Zondag 31/05/2020

'Ik hou van rafelige, brute strips'

In het Brusselse Huis van Culturen loopt een expo rond Bries, de eenmansuitgeverij die mee aan de wieg stond van de nieuwe generatie Vlaamse stripauteurs. Het doel van uitgeefster Ria Schulpen: mensen kennis laten maken met de alternatieve strip. Maar of dat makkelijk is? Een gesprek naar aanleiding van 15 jaar Bries.

Ze beseft het maar al te goed: met haar uitgaven zal jonge vijftiger Ria Schulpen nooit de grote massa beroeren. Dat was vijftien jaar geleden al zo, toen ze Vlaanderen liet kennismaken met een nieuw soort stripauteur. Eentje dat ver weg wilde blijven van Suske en Wiske of De Kiekeboes, maar eigenzinnige verhalen schreef en er een nog eigenzinniger grafische stijl op nahield. Pers en publiek reageerden eerst wat argwanend, afwijzend zelfs, maar dat zou stilaan veranderen.

In Leuven startte uitgeverij Oogachtend rond diezelfde tijd met een gelijkaardig initiatief waaruit klinkende namen voortsproten als Randall. C, Brecht Evens of Ilah. Vanuit Antwerpen introduceerde Schulpen namen als Maarten Vande Wiele, Olivier Schrauwen en Pieter De Poortere, de geestelijke vader van Boerke. Toen nog totaal onbekend, nu allen met buitenlandse uitgaven en uitgevers op hun cv. Met dank aan Bries en Oogachtend.

"Goh, waarom ik indertijd dat soort strips wilde uitgeven? Op buitenlandse beurzen kwam ik de niet-traditionele, in eigen beheer of bij kleine uitgevers gepubliceerde strips overal tegen", begint Schulpen. "Bij ons was het onbekend, maar in het buitenland sloeg dat aan. Ook bij mij. De traditionele strips die ik las, gaven me steeds minder voldoening. In de Verenigde Staten zag je kleine auteurs als Seth of Chris Ware steeds groter worden. Die auteurs hielden er een geheel andere stijl op na en wisten me daar mee te raken. Zij deden iets met de strip wat ik nooit eerder had gezien. Het was zeker niet om alternatief te willen zijn. Het beviel me gewoon meer. Ik denk dat daaruit de drang kwam om dit soort werken te laten zien aan een publiek."

Maar het kostte verdomd veel moeite om die evolutie in de strip ook in Vlaanderen aan de man te brengen, zo bleek. Een van haar eerste successen was Boerke van Pieter De Poortere, een woordloze strip, getekend in de stijl van Dick 'Nijntje' Bruna, over een pessimistisch boertje dat op het einde van de pagina zelfmoord pleegde. De auteur mag dan nu kind aan huis zijn bij de grote Franse uitgeverij Glénat, in zijn eerste jaren wist hij zijn papieren boer slechts met moeite te slijten. "Ik herinner me hoe de stripwinkeliers dat tien jaar geleden als 'moeilijk te verkopen' omschreven, terwijl dat nu eerder als mainstream wordt gezien."

Idem voor een tweede pupil van haar, Olivier Schrauwen, die in My Boy een kindje zonder armen of benen ten tonele voerde in een stijl die deed denken aan Winsor McCays Kleine Nemo in Slumberland. Ook die alternatieve uitgave deed het goed bij het publiek en behoort net als Boerke tot de best verkochte Briesuitgaven.

Overgangsgebied

In de afgelopen jaren zag Ria Schulpen een opvallende trend bij de jonge stripmakers. "De nieuwe generatie auteurs is steeds meer de overgangsgebieden tussen literatuur, strip, grafiek en zelfs kunst gaan opzoeken. Denk maar aan de graphic poems van Wide Vercnocke: dat kun je enkel vaagweg een strip noemen. Andere strips lijken dan weer meer aansluiting te vinden bij grafiek." Dat die aanpak werkt, bewijst het succes van White Cube, het debuut van Brecht Vandenbroucke waarin die cartoon, strip, beeldende kunst en grafiek vermengt. "Een van de best verkochte titels uit het Briesfonds", zegt Schulpen.

"Ik denk overigens dat de reden waarom die nieuwe generatie ook op nevenprojecten springt zoals het maken van illustraties voor bladen, enerzijds is omdat ze een inkomen zoeken, anderzijds omdat ze hun ogen openhouden en er plezier in hebben elementen van het ene naar het andere medium ove te hevelen. Ik vind het in ieder geval belangrijk dat mijn uitgaven aanleunen tegen de grenzen van de strip, of er zelfs vlotjes overgaan. Ik hou van strips met een kantje af, met rafelige randen. Ik hou ervan als een tekenaar zichzelf uitdaagt, nieuwe dingen uittest. Ik ben niet geïnteresseerd in eindeloze herhalingen of langlopende reeksen."

Gedurfd

Daarin verschilt ze naar eigen zeggen van haar directe concurrent Johan Stuyck, uitgever bij Oogachtend. "Men heeft ons ooit gevraagd of we voor een grote uitgeverij zouden kunnen werken. Hij antwoordde bevestigend, ik ontkennend. Ik wil mijn eigen ding doen. Ik wil mooie dingen maken, geen commerciële toegevingen doen omdat het publiek dat zou eisen of verwachten. Nog een groot verschil: ik neem meer risico. Als Johan te veel twijfelt inzake rechten, dat zal hij het vermoedelijk niet uitgeven. Ik zal er nog voor gaan, als ik mezelf er tenminste van kan overtuigen dat het een mooi boek oplevert. Je zou kunnen zeggen dat mijn uitgaven gedurfder zijn qua verhaal en grafiek. Dat zie je ook als je naar de expositie kijkt. Ik geef brutere, minder gepolijste dingen uit."

Onder welke noemer ze haar strips dan zou plaatsen? "Hm, kijk, je hebt aan het ene uiterste de waspoederstrips, en aan het andere uiterste de heel artistieke, bijna niet te lezen strips. In het midden heb je mainstream. Ik zit met mijn uitgaven tussen mainstream en de niet te lezen strips." (glimlacht)

Nog een verschil: terwijl Oogachtend exclusief Vlaams leek, trok Bries ook een resem buitenlandse auteurs aan. "Dat klopt. Ik merk wel dat ik er hoe langer hoe minder naar op zoek ga. Er is in Vlaanderen genoeg talent. Vertalingen uitbrengen is ook niet vanzelfsprekend. Het Vlaams Fonds voor de Letteren verleent een vertaalsubsidie aan buitenlandse uitgevers wanneer het werk van een Vlaamse auteur wordt vertaald, maar in het buitenland is zo'n ondersteuning beperkter tot onbestaand. En ik moet bekennen dat mijn buitenlandse auteurs hier niet zo veel pers krijgen dan de Vlamingen."

Geen vetpot

De successen die ze boekte kregen soms ook kanttekeningen. Enkele auteurs trokken in de afgelopen jaren bij haar weg, zoals Pieter De Poortere, Simon Spruyt, Serge Baeken of Maarten Vande Wiele. De ene was de kleinschaligheid ontgroeid en vond een onderkomen bij een grotere uitgeverij, de andere stapte over naar concurrent Oogachtend. Soms zonder voorafgaande communicatie. "Het doet pijn als iemand vertrekt. Vooral de manier waarop. Ik ben geen grote communicator. Integendeel. Maar het is raar dat ze niet stilstaan bij wat een uitgever voor hen heeft gedaan. Plots zie je hun nieuwe boek bij een ander verschijnen. In die zin is het jammer dat ze zoveel 'shoppen', hoewel het normaal is dat grotere uitgeverijen hen wegsnoepen. Hoe bekender je auteurs, hoe sneller uitgevers aan hun mouw trekken. In die zin ben ik blij en gerust met de auteurs die ik nu heb. De grotere uitgevers weten dat mijn huidige uitgaven niet garant staan voor een vetpot. Zij kunnen ook rekenen."

Van een leien dakje loopt het niet, haar uitgeefpolitiek. In één adem geeft Schulpen aan dat het niet makkelijk is om te overleven als uitgeverij. Over de oplages is ze open. "Vroeger was de standaardoplage duizend exemplaren, nu is dat gemiddeld tussen de vijf- en zeshonderd. Nee, dat is niet veel. Daar kan ik niet van leven. Natuurlijk is het jammer dat het allemaal zo kleinschalig blijft. Ik heb tot vijf jaar geleden altijd een job gehad, omdat het uitgeven onbetaald was. Nu teer ik vooral op een financiële meevaller - zoals de verkoop van mijn huis - om verder te kunnen blijven uitgeven."

Ze is dus maar wat blij met de door het grote publiek zo gecontesteerde productiesubsidies van het Vlaams Fonds voor de Letteren. "Er is in het verleden veel kritiek geweest op het Fonds. Soms terecht. Maar ze hebben geleerd van hun fouten. Ook zij zijn selectiever geworden. Situaties waarin eenzelfde auteur tot driemaal toe een werkbeurs vroeg voor drie verschillende projecten en daarvan niet alles inloste, bestaan niet meer. Maar vergis je niet: ondanks de productiesubsidies die ik als uitgeverij krijg, kost het me moeite om er op te verdienen. Men onderschat de risico's van dergelijke uitgaven. Zo'n productiesubsidie is genoeg om op nul uit te komen, maar krijg dat maar eens verkocht aan het publiek."

Waarom ze dan toch doorzet? "Hm, dat vraag ik me ook vaak af. De liefde voor het vak, zeker? Financieel gewin is zeker níét mijn drijfveer. Niets mooiers dan het uitgeven van een mooi boek, met mooi papier en een fijne vormgeving. Boeken die visueel en inhoudelijk prikkelen. Als ik de ratio had laten voorgaan op de passie, dan was ik tien jaar geleden al gestopt."

De expo over Bries loopt tot en met 21 september in het Huis van de Culturen in Sint-Gillis, Belgradostraat 120, 1060 Brussel. Er is origineel werk te zien van o.a. Dieter VDO, Martha Verschaffel, Wide Vercnocke, Brecht Vandenbroucke, Olivier Schrauwen, Piet en Jan Pollet en Kai Pfeiffer. www.culturesmaison.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234