Donderdag 26/11/2020

'Ik hou van clichés. Ze maken mij rustig'

'Ik word liever als dom dan als slim gezien, zo kan ik tenminste af en toe verrassend uit de hoek komen'

Pascale Platel over het fenomeen 'blondine'

Het hoeft niet steeds Mark Uytterhoeven van De laatste show te zijn die Pascale Platel met een opdracht opzadelt. Wij hebben net een opmerkelijk boek van de Britse kunstcritica Joanna Pitman over blondines gelezen: Blond, van Afrodite tot Madonna. Aan actrice, schrijfster, regisseuse en wacko (dixit Brusselmans) Platel de vraag om zich mee in dit thema te verdiepen. Tenslotte is zij zelf blond, en onze (kastanjebruine) kop eraf indien ze niet zou barsten van de beschouwingen die iets en vooral ook niets met blond zijn te maken hebben.

Marijke Libert

Stephan Vanfleteren

Joanna Pitman ervoer aan den lijve dat blond als iets buitenaards wordt ervaren, toen haar in de zon gebleekte hoofdhaar in een Afrikaans land veelvuldig betast werd. Ze ging nadenken over wat pigmenten met mensen doen en zette zich uiteindelijk aan een vrij lijvige studie over het fenomeen blondine. Haar conclusie is dat elk tijdssegment een eigen beeld van, aantrekking tot of vooroordeel tegen blond heeft. Blond is een last maar ook een trofee. Blond kan domblond maar ook manipulatief blond zijn. Blond is soms een uiting van assimilatie, soms van subversie. Blond betekent vooral ook die spanning tussen ontzag voor en ronduit verguizen van degene die de lichtgevende haardos torst. Pitman onderzocht het effect van blond in oude traktaten, bij Homerus, in de verzen van Petrarca (voor zijn blonde Laura), in de hekelteksten van Shakespeare, de romantische ontboezemingen van Goethe, de 'lines' van Marilyn Monroe en de songteksten van Madonna. Het boek dat vanaf volgende week vertaald in de winkel ligt, poneert geen grootse stellingen maar tracht een volledig beeld te scheppen van hoe de stralenbundel rond het vrouwenhoofd duizenden jaren lang de percepties van mannen én vrouwen alsook de geschiedenis in haar geheel zwaar beïnvloed heeft.

Pascale Platel had deze week geen tijd, zuchtte ze, voor een fors interview. Moe van het theater- en televisiewerk, moe van de aandacht. Ze wou het nog liefst over een gericht thema hebben, "om vrij te kunnen associëren, want dat ontspant me en ik ben er niet slecht in" zei ze. Over het blonde haar dan maar? Vrie wijs, was het antwoord.

Is Pascale Platel een natuurlijke blondine?

"Bah nee gij. Ik ben lichtbruin. Ik heb mijn haar geverfd tijdens het laatste jaar van de humaniora, met peroxide, dat vies spul uit kleine flesjes, toen pliekskes genoemd. We waren met z'n drieën die dat uitprobeerden, net Charlie's Angels. Het proces van het afbleken verliep langzaam en het resultaat was niet bepaald mooi. Je zag het in de evolutie van de schoolfoto's dat jaar: je zag me verbleken tot ik van donker, over asblond, bij dat vreemdsoortige peroxide-wit uitkwam."

Volgens Joanna Pitman kreeg men in de Middeleeuwen en de Renaissance het haar blond met saffraanpoeder, paardenurine en duivenstront. De blondines stonken toen naar het schijnt tien uren in de wind.

"(verwonderd) Och gij! Da' meende nie. Nee, bij mij stonk het niet, maar het was echt wel heel ongezond voor mijn haar. Je voelde dat, er kon geen kam meer door. En het was echt niet om aan te zien. Maar toch hebben die twee vriendinnen en ik gewoon doorgezet."

Deden jullie dat om jullie seksuele aantrekking te testen of als subversieve daad? Want dat zijn volgens de schrijfster van deze studie de twee belangrijkste redenen om blond te willen zijn.

"Uit subversie natuurlijk. In de middelbare scholen toen had je twee soorten meisjes: de seutekes en de opstandelingen. Ik behoorde tot die laatste groep. Ik zat in een strenge school waar we altijd blauw moesten dragen. Ik heb alle variaties van blauw doorlopen, ik betastte de grenskleuren om me te onderscheiden. Helaas, steeds weer werd ik tot de orde geroepen. Ik probeerde het dan maar met schmink uit, ook dat lukte niet. Tegen het haarbleken heeft men, raar maar waar, niets ondernomen. Ik was daar blij mee, want ik vond dat ik daardoor iets betekende in die massa die unisono was. Het was alsmaar uniform in mijn jeugd: bij de Onze-Lieve-Vrouw Visitatie in de week en bij de chiro in het weekend. Ik had bijna geen kleren die het authentieke of unieke aan mij konden uitdrukken. Ik werd vestimentair verboden keuzes te maken. Het enige waarin we ons apart konden manifesteren was in wat boven onze kleren uitstak: het hoofd."

Werden jullie toen voor domme blondjes aangezien?

"Nee, nooit. Ik ken dat trouwens niet in het echt, een dom blondje. Ze zullen misschien rondlopen, maar ontmoet heb ik ze nooit. (denkt na) Er zat een hevige blonde in mijn jaar maar die was absoluut niet dom, ze was zelfs de slimste van de klas. Maar enfin... ik beoordeel mensen niet op blond en/of dom. Indien ze dat van mij zouden zeggen, zou ik het trouwens niet erg vinden. Ik word liever als dom dan als slim gezien, zo kan ik tenminste af en toe verrassend uit de hoek komen. Vroeger, op school en zo, hebben ze wel altijd gezegd dat ik domme vragen stelde. Ik was het daar niet mee eens, mijn vragen waren hooguit ontbolsterend. Momenteel is die stempel domheid weggevallen en zegt men maar dat ik zot ben."

Wacko, noemde Brusselmans u vorige week in De laatste show.

"Ik heb nadien de video zitten bekijken en in mijn broek gedaan van het lachen. Dame Edna, ken je haar? Wel, die had altijd zo'n madam met een sacocheke bij zich, Madge, die wat rondom haar gebeurde met gemengde gevoelens zat te bekijken. Nu, Herman Brusselmans vorige maandag, dat was precies Madge. Dat hij me wacko noemt, vind ik niet erg, het is zelfs een compliment. Ik voel me niet geschaad als men die andere logica die ik heb, gekte noemt. Er zijn andere dingen die me pijn zouden doen indien men ze mij in het gezicht zou smijten. Dingen waar ik echt niets aan kan doen. Aan dat zogenaamd gek zijn, wíl ik niets doen.

"Mijn man zegt dat trouwens ook vaak tegen mij als ik weer een onverwachte reactie of een opmerking maak: 'Pascale, gij zijt echt zot gij' en ik ben dan blij (lacht luid). Ik hou er niet van om prettig gestoord te worden genoemd. Dat prettig is mij er te veel aan. Ik verstoor wel mijn omgeving en misschien is dat op zich al zot genoeg. Zot ben ik in de zin dat ik een eigen wereldje opbouw, waarbinnen ik over de dingen vertel. Voor mij is dat een evidentie. De mensen die naar mijn voorstellingen in het theater komen, hebben er geen moeite mee als ik die kleine wereld openvouw, ze zijn erop voorbereid en kunnen de tijd nemen om zich te laten meezuigen. Op de televisie heb je natuurlijk maar een paar minuten om je te tonen: een inleving is moeilijker en de reactie erop daardoor meer geremd. Ik kan me dus echt wel voorstellen dat sommige kijkers zeggen: wat smijten ze hier binnen, een zottin. Mijn entourage vindt echter dat ik op de televisie mijzelf blijf, zoals ik als mens ben en zoals ik ook in het theater sta. Ik doe dus kennelijk geen concessies voor de tv en dat stemt me wel gerust."

U hebt wel een aparte humor. U vertelt iets met andere pointes dan we in een verhaal gewoon zijn.

"Mijn verhalen gaan over dingen die ik zie en meemaak. Nu, jij weet toch ook dat in die alledaagse dingen pointes niet bestaan. Als reële dingen zich voordoen, kan ik daar heel verwonderd over staan, dan gaat mijn fantasie soms met mij op de loop en wanneer ik het navertel krijgt die realiteit daardoor een extra laag. Surrealistisch, noemen sommigen mijn vertelsels. Toch vind ik die verhalen niet uit. Die dingen gebeuren rondom mij. Neem nu die verdekselde muis waarover ik het vorige maandag had. De mensen begrijpen mijn redenering daarover niet en vinden dan maar gewoon dat ik gek ben. Terwijl..., het is wel wat ik écht had meegemaakt. Op de plaats waar ik in mijn tuin een gekwetst muisje had gelegd, lag even later het deksel van een verfpot. Andere mensen concluderen dan misschien 'bon, die muis is opgegeten of weggevlucht'. Anderen, zoals ik, durven al eens te denken 'tiens, het is alsof dat muizeke een deksel is geworden, het is verdekseld'. Als ik zoiets dan ook nog zeg, vindt men mij rijp voor het gesticht. Komaan zeg. Het is enkel mijn verbeelding die ik dan openlijk de vrije loop laat. Kinderen gaan daar wél heel snel in mee. Ikzelf heb die taal trouwens als kind sterk ontwikkeld. Het verschil met anderen is dat ik die taal bleef behouden toen ik ouder werd. Mijn moeder zegt me dat ik dat van mijn vader heb. Hij kan ook soms van die dingen zeggen waarvan je je afvraagt 'waar heeft hij het in godsnaam over'. Terwijl mijn vader in wezen een heel ernstig man is. Bij mij is het ook niet altijd de bedoeling om per se grappig te willen zijn. Iets intrigeert me en ik kan dat niet voor mezelf houden. Of dat verhaal dan een clou heeft of een pointe, maakt me niet zo veel uit. Moppen bijvoorbeeld, die wel een clou hebben, hoor ik niet graag. Ik vind moppen niet grappig. Ik heb liever dat men na een verhaal overblijft met een groot vraagteken op het gezicht, zo van 'hè?'"

Dus ook de moppen over domme blondjes zeggen u maar niets?

"Ik ken ze niet. Ik onthoud trouwens geen moppen."

Eentje, dat in het boek stond: 'Waarom heeft men op de pantoffels van een dom blondje bovenaan de afkorting T.E. gestikt? Antwoord: zodat ze weet hoe de pantoffels aan te doen, met de Tenen Eerst.'

"(bulderlach) Kijk, dat vind ik nu wél grappig. Vreemd hé."

Wat trekt u zo aan in het blond zijn, dat u sinds uw jeugd consequent uw haardos zo hield? U behoort bij die groep van één op de drie Amerikanen en Europeanen die blond haar heeft, terwijl slechts één op de twintig van nature blond is.

"Blond staat me gewoon het best. Blond is juist. Blond is altijd zomer rond je kruin. Blond verzacht je, het zit als een aureool rond je gezicht. Blond is ook uitstekend in het theater. Daar is alles al zo donker maar dankzij die lichte haarkleur valt er geen extra schaduw over je persoon. (twijfelt) Nu ik dat hier zo zit te vertellen..., toch is blond een beetje vreemd voor mij. Ik ben uiterlijk blond, want dat vind ik het beste staan bij mij, maar eigenlijk voel ik mij een roste. Ik voel me meer bepaald mandarientjesrost. Ik heb wel veel omwegen gemaakt voor ik het blond kreeg waar ik nu finaal gelukkig mee ben. Ik ben nog worteloranje geweest, maar dat kwam doordat ik een tijdlang als jobstudente in haarshows van L'Oréal heb meegelopen. Met een hoogrode haarkleur. (schudt met haar blonde haar) Ai ai ai, ik heb nogal gebricoleerd met mijn coupe. Wat ik zeker weet, is dat toen ik nog bruin was, ik helemaal anders was qua karakter."

Verandert de haarkleur het karakter van een persoon, denkt u?

"Het is anders: het haar verandert volgens je karakter. Kijk, ik heb nu niet meer dat opvallende wit, of dat mèches-blond. Ik ben echt naar een soort gewoon fatsoenlijk blond gegaan, meer clichématig bijna. En dat heeft met mijn evoluties te maken. Wat mij op dit moment namelijk het meeste aantrekt in blond is het cliché, die symboliek van het voorspelbare.

"Ik hou van clichés (spreidt haar armen open). Echt! Clichés, symbolen, dat maakt mij rustig. Die uitgesproken kleuren: zwart, wit, goud. Ik ben geen pastelleke. Ik ben zot van die grote allesomvattende dingen (tekent slogans in de lucht): Charlie Chaplin, Coca Cola, de dollartekens van Andy Warhol. Dat zijn allemaal zaken die in ons collectieve geheugen zitten. Blond hoort daar onherroepelijk bij."

Ook Joanna Pitman besluit dat in haar boek. Van bij de Griekse beschaving, over de Middeleeuwen tot nu heeft blond een symboliek gehad, een dubbele. Steeds was er een spanning tussen blond als erotische kracht en blond als symbool van verheerlijking. Ooit werd de Maagd Maria gecreëerd als de reine (blonde) pendant van de hoerige (blonde) Maria Magdalena, die ooit sensueel met haar lange blonde lokken Christus' voeten waste...

"(slaat haar handen tegen elkaar en roept) O, die prachtscène, ik gebruik dat in een van mijn theaterproducties. Ik vertel er het verhaal van Jezus, vanuit de ogen van tante Elisabeth. Ze was er volgens mij ook bij toen Magdalena dat met Jezus' voeten deed. Als ik aan Maria Magdalena denk, kan ik dat ook niet zonder er het beeld van de actrice Gena Rowlands uit de films van John Cassavetes bij te betrekken. Ik was daar vroeger stapel op. Rowlands had een beetje mijn kapsel, maar dan langer en meer gelegd. Zij was een soort waanzinnige, geïnspireerde, aantrekkelijke, intrigerende vrouw. Warm en moederlijk ook, een vrouw met alles erop en eraan. Een schone blonde. De dag dat ik voor de spiegel stond, tevreden over vorm en kleur van mijn blonde kop, zei ik dan ook 'waaw. Gena Rowlands'."

Blonde vrouwen willen zich hoe dan ook laten opmerken, schrijft Pitman. Houdt madame Platel van aandacht?

"Enorm! Vooral omdat ik heel nieuwsgierig ben. Ik stap graag op de mensen toe en stel hen dan heel directe vragen. Het is een automatisme, als ik een tijdje naast iemand zit, als ik op straat loop, of in een pompstation binnenstap. Soms voel ik dan die drang opkomen en dan kan het gebeuren dat ik op iemand toe stap en vraag: 'Ben jij gelukkig?' Ik moet dan wel in een bepaalde stemming zijn en genoeg tijd hebben om naar het antwoord te luisteren. Het gekke is namelijk dat die mensen meestal niet met ja of nee antwoorden maar spontaan hun levensverhaal beginnen te vertellen. Laatst nog zei een vrouw 'nee' toen ik haar vroeg of ze gelukkig was. Ze vertelde me dat ze ooit haar eigen zus had zien verdrinken in een vijver. Ik zweer het je, het is echt gebeurd. En dan sta je daar. Ik vind het interessant om iemand die naast me leeft een beetje te leren kennen. De mensen gaan je van de weeromstuit, omdat ze voelen dat je echt interesse toont, belonen met hun verhaal, met echtheid. Als ik dat dan navertel of gebruik, in een productie of zo, dan is de reactie soms: dit is absurd. Terwijl ik alleen maar het echte leven navertel. Eens je uit de voorspelbare conversaties vol gemeenplaatsen treedt en dieper gaat, dan kom je in een superrealistische wereld terecht. De mensen van vandaag zijn het echter zo gewoon om in gemeenplaatsen te praten. Het lijkt wel alsof ze het scenario van het gesprek dat ze willen voeren al vooraf hebben uitgetekend. Ikzelf kan geen oppervlakkige dialogen voeren, dat is pas absurd en onrealistisch. Ik kreeg dat gevoel ooit tijdens een interview: men wou van mij bepaalde dingen horen en andere niet. Op zo'n moment speel ik dat spel mee, geef ik ze wat ze moeten hebben. Ik heb het gevoel dat men dan enkel het beeld dat in hun hoofd zit, wil uitschrijven. Men wil niet kijken naar die aparte werkelijkheid die ik, zoals elk mens overigens, ben. Ach, als je écht praat met een kind of met een volwassene, dan sta je soms verwonderd over de diepgang waarmee je in geen tijd gaat converseren. Je bent onverwacht voor elkaar, verrast door elkaar, je staat als aan de grond genageld."

Voelt u zich niet eenzaam met zo'n perceptie over de wereld en de mensen rondom u?

"Niet eenzaam, ik ben wel veel alleen. Ik ben ook graag alleen, vooral om te kunnen liggen in mijn zetel. Languit liggen is mijn beste houding om na te denken. Als ik dat een paar dagen niet doe, word ik verschrikkelijk gestresseerd. In de auto kan ik eenzelfde rust terugvinden, als ik boven de weg, de huizen en de auto's uit, naar de horizon kijk, naar die onbegrensde verte."

Nooit bang dat u door uw manier van apart-zijn ooit de uitvergroting van uzelf wordt, het typetje Pascale Platel.

"Nee, ik ben daar niet bang voor. Ik heb dat met theater altijd goed in de hand kunnen houden. Bij de televisie zal me dat ook wel lukken. Ik ben mijn eigenste zelf, daar kun je niemand anders bij bedenken. Ik word trouwens nog niet te veel benaderd door de mensen, of misschien durven ze gewoon niet, dat kan ook. Het vervelende aan het feit dat ik nu op de televisie kom, is dat ik vind dat ik me nu goed moet verzorgen. Ik ben eigenlijk een vreje luie op dat vlak, maar als ik nu naar buiten wil komen, vind ik dat ik mijn haar moet wassen. Niet dat ik denk dat ze naar mij kijken als naar een soort idool of zo."

Hebt u zelf ooit idolen gehad, blonde idolen?

"Jawel en inderdaad veel blonde. Naast Gena Rowlands is mijn grootste idool de actrice Helen Mirren. Fantastisch mens vind ik dat. Joanna Lumley is ook een idool. Oooh (slaat haar handen voor het gezicht), dat is schoonheid die prikt én prikkelt. Een uiterlijk prachtige blonde waar de mannen last mee kunnen krijgen. Lumley is een stoute blonde net zoals Vivienne Westwood en Blondie. Vooral Blondie was een geval apart: punk met een poppengezicht. Toen ik ouder werd heeft vooral Madonna veel voor mij betekend, zoals voor een pak vrouwen van mijn leeftijd."

Pitman zegt dat Madonna tot de generatie van de 'powerblondines' behoort, de schone witkoppen met een onmiskenbare macht.

"De onafhankelijke én verleidelijke blonde, inderdaad. Ze schopte er nogal tegen met zowel haar voorkomen als haar boodschap. En het heeft zijn effect niet gemist. Intussen is Madonna haar taak een beetje kwijtgespeeld, ik zie dat als ik haar in de boekskes bekijk, waar ze poseert met de man en de kindjes. Ze heeft het precies allemaal goed voor elkaar en dat maakt haar een stuk minder interessant. Alhoewel, dat zal wel een noodzakelijke evolutie zijn zeker? Weet je, mijn idolen moeten voor mij niet allemaal zoals James Dean doodgaan om eeuwig fantastisch te kunnen blijven. Madonna had haar functie op een belangrijk moment en nu vind ik in haar liedjes niet meer de boodschappen terug die vroeger voor mij zo essentieel waren. Een mens is op een bepaald moment misschien gewoon uitverteld. De boodschappen zijn op. Of misschien is Madonna gewoon gelukkig geworden. Dat kan ook."

Waarom spreekt u enkel over vrouwelijke blonde idolen?

"Omdat ik blond heel archetypisch met vrouwen identificeer, al kan ik zo'n koele blonde man van het Scandinavische of Duitse type ook wel smaken. Maar ach, hoe goed ik ook het spel met de mannen ken en hoe graag ik het speel: vrouwen zijn wezens waar ik blijf naar opkijken. Ik heb een goede vriendin en aan haar heb ik al gezegd: 'indien ik geen man had, ik zou direct bij u komen wonen.' Maar zij zegt dat ze dat niet zou willen. Ik had als kind reeds een pak vrouwen in mijn omgeving waar ik veel bewondering voor had. Mijn moeder zat in een vrouwenkring die enorm boeiend was. Die vriendinnen waren allen getrouwd en kwamen regelmatig samen bij mijn moeder, voor een koffieklets. Ik zat daar dan dolgraag bij. Ik slaagde er op de een of andere manier in me tijdens die sessies onzichtbaar te maken. Zo kon ik alles afluisteren, verhalen die voor mijn oren nog niet geschikt waren, over mannen bijvoorbeeld. Ik weet dat ik naar de complexiteit van die beschouwingen zat te luisteren en intussen staarde naar die even complexe dure pateekes vol crème fraîche, die op een weekdag, wat bij ons hoogst ongebruikelijk was, op de salontafel prijkten. En dan ook... dat magische van het weinig gebruikte zondagse servies dat die aparte sfeer mee ondersteunde. Ik zat alles te absorberen. Dat ik nu ben zoals ik ben, heeft voor een groot deel met die boeiende vrouwen rond mijn moeder te maken. Ik ben nu zo oud als zij toen, een veertiger, en ik heb pas beslist dat dit de boeiendste leeftijd is. Het is het voorlopige hoogtepunt in mijn leven, privé en professioneel. Ik relativeer, bent zelfverzekerder geworden. Ik wil niet meer behagen om te behagen zoals ik vroeger al eens deed. Nu kan ik de techniek functioneel inbouwen. Ik heb het knopje gevonden waarop ik kan drukken als het nodig is."

En hoe beschouwt uw moeder dat nu, de manier waarop u naar buiten treedt?

"Ik heb de laatste tijd veel diepgaande gesprekken met mijn moeder, deze namiddag was het ook weer van dat. Ze zei me: 'Vroeger kon ik zo bang zijn omdat jij een kind was waarvan we nooit wisten welke kant het zou opgaan. Ik had altijd zoiets van oei oei, wat gaat ons Pascale nu doen. Nu heb ik dat losgelaten omdat ik zie dat alles op zijn pootjes is gevallen. Lukt het niet bij jou, dan is dat maar zo, lukt het wel, des te beter, maar ik heb er alle vertrouwen in.' Ik vroeg toen: mama, denk je dat ik altijd zal kunnen doordoen, dat die zogenaamde zottigheid blijvend in mijn werk zal evaporeren. Jawel, dat zei ik: evaporeren, mooi woord hé. Hoe dan ook, mijn moeder antwoordde: 'Gij zult dat altijd kunnen blijven doen.' Toen heb ik gezegd: mama, mag ik u ne keer vastpakken? Ik heb haar dan eens goed vastgepakt en dat heeft deugd gedaan. Ze had me iets gezegd wat ik echt graag hoorde, die vrouw die me al zo goed kent en zoveel met mij heeft meegemaakt. Ik voelde dat het mij gelukt was, dat ik met mijn uitlaatklep, die onnozelheid, mijn gekleurde haar, het vreemd beschouwen van de dingen rondom mij en mijn woekerende fantasie, een plaats kreeg. Mensen kunnen me begrijpen, me goed vinden, zelfs mijn moeder vindt dat ik een eigen podiumpje heb gecreëerd waarop het heerlijk vertoeven is. (zwijgt even) Ik heb toch een tof leven hé. Vind je niet? Misschien moet ik nu gewoon weer even gaan neerliggen in mijn zetel."

'De dag dat ik voor de spiegel stond, tevreden over vorm en kleur van mijn blonde kop, zei ik: waaw, Gena Rowlands'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234