Woensdag 21/08/2019

'Ik kan niet geloven dat ik al 79 ben en dus denk ik er ook niet aan'

Hagelander, zo heet de witte wijn die ze oogst op de heuvels van Rillaar. Planten, snoeien, koesteren, plukken, bottelen, Simone Daems heeft het jarenlang met liefde gedaan, maar nu heeft ze het bedrijf in een coöperatieve ondergebracht. Met dezelfde ontembare energie wil ze aan weer een nieuw leven beginnen. 'Jaren geleden hebben mijn zuster en ik beslist dat we ons niet meer bezig zouden houden met negatieve zaken of mensen. Je kunt niet leven zonder tegenslagen, maar willen of niet, je moet voort.'

Betty Mellaerts Foto Stephan Vanfleteren

'Ik werd 78 en begon een beetje bang te worden. Ik dacht: stel dat er met mij iets gebeurt, wat zullen mijn drie kinderen dan met het bedrijf doen? Mijn oudste zoon kan er zijn zaak niet voor opgeven, mijn dochter staat er alleen voor om twee kinderen groot te brengen en onze Rik kan er zijn politieke carrière zeker niet voor laten staan. Daarom hebben we een samenwerking geregeld met een kasteelheer in de buurt, die zijn eigen wijn wilde maken. We wilden wel graag dat de naam bleef bestaan en de wijngaard moest ook van ons blijven. Zo zijn we tot een coöperatieve gekomen waar alle partijen goed mee zijn. De wijn zal ook hier worden gemaakt en ik werk nog mee. Deze week moet ik de flessen afkuisen en nazien, de etiketten plakken, de capsules erop doen en alles in dozen zetten voor de verkoop. De ene week werk ik twee dagen, de andere week drie. Het hangt er een beetje van af hoe mijn lip hangt of wat ik verder nog te doen heb.

"Ik was het ook allemaal een beetje moe geworden, ik had nooit tijd voor mezelf. Bijna vijf hectaren wijngaard, dat is niet niks. Het werk op zich is niet zo erg, maar er altijd mee in je hoofd moeten zitten, dat werd mij te veel. Denken: het regent, het regent niet. Moet er nu gesnoeid worden of wachten we liever nog een beetje, maar als ik de arbeiders nu niet verwittig, heb ik straks te weinig volk. En als ze er dan zijn, de uren in het oog houden, je kent dat. Al ben ik er trots op dat ik altijd prima medewerkers heb gehad. Met de pluk is het ook weer wachten op het juiste moment. Weet je dat een oude Duitser mij de beste manier geleerd heeft om te zien wanneer het moment rijp is om eraan te beginnen? De druiven hangen met een takje aan de tros. Vanaf het moment dat het bruin begint te worden, komt er geen suiker en geen sap meer door. Dan mag je beginnen te plukken."

"Ach, ik heb altijd van de natuur gehouden, ik heb het van thuis meegekregen. In het begin van de oorlog ging ik soms met mijn vader mee, eten halen bij de boeren. Dan stopte hij onderweg en zei: 'Zie die boom nu eens. Is dat niet prachtig?' Ik vergeet het van mijn leven niet. Erkennen dat een boom mooi is, is je bewust zijn van de grootheid van de aarde. En dat helpt je meer dan pillen. Ik deed ook niet liever dan 's morgens in mijn kamerjas op mijn blote voeten door het gras lopen, mijn man noemde mij altijd een bohemer. De druiven snoeien was mijn lang leven. Dit jaar nog heb ik er heel hard aan gewerkt. Het doet deugd, je bent in open lucht. Tegenwoordig leven de mensen niet meer met de natuur mee. Maar als er in het voorjaar boven op de berg een beetje wind door je haar waait of wanneer het lichtjes sneeuwt dan kun je niet geloven wat voor een gevoel dat geeft.

"Op het gefluit van de vogels kan ik woorden maken. Daar hebben we onder het werk dikwijls om gelachen. We hebben trouwens altijd veel plezier gehad. Maar het is wel ieder jaar bang afwachten wat het resultaat zal zijn, zeker begin juni, wanneer de druivelaar bloeit. Hopen dat het niet te veel regent. Of onweert, zoals in 1988, met hagel erbij. Toen mochten we het vergeten, alles was kapot. Daar moet je dan ook weer over, willen of niet.

"Elk jaar is anders, ook wat de productie betreft. Het meeste wat we ooit hebben gehad, was 25.000 liter. Maar we hebben het ook al met 9.000 en 10.000 moeten doen. Ik ben tevreden als we tussen de 15.000 en 20.000 liter hebben. 2005 was een goed wijnjaar, het suikergehalte lag heel hoog. Sommige mensen denken dat er een warme zomer moet zijn, maar dat is niet zo. De maand september is heel belangrijk en we hebben deze keer toch het prachtigste weer gehad.

"Dat we wijn zijn beginnen te maken is stom gekomen. Het toeval speelt een enorme rol in het leven. Dat stuk grond naast ons huis is onze eigendom. Vroeger lieten we het bewerken door een boer die er witlof op kweekte, maar op een dag wilde hij dat niet meer doen. Op dat moment werd mijn man burgemeester van Aarschot en daar is het de traditie dat de kerk op 15 augustus haar schatten tentoonstelt. Ieder jaar was er een groot schilderij te zien waarop een mystieke wijnpers stond afgebeeld. Niemand had ooit begrepen wat die op dat schilderij kwam doen. Toen gaf mijn man de opdracht om eens uit te zoeken wat er in het gemeentehuis allemaal op zolder lag, met de bedoeling een heemkundige tentoonstelling te organiseren. Zo vonden ze documenten van Sint-Jan de evangelist van Luik. Daaruit bleek dat hij hier destijds druiven kwam kweken en het mysterie van de mystieke wijnpers was opgelost.

"Na de vernissage dronken mijn man en een groepje vrienden een glaasje wijn en zeiden tegen elkaar: 'In deze streek wijn verbouwen, dat kan niet meer.' Maar mijn man dacht aan dat braakliggende stuk grond naast ons huis en zei: 'Waarom niet? Ik ga bewijzen dat het wel kan.' De mensen maakten hier trouwens nog altijd hun eigen wijn van fruit, ook mijn schoonvader deed dat. De traditie bestond dus nog.

"Toen hebben we onze grond laten onderzoeken. Hij loopt af en dat is goed, want een druivelaar mag niet met zijn voeten in het water staan. We zochten ook uit welke druif hier het beste zou gedijen. Het bleek de müller-thurgau te zijn. We informeerden ons over de teelt, vonden adressen in Duitsland waar we aan druivelaars zouden geraken en in 1973 hebben we de eerste stokken geplant. Na een jaar of vier, vijf konden we onze eerste wijn maken. We riepen iedereen bijeen om te proeven en ze stonden versteld. Maar zo primitief als wij het in de tijd probeerden, het is niet te geloven.

"Het Hageland was toen echt achtergesteld op alle gebied en mijn man wilde doorgaan met de wijnteelt om er een toeristisch aantrekkingspunt van te maken. We breidden uit, huurden 'de berg' van de gemeente, een ideale plek om druiven te telen. Het is die fameuze zwarte grond, uit de tijd van Napoleon. Ken je dat begrip? De grond behoorde oorspronkelijk toe aan paters en nonnen die toen nog in zwarte habijten gekleed waren. Napoleon liet hun eigendom aanslaan en gaf hem aan de gemeenten. Zo komt hij aan zijn naam. Anderen in de buurt begonnen ook een stukje wijngaard aan te leggen en zo is dat hier stilaan uitgegroeid tot de Vlaamse wijnstreek. Maar in 1983, toen mijn man stierf, wilde ik alles wegdoen.

"Hij was VLD-senator en in het kader van een regeringsopdracht werd hij naar Zuid- Amerika gestuurd. Onze Rik werkte toen voor de VN in Costa Rica. Daarom ging zijn schoonvader ook mee, ze wilden ervan profiteren om hem samen eens te bezoeken. Een van de laatste dagen gaan ze naar het strand. Mijn man ging nooit zwemmen, al kon hij het wel, maar hij laat zich overhalen. Hij staat tot aan zijn navel in het water en ineens is hij weg. Een waterhoos had hem meegesleurd. De geruchten kwamen direct op gang. Hij was doodgeschoten of anders zeker vergiftigd. Als staatssecretaris van de posterijen was hij in de jaren zeventig immers ongewild betrokken geraakt in de nasleep van het schandaal van de RTT. Er was verspilling en corruptie aan het licht gekomen en ik herinner mij nog goed dat er een artikel in de krant verscheen waarin ze hem die affaire op zijn nek hadden geladen. Dagen en nachten heb ik Jef - zo noemde ik hem, al zei iedereen Jos - hier rond de tafel zien lopen, almaar zeggende: wat moet ik doen?

"Later bleek dat Anseele, zijn voogdijminister, er politiek verantwoordelijk voor was. Maar het kwaad was geschied. Met Sabena en onze Rik was het hetzelfde liedje. Al die mannen van vroeger zijn er mooi doorgewalst, maar hij die de boel moest opkuisen had het gedaan. Allez, wie heeft die vliegtuigen besteld? Wie heeft die contracten met de Russen gemaakt? Dat zou bij Rik zeker nooit gepakt hebben. En ik moet zeggen dat die zaak mij nog erger heeft geraakt dan die van Jef."

"De avond voor zijn dood had mijn man nog gedineerd met ministers en dankzij die contacten hebben ze een vliegtuig kunnen inzetten om zijn lichaam te zoeken. Zeven kilometer verder in zee hebben ze het gevonden. Maar aan de kust van Costa Rica was toen geen hotel, geen dorp, geen stad, niks. Rik en een vriend hebben uren in de auto gereden, met het lijk van zijn vader tussen hen in. Geen mens kan je vertellen wat dat met je doet. Ik heb in ieder geval onze Rik als jolige knaap naar Zuid-Amerika zien vertrekken en als een getekend man terug zien keren.

"En ik zat hier met dat bedrijf. Het was augustus, er moest nog een vat wijn gebotteld worden en een maand later begon de pluk van de nieuwe druiven. Ik kreeg direct voorstellen van mensen die alles wilden overnemen en ik zou dat ook gedaan hebben. De dood van mijn man was zo'n slag, niet te geloven. Maar twee oude mannen die hier altijd kwamen helpen zeiden: "Simone, je gaat onze wijngaard toch niet wegdoen?" En mijn kinderen: "Mama, de droom van onze pa, dat kun je niet maken." Ik ben er dan maar mee doorgegaan. Toen pas heb ik beseft wat de moed der wanhoop wil zeggen.

"Wanneer je twintig jaar geleden als vrouw alleen achterbleef, probeerden ze je goedgelovigheid en je vertrouwen aan alle kanten te misbruiken. Nog een geluk dat ik Herman Vanderpoorten en Francis Vermeiren heb gehad, die in die eerste weken regelmatig binnensprongen. Ze zeiden: "Simone, wat ze ook komen vertellen of doen, stuur ze door en teken nooit iets!" Mijn man was nog niet begraven of alle financiële instellingen waren al langs geweest om mijn geld te beheren. Ik zei: 'Maar je vraagt niet eens of ik wel geld heb!" Ik had er ook geen. Mijn man heeft nooit van iemand een frank geleend, ik heb drie kinderen laten studeren en in die tijd had een politicus een duur leven. Je mocht tijdens de verkiezingen zoveel opdoen als je wilde en in die jaren kwam de ene verkiezing na de andere. We hebben zelfs op het punt gestaan om ons huis ervoor te verkopen. Zeg dat nu eens tegen een van die hoge politici.

"Gelukkig had ik ook mijn broers. Die hebben me enorm geholpen, want een heel jaar kon ik niet aan mijn rekeningen. De banken en verzekeringen accepteerden de overlijdensakte van mijn man niet en alles werd geblokkeerd. Ze hebben nog een lijkschouwing geëist, om zeker te zijn dat hij verdronken was. Ik kan je verzekeren dat het heel vernederend is om geld te moeten vragen om voort te kunnen. Maar gelukkig is haat een woord dat ik niet ken, ik ben vergevensgezind. Mijn moeder zei vroeger wel eens: 'Maar meisje, jij laat je altijd doen.' Ik antwoordde dan: 'Ma, het is het niet waard om ruzie voor te maken'. Ik kan niet tegen lawaai, of tegen roepen en tieren. Ik heb nog nooit in mijn leven met iemand ruzie gehad.

"Nadat mijn man gestorven was, hebben ze mij proberen te overtuigen om in de politiek te stappen. Dat heb ik niet gewild. Mijn verstand is er misschien goed genoeg voor, maar mijn opleiding niet. Ik kan niet op de letter spreken. Als ik dat toch doe, forceer ik mij en dat heb ik nooit gedaan. Iedereen heeft mij altijd moeten nemen zoals ik ben. Maar als je op zo'n spreekstoel iets staat te verdedigen waar je het fijne niet van weet en je vertelt een stommiteit zoals ik wel eens hoorde gebeuren dan maak je je belachelijk. En ik wilde niet dat mijn kinderen beschaamd zouden zijn voor hun moeder.

"Ik ben me heel actief met het bedrijf bezig beginnen te houden en dat op een moment dat alle wijnboeren slaag kregen door de goedkope wijn die er op de markt kwam. Natuurlijk had ik daar geen opleiding voor gehad, het ging gewoon met vallen en opstaan. Proberen. Bij de boeren in Duitsland binnengaan en zo goed en zo kwaad als ik kon vragen stellen."

"Ik heb nooit kunnen doorleren. Mijn vader was bij de gendarmerie en kreeg verschillende posten toegewezen, maar op een bepaald moment kon hij zelf kiezen. Het werd Aarschot omdat het dicht bij Leuven lag, waar goede scholen waren. Mijn vader was werkelijk een mens met een visie.

"Toen ik klein was, kon je maar vanaf het middelbaar naar het atheneum gaan. In de lagere school waren het nonnen en met hen had mijn vader geregeld conflicten. Dan vroegen ze geld om scholen of zo te bouwen in Kongo, altijd voor Kongo. Mijn vader had toen zelf vijf kinderen groot te brengen en gaf mij een echte baksteen mee. Van dan af kon ik voor de nonnen niets goeds meer doen. Ik werd zomaar zonder reden op mijn knieën in de hoek gezet en toen ik eens dringend naar het toilet moest gaan mocht ik niet. Je bent een kind en plast in je broek. Werden de anderen verplicht om het hele jaar 'piskous' tegen mij te zeggen. Dat doe je toch niet? Ik vond het heel erg en werd er ziek van. De dokter werd erbij gehaald, maar ik zei niks. 'Het is de groei', besloot hij. Tot de dochters van de facteur naast ons het verhaal vertelden en mijn vader begreep wat er was gebeurd. Het was een jaar te vroeg, maar ik mocht meteen naar het atheneum.

"Toen brak in 1940 de oorlog uit. Mijn ouders hadden zes kinderen en mijn moeder was in verwachting van het zevende. Zij had altijd een kuisvrouw gehad en om de veertien dagen kwam iemand helpen met de was, maar tijdens de oorlog viel die hulp weg. En dus besliste mijn vader dat ik een jaar van school thuis zou blijven tot mijn moeder het lastigste achter de rug had. Zij was een naaister en dat leerde ik van haar. Om patronen en modellen te leren maken, mocht ik één dag in de week naar een Franstalige privé-school in Leuven. Officieel ben ik dus een coupeuse. Toen ik daar in het tweede jaar zat, is de Gestapo mijn vader komen halen. Hij was leider van de witte brigade. Mijn broer had er ook mee te maken, maar die hebben ze gelukkig laten gaan. Mijn moeder was 39 en bleef achter met zeven kinderen, de jongste was twee jaar. We hebben mijn vader nooit meer teruggezien. Het laatste wat we van hem weten, is dat hij met een colonne richting Rusland is gestuurd en hij zou ook in het concentratiekamp van Gross-Rozen zijn geweest. Dat ben ik na de val van de Muur samen met mijn zus gaan bezoeken, maar dat zou ik nooit meer doen. Het heeft me vele weken ziek gemaakt. Ik heb een grote mond, maar een klein hartje.

"Mijn moeder had een beetje eigendom. Ze heeft alles verkocht om haar kinderen groot te brengen en we hebben nooit honger gehad. Ons ma was een heel sterke vrouw. Dat maakte een enorme indruk op mij. Mijn twee zussen die achter mij kwamen, hebben we in een Frans pensionaat gestoken. Dat was mode in onze familie, om fijne manieren te leren. Mijn jongste broer ging ook op internaat, in de mijnbouwschool in Hasselt. Ik mocht niet meer studeren en dat vond ik heel erg. Ik heb maanden geweend. Gelukkig kwam mijn oudere broer die op kot zat in Diest ieder weekend naar huis. Ik zat altijd op zijn kamer al zijn boeken te lezen. En dat doe ik nog, ik kan niet zeggen hoeveel boeken ik in mijn leven al gelezen heb. Maar ik ben wel een moeilijke, niet alles staat mij aan. Een boek moet goed geschreven zijn, ik heb een enorm gevoel voor taal.

"Weet je dat mijn vader voor mij dichtbundels kocht? Ik zeg het honderden keren: je krijgt het van thuis mee. Het woord fatsoen. Hoor je dat nog gebruiken? Als we over iemand roddelden, zei mijn vader: 'Hou je hand op je hoofd en kijk wat eronder zit.' Waar vind je dat nog? Ik had zoveel goestingen, ik weet niet wat ik wilde worden. Toen we hier met de wijn begonnen, had ik veel zin om archeologie te studeren, maar geschiedenis interesseert mij ook enorm, net als biologie. Maar als ik dan een pottenbakker bezig zie, wil ik dat ook wel graag kunnen, zie je? Alles is boeiend."

"Toen ik mijn man ontmoette, was ik al niet meer zo jong. Thuis lachten ze er altijd mee, maar als er een jongen voor mij langs kwam, scheelde er altijd iets aan, vond ik. Dan stonden zijn handen me niet aan of het haar in zijn nek of de manier waarop hij praatte. Tot ik begin jaren vijftig op een bal van de Jonge Wacht - wij zijn altijd liberaal geweest - Jef de danszaal binnen zag komen. Hij was met de fiets gekomen en de zelfverzekerde manier waarop hij aan de cafébazin vroeg waar hij die mocht neerzetten viel mij op. We hebben elkaar een beetje geplaagd, wat gedanst en hij heeft mij naar huis gebracht. Heel correct, het kon niet beter. Daarna heeft hij de moed gehad om vol te houden.

"Hij was een regent maar later haalde hij nog een diploma archeologie en maakte een eindwerk over de maya's. De politiek zat er van huis uit een beetje in en hij richtte in de streek een afdeling van de PVV op. Toen hij voor de eerste keer bij de verkiezingen opkwam, haalden ze zes van de twaalf zetels. Zo is hij erin gerold. Ik vond het interessant om een man te hebben in de politiek. We hebben mooie jaren gehad, al was het harder dan nu, want financieel hadden we het niet zo gemakkelijk. Eerlijk gezegd, wat heeft dat sociaal dienstbetoon mij niet gekost? Niemand heeft ooit een frank moeten betalen voor een telefoonrekening of voor een zegel op een brief. Op een bepaald moment hebben we zelfs iemand in dienst moeten nemen omdat we het werk niet gedaan konden krijgen en ik heb een kamer moeten bijbouwen. Ik kon in mijn eigen eetkamer niet meer zitten, zoveel volk was er altijd.

"Toen mijn man staatssecretaris werd, konden we in Brussel gaan wonen. Ik kon het huis kiezen dat ik wilde, de meubels, de inrichting, alles op naam van het kabinet. Weet je wat Jef zei? 'Ik ben na een vergadering al zo rap thuis.' Hij wilde dat niet. Alles betaalde hij zelf, tot de bloemstukken toe die hij op officiële gelegenheden moest afgeven. Hij wilde nergens last mee krijgen en hij ging daarin heel ver hoor. Op een dag had hij ervoor gezorgd dat een oud vrouwtje een herziening kreeg van haar pensioen. Om hem te bedanken, had ze een cake gebakken. Zelfs die wilde hij niet aannemen. Ik heb hem moeten zeggen: 'Jef, gun dat mens dat plezier, je moet ook eens leren merci zeggen.'

"Mijn man kon altijd gerust zijn wanneer hij werkte, thuis ging alles voort. Ik stond altijd voor hem klaar en volgde alles op de voet. Mijn rol was meeleven en steunen. Er is hier nooit een pamflet buiten gegaan zonder dat ik het gelezen had. Door mijn taalgevoel begreep ik dat een woord te veel of te weinig een groot verschil kon maken. Je maakt ook van alles mee, deze vier muren zitten vol verhalen. Ik zeg altijd: 'We hebben een hard en duur leven gehad, maar we hebben verdomd geleefd.' Versta je? Maar mijn ambities moest ik wel laten gaan. Op een bepaald moment kreeg ik de kans om een serieuze commerce te beginnen waarmee ik miljoenen had kunnen verdienen. Toen kwam de vraag: en wat met de kinderen? Die moesten een thuis hebben, vond ik, en ik liet de carrière aan mijn man. Maar het dromen is nooit opgehouden. Als het kon, zou ik morgen nog een winkel openen. Om mooie voorwerpen te verkopen. Elke keer als ik naar een veiling ga, zeg ik vooraf: ik koop niks meer. Maar ik laat me altijd weer overhalen.

"Uiteindelijk was het niet zo moeilijk om mijn ambities terug te dringen. Ik heb alles meegemaakt met mijn man. We waren één hart, werkelijk één. 'Als een man kan zeggen dat zijn vrouw zijn beste vriend is dan ben je een gelukkig mens', zei hij ooit. 'En ik kan dat zeggen.' Is dat niet ongelooflijk? De dag voor hij naar Zuid-Amerika vertrok, had mijn dochter een ongeluk gehad. Het was niet erg, maar mijn fantasie begint dan te werken, waardoor ik niet kan slapen en begin te kuisen. Ik had die nacht dus geen oog dichtgedaan, maar ik ging toch mee om hem naar de luchthaven te brengen. Hij pakt mij vast en zegt: 'Vrouw, trek het je niet aan. Het komt allemaal in orde en je weet dat ik je graag zie.' Dat waren zijn laatste woorden. Wie kan dat zeggen? Dat zijn echte waarden in het leven. Daaraan houd ik me vast."

"Mijn kinderen zeggen dikwijls: 'Ma, je moet opschrijven wat je allemaal hebt beleefd.' Maar ik ga me niet belachelijk maken. Ik heb wel veel cassetjes ingesproken voor mijn zuster die in Amerika woont. Zij weet niks van mijn vader en de tijd daarna omdat ze nog maar vier jaar was toen de oorlog voorbij was. Ze heeft op basis van mijn verhalen al lezingen gehouden in Amerika en naar het schijnt slaan die daar geweldig in.

"Mijn dagen zijn zo druk, ik verveel mij geen minuut. Er is de vrouwenbond en driemaal in de week ga ik 's avonds kaarten. Whist, in een club. Het schijnt dat ik er goed in ben, ja, maar je moet de goede kaarten krijgen, natuurlijk. Het is plezant. Voor een wedstrijd boomke wies moet je 8,5 euro betalen, maar daarvoor krijg je vier consumpties en je hebt altijd de kans om een mooie prijs te winnen. Waar kun je je nog amuseren voor dat geld? Rond een uur of tien is het afgelopen, maar meestal gaan we dan met enkelen nog door, soms tot één uur 's nachts. Ik heb weinig slaap nodig. Dat is al zo sinds ik een baby was en onze Rik slaapt ook heel weinig. Het moet dus in de familie zitten. Maar het is heel eigenaardig, ik kan niet meer in mijn bed slapen. Ik dommel een beetje in mijn zetel, met mijn benen omhoog.

"Soms ga ik ook eens eten met vriendinnen. Maar dat heb ik wat afgeschaft, want een mens wordt daar zo dik van. Ik heb het geprobeerd hoor, om van alles te laten, maar als ik veertien dagen aan het diëten ben, word ik zo ziek als een hond. Geen energie meer en geen goesting in niks. Dan zeggen de kinderen: 'Moeder alstublieft, eet!' Ik kook ook altijd voor de hele hoop, vooral groenten, zodat mijn dochter en schoondochter er ook iets aan hebben. Ze gaan werken. Een aardappeltje is snel geschild, een stukje vlees is rap gebakken. Maar groenten maken, daar is werk aan. Dus die geef ik dan maar mee. En verder brei ik. Ik kan mijn tijd niet besteden aan voor de televisie zitten als er niks is dat mij interesseert. En onder ons gezegd en gezwegen, er is niet zoveel. Een goede film ja, maar voor elf uur moet je die niet verwachten. En dus vind ik steken uit en modellen. Mijn kleindochters kunnen er maar wel bij varen."

"Jaren geleden hebben mijn zuster in Amerika en ik beslist dat we ons niet meer bezig zouden houden met negatieve zaken of met mensen die altijd klagen en zagen. Ik kan het echt niet meer verdragen als iemand dat doet. We hebben in onze familie zoveel meegemaakt. Mijn vader is niet teruggekomen uit de oorlog, mijn jongste broer is verongelukt, de man van mijn zuster is bij een vliegtuigcrash in zee gestort, de mijne is verdronken, begin maar! Dat zet je soms wel aan het denken. Maar een mens kan niet leven zonder tegenslagen. Los dus op wat er mis gaat of doe je ogen open en kijk naar wat er op een ander gebeurt. Mensen die leven waar er overstromingen zijn en die miserie hebben, stel je dat eens voor. Ik zeg niet dat ik honderd procent ben voor wat er hier met de illegalen gebeurt, maar als een moeder met kinderen zou ik mijn land ook ontvluchten als ik geen eten had of geen toekomst. Je moet toch een beetje serieus zijn.

"Daarom ben ik ook niet bezig met de dood. Daar hoef je niet bang voor te zijn, zei mijn man altijd, wel voor de manier waarop. Maar ook dat heb je niet in de hand. Hij geloofde wel in reïncarnatie. Niet van een lichaam, maar van de geest. Wij weten nog lang niet alles, daar ben ik van overtuigd. Net als mijn grootmoeder had ik vroeger enorme voorgevoelens. Maar die gave heb ik bewust onderdrukt omdat ik er enorm van afgezien heb. Toen mijn jongste broer verongelukt is, was ik in verwachting van mijn oudste zoon. Gedurende drie dagen kon ik met mezelf geen weg, het werd zo erg dat ik bij een boom ging staan en er met mijn hoofd tegen bonkte. 's Nachts is het ongeluk dan gebeurd en toen ze het ons kwamen zeggen, wist ik direct dat het onze Karel was. Dieren vluchten ook als er een brand ontstaat omdat ze het gevaar voelen aankomen. Waarom zouden wij die vermoedens vroeger ook niet allemaal gehad hebben? We zijn ze kwijtgeraakt door de civilisatie. We hebben het te gemakkelijk.

"Ik kan niet geloven dat ik al 79 ben en dus denk ik er ook niet aan. Mijn stijve knieën niet te na gesproken ben ik gezond, ook al rook ik veel, ik weet het. Maar daar zijn ze in de familie in ieder geval al heel oud mee geworden."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden