Woensdag 19/01/2022

Ik kán geen doping nemen, het zou me álles kosten

Een renner die dopeert zet zijn hele hebben en houden op het spel

Deze week werden me enkele vragen gesteld over doping die ik naar mijn gevoel niet ten gronde heb kunnen beantwoorden. Ik begrijp waarom ik dat soort vragen krijg, gezien de recente geschiedenis van de sport, maar toch ergeren ze mij. Het is moeilijk om de juiste woorden te vinden wanneer je bekaf bent, een half uur na de aankomst van een van de lastigste ritten die je ooit reed. De insinuaties maken me boos omdat ik hoopte dat de mensen naar mijn achtergrond zouden kijken, naar de dingen die ik in het verleden heb gezegd, zoals toen ik in 2006 aan de start verscheen van mijn eerste Tour en Operación Puerto werd gelanceerd; toen Floyd Landis positief testte; en toen ik in 2007 met Cofidis uit de race werd gezet na een positieve test van mijn ploegmaat Cristian Moreni.

Toen dumpte ik onderweg naar huis mijn Cofidis-uitrusting in een vuilnisbak op het vliegveld van Pau omdat ik er niet in gezien wilde worden, en ik zwoer dat ik er nooit meer in zou koersen omdat ik zo walgde van wat er gebeurd was. De dingen die ik toen zei gelden nog steeds. Er is niets veranderd. Ik voel mijn emoties van toen nog en sta nog altijd achter mijn verklaringen.

Om mij te begrijpen moeten de mensen naar het grotere plaatje kijken: waar ik vandaan kom, in de context van hoe de sport is veranderd, en hoe ik ben geëvolueerd. Ze zien hoe ik maandag een knappe tijdrit neerzette: daarin slaagde ik door hard te werken om het gat tussen mij en Cancellara en Martin te dichten. Wat echter vaak wordt vergeten is dat de marge tussen mij en de top in het verleden ook al niet zo groot was, zelfs toen ik me lang niet zo inspande als in de voorbije jaren.

Toch denk ik dat ik al enkele keren heb laten zien wat ik kon. Ik werd vijfde in de tijdrit in Albi in de Tour van 2007, achter Alexandr Vinokourov, Andrey Kashechkin, Cadel Evans en Andreas Klöden. De eerste twee testten later positief voor bloeddoping, dus eigenlijk kwam ik op derde plaats, met twee weken Tour achter de rug, op een moment dat ik me nog niet op tijdritten concentreerde.

Dat ik de benen al had bewees ik toen ik dat jaar de prologen won in de Dauphiné en de Vierdaagse van Duinkerken. In 2005 al veroverde ik in Madrid de zevende plaats in het wereldkampioenschap tijdrijden: en ook toen werden twee renners voor mij, 'Vino' en Kashechkin, later op dopinggebruik betrapt; een derde, Rubén Plaza, liep tegen de lamp tijdens Operación Puerto. Dat jaar won ik een bergrit in de Tour de l'Avenir.

Als ik nu terugkijk, wetend wat er toen in de sport omging, lijkt het wel een ander tijdperk. Persoonlijk vond ik het lastig. Ik moest onderhandelen over een contract - van, zeg maar, 50.000 pond (65.000 euro) - en had twee kinderen te onderhouden, ik moest ondanks alles de kost verdienen, en werd door anderen verslagen omdat ze doping namen. Dat maakte me boos, en ik nam geen blad voor de mond wanneer het over doping ging omdat mijn leven en dat van mijn gezin er rechtstreeks door werden getroffen.

Sindsdien zijn de dopingcontroles efficiënter geworden, het bloedpaspoort werd ingevoerd, en dopinggebruik is bijgevolg moeilijker geworden: het risico om betrapt te worden is veel groter dan vroeger. Ik geloof werkelijk dat de sport aan het veranderen is: kijk maar naar wat Ryder Hesjedal in de Giro deed en Chris Froome in de Vuelta. Daardoor zijn mijn prestaties de hoogte ingegaan, ook omdat ik tegelijkertijd veel harder ben gaan werken dan vroeger. Ik beweer niet dat de sport nu uit de problemen is, maar persoonlijk maak ik mij nu minder zorgen over de dopingproblematiek omdat ik niet meer geklopt word door renners die daarna positief testen of zo. Als mijn attitude nu anders is dan vroeger, dan is het omdat ik mij nu meer kan concentreren op wat ik doe: ik besteed minder aandacht aan wat er zich daarbuiten afspeelt omdat ik nu niet meer word geklopt door renners die verboden middelen gebruiken.

Het houdt mij minder bezig, ik maak er mij minder zorgen over, maar het belangrijkste is dat er niets veranderd is aan mijn moreel standpunt. De redenen waarom ik nooit doping zou gebruiken zijn niet veranderd, ze zijn in feite nog belangrijker geworden. Het gaat om mijn familie, en het leven dat ik voor mezelf heb opgebouwd en hoe ik denk over leven met de mogelijkheid betrapt te worden. Ik schreef het al in mijn autobiografie in 2008 en ik denk er nog steeds zo over. Alleen zeg ik het minder. Ik sta nu meer in de belangstelling, wat me nog schuwer maakt, en ik voel mij ongemakkelijk in een leidersrol, zoals (de fietsende auteur) Richard Moore terecht schrijft in zijn boek.

Andere cultuur

De vraag die beantwoord moet worden is niet waarom ik geen doping neem, maar waarom ik dat wel zou doen. Ik weet precies waarom ik geen doping gebruik. Om te beginnen ben ik beroepsrenner geworden vanuit een verschillende achtergrond dan heel wat andere renners. In de Britse wielerwereld heerst er een andere cultuur. Engeland is een land waar doping in moreel opzicht niet geaccepteerd wordt. Ik ben geboren in België maar opgegroeid in een Engelse omgeving, met de olympische kant van de sport zowel als de Ronde van Frankrijk. Wat de mensen ook vertellen: de houding tegenover doping is in Engeland anders dan bijvoorbeeld in Italië of Frankrijk, waar een renner als Richard Virenque doping kan gebruiken, betrapt worden, en terugkomen als een nationale held.

Als ik doping zou gebruiken, zou ik gewoon alles kunnen kwijtspelen. En dat is heel veel. Mijn naam, mijn inkomen, mijn huwelijk, mijn familie, mijn huis. Alles wat ik tot nu bereikt heb, mijn medailles, mijn wereldtitels, de onderscheiding die ik heb gekregen. Mijn kinderen naar school brengen in een klein dorp in Lancashire terwijl iedereen me aanstaart en denkt 'daar heb je die bedrieger' en dat ik misschien de Tour zou hebben gewonnen als ik niet betrapt was. Als ik eraan terugdenk dat ik in 2007 dat Cofidistruitje in een vuilnisbak gooide in een kleine luchthaven waar niemand me kende, omdat ik geen enkel risico wilde lopen om met doping te worden geassocieerd, dan weet ik hoe ik me zou voelen in een kleine gemeenschap waar iedereen mekaar kent.

Trouwens, het gaat niet alleen om mij. Ik heb altijd in het VK gewoond, al mijn vrienden uit de wielerwereld wonen hier en mijn hele familie. De wielersport is meer dan alleen ik en de Tour. Mijn vrouw organiseert koersen in Lancashire. Ik organiseer mijn eigen wielerevenement waar mensen 40 pond per persoon betalen om deel te nemen. Als dat allemaal op drijfzand was gebouwd, als ik de mensen stond te bedriegen, dan zou ik met het idee moeten leven dat alles wat ik heb opgebouwd in één klap zou kunnen verdwijnen. Mijn schoonvader werkt bij British Cycling - hij zou zich daar nooit meer kunnen vertonen. Hun familie zit al vijftig jaar in de wielersport, stel je de schande voor die ik over hen zou brengen. Het draait niet om mij alleen: als ik doping zou nemen, dan zou ik Sky in gevaar brengen - de zender die de sport in het VK sponsort - en Dave Brailsford en alles wat hij heeft verwezenlijkt, en mijn trainer Tim Kerrison. Ik zou niet graag in mijn woonkamer zitten terwijl dat op mijn schouders weegt en denken: 'Shit, dat mag niemand ooit te weten komen.' Nee, daar zou ik niet mee kunnen leven. Doping is het simpelweg niet waard voor mij. We spreken hier over sport, hé. Sport betekent voor mij niet meer dan al die andere dingen die mij dierbaar zijn in mijn leven. Om de Tour koste wat het kost te winnen, wil ik dat allemaal niet verliezen.

Alles wat ik in mijn leven heb, wil ik echt niet verspelen. Ik beoefen mijn sport omdat ik ervan houd. Ik doe het niet voor de krachttoer, want uiteindelijk ben ik maar een gewone voorzichtige kerel; ik kijk ernaar uit om na de Tour mijn zoon naar het rugbyzomerkamp te brengen waar hij misschien zijn held Sam Tomkins zal ontmoeten. Dat is waar ik het allemaal voor doe. Ik wil het beste geven van mezelf en hard werken. Als ik het gevoel zou krijgen dat ik aan de doping moet, dan stop ik er morgen liever mee, dan ga ik wat anders doen, proefritten rijden in clubverband, op zondag naar het café rijden en voor de kost rekken vullen in het warenhuis.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234