Zaterdag 26/11/2022

'Ik hoef helemaal niet mooi te zijn'

Hij lijkt helemaal terug, nu hij in vier tv-series tegelijk meespeelt, en ineens ook komische sketches doet. Maar hij is nooit weg geweest, zegt Koen De Bouw. En comedy heeft hij altijd al gedaan. Tegelijk heeft hij die schone schijn nodig. 'Ik probeer niet te veel in de media te komen. Hoe meer je weet van de acteur, hoe meer je het mysterie van het personage verpest.'

Hoe je het best een bloemenweide aanlegt in je tuin. Daar gaat het nog even over op het einde van het gesprek, als de recorder uitstaat. De schijnbare eenvoud van zo'n weide is bedrieglijk. Eerst moet je de grond dor maken, dan het juiste mengsel zaaien, veel geduld hebben, en soms ook vechten tegen vooroordelen. Want wat voor de ene onkruid is, is voor de andere een veldbloem.

Perceptie is alles. Dat begint al bij de nieuwe serie waarin Koen De Bouw (49) vanaf volgende week te zien is. In tegenstelling tot wat overal verkondigd is, speelt hij daarin níét Kris Peeters. "Ik speel een minister-president in Deadline 25/5, en toevallig is Kris Peeters op dit moment de Vlaamse minister-president, maar daarmee houdt elke vergelijking op. Peter Van den Begin, die in de rol van Antwerps burgemeester kruipt, en ik hebben ons niet geïnspireerd op het uiterlijk of het innerlijk van Bart De Wever of Kris Peeters. (glimlacht) Gelukkig maar misschien. De serie speelt zich wel af tegen de achtergrond van de verkiezingen, maar we maken er geen enkel politiek statement mee."

In De premier van Erik Van Looy kruipt u binnenkort opnieuw in de huid van een politicus. In hoeverre bent u zelf bezig met politiek?

"Ik vind dat elke burger de verantwoordelijkheid heeft om zich vragen te stellen over de maatschappij waarin hij leeft, en mee vorm moet geven aan die samenleving. Als burger moet je dus bereid zijn om je te informeren over de politiek. (glimlacht fijntjes) In elk geval vind ik dat de politiek veel sexyer geworden is sinds Bart De Wever veertig kilo is kwijtgeraakt."

Wat politici en acteurs gemeenschappelijk hebben, is dat ze in de schijnwerpers staan. Maar u komt zelden in de media. Welke reden heeft dat?

"Vanuit mijn opleiding aan Studio Herman Teirlinck heb ik geleerd dat de acteur maar een verschijning is. Het gaat om het verhaal, niet om jou. Het mysterie van een personage is essentieel voor mij. Vroeger gebeurde dat bijna nooit, maar tegenwoordig komen tv-ploegen je filmen terwijl je eet of je omkleedt tijdens de repetities. Die demystificatie wil ik absoluut niet. Dat staat loodrecht op alles waar ik in geloof als het over acteren gaat. Ik kan niet verdragen dat ik een verhaal verpest omdat mensen dingen over mij weten die met het verhaal niets te maken hebben. Daarom deel ik liefst niet te veel over mijzelf met de buitenwereld.

"Er zijn veel collega's die daar anders over denken, dat klopt. Misschien heeft dat met hun opleiding te maken. Of met hun karakter. Ik begrijp dat aandacht krijgen deugd doet, zeker als je het te weinig hebt gekregen in je leven. Maar uiteindelijk gaat dit vak om aandacht geven, niet om aandacht krijgen. Aandacht krijgen als acteur of als ster is een enorme energie die op je afkomt. Als je dat niet op de juiste manier naar je hand zet, creëer je een monster."

Maar tegelijk hebt u die media-aandacht toch ook nodig?

"Nee, dat is niet waar. Natuurlijk moeten mensen weten wat er gemaakt is en door wie, maar dat is het product dat aandacht nodig heeft. Een van de eerste films die ik deed, was Vallen van Hans Herbots, naar de roman van Anne Provoost. Die film kwam uit in 2000. Ik weet nog dat ik in een cafeetje in Gent zat en naar het toilet ging, en boven het urinoir hing daar gewoon een A4'tje waarop die film aangekondigd werd. De Vlaamse film had toen nauwelijks geld om te draaien, laat staan om billboards te maken. Heel goed dat dat veranderd is, maar het is te veel in de andere richting doorgeslagen. Enfin, misschien neem ik daar een wat extreem standpunt in, maar ik ben inderdaad voorzichtig in interviews geven.

"Bovendien: als ik tijdens zo'n gesprek emotioneel word over iets, of dat nu over politiek of mijn werk gaat, dan heb ik daar achteraf altijd spijt van. Want dan zeg ik dingen die later uitvergroot worden, vaak zonder uitleg en zonder context. Daar kan ik enorm van afzien. En als iets op papier staat, dan is het voor de eeuwigheid. Zeker nu, met internet. Je krijgt dat dan ook niet meer genuanceerd. En het is net van de nuance dat ik het moet hebben."

Op tv zien we u dezer dagen in Cordon, Vermist, Deadline 25/5 en Achter de feiten. Ineens bent u weer overal, zo lijkt het wel.

"Dat kan zo lijken, maar ik ben nooit weg geweest. Tv-programma's worden vaak twee of drie jaar vooraf opgenomen, en de zenders beslissen wat ze wanneer op het scherm brengen.

"Het is louter toeval dus dat die vier programma's nu tegelijk worden uitgezonden. Ik heb de laatste jaren constant gewerkt. Vorige zomer, bijvoorbeeld, heb ik na de film Het vonnis tegelijk Vermist en Cordon gedraaid. Het eerste overdag, het tweede 's nachts. Dat is heftig. Op zulke momenten is acteren bijna topsport. Maar erg leuk natuurlijk. Zeker Cordon. Samen met regisseur Tim Mielants hebben we een heel extreme figuur gemaakt van mijn personage, een psychopaat bijna."

In Cordon vertoont u psychopathische trekken, in Achter de feiten speelt u dan weer komische sketches, pruik en bril incluis. Is Koen De Bouw zichzelf aan het heruitvinden?

"Ik mezelf niet, maar anderen wel. Sommige regisseurs durven met mij een weg op te gaan die anderen niet bedenken. Nochtans is comedy niet nieuw voor mij. Mijn carrière is er eigenlijk mee begonnen. Als kind speelde ik Gaston en Leo na, en ook op school en in het jeugdtheater speelde ik komische rollen. Comedy is dus de basis geweest van mijn keuze voor de Studio. En het is nooit weggegaan. Los Flamencos bijvoorbeeld (een komische film uit 2013 met onder anderen De Bouw, Herwig Ilegems en Peter Van den Eede, SMU) was pure comedy. Ik heb mezelf dus niet heruitgevonden. Die versie van mij bestaat al lang. (lacht)"

En toch is er dat imago van de getormenteerde man.

"Ja, maar dat imago klopt ook. Ik benijd mensen die genoeg verstand hebben om de toestand waarin de wereld zich bevindt te zien, en toch vrolijk kunnen zijn. Ik heb die naïviteit niet. Ik ben me van te veel bewust, en heb een te grote gevoeligheid. Robbe De Hert zei vroeger (haalt een vettig Antwerps accent boven, SMU): 'Ik ben al blij als een acteur niet tegen de meubels loopt.' Wel, ik loop niet tegen de meubels. Ik ben me heel bewust van elke beweging die ik maak en elke beweging die ik niet maak. Het is millimeterwerk. Geen enkele blik is toevallig als ik speel.

"Als je veel ziet en hoort en voelt, dan ga je daar af en toe ook onder gebukt. Nu ja, met het ouder worden leer je wel wat te relativeren. En hoe ouder hoe zotter, dat is ook op mij van toepassing. Ik heb steeds meer de neiging om absurde humor te gebruiken om zaken te verwerken.

"Humor moet altijd een beetje pijn doen, vind ik. Het is net in dat pijnlijke dat je jezelf herkent. Goede humor vertrekt van verdriet, diep ongemak, of gêne, en probeert zich er net op die manier van te bevrijden. Dat scherpe randje mis ik soms wel wat in Achter de feiten.

"Maar eigenlijk maakt acteren in een humoristisch programma mij heel onzeker. Ik weet namelijk hoe kwetsbaar humor is. De ene lacht ermee, de andere vindt het niets, de ene herkent zich erin, de andere begrijpt niet waar het over gaat. Iedereen vindt er iets anders van. En daarom was ik er zo bang voor.

"Als er vroeger artikels over mijn werk verschenen, stopte mijn buurman die altijd in mijn brievenbus. Maar ik heb hem lang geleden al gezegd: 'Willy, hou daarmee op, ik ga daar dood aan. Dat doet mij pijn, echt waar.' Ik hou dus ook niets bij van de kritieken die ik krijg. De slechte niet, maar ook de goede niet. Behalve eentje. Een journalist schreef dat ik op een heel menselijke en liefdevolle manier de volksmens neerzet in Achter de feiten. Kijk, daar was ik blij mee. Omdat iemand begrepen heeft wat ik probeerde te doen. Ik doe het normaal nooit, maar ik heb dat uitgescheurd en op mijn prikbord gehangen. Deze keer had ik dat echt nodig. Tegelijk koester ik die onzekerheid ook, omdat ze me fit houdt. Het is gezond om risico's te nemen."

Hebt u genoeg risico's genomen als het over uw internationale carrière gaat? Bent u met andere woorden niet jaloers op Matthias Schoenaerts, die hoge ogen gooit in het buitenland?

"Matthias is een vriend, ik kan dus onmogelijk jaloers zijn op hem. Ik gun hem al het beste. Maar om een carrière in het buitenland op de rails te zetten moet je aan een aantal voorwaarden voldoen. Je moet de juiste leeftijd hebben, je agenda moet leeg zijn en je gezinssituatie mag geen rol spelen. Sommige aanbiedingen heb ik aangenomen, andere niet. Onlangs nog is me gevraagd om in de serie 24 een rol te spelen. Het zou om slechts twee draaidagen gaan, maar ik ben hier in België met een nieuwe serie bezig waarvoor ik me moest vrijhouden, en dus kon het niet. Je kunt die verantwoordelijkheid niet ontlopen. Als ik toegezegd zou hebben voor 24, zou er hier een hele ploeg achterblijven die niet kan voortwerken.

"Bovendien: het buitenland is meer dan Amerika. (glimlacht) Ook dat is perceptie. Ik heb nog maar pas twee films gedaan in Duitsland, en ook in Nederland heb ik een aantal projecten kunnen doen. De reeks Salamander loopt nu op de BBC en scoort daar beter dan Borgen. Zo zijn er nog wel een aantal producties waaraan ik heb meegewerkt die aan het buitenland verkocht zijn. Om maar te zeggen: ik ben wel internationaal actief, maar misschien iets minder zichtbaar dan Matthias.

"Matthias is trouwens een talenwonder, wat heel belangrijk is als je in het buitenland een rol van betekenis wilt spelen. Ik ben niet hulpeloos in het Frans of Duits of Engels, maar ik kan nooit het tempo halen van een native speaker. En als het niet perfect is, dan hoeft het niet voor mij. Je komt dan trouwens ook niet aan écht spelen toe, omdat je zo gefocust bent op die taal. Hoogstens acteer je op overlevingsmodus, en pas je de technieken toe die je kent. Maar meer dan dat is het niet."

De meeste mensen kennen u van film en televisie, maar vroeger deed u ook theater. U hebt nog met onder anderen Jan Decorte op het podium gestaan.

"Theater is natuurlijk mijn eerste en grootste liefde. Toen ik studeerde aan de Studio kon ik me ook niet voorstellen dat ik voor tv of film zou werken. Maar theater neemt veel tijd in beslag. Tijd die ik voorlopig niet heb. Ooit misschien weer wel, maar momenteel kan ik mijn agenda er niet naar schikken.

"Als ik vandaag zou beslissen om aan een theaterproject mee te doen, dan moet ik over twee of drie jaar gedurende meerdere maanden beschikbaar zijn. Maar ik weet zelfs nog niet hoe mijn agenda er volgende week uitziet, laat staan dat ik projecten op lange termijn kan vastleggen. Ik zou voor meer theaterwerk kunnen kiezen in plaats van film of televisie, dat is waar, maar ik heb ondertussen ook een aantal financiële verantwoordelijkheden. Samen met mijn vrouw heb ik een bedrijf in counseling en coaching. En we verbouwden een boerderij in de Ardennen, waar we verschillende activiteiten organiseren. Tuinieren en van de natuur genieten vind ik trouwens de belangrijkste dingen in het leven. Bij onze boerderij hoort een stuk grond van meer dan twee hectare. Ik zou daar graag een arboretum op uitbouwen."

U wordt vijftig dit jaar. Naar alle waarschijnlijkheid zit u daarmee al over de helft van uw leven. Boezemt dat u angst in?

"Voorlopig niet. (denkt na en lacht dan) Nu zou ik willen dat Hugo Camps erbij zat, die zou hier tenminste met enige poëzie op kunnen antwoorden. Wil je trouwens schrijven dat ik een grote fan ben van hem?

"Maar om terug te komen op je vraag: eerlijk gezegd moet ik toegeven dat ik als acteur altijd wat heb uitgekeken naar de aftakeling. Samen met de leeftijd komt er ook een verhaal op je gezicht. En dat heb ik graag. Dat je al iets ziet van een mens nog voor hij iets zegt of doet. Voor een acteur is dat een groot voordeel. Ik hoef dus helemaal niet mooi te zijn. Mooi zijn, dat was dertig jaar geleden. En dat schoot ook niet op."

Dat klinkt als valse bescheidenheid.

"(lacht) Nee, ik meen het. Ik kan goed de mooie man spelen. Het is dus maar een rol. De mensen in mijn straat kunnen getuigen dat ik er in mijn privéomgeving meestal als een clochard uitzie.

"Toch neemt mijn uiterlijk een apart hoofdstuk in mijn leven in. Vroeger, toen ik zestien, zeventien was, was ik me helemaal niet bewust van het feit dat de mensen me blijkbaar knap vonden. Toen ik enkele jaren later op de toneelschool aankwam, vielen ineens de woorden 'jeune premier' in een les. Dat ging over mij. Ik wist niet eens wat dat woord betekende, ik kwam dan ook maar gewoon uit een provinciestad als Turnhout. Toen ik het uiteindelijk begreep, was het enige wat ik kon denken: 'Shit'. Ik wilde zulke rollen helemaal niet spelen. Geen prins op het witte paard, geen Romeo.

"En dus ben ik mezelf sindsdien voortdurend gaan tegencasten. Op lange termijn is dat uiteindelijk heel goed geweest voor mijn carrière. Antihelden, daar ben ik altijd naar op zoek gegaan. Maar de onrust om als prins of Romeo gepercipieerd te worden, die is nooit weggegaan. Meer zelfs, het is nog altijd vechten tegen windmolens. Terwijl ik ondertussen wel bijna vijftig ben hé. Vijftig! Ik kan het soms niet hard genoeg roepen, in de hoop dat er ooit eens door het uiterlijk van mijn kop gekeken wordt.

"Oude mensen zijn prachtig, vind ik. Maar niet iedereen denkt daar hetzelfde over. We leven in een cultuur waarin de perceptie van wat mooi of lelijk is heel eng wordt ingevuld. Daar ben ik soms wel bang voor, dat mensen me lelijk vinden op mijn zeventigste gewoon vanwege het feit dat ik oud geworden ben. Maar ik zal ervoor zorgen dat ik tegen dan uit de media verdwenen ben. Dan hoeven de mensen het tenminste niet te zien. Ze zouden het niet aankunnen, vrees ik."

Deadline 25/5, vanaf donderdag 3 april op VTM, 21.45 uur

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234