Donderdag 02/02/2023

'Ik hou nog enkele blote auto's met glimmende meisjes verborgen'

Ever Meulen (Eddy Vermeulen, °1946) is in de eerste plaats bekend als tekenaar van Humo. Maar hij is veel meer dan dat. Zo maakte hij als enige Europeaan én samen met Andy Warhol en Keith Haring tekeningen voor een Walt Disney-kalender, hij verwierf wereldfaam met (cover)tekeningen voor The New Yorker en in Japan kennen ze hem van zijn tekenwerk voor Honda. Dezer dagen wordt in Knokke een kleine selectie van zijn indrukwekkende oeuvre tentoongesteld in een heuse kunstgalerie.

Brussel

Eigen berichtgeving

Armand Plottier

Hoe komt een tekenaar die niet van galerieën houdt uiteindelijk toch in een galerie terecht?

Ever Meulen: "Als kunststudent wou ik tekeningen maken voor iedereen en niet alleen voor rijke galeriebezoekers. Dat vond ik te beperkt. Mijn werk, mijn fantasie, mijn energie, was niet bestemd voor één persoon die daar toevallig geld voor neergeteld had, oordeelde ik toen. Galerieën, dat exclusieve en unieke, dat was de oude kunstwereld. Nu was ik lang niet de enige die er toen zo over dacht hoor. Die mentaliteit hing gewoon in de lucht, het was de sfeer van de jaren zestig, van de popart.

"Pop wilde vooral communicatief zijn en herkenbaar. Kunstenaars gebruikten beelden uit de reclame en uit strips, dat vond ik fantastisch! Om beter te communiceren maakte men multipels. De boodschap was: een kunstwerk moest geen uniek exemplaar meer zijn, het kon ook een genummerde en ondertekende zeefdruk zijn. Je kon op die manier meer mensen bereiken via betaalbaar en kwalitatief hoogstaand werk. Andy Warhol maakte multipels, maar ook Claes Oldenburg, Roy Lichtenstein, Jim Dine, David Hockney... Ik begon dus te zeefdrukken."

Maar u werd de huistekenaar van Humo.

"Ik maakte zeefdrukken van Frank Zappa en dat zag Guy Mortier wel zitten, ik kon meteen aan de slag bij zijn blad. Misschien dacht Guy wel dat hij het was op die zeefdruk, want die twee waren echte lookalikes toen in de jaren zeventig. Als beginnend tekenaar wou ik echt van mijn tekeningen leven. Tekenen kon voor mij duidelijk niet tot vrijetijdswerk beperkt blijven. En dat lukte bij Humo.

"Zodoende tekende ik in die periode dingen die het Humo-publiek, een jong publiek, aanspraken: karikaturen van Elvis Presley en Bob Dylan, posters van Rod Stewart en Roxy Music. Zelf was ik een echte popmuziekliefhebber. Het was muziek die mijn dag vrolijk maakte. Deuntjes van de radio die ik graag meezong. Die Roxy Music-poster (uit 1974) vind ik nu nog steeds een merkwaardige tekening. Vooral toen was die nieuw en spectaculair qua stijl net zoals de muziek van Bryan Ferry zelf. Trouwens, Bryan Ferry, die ook op de kunstacademie had gezeten, vond die poster prima.

"Ondertussen werkte ik ook al wel eens voor buitenlandse bladen zoals Oor in Nederland en Libération in Frankrijk. In de jaren tachtig kon ik bij de Parijse uitgeverij Futuropolis Huiles sur papier en Feu vert uitbrengen en ook de reclamewereld toonde interesse. Het was mijn succesvolste periode. Langzaam maar zeker evolueerde mijn stijl van rond naar hoekig. Op de zeefdruk met de lange titel Use the mood of the past to rewire your brain for the future combineerde ik de ronde vormen van de auto's met de scherpe vormen van het decor. Of ik probeerde alle lijnen te laten raken in de prent Aïda Avenue (Plaizier 1982).

"Doordat een aantal onderwerpen bij Humo steeds weer opnieuw aan bod kwam, werd ik ook gedwongen om opnieuw en opnieuw een nieuwe grafische versie van de feiten te geven. En ik begon steeds eenvoudiger te werken. Less is more stak de kop op maar eerlijk gezegd heb ik mij altijd meer geamuseerd met more is more. (lacht) En ja, mijn recentste werk is niet in opdracht gemaakt, dat zie je eraan, hoop ik. Ik maak plezierige tekeningen voor mijzelf in houtskool, heel artistiek en helemaal anders dan de tekeningen die vroeger als drukwerk moesten verschijnen.

"Om een lang verhaal kort te maken: Het Zwart Huis in Knokke heeft mij deze tentoonstelling aangeboden. Het is de ideale plek om mijn werk te tonen. Hier krijgen mijn originelen hun verdiende valeur of is het misschien door de keurige lijsten? (lacht) Nee, met de kunstwereld heb in nooit iets te maken gehad, maar blijkbaar leidt mijn lange weg nu toch naar een galerie. Hopelijk bereik ik met deze tentoonstelling niet enkel the happy few."

Langzaam maar zeker zie je, ook op deze tentoonstelling, de rock-'n-roll uit uw werk verdwijnen en 'de officiële kunst' uw tekeningen binnensluipen.

"Kijk, ik ben dan ook al drie decennia bezig. Rock en popmuziek inspireren mij niet langer maar de kunstgeschiedenis daarentegen des te meer. Ik refereer nu graag aan mijn favoriete kunstenaars: René Magritte, Giorgio de Chirico en vooral de charmante Gust De Smet. Het klopt dat 'de officiële kunst' mijn werk binnensloop, maar ik heb me nooit geforceerd om kunstig te worden. Het is echt een normale evolutie geweest van iemand die zijn werk goed doet."

Wat die officiële kunst betreft, u hebt nog les gehad van Roger Raveel?

"Tijdens mijn studentenperiode ging ik enkele avonden in de week naar Deinze, waar hij toen les gaf. Maar ik voelde er mij niet echt thuis. Mijn probleem was dat ik in zijn atelier op grote formaten moest werken, met dikke kwasten en zo. En dat was voor een tekenaar als ik toch een stap te ver."

Maar u houdt wel van zijn werk?

"Natuurlijk! Destijds, in 1968, reisde ik met mijn vrienden Ludo en Karel in een Dafje naar Documenta in Kassel en wie hing daar toen tussen al die Amerikaanse popartiesten: Roger Raveel, hij was toen al een grote meneer hoor. Ik vind zijn 'nieuwe figuratie' nu nog steeds zeer interessant en ik hou vooral van zijn (minder bekend) grafisch werk. Hij zal het niet graag lezen maar volgens mij vertoont Raveel meer raffinement in zijn tekeningen en litho's dan in zijn schilderwerk."

Bekender is dat u een Hergé-bewonderaar bent. Een beetje heiligschennis moet kunnen: vergelijkt u Raveel eens met Hergé.

"Oei, dat is moeilijk, dat zijn twee andere werelden. Hergé was een kunstliefhebber maar ik betwijfel of Raveel ooit een strip van Kuifje gelezen heeft. Ik zie eigenlijk geen overeenkomsten behalve dat ze mij alle twee hebben beïnvloed. Ik hou van het precieze bij de Brusselse tekenaar maar eveneens van het stevig geborstelde betonnen hek rond een landelijke tuin. Voor mij zijn ze als kunstenaar even groot."

Van welke hedendaagse kunstenaars houdt u nog?

"Panamarenko, Leo Copers en Wim Delvoye. Humor is nog altijd taboe in de kunst maar die mannen zijn niet bang om iets te maken dat ook plezierig is. Panamarenko is ook een knutselaar, daar hou ik van. Zijn vliegtuigen en duikboten zijn liefdevol in elkaar geprutst, zijn tekeningen vindt hij niet belangrijk. Hij houdt meer van de 'dingen in het echt'. Bij mij is dat omgekeerd, ik teken liever. Mijn wereld is plat."

De Amerikaanse cartoonist Saul Steinberg is uw grote voorbeeld.

"Steinberg was een grafisch genie. Hij probeerde alles uit wat op papier mogelijk was. Veranderde moeiteloos van stijl naargelang het onderwerp. Humor zonder woorden, het is zeer moeilijk. Je ziet het niet meer bij onze hedendaagse cartoonisten, iedereen gebruikt weer tekstballonnen."

Aan wie u ook refereert, uw tekeningen blijven altijd vrolijk, zorgeloos en een beetje gek.

"De Fransen hebben er een woord voor, zij vinden het loufoque, er is met mijn tekeningen inderdaad altijd wel iets mis, er zit een steekje los. Een tekening mag nooit saai worden. Zonder stout te zijn is er veel mogelijk op papier."

Tekenen is niet makkelijk?

"Tekenen is zeer moeilijk, zet dat maar in De Morgen. Kunststudenten moeten weten dat tekenen heel veel tijd vergt, het is economisch bijna niet meer verantwoord in deze snelle tijden. (lacht)

Wat adviseert u, die regelmatig in bladen als The New Yorker publiceert, uw studenten bij hun carrièreplanning?

"Ik kan niet iedereen helpen hoor. Trouwens, niet al mijn studenten willen per se voor de pers werken. Maar goed, ik geef hen elke week een kleine opdracht onder de titel: kunststudent laat de wereld niet los. Die opdracht bestaat erin dat zij korte leuke en catchy krantenberichten - De Morgen blinkt daar overigens in uit - moeten illustreren. De tekeningen moeten herkenbaar en toegankelijk zijn. Zo wil ik hen leren om niet naast de actualiteit te leven en om snel en in opdracht te werken. Kranten en tijdschriften zijn tegenwoordig echt wel op zoek naar tekenaars, maar vaak vinden ze er geen."

Dient er zich dan echt geen jong aanstormend talent aan?

"Toch wel. Jeroom is ondertussen voldoende bekend, maar ook iemand als Jan Van Der Veken is goed bezig, hoor. Van Der Veken kan al in Amerika en Canada aan de slag, hij werkt trouwens ook voor jullie Al Dente-bijlage. Dave Vanroye en Pieter De Poortere maken goede strips en er zijn ook veelbelovende meisjesstudenten; Lies, Frow, Nathalie. Je zult er nog van horen."

Moeten zij zich in het buitenland vestigen om internationaal carrière te maken?

"Nee, maar het helpt. Ze mogen vooral niet vergeten dat er een buitenland bestaat waarvoor ze kunnen werken. Zelf ben ik ook in Brussel blijven hangen maar de wereld is klein geworden. Parijs en Amsterdam zijn vlakbij. Je hoeft niet in New York te wonen om te kunnen publiceren in Amerikaanse bladen maar ik zal het ambitieuze studenten niet afraden. Integendeel, je moet het doen als je jong bent, wetende dat Parijs en New York minder comfortabel zijn om te wonen dan Gent. Veel duurder vooral en dan moet je ook weer dingen gaan doen voor de poen. Nee, het blijft een moeilijke weg."

Zelfs Ever Meulen ving wel eens bot. Ooit weigerde Hugh Hefner, de baas van Playboy, een tekening van u wegens 'te gesofistikeerd'.

"Ik heb weinig conflicten met opdrachtgevers gehad, vandaar dat het Hefner-verhaal zo bekend geworden is. Nu ja, het ging natuurlijk over de vorm van borsten maar je moet weten dat Hefner een mislukt cartoonist is. Hij lag altijd overhoop met zijn tekenaars, het liefst wou hij zelf tekenen denk ik. Nu ik erover nadenk: ook Bob Cools, destijds burgemeester van Antwerpen, heeft ooit werk van mij geweigerd. Toen architect b0b van Reeth mij een tekening vroeg om de heraanleg van de Groenplaats aan te kondigen maakte ik een plezierige prent van P.P. Rubens die de plannen presenteert aan de Antwerpenaars. Maar Cools vond het maar niks. Volgens hem was mijn ontwerp ridicuul, kinderachtig en onnozel. Mijn tekening zou het serieux van het project ondergraven. Ik denk dat Bob Cools ook een mislukte cartoonist is. (lacht)

Ondanks Hefners oordeel mogen uw blote meisjes er best zijn. Blijft er misschien nog een stuk Ever Meulen voor ons verborgen? Hebt u nog erotische tekeningen in de lade die u voorlopig voor ons verborgen houdt?

"Bent u op zoek naar de nachtzijde van Ever Meulen? Er is beslist nog wel wat te ontdekken in de lades van mijn atelierkasten maar een geheim oeuvre heb ik niet. Alleen enkele blote auto's met glimmende meisjes ernaast maar verder teken ik alleen over de bloemetjes en de bijtjes." (lacht)

Er is een mooi maar dun boekje te koop met uw houtskooltekeningen, wanneer komt er een dik boek?

"Volgend jaar komt Feu vert deel 2 op de markt, met werk van 1988 tot nu. Met die uitgave hoop ik de wendingen in mijn stijl en evolutie duidelijk maar selectief te illustreren. Ik wil tonen dat ik ernstig met mijn werk bezig ben en er tezelfdertijd nog plezier aan beleef ook."

Good Times (classify this as) Werk & wereld van Ever Meulen. Tot 11 januari 2004 in Het Zwart Huis, Dumortierlaan 8, 8300 Knokke. Open weekends en feestdagen van 14 tot 18 uur.

'Tekenen is zeer moeilijk, zet dat maar in 'De Morgen''

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234