als regisseur en/of als scenarist, bijvoorbeeld 'De leeuw van Vlaanderen', 'Het gezin Van Paemel', 'Pallieter', 'Het sacrament'... Gaf Claus u regieaanwijzingen?

"Hij zag alles. En hij was heel helder in zijn aanwijzingen. 'Je blik is overspannen', zei hij ogenblikkelijk, als ik weer eens te snel en te gemakkelijk grote ogen trok. En 'niet geeuwen, Jan. Een acteur geeuwt niet.' 'Mond dicht, Jan', als ik clichématig verbazing speelde. 'Jan, met open mond ben je niet mooi.' (lacht)

"Dat ik nu speel zoals ik speel, hebben we dus deels aan Hugo te danken."

Ook na Claus bleef en blijft u met de keuze van uw filmwerk dicht bij huis.

"Er waait wel eens iets van mij een grens over, maar ik vind het buitenland niet belangrijker dan het binnenland. Op enkele internationale verzoeken ben ik, daar is al genoeg over geschreven, niet ingegaan, zoals een rol in een Stanley Kubrick-film. Ik had in eigen land andere engagementen, en ik vond die niet ondergeschikt aan Kubrick.

"Natuurlijk mogen we fier zijn op de internationale carrières van artiesten als Luc Tuymans, Anne Teresa De Keersmaeker en vele anderen. Maar daarvoor hoeft het overheidsbeleid zich nog niet zo sterk op eventueel succes in het buitenland te richten. Een beleid dat in de eigen culturele centra een kaalslag pleegt en tegelijkertijd zijn talent aanstuurt om zich op het buitenland te oriënteren, volgt een twijfelachtige koers.

"Ik heb met groot plezier met Erik Van Looy samengewerkt. Eerst in Shades (1999), een film die vaag gebaseerd is op het leven van seriedoder Freddy Horion, en later in De zaak Alzheimer (2003, naar een boek van Jef Geeraerts, met Decleir als Ledda, de hoofdrolspeler; MVDS). Daarna werd Erik quizmaster.

"Ik had, en ik zeg dat met grote sympathie voor Van Looy, het veel leuker gevonden als hij in al die tijd vier nieuwe Vlaamse films zou hebben gemaakt. En niet naar de Verenigde Staten was gegaan, bijvoorbeeld.

"Vandaag geldt een zogenaamde 'doorbraak' in het buitenland als criterium voor kwaliteit. Dat is een zeer arme en eenzijdige voorstelling van zaken. Er valt in eigen land nog veel werk te verrichten. En het publiek dat je in het buitenland bereikt, zou je evengoed bij ons kunnen aanspreken. Ik vind ook dat de burger recht heeft op ons. Dat wij er voor de belastingbetalende burger moeten zijn."

Zit uw belastingbrief in die kaft die u bij zich heeft? Of loopt u rond met een script waarvan de burger binnenkort zal mogen meegenieten?

"Er zitten sonnetten van Shakespeare in.

"Ik ben niet goed in kruiswoordraadsels en andere woordspelletjes. Maar ik vertaal, samen met mijn vrouw, sonnetten van Shakespeare en vind dat een plezierige manier om met haar en met taal te spelen."

U houdt dat spel voor uzelf?

"Nee, af en toe pak ik publiekelijk met zo'n sonnet uit. 'Vertaler onbekend', zeg of zet ik daar dan bij.

"Zal ik er een voorlezen?

"Sonnet 138, When my love swears that she is made of truth.

Mijn lief zweert dat ze eerlijk is en maagd.
Hoewel ze liegt, geloof ik haar oprecht
Dat ze mij ziet als jeugdig, onversaagd,
Onwetend van wat vals is en wat echt.
En ijdel denk ik: zie, ze vindt mij jong.
Al weet zij dat mijn dagen zijn geteld,
Toch geloof ik graag haar valse toon.
De waarheid wordt door geen van twee verteld.
Waarom kan zij voor mij niet eerlijk zijn?
Waarom zeg ik niet: ik ben oud, mijn lief?
Ach, liefde hult zich graag in schone schijn
En voor geliefden is de tijd een dief:
Daarom liegt zij voor mij en ik voor haar.
Bedriegers beiden, kussen we elkaar.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234