Maandag 23/11/2020

Vakantieliefde

"Ik herinner me goed hoe fluwelig ze kuste. Het was mijn allereerste tongzoen"

Beeld Tzenko Stoyanov

David (63) en Kitty (63) ontmoetten elkaar op vakantie in de zomer van 1972. Het werd liefde. Wat volgde er? En hoe kijken ze daar nu op terug? 

David

“Ik wilde een brommer en mijn ouders zeiden, ga er maar voor werken, en zo belandde ik in de zomer van 1972 in mijn woonplaats als afwashulp in een hotel. Toen het mooier weer werd, mocht ik ook de minigolfbaan ernaast beheren. Ik deelde golfsticks uit en verkocht ijsjes. Heerlijk baantje. Ik was 17, na de zomer zou ik eindexamen doen.

“Het zal mijn tweede of derde dag geweest zijn op de minigolfbaan dat ik Kitty zag. Ze kwam met haar ouders over het weggetje aanlopen, zodat ik haar enkele minuten lang onbespied kon volgen. 

Een prachtig lang meisje in zwarte hotpants met blond golvend haar tot over haar schouders, en schoenen met veters die als dunne slangen om haar kuiten slingerden. Mijn zussen droegen nooit dit soort kleding en op school had ik ook nog nooit zoiets gezien.

“Ik reikte haar en haar ouders verlegen zwijgend de sticks aan en heb de rest van de dag aan haar gedacht. Een steeds grotere, onbekende opwinding maakte zich van mij meester, ook toen ze al lang uit het zicht verdwenen was. Ik moest iets doen en het enige wat ik kon bedenken was eten. Uit pure zenuwen plunderde ik die middag de vrieskast met Ola-ijsjes, het ene bekertje vanille-ijs na het andere tot ik buikpijn kreeg.

“Van mijn zus hoorde ik dat haar vader een bekende kunstschilder was en een verre vriend van onze oom Jan. Dankzij zijn introductie mocht ik bij de vader op audiëntie, want ik begreep snel dat ik Kitty zonder haar vaders toestemming nooit een avond mee zou krijgen. Hij was een man van in de zestig, en zij zijn enige kind, zijn oogappel. Ik klopte op zijn kamerdeur en zei dat ik zijn dochter de stad wilde laten zien en ik heus een fatsoenlijke jongen was. Hij vond het goed. Zolang ik haar maar ‘op tijd en ongekrenkt’ weer terugbracht en plechtig beloofde ik dat we die avond om half twaalf weer thuis zouden zijn.

“Ik had geen enkele seksuele ervaring, sowieso nauwelijks ervaring met meisjes. We begonnen met bier drinken in het café. We spraken over school en familie en ik wilde weten of ze een vriendje had, wat niet het geval was. Tegen een uur of 11 begon ik zenuwachtig op mijn horloge te kijken, want een halfuur later zou de betovering verbreken en het was ongeveer een kwartier lopen naar het hotel.

“Ik besloot via een omweg terug te gaan, de hoofdweg was te fel verlicht. Ik kende een donker straatje, waar bijna niemand kwam en waar ik haar kon kussen. En daar, tussen twee lantaarnpalen, waar het licht het flauwst was, fluisterde ik: ik zou je willen zoenen. Ze liet me begaan. Ik herinner me goed hoe fluwelig ze kuste. Het was mijn allereerste tongzoen. En dan ook nog eens met zo’n wereldwijs hemels meisje.

“Mijn wereld was niet groter dan een paar vierkante meter Limburg, verder was ik nog nooit geweest. Ik was opgegroeid tussen voetballende jongens die duwden en trokken en voor wie ik mijn belangstelling voor literatuur en filosofie angstvallig verborgen hield. Een kleinburgerlijk milieu waarin er meer níét mocht dan wel.

“Die kus wakkerde niet alleen lust aan, maar vooral ook nieuwsgierigheid. Het was of die me zicht bood op een andere wereld, een waar ik nooit eerder was geweest en waar het niet alleen beter en fijner was, maar vooral anders dan in mijn eigen leven. Binnen enkele seconden werd ik smoorverliefd. Wat is de wereld toch prachtig, jubelde ik inwendig, en wat valt er toch veel te beleven, dat ik dit allemaal mag meemaken. Geen idee of zij ­hetzelfde dacht als ik, want veel tijd om na te praten was er niet. De kerkklok sloeg half 12 en een dag later zat haar vakantie erop en ging ze weer naar huis.

“De volgende ochtend werd ik wakker met de geur van haar shampoo nog in mijn neus. Ik herinner me hoe ik hen heb uitgezwaaid. Ik had goede hoop haar nog eens te zien. Voor hij in zijn auto stapte, drukte haar vader met twee handen mijn hand, en ook haar moeder was uiterst vriendelijk. Het sein, zo zag ik dat, stond op groen.

“Maar verder dan enkele briefjes over en weer is het nooit gekomen. Want toen ik in de herfstvakantie een bericht van haar vader ontving waarin hij mij uitnodigde een hele week naar hen te komen, verboden mijn ouders mij te gaan. Alsof verliefdheid een zwakte was waartegen je weerstand moest bieden, zeiden ze: je bent verliefd. Verliefde mensen springen in zeven sloten tegelijk, die verwaarlozen hun studie, een heilloze weg. Dat waren hun letterlijke woorden.

“Ja, als ik de zomer erop mijn diploma zou hebben gehaald, dan mocht ik gaan. Maar een half jaar in het leven van een 17-jarige is een eeuwigheid. De briefwisseling stopte, het jaar erop kreeg ik mijn eerste vriendinnetje en in de jaren erna heb ik andere vrouwen ontmoet in mijn leven, mooie vrouwen die telkens opnieuw een andere wereld openden. Maar nooit de wereld van Kitty.

“Vorig jaar vond ik een foto van haar tijdens het opruimen van de zolder. En hoewel ik veel jeugdfoto’s heb weggegooid, heb ik deze be­waard. Ik keek naar de hotpants, het lange blonde haar en voelde weer even de pijn van toen. Om het toeval dat had beslist dat wij nooit meer dan die ene kus hadden gedeeld.”

Kitty

“Hij had een bleke huid en rossig haar en iedere middag als mijn ouders rustten in de hotelkamer, zocht ik hem op in zijn kantoortje bij de minigolfbaan. Ik kwam al jaren in dat hotel, mijn hele jeugd eigenlijk. Mijn 70-jarige vader wilde nooit ergens anders naartoe en ik telde iedere vakantie de dagen af tot we weer naar huis konden.

“Die zomer in 1972 was ik 17. De eerste week van de vakantie was er een vriendinnetje mee. Uit pure verveling en baldadigheid hingen we samen tijdens het slaapuurtje van mijn ouders de schilderijen scheef of wisselden ze om. Ik voelde me gekooid. Met een groot verlangen naar een ander leven, ver weg van alles wat ik kende.

“Na het vertrek van die vriendin leerde ik David kennen bij de minigolfbaan. Ik was blij met de afleiding die hij me bood, verder viel daar in dat hotel niet veel te doen. Ja, er groeide langzaam een soort vriendschap tussen ons, maar ik was een te ongelukkige puber om ontvankelijk te kunnen zijn voor zijn belangstelling. Hij was alleraardigst en zacht, maar misschien was empathie niet wat ik toen nodig had.

“Ik zag er wel modern en vrij uit in mijn hotpants en touwtjesschoenen, ik leed onder de tirannie van mijn vader. De band met hem was ronduit slecht, hij was een zeer dominante man, agressief ook. Het enige goede aan hem waren de schilderijen die hij maakte en hem beroemd hadden gemaakt. Het broeide in mij, ik wachtte op een uitweg, als ik maar 18 zou worden, dan zou mijn leven eindelijk kunnen beginnen. Dan zou ik onafhankelijk zijn.

“David en ik spraken die vakantie samen veel over muziek. Ik hield van de Rolling Stones, hoe harder hoe beter, alles om mijn koppige vader dwars te zitten. En David zei dat hij die muziek ook mooi vond, al had ik het idee dat hij dat alleen zei om mij ter wille te zijn. In zijn hokje verkochten we ijsjes en deelden golfsticks uit en sloegen soms onze armen om elkaar heen, uit een soort vakantie-loomheid en ook omdat we elkaar aardig vonden. Lotgenoten waren we, gedoemd tot een gezamenlijk verblijf in een klein Limburgs dorp.

“Voor zover ik me herinner, hebben we nooit gezoend. Mijn hoofd stond er niet naar en ik geloof niet dat ik echt verliefd was. Hij was misschien wat te meegaand en te lief naar mijn zin.

“Aan de ene kant voelde ik me veilig bij zijn zachtaardigheid. Hij was het tegendeel van mijn vader, niet bepaald een jongen die driftig zou kunnen ­worden en me zou slaan. Maar aan de andere kant voelde ik instinctief dat hij niet het type was die mij bij mijn vader weg zou halen.

“Toen er feest was in het dorp en hij me wilde meenemen, vroeg hij beleefd toestemming. Mijn vader vond het vreselijk als ik uitging, die was als de dood voor drugs. Maar in plaats van op te staan tegen mijn vader en mij desnoods te schaken, legde David zich meteen neer bij de weigering van mijn vader.

“Later ben ik wel eens stiekem met wat jongens naar een café in dat stadje gegaan, ik herinner me niet dat David daar bij was. Wel dat mijn vader me kwam halen en me bij mijn haren terug naar het hotel sleepte en me een klap gaf in de lobby en hoe vernederd ik me voelde.

“David bood mij zijn vriendschap, ik was geroerd door zijn toewijding, en hoewel hij mij echt raakte, wist ik dat het niet kon duren. Ik vermoedde dat hij er net zo over dacht. Tot ik aan het einde van die twee weken weer naar huis ging en hij stond te huilen naast onze auto. Toen kusten we wel, al was het op de wang. En vlak voor we wegreden, rende hij naar de keuken van het hotel en bracht me een hand kersen.

“Ik was geroerd en beloofde hem te schrijven. Misschien had ik me vergist, en zat er toch meer in dan vriendschap en we zwaaiden net zolang tot we elkaar niet meer konden zien. Een, twee brieven stuurde ik, maar hij heeft nooit geantwoord.

“Dat was de tweede keer dat ik mijn vertrouwen in een man gesteld had en teleurgesteld werd. Mijn vader was een bullebak, maar van zachtaardige mannen moest ik het kennelijk ook niet hebben. Die brengen je kersen, maar als het erop aan komt, laten ze je zitten.

“Onverwacht kreeg ik het toch nog moeilijk met de breuk. Mijn moeder zei, ach, laat zitten, hij is het kennelijk niet waard. Een jaar later – ik was eindelijk 18 – ontmoette ik de man met wie ik nog altijd getrouwd ben. Een stoere, flinke, mannelijke vent, een aannemer die totaal niet onder de indruk was van mijn vader. En bang was hij al helemaal niet. Hij haalde me als het ware van de ene op de andere dag uit dat beklemmende artistieke kunstenaarsmilieu. Hij vocht voor me en mijn vader had het nakijken. Net als mijn moeder trouwens, die mijn vader adoreerde en evenmin oog had voor de behoeften van jonge meisjes.”

De namen David en Kitty zijn om ­privacyredenen gefingeerd.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234