Zaterdag 23/11/2019

'Ik hoop ze van hun sokken te blazen'

Muzikant en regisseur Tom Barman mocht voor een expositie in Amersfoort een selectie maken van hedendaagse kunst uit zijn land. Hij aarzelde geen moment. 'In Belgische kunst zit altijd een geniepig lef en zin om keet te schoppen.'

Geen flauw idee, zegt Tom Barman een week voor de opening van De vierkantigste rechthoek - geen flauw idee hoe Nederlanders denken over Belgische kunst. Dus zegt hij hen: "Ik vermoed dat jullie al een tijdje in de gaten hebben dat er iets bijzonders gebeurt bij ons. Dat wij meer te bieden hebben dan het surrealisme van Magritte. Ik hoop echt dat ik jullie met mijn keuze van je sokken blaas. Dat was mijn opzet: uitpakken, het beste laten zien dat België te bieden heeft. Pittig en vitaal."

Het is hem, als voorman van rockband dEUS en filmmaker, al zo vaak gevraagd: wat maakt België nu typisch Belgisch? Het antwoord ligt volgens Barman in eclecticisme en tegendraadsheid. "In humor ook. En in het opene. Ik zie of hoor het in de pretoogjes van René Magritte, in de staalharde no nonsense van Jacques Brel, in de meertalige dialecten van Raymond Goethals en in de veelzijdigheid van Hugo Claus of Victor Servranckx. Achter het uitgewoonde cliché van het Belgische surrealisme klopt een experimenteel hart. Altijd met een geniepig lef en zin om keet te schoppen."

Anderhalf jaar geleden kreeg hij het verzoek van Robbert Roos, hoofdcurator van Kunsthal Kade in Amersfoort, of hij een tentoonstelling wilde samenstellen over een eeuw beeldende kunst uit België. Barman zei direct ja. Hij wist ook hoe hij ging kiezen: intuïtief. "Ik wou niet de pretentie hebben het volgens een thema te doen of op basis van een intellectuele smoes. Nee, gewoon: wat verleidt mij?

"Ik heb ook geprobeerd wars te zijn van snobisme, dus je zult ook namen tegenkomen voor wie mensen uit het kunstwereldje hun neus ophalen. Pol Mara - gigantisch in de jaren zeventig in België, zijn werk hing in alle overheidsgebouwen - is het schilderachtige softseks-equivalent van Emmanuelle. Daar ga ik zeker iemand mee choqueren. Ik hoop dat het een originele dynamiek geeft, anders dan wanneer er alleen een curator van het museum aan te pas komt."

Nel Aerts, 'Op kop'

(2011, acryl en vuller op hout)

Courtesy: de kunstenaar, privécollectie, België

"In de catalogus bij de expo citeer ik Magritte: 'Elk zichtbaar ding verstopt een ander zichtbaar ding', en zo was het met Nel Aerts, van wie ik nog nooit had gehoord. Ze werd me getipt. Dat was ook zo bijzonder aan mijn zoektocht: door met museumdirecteuren, galeristen, verzamelaars en kunstenaars te spreken, werd ik regelmatig op een nieuw spoor gebracht. Ik heb er vier nieuwe werken aan overgehouden, van Michael Van den Abeele onder anderen.

"Voor het werk van Nel moest ik gewonnen worden. Ik was bij haar op atelier en dan zie je iemands werk anders dan wanneer het in een galerie hangt. Veel prozaïscher: op de grond, tegen een bureau. Ik heb foto's gemaakt die ik thuis opnieuw bekeek en toen gebeurde het dan toch: ik zag werk dat me misschien niet raakte vanwege de vorm, zoals in het geval van Bijls beddensteunen, maar dat toch zo krachtig was in zijn aanwezigheid dat ik er steeds weer naar wilde kijken. Een weerbarstige verleiding, maar zoals we weten: dat zijn de beste. Zou ik het moeten vergelijken met muziek, dan zou ik zeggen: Op kop is als een kort en krachtig hardcore jazznummer. Drie minuten.

"Aerts wordt vertegenwoordigd door Carl Freedman Gallery in Londen. Dat zegt iets over de kwaliteit van deze jonge generatie kunstenaars. België zit volgens mij op een topniveau. En niet omdat het werk zo veel beter is dan dat wat in de jaren zeventig en tachtig werd gemaakt - met Walter Swennen, De Keyser.

"De Belgen zijn zich aan het emanciperen. Ze weten dat het gedaan moet zijn met die sorry-dat-ik-leefattitude die we lang hebben gehad. Ook dat is dan weer typisch Belgisch: de arrogantie, de mercantiele geest, die Nederlandse kunstenaars allemaal wel hebben, die is hier lang gemist. Op een enkele uitzondering na, Luc Tuymans. Maar dat is dan ook de rockster der schilders."

Raoul De Keyser, 'Zeven voor Jeanne 3'

(1980, olieverf op doek)

"Op een tentoonstelling van Michael Borremans, een paar jaar geleden, kwam ik de dochter van Jan Hoet tegen. 'Hey Tom', zei ze, 'ik hoor dat je verzamelt.' Ze werkte bij Christie's, en als er eens iets was dat ik zocht, dan moest ik haar maar bellen. Ik had al een pint op, dus ik riep meteen: 'De Keyser, die staat al eeuwig op mijn verlanglijst.' Drie maanden later viel er een veilingcatalogus van naoorlogse kunst bij Christie's in de bus en daar zat hij bij: een werk uit zijn serie Zeven voor Jeanne. Dat was De Keysers toenmalige galeriste. Man, dat is zó mooi.

"De Keyser is gewoon mijn favoriet, ik ben verliefd op zijn werk. Ik vind zijn kleuren prachtig en hoe hij met lijnen werkt. Ik vind het prachtig dat zijn werk voor 90 procent abstract is, maar je er toch, om maar een voorbeeld te noemen, een voetbalveld in herkent. Het is ook zo'n beetje kapot altijd. Niet perfect. Onaf."

Guillaume Bijl 'Composition Trouvée'

(1990, mixed media)

Courtesy: Jos Jamar Gallery

"Een tijdje terug was ik op atelierbezoek bij Guillaume, waar hij, kettingrokend, een hilarische en kurkdroge powerpointpresentatie gaf van zijn werk. Buiten stond een ander Antwerps icoon, de kunstenaar Waut Vercammen, hem uit te lachen, zoals vrienden dat doen. 'Guillaume! Ge zijt aan het zagen!' En dan hebben we het over grote kunstenaars, hè? Misschien ben ik een romanticus, maar ik zie dat niet zo snel in Parijs gebeuren. Laat staan in New York.

"Guillaume Bijl is bekend om zijn transformatie-installaties: hij bouwt nauwgezet alledaagse situaties na. Een autorijschool, kapsalon, beroepsheroriëntatiecentrum. Op een zachte manier houdt hij je een spiegel voor: van de veelheid en nutteloosheid van de objecten waarmee wij ons omringen. Het is politiek geëngageerd, maar het wordt je niet door de strot geduwd. Bijl heeft weleens gezegd: 'Op 100 procent publiek mag je blij zijn als 5 procent je verstaat.' Ik denk dat hij bedoelt: is het wel zo nodig om een werk rationeel te begrijpen? Het mooie van zijn werk is: het verleidt je.

"Composition trouvée koos ik omdat ik in Amersfoort geen ruimte heb om een nagebouwde autorijschool te tonen. Maar ook omdat ik er direct voor viel. Het is kitsch en toch word ik er naartoe gezogen. Het doet me lachen, het is esthetisch. Net als met de toiletpot van Marcel Duchamp kun je je afvragen: wat maakt dit tot kunst? Lastige vraag. Bij mij thuis staat een microfoon van Guillaume, die ik cadeau kreeg nadat ik in 2006 een muziekfestival tegen extreem rechts in Antwerpen had georganiseerd. De micro van Martin Luther King heet dat. Als mensen zeggen 'wow, Martin Luther King? Is het echt?', dan zeg ik altijd: 'Dat is kunst, natuurlijk is dat echt.'"

De vierkantigste rechthoek, van 28 september t/m 4 januari 2015 in Kunsthal Kade, Amersfoort. www.kunsthalkade.nl

Koenraad Dedobbeleer, 'Give Something Back to Society'

(2012, hout en verf)

Courtesy: de kunstenaar en Galerie Micheline Szwajcer.

"Ik ben opgegroeid met kunst. Bij mijn ouders thuis hing Spilliaert naast werk van Léger en Braque, naast popart van Tom Wesselman. Daar werd niet gewichtig over gedaan, het was er, vanzelfsprekend. Helaas is weinig van de verzameling over sinds het bedrijf van mijn vader failliet ging. Bijna alles is verkocht. Een paar jaar geleden ben ik zelf gaan verzamelen. Voornamelijk hedendaagse kunst: Michaël Borremans, Daniel Pflumm, Michael Van den Abeele. Mijn smaak is eclectisch. De ene keer appelleert een werk aan iets uit mijn kindertijd, de andere keer aan architectuur waarmee ik ben opgegroeid. De rode draad is: obsessie en verliefdheid.

"Kunst kopen is een stukje magie in huis halen. Ik vind het hele gedoe eromheen ook zo leuk: verleid worden, de twijfel - gaan we het wel met elkaar vinden, het werk en ik?

"Bij dit werk van Koenraad Dedobbeleer, een stuk hout van iets meer dan een halve meter hoog, rechtop gehouden door een geschilderd steuntje, kreeg ik meteen een klik met de titel: Give Something Back to Society. Ik herken daar de humor van Kamagurka in, of van Zak, onze beste cartoonist. Het is Belgisch in zijn complete sarcasme: dus dit geeft de kunstenaar de samenleving? Een stuk hout. Met een likje verf op dat steuntje.

"Tegelijkertijd vind ik het ook weer een mooi zichzelf relativerend gebaar. Want in die wereld van de hedendaagse kunst - waar heel veel rotzooi wordt gemaakt, de markt steeds belangrijker wordt en het machogedrag overheerst, waar je enerzijds de kunstenaars hebt die l'art pour l'art maken, anderzijds de kunstenaars met een politieke boodschap - komt hij met een armzalig stukje hout. Alsof Koenraad Dedobbeleer ook wil zeggen: 'We moeten ons ook niet te veel wijs maken. Alles wat we doen is ook maar een slag in het donker."

Léon Spilliaert, 'Spel van golven in Oostende'

(1908, Oost-Indische inkt, pastel en waterverf op papier)

Courtesy: Fibac Collection

"In de nabijheid van de zee wordt veel wollig gesproken. Over de oneindigheid, de nietigheid van de mens. Daar wil ik me niet aan verbranden. Voor mij is dit schilderij: kindertijd. Op bezoek bij mijn tante in Oostende, een stad met een fenomenaal verleden - zoals zoveel dingen in België zwaar onderbelicht. Marvin Gaye, Pablo Picasso en Albert Einstein verbleven er lange tijd.

"Toen ik werd gevraagd voor deze tentoonstelling, waren Thierry de Cordier en Léon Spilliaert nummer een en twee op mijn lijst. Hoewel er een eeuw tussen hen in zit, delen ze een zwaarte en somberte, een uit de klei opgetrokken weltschmerz die je ook bij schrijvers als Felix Timmermans en Stijn Streuvels treft. Ik val daarvoor, het is een kant van mijzelf die je ook hoort in mijn muziek.

"In België bestaat een magie die je nergens anders treft en die magie heeft alles te maken met de wezensvraag: wat zijn wij eigenlijk? Een constructie? Een samenraapsel? We zijn een klein landje gekneld tussen drie gigantische ego's: Duitsland, Frankrijk en Nederland. Dat is een vloek en tegelijkertijd een zegen. Nederlanders zijn veel rationeler dan wij en ik weet niet of dat in de autonome kunst zo'n voordeel is."

Tom Barman

werd geboren op 1 januari 1972 in Antwerpen

studeerde aan de filmschool Sint-Lukas in Brussel

richtte in 1989 de band dEUS op, die

internationaal doorbrak met een mengeling van blues, jazz, folk en rock

werkt naast dEUS aan danceproject Magnus en jazzgroepje TaxiWars

regisseerde in 2004 de speelfilm Any Way the Wind Blows, die een aantal mensen volgt op een mooie junidag in Antwerpen

maakte vorig jaar Shot on Location voor de Nederlandse zender VPRO: een serie documentaires over steden waar beroemde films zijn opgenomen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234