Maandag 06/12/2021

Getuigenissen25 jaar na de Witte Mars

‘Ik herinner me de witte ballonnen die door de brede lanen dreven. De lucht hing vol troost, en tegelijk voelde ik een enorme droefenis’

Zuhal Demir, Frederik Sioen en Fatma Taspinar. Beeld Geert van de Velde / Humo
Zuhal Demir, Frederik Sioen en Fatma Taspinar.Beeld Geert van de Velde / Humo

Met driehonderdduizend waren ze, die zondag 20 oktober 1996, in de straten van Brussel. Een eindeloze stoet van witte linten en ballonnen, voortgestuwd door woede en verdriet, protesterend tegen een falend gerecht in de zaak-Dutroux. De Witte Mars was een Kennedy-moment: ook wie niet meeliep, weet nog wat hij die dag deed. Zij die er wel bij waren, zitten 25 jaar later zelf aan de knoppen van justitie, politiek en media.

null Beeld Belgaimage
Beeld Belgaimage

“We gingen erheen met de trein, die overvol was. De banken waren gevuld met jongeren van de jeugdbeweging, ouders met kinderen, groepjes studenten. Onderweg ving ik flarden van gesprekken op, stemmen van verontwaardiging, onmacht en verdriet, en ik hoopte dat er onnoemelijk veel volk in Brussel zou zijn.”

Actrice Antje De Boeck was 32 toen de zaak-Dutroux ons land op zijn grondvesten deed daveren. Op dat moment was ze één van de bekendste gezichten van het witte doek, met glansrollen in de films Daens en Manneken Pis. Terwijl ze praat over het drama dat haar raakte ‘tot in het merg’, flikkert de woede nog steeds in haar ogen.

Antje De Boeck: “Toen ik meeliep in de Witte Mars was ik zwanger van mijn eerste kind – maar dat wist ik pas achteraf – en heel emotioneel. Ik herinner me dat ik me onzichtbaar probeerde te maken in de mensenmassa. Ik was als de dood dat een reporter me voor de microfoon zou sleuren: ‘De Boeck is er ook! Wat vindt u ervan?’ Men wilde me toen interviewen over alles, alsof ik een deskundige was – heel ergerlijk vond ik dat. Maar ik kon en wilde niets zeggen. Ik was sprakeloos.

“Ik ga eigenlijk nooit naar betogingen, ik ben geen marsloper, maar die dag zei mijn toenmalige man: ‘We gaan’, en ik dacht: ja, dat doen we. Al was het maar om in die mensenmassa troost te vinden voor mijn eigen verlorenheid en verbijstering. Jullie voelen dit toch ook, alstublieft? Ik dacht terug aan mijn eigen kindertijd, de onschuld en de vrijheid waarmee ik opgroeide tussen de velden van Willebroek: die hadden een finale knak gekregen. Mijn vertrouwen in de goedheid van de mens werd onderuitgehaald. Hoe kon die man, toch ook een mens, zo slecht zijn?”

Marc Dutroux, die akelige man met zijn snor die kinderen ontvoerde, verkrachtte en vermoordde, beheerste sinds de zomer van 1996 het leven in België. Zes meisjes waren verdwenen. Twee van hen, Laetitia (14) en Sabine (12), werden op 15 augustus van dat jaar levend bevrijd uit de kelder van zijn huis in Marcinelle, verborgen achter een rek vol conservenblikken en flessen. De andere vier – Julie (8) en Mélissa (8) en An (17) en Eefje (19) – werden in de dagen nadien dood teruggevonden in de tuin van één van zijn huizen. De nationale rouw sloeg om in onbegrip en woede toen duidelijk werd dat Dutroux in 1989 al eens veroordeeld was tot dertien jaar voor het ontvoeren en verkrachten van minderjarige meisjes, maar al in 1992 was vrijgekomen. En dat de politie hem al veel eerder had kunnen pakken en de meisjes had kunnen redden.

De Boeck: “De ene onthulling volgde op de andere. Ik zat ernaar te kijken als een kind dat een onweer beleeft: weggedoken onder een dekentje tot net onder de ogen, kijkend naar de verschrikkelijke bliksem daarbuiten. En bidden, bidden, bidden.”

Antje De Boeck. Beeld Geert Van de Velde
Antje De Boeck.Beeld Geert Van de Velde

Twee maanden later stapten meer dan driehonderdduizend landgenoten door de straten van de hoofdstad, samen met de ouders van de vermoorde en verdwenen kinderen.

“Wat mij vooral bijblijft, was de rust die over de menigte hing”, zegt singer-songwriter Frederik Sioen, die als 17-jarige meestapte met zijn jeugdbeweging, de KSA.

Frederik Sioen: “Driehonderdduizend mensen bij elkaar, zoiets kun je je vandaag niet meer inbeelden. We kropen op een muurtje om het te kunnen overschouwen. Overal zag je mensen met witte linten of gehuld in witte lakens. Er werd niet geroepen, gejouwd of geschreeuwd. Heel overdonderend en ontroerend.”

Frederik Sioen. Beeld Geert Van de Velde
Frederik Sioen.Beeld Geert Van de Velde

De Boeck: “Ik herinner me de witte ballonnen die door de brede lanen dreven boven de hoofden van ouders die met hun kinderen bezig waren alsof het porseleinen popjes waren. De lucht hing vol troost, en tegelijk voelde ik een enorme droefenis – maar misschien zat die vooral in mij.”

“Het was helend om dat verdriet samen te voelen en te delen met die ouders”, vertelt actrice Marijke Pinoy, toen 38 en zelf al moeder van vier kinderen.

Marijke Pinoy: “De Witte Mars had iets sacraals, omdat we met zoveel waren. Je moest niet uitleggen waarom je er was, iedereen wíst waarom je daar was. We voelden allemaal hetzelfde: zwaarte, woede, ontzetting, onmacht. Tegen dat gruwelijke, zwarte verhaal wilde ik mij verzetten. Voor mij was het onmogelijk om daar weg te blijven.”

LIMBURGSE MEISJES

Eén van de scholieren in de optocht, de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog, was de toen 16-jarige Zuhal Demir (N-VA). Vanuit het station in Genk vertrok de huidige Vlaamse minister van Justitie en Milieu, haar rugzakje gevuld met water en snoep, samen met enkele vriendinnen naar Brussel. Ze waren woedend om wat An en Eefje was overkomen.

Zuhal Demir: “An en Eefje, dat waren wij. Twee Limburgse meisjes die waren verdwenen in Blankenberge, het had ons ook kunnen overkomen. We hadden dezelfde leeftijd, ook wij gingen soms naar zee met de trein, ook wij brachten daar de dag zonnend door, ook wij liepen er ’s avonds nog rond. Op het Lyceum in Genk spraken we over niets anders. Logisch ook: de verdwijningsaffiches hingen overal. Toen hun lichamen werden opgegraven, waren we geschokt. Ook mijn ouders waren verbijsterd: dat dit kon gebeuren hier, in Europa, in België!

Zuhal Demir.
 Beeld Geert Van de Velde
Zuhal Demir.Beeld Geert Van de Velde

“Ik herinner me de woede nog in de weken voor de Witte Mars, maar die dag zelf was het rustig. We wilden de ouders zien speechen, maar raakten niet door de massa. We konden hen wel horen, en ieder woord ging door merg en been. Het was stil, maar toch voelde je de boosheid van de mensen, de wanhoop, en het gevoel dat onrecht was gebeurd. Er liepen veel jongeren die ‘het systeem’ wilden omverwerpen. Ik ook! (lacht) Nu maak ik zelf deel uit van het systeem, en moet ik maar zorgen dat ik het verander.”

Was u als tiener maatschappelijk geëngageerd?

Demir: “Ik was zelfs heel activistisch! Ik was de organisator van de schrijf-ze-VRIJdagen van Amnesty International. Ik trommelde de meisjes van mijn school en de jongens van het tegenoverliggende College op en liet hen brieven schrijven. Maar dat An en Eefje seksueel waren misbruikt, raakte me ook heel erg omdat ik toen zelf al met slachtoffers te maken had. Ik ging in die tijd vaak tolken voor Turkse vrouwen die waren mishandeld door hun echtgenoot. Bij de politie vertelden zij hun verhaal en ik, als jong meisje, vroeg mij verbaasd af waarom die man niet uit huis werd gezet. Maar de agenten lachten hen vaak gewoon uit. ‘Ga maar terug naar huis’, klonk het. (windt zich op) Ik word er nog altijd boos om.”

U ging kort daarna rechten studeren in Leuven. Hebt u de affaire-Dutroux nog gevolgd?

Demir: “Ik heb vooral de ouders gevolgd, en hun strijd voor een betere justitie. Ik stond versteld van hun kracht: ze waren hun kind verloren, maar hadden die pijn, dat immense verdriet kunnen omzetten in een krachtdadig gevecht voor een menselijker gerecht. Ik heb de ouders van An en Eefje enkele jaren geleden nog ontmoet. Zo fel en gedreven dat zij nog zijn. En gelijk hebben ze. Ik denk vaak aan hen bij het uitstippelen van mijn beleid. Als ik iets wil en men zegt mij dat er geen geld voor is, dan klop ik op tafel en zeg: ‘Het zou úw dochter maar eens moeten zijn die het overkomt.’ Nu ben ik zelf moeder van een dochter en krijgt alles een nog diepere dimensie.”

Begrijpt u het engagement en de boosheid van de huidige jongeren in de klimaatmarsen?

“Natuurlijk. En zolang ze niet betogen op schooldagen, heb ik geen probleem met hun manifestaties.”

Toch weigerde u begin dit jaar om met Anuna De Wever in debat te gaan in De afspraak.

Demir: “Ik praat wel met klimaatjongeren, maar waarom de noodzaak om dat per se voor de camera te doen? Ik ben geen activist meer. Ik vind niet dat ik als minister aan confrontaties in de media moet doen met hen. Zij kunnen voluit gaan in hun protest maar ik moet wel rekening houden met de veelheid der dingen. Laat zij hun acties maar voeren, ik moet hier ook denken aan de gepensioneerde die het geld niet heeft om zijn mazoutketel te vervangen.”

EIEREN EN TOMATEN

Vandaag kijken velen met argwaan naar de spijbelende klimaatjongeren, maar ook in 1996 begonnen de protesten met spijbelende scholieren. Zij kwamen in de weken vóór de Witte Mars op straat, na het spaghettiarrest dat onderzoeksrechter Jean-Marc Connerotte van het onderzoek naar Dutroux haalde, omdat hij aanwezig was op een spaghettiavond ten voordele van de verdwenen kinderen. Ook Fatma Taspinar was bij dat protest aanwezig. Vandaag journaalanker en gerechtsjournalist, toen een 14-jarig schoolmeisje bij de zusters Ursulinen in Lier.

Fatma Taspinar: “14, dat was ook de leeftijd van Laetitia. Ik had het hele drama van in het begin intens gevolgd. Eerst waren er die mysterieuze verdwijningen van kinderen, dan bleek dat er een man rondliep die jonge meisjes ontvoerde. Ik keek met ontzetting naar de televisiebeelden van Laetitia en Sabine toen ze uit de kelder werden bevrijd. Ik krijg nog altijd tranen als ik denk aan die arme Sabine die iedereen een hand begon te geven, als om hen gerust te stellen: ‘Ik ben oké.’ Waanzin!

Fatma Taspinar. Beeld Geert Van de Velde
Fatma Taspinar.Beeld Geert Van de Velde

“Misdaad fascineerde me ook. Ik wist al van jongs af dat ik criminologie wilde gaan studeren en had in de bibliotheek alles gelezen over seriemoordenaars. Wat ging er om in het hoofd van zo’n dader? En plots was daar Dutroux, die een ongeziene volkswoede veroorzaakte. Het was iets dat het hele land aanbelangde: zowel Vlaamse als Waalse meisjes waren het slachtoffer, en alles was gedrenkt in een schandaalsfeer. Politie en gerecht hadden fouten gemaakt, maar probeerden dat te verdoezelen. En dan was er ook nog Jean-Marc Connerotte, die dappere onderzoeksrechter uit Neufchâteau, die plots van het onderzoek werd gehaald.”

Het spaghettiarrest lokte veel protest uit. Mensen gingen hardhandig betogen, ze bekogelden justitiepaleizen met eieren en tomaten.

Taspinar: “Ik heb niet met eieren gegooid, maar ik weet wel nog hoe boos ik was. Iederéén op school, trouwens: we hadden het in de klas over bijna niets anders meer. Het sprak ook tot de verbeelding: het enige wat die man had gedaan, was een bord spaghetti eten. Wat een schande dat hij niet mocht voortwerken terwijl hij net die meisjes had bevrijd! Veel klasgenoten en vriendinnen van andere scholen hadden afgesproken om te gaan betogen. Ik herinner me haarscherp hoe we giechelend over de schoolmuur klommen en met z’n allen de straat oprenden. We zagen het als een avontuur, en beseften niet dat we deel uitmaakten van de geschiedenis.”

Vandaag breng je als gerechtsjournalist zelf verslag uit over zware misdaadzaken. Denk je soms nog terug aan die Dutroux-dagen?

Taspinar: “Toch wel, ja. Vorig jaar heb ik een programma gemaakt met de Cel Vermiste Personen, die toen 25 jaar bestond. Ik ben toen met één van de speurders terug naar het zwembad van Bertrix gegaan, de plek waar Laetitia verdween. We gingen terug op een snikhete augustusdag, net als op de dag van de ontvoering, met de speurder die Dutroux op het spoor kwam dankzij een buurtonderzoek. Een kloosterzuster had een verdacht wit bestelbusje opgemerkt, en een student kende nog een halve nummerplaat. Het was heel bijzonder voor mij om op die plek te staan, waar zoiets groots gebeurd was dat mijn jeugd zo gekleurd had. Daar zag ik het verhaal ook voor het eerst door de bril van de speurders. Hoe zij na de arrestatie van Dutroux werden bedolven onder de kritiek en hoe ze daaronder leden, alsof ze zelf de dood van die meisjes op hun geweten hadden. Ze werden bijna weggezet als medeplichtigen van Dutroux. Zo had ik het nooit eerder bekeken.

“Zodra je in de gerechtsjournalistiek stapt, zie je wel dat de werkelijkheid altijd complexer is dan je denkt. Nu begrijp ik het spaghettiarrest en het ontslag van Connerotte wel. Omdat die simpele spaghetti anders voor enorme juridische problemen had kunnen zorgen.”

De verslaggeving gebeurde toen helemaal anders. Toen Paul Marchal te horen kreeg dat zijn dochter gevonden was, stonden de reporters bij hem in de voortuin naar binnen te filmen.

Taspinar: “Zoiets zouden we nu nooit meer doen. De media zijn terughoudender geworden, en slachtoffers ook. De ouders van Julie Van Espen zijn nooit naar buiten gekomen omdat ze niet wilden dat hun dochter het gezicht werd van een falend justitieapparaat. Terwijl de ouders van de vermoorde kinderen destijds net hunkerden naar erkenning en antwoorden wilden op hun vragen – terecht. Ik word me steeds bewuster van de impact die de media kunnen hebben op die dingen, en ik vind het een enorme verantwoordelijkheid.”

VOORZICHTIGE VADERS

De zaak-Dutroux veranderde onze omgang met kinderen. Nonkels met kleuters op de schoot waren plots verdacht. Wie een oppas wilde regelen, checkte tien keer de credentials van de babysit. Vaders die hun dochter knuffelden, werden vol argwaan bekeken.

Taspinar: “Mijn ouders reageerden heel beschermend. We waren met zes kinderen, onder wie drie meisjes. Zelf was ik ook bang. Toen ik een jaar of 10 was, ben ik op een nacht buitenshuis gaan slaapwandelen. Drie straten verder schrok ik wakker, in mijn pyjama en op blote voeten. Ik ben gillend naar huis gerend, bang dat iemand mij zou meenemen. De angst dat iemand je kon ontvoeren had ik al, en plots werd die heel concreet.”

Sioen: “Na de Witte Mars werd ik leider bij de KSA, en daar sprongen we ook veel voorzichtiger om met kinderen, op kamp bijvoorbeeld. Wij hadden enkel jongens, maar ik denk dat het nog veel erger was in de jeugdbewegingen voor meisjes. Je stuurde kinderen niet meer zo snel op straat voor één of andere ruiltocht. Er waren toen nog maar amper gsm’s, dus je kon niet snel even checken waar je kind was. Die onschuldige omgang met kinderen, daar had de zaak-Dutroux een einde aan gemaakt.”

Ook actrice Joke Devynck merkte die verandering op. Ze was 24 en ’s avonds alleen op straat gaan in Antwerpen was voor meisjes plots geen evidentie meer.

Joke Devynck: “Ik durfde dat niet meer. Ik wilde niet bang zijn, maar je neemt die gebeurtenis onbewust mee. Mijn moeder was heel angstig. Zelf heb ik die angst nooit willen meegeven aan mijn kinderen, maar hij spookte toch door mijn hoofd en dus geef ik hun raad: ‘Let goed op. Rijd altijd met twee naar huis. Leer hard roepen.’

Joke Devynck. Beeld Geert Van de Velde
Joke Devynck.Beeld Geert Van de Velde

“Ook de houding van mannen tegenover hun kinderen is sterk veranderd in de jaren nadien. Ze werden voorzichtiger. Je hoorde over vaders die niet meer met hun kinderen in bad durfden. De gedachte alleen al dat iemand zou denken dat je aan kinderen zat!”

Weet je nog waarom je meeliep in de Witte Mars?

Devynck: “Dat was een spontane ingeving. Mijn nicht en ik hebben die dag zelf beslist om mee te doen. We hadden het gevoel dat we erbij moesten zijn, er hing van alles in de lucht. We hebben toen ook wel wat gelachen, hoor. Het was allemaal heel sereen, en helemaal wit. Maar het ging zo langzaam. Na een halfuur dachten we: met dit tempo halen we nooit het eindpunt. We zijn dan maar koffie gaan drinken en hebben naar de voorbijgangers gekeken. Later heb ik de beelden van de ouders bekeken. Dat waren helden. Zo sterk dat zij reageerden. Zonder rancune, vanuit liefde. Ik zou ook zo sterk willen zijn.”

Later speelde je mee in de tv-reeks Het goddelijke monster, die als decor onder meer de Witte Mars had. Dutroux heette ‘die Waalse klootzak’, de onderzoeksrechter niet Connerotte maar Willy Dedecker, en er werd geen spaghetti gegeten maar zompige frieten.

Devynck: “Mijn personage, Katrien Deschryver, was op de vlucht toen de Witte Mars aan de gang was. Die rol was helemaal verweven met de Mars. Het waren moeilijke opnames, herinner ik mij. We hadden nog geen tweehonderd figuranten die een mars met driehonderdduizend mensen moesten naspelen.”

OP DE BARRICADEN

De Witte Mars was een Kennedy-moment. Wie er niet was, weet nog precies waar hij wel was. Tom Barman volgde alles over die historische dag in Oslo, waar hij met dEUS op tournee was. Bart Peeters werkte in Nederland. Oud-sp.a-voorzitter John Crombez, als jonge twintiger geprangd tussen zijn studies en zijn eerste echte job, verdiende wat bij in een broodjeszaak. De aanwezigen herinneren zich een unieke mars voor iedereen: jong, oud, arbeider, dokter, arm en rijk. Pinoy en Sioen liepen beiden mee met hetzelfde brandende engagement.

Pinoy: “Ik ben in mijn leven al talloze keren gaan betogen, maar nooit was het zo groots, zo indrukwekkend en zo intens als toen op de Witte Mars. Ik denk dat velen voelden dat ze niet anders konden dan mee te stappen. Ík kon in ieder geval niet anders, als moeder van vier kinderen. Omdat het ging om het dierbaarste wat we hebben, onze kroost. De wereld was niet veilig voor hen, het systeem werkte niet. Heel onze maatschappij lag even aan diggelen.

Marijke Pinoy. Beeld Geert Van de Velde
Marijke Pinoy.Beeld Geert Van de Velde

“In de dagen voor de Witte Mars werd ook gestaakt in veel fabrieken. Arbeiders legden telkens een uurtje of twee het werk neer uit protest. En ze kwamen naar Brussel om mee te lopen met de ouders. Het was een mars voor iedereen, zonder onderscheid.”

Ook Sioen zou in zijn latere leven nog veel gaan betogen. Hij organiseerde samen met Tom Barman de 0110-concerten voor verdraagzaamheid en is nooit ver uit de buurt bij acties voor vluchtelingen, Kom op tegen Kanker of De Warmste Week van Studio Brussel.

Sioen: “Bij zo’n actie sta ik wel snel ergens op een kar met een megafoon liedjes te spelen. Het grote verschil bij de Witte Mars was dat iedereen het eens was met het thema. Het was apolitiek, door de oproep van de ouders. Het werd niet gerecupereerd, hoewel Vlaams Blok dat wel even geprobeerd heeft, met hun roep om de doodstraf.

“De Witte Mars is ook zo groot geworden omdat de media massaal opriepen om deel te nemen. Ze namen zelf een standpunt in en gaven zelfs de uurregelingen van de extra ingelegde treinen door. Je moest al bijna een alibi hebben om daar niet te zijn. Nu moet je als activist al wonderen verrichten, wil je de media aan je kant hebben. Thema’s als het klimaat en Black Lives Matter zijn vandaag veel gepolariseerder. De pers is afstandelijker geworden. Activisten worden weer vaker weggezet als anarchisten, Gert Verhulst krijgt een plaats om Anuna De Wever te beschimpen. Eigenlijk is dat bizar, want als je naar de overstromingen van de afgelopen zomer kijkt, kun je het klimaatprobleem toch niet meer ontkennen? We leven nu opnieuw in zo’n momentum waarop je dingen kunt veranderen, net als bij de Witte Mars. Waar is het activisme van al die mensen die destijds riepen dat het anders moest? Waar zijn de media, die geen kant meer durven te kiezen, de mei 68’ers, die nu in directiecomités zetelen of financieel adviseur geworden zijn, en mijn eigen KSA-leiders, die ons toen mee op sleeptouw namen maar nu vooral bezig zijn met hun gezin en hun eigen leven?”

Na de Witte Mars is er wel één en ander veranderd.

Sioen: “Dat is zo, ja. Child Focus werd opgericht, het gerecht en de politie werden hervormd en er kwam meer aandacht voor slachtoffers, zowel bij justitie als in de media.”

Ook dat was nieuw na de arrestatie van Dutroux. Slachtoffers van seksueel misbruik kwamen massaal naar buiten met hun verhaal.

Pinoy: “(knikt) Allerlei pijnlijke herinneringen kwamen bovendrijven, zowel bij mannen als vrouwen, aan dingen waarover ze altijd gezwegen hadden. Als jong meisje werd ik vaak lastiggevallen door mannen. Ik heb me gelukkig altijd kunnen verweren, maar ik ken ook kinderen en jonge meisjes die níét konden ontsnappen aan seksueel geweld. Vóór de zaak-Dutroux was er nooit aandacht voor die slachtoffers. Dat is toen stilletjes aan beginnen te veranderen, maar het werk is nog lang niet af. Ik ken nog altijd slachtoffers die niet naar de politie durven te gaan.”

Sioen: “Het is triest dat we het 25 jaar later nog altijd moeten hebben over grensoverschrijdend gedrag, en dat slachtoffers nog altijd bang zijn om te getuigen.”

Je hebt destijds een liedje gemaakt over Hans Van Themsche, ‘Suicidal Sunset’. Heb je in je songs ooit verwezen naar de zaak-Dutroux ?

Sioen: “Onrechtstreeks wel, over slachtoffers van seksueel misbruik. ‘Testify’ is een nummer dat ik heb geschreven in het verlengde van de #MeToo-campagne. Om mensen een hart onder de riem te steken als ze getuigen, want het is zo belangrijk om met je verhaal naar buiten te komen – denk maar aan de zaken rond Bart De Pauw en Jan Fabre.”

Pinoy: “Er zijn nog veel verhalen in de grijze zone die worden weggewuifd of kapotgerelativeerd. Voor díé slachtoffers moeten we op de barricaden blijven staan, in wat voor maatschappij leven we anders?”

DUTROUX REVISITED

Waar zijn al die mensen die destijds riepen dat alles anders moest? Christian Denoyelle was een jonge advocaat aan het begin van zijn carrière toen hij meeliep in de Witte Mars. Hij maakte later heel bewust de overstap naar de magistratuur om zelf dingen in beweging te zetten. Denoyelle werd jeugdrechter en later voorzitter van de Hoge Raad voor Justitie (HRJ), die opgericht was in de nasleep van de zaak-Dutroux.

Niemand dacht dat fouten zoals die destijds waren gemaakt zich ooit nog zouden herhalen, maar toen in 2019 Julie Van Espen werd verkracht en vermoord, ging een nieuwe beerput open. Hoofdverdachte Steve Bakelmans bleek in het verleden meermaals veroordeeld, ook voor verkrachting. Op het moment van de moord had hij eigenlijk in de gevangenis moeten zitten, maar hij liep vrij rond in afwachting van zijn proces in beroep, dat op zich liet wachten: het dossier werd aan de kant geschoven als niet-prioritair. Het was de HRJ die moest nagaan wat er bij het Antwerpse gerecht fout was gelopen. Bijna een kwarteeuw na de Witte Mars stond Christian Denoyelle als voorzitter van de HRJ plots voor de zaak-Dutroux revisited.

Uw eindrapport was vernietigend. U zei dat seksueel geweld dringend een topprioriteit moest worden voor het gerecht.

Christian Denoyelle: “En ik vond het heel erg dat ik dat ruim twintig jaar na de zaak-Dutroux nog moest zeggen. Het was de eerste keer dat de HRJ seksuele misdrijven zo op het voorplan zette. Een topprioriteit, inderdaad. Natuurlijk, iedere zaak verdient evenveel aandacht. Maar tussen alle misdrijven zijn zedenzaken toch wel de intiemste, die raken je het diepst.”

Christian Denoyelle. Beeld Geert Van de Velde
Christian Denoyelle.Beeld Geert Van de Velde

De zaak-Van Espen was een doorslag van de zaak-Dutroux, die jong en oud beroerde. Werd er bij u thuis over gesproken?

Denoyelle: “Toen ik mijn jongste dochter vertelde dat ik in een interview zou getuigen over de Witte Mars, keek ze mij met een lege blik aan. ‘De Witte Mars?’ Dat zei haar niets. Dutroux, ja, daar had ze wel vaag iets over gehoord. Maar over Julie Van Espen weten mijn dochters alles. Ik heb het toen ook mogen aanhoren! Mijn gezin riep me op het matje voor wat er was misgelopen. En ook mijn moeder belde mij om de haverklap. Dat doet ze nog steeds, als ze in de krant weer eens iets heeft gelezen over de ‘fouten’ die gemaakt worden in strafdossiers. ‘Allee, Christian, hoe is dat toch mogelijk?’ roept ze dan. En ja, dan sta ik met mijn mond vol tanden, want ik weet natuurlijk ook niet altijd wat er allemaal is gebeurd in andere dossiers.”

In 1996 was u nog een ongebonden jonge advocaat, die op de Witte Mars antwoorden eiste van justitie.

Denoyelle: “(knikt) Daar stond ik dan, als medewerker van justitie, in een mensenzee die net betoogde tégen die instantie. Een heel vreemd gevoel. Ik herinner me nog dat iemand een bordje ophield met de tekst ‘Rechten studeren kan uw hersenen schaden’. Dat was even slikken. (lacht) Ik was pas begonnen in de advocatuur en had een onnoemelijk ontzag voor magistraten. Ik was zwaar teleurgesteld door de zaak-Dutroux. Ik nam deel aan die mars omdat ik jarenlang bij de scouts had gezeten en misdrijven tegen kinderen mij raakten. Maar misschien deed ik ook wel mee om te tonen dat we bij justitie, ondanks alles, ook maar mensen waren.”

Kon u zich als jongeman inleven in wat die ouders meemaakten?

Denoyelle: “Natuurlijk! Hoe kun je niet meeleven met zoiets? En ik dacht ook: hoe is dit mogelijk? Waarom moesten die ouders zo smeken om informatie van de onderzoekers, van het gerecht? Eén beeld vat het gebrek aan communicatie vanuit justitie heel goed samen: dat van Eliane Liekendael die, haar gezicht afgeschermd met haar arm, kromgebogen wegvlucht van de camera’s. Ik ben overtuigd dat ze een goede magistrate was, maar kon ze niet even aan de bevolking uitleggen waarom men dat spaghettiarrest had uitgesproken?”

Begreep u dat arrest?

Denoyelle: “Ja, het principe van onpartijdigheid is heel belangrijk. De rechter moet boven alle verdenking van partijdigheid staan. Natuurlijk begrijp ik ook dat Connerotte destijds uit sympathie op die spaghettiavond aanwezig was. Maar zeker nu ik magistraat ben, weet ik dat je erg op je tellen moet passen.”

U bent uiteindelijk niet lang advocaat geweest, maar werd rechter, en dus lid van de orde die tijdens de Witte Mars zo uitgespuwd werd.

Denoyelle: “Het is makkelijk om aan de zijlijn te staan roepen dat het niet gaat. Ik heb altijd veel respect gehad voor mensen die knopen doorhakken en beslissingen durven te nemen. Bovendien wist ik al vrij snel dat de advocatuur niet echt mijn ding was. Als advocaat ben je partijdig. En als ik dan de argumenten van de tegenpartij hoorde, dacht ik vaak: ja, dat is eigenlijk ook wel waar. (lacht) Dus ik vond het moeilijk om voor 200 procent voor mijn cliënten te gaan. En dan moest ik hen nog geld vragen ook! Toen een cliënte mij eens vertelde dat ze geld had moeten lenen om mij een voorschot te betalen, voelde ik me daar erg schuldig over.”

Toen u voorzitter was van de HRJ, pleitte u ook voor een mentaliteitswijziging. Ziet u die al?

Denoyelle: “Er zijn wel dingen veranderd, je merkt dat de hele maatschappij ermee bezig is. Ook de MeToo-beweging heeft veel meer bewustzijn gecreëerd.”

U bent nu weer jeugdrechter in Antwerpen. Ziet u die evolutie ook in uw jeugdrechtbank in Antwerpen?

Denoyelle: “(aarzelend) Onlangs nog kwamen advocaten van jonge verdachten in aanrandingszaken pleiten: ‘Hij was maar aan het experimenteren, je gaat hem hiervoor toch niet opsluiten?’ En de jongeren zelf komen ook met dat soort stereotypes af. Dat ze aan het experimenteren waren, dat het meisje niet duidelijk neen had gezegd, dat ze uit vrije wil naar de kamer was meegekomen, dat het een spelletje was… Ik word daar kregelig van. Dat zijn jongens die hun grenzen niet kennen, nog niet rijp zijn om een volwassen seksuele relatie aan te gaan.”

DADERTHERAPIE

Op het ogenblik dat Julie Van Espen vermoord uit de Schelde werd gevist, was Zuhal Demir staatssecretaris voor Gelijke Kansen.

Demir: “Mijn eerste gedachte was: hoe gaan we dit ooit uitgelegd krijgen aan haar ouders?”

Kán zoiets uitgelegd worden?

Demir: “Neen. We kunnen als beleidsmakers wel aan de slachtoffers beloven dat we maatregelen zullen nemen. Maar die beloftes moeten we ook uitvoeren.”

U had nog vóór de zaak-Van Espen al het initiatief genomen voor de Zorgcentra na Seksueel Geweld.

Demir: “De Witte Mars had mij één ding duidelijk gemaakt: slachtoffers moeten op de eerste plaats komen. Dat werd de leidraad in mijn beleid, of het nu de ouders van vermoorde kinderen zijn, of de slachtoffers van seksueel geweld. Die zorgcentra concentreren politie, justitie, zorg en opvolging op één plaats. Je kunt toch niet maken dat een verkrachte vrouw eerst naar de politie moet om klacht in te dienen, dan naar het ziekenhuis voor een staal en daarna naar nog elders de psycholoog? Wie aangerand wordt, moet fatsoenlijke opvang krijgen.”

U wilt als Vlaams minister van Justitie ook werk maken van dadertherapie. Een idee dat niet overal op applaus onthaald werd.

Demir: “Of ik geld ging besteden aan het verzorgen van die daders, vroeg Vlaams Belang mij schamper. (fel) We hebben in dit land jarenlang weggekeken van het probleem. We steken daders in de gevangenis of ze krijgen een enkelband, en daarna komen ze vrij. Dadertherapie is er amper, terwijl we weten dat die mannen hervallen als je niets met ze doet. Daders opsluiten lost het probleem niet op. Maar om hun therapie te bieden, moet je eerst weten wat voor iemand je voor je hebt. Daarom wil ik dat bij iedere zedendelinquent verplicht een risicotaxatie wordt uitgevoerd. Een rechter kan zo’n risicotaxatie nu wel aanvragen, bijvoorbeeld bij internering, maar het gebeurt te weinig. Ik wil zo’n controle in ieder stadium van een dossier: van de ondervraging van een verdachte door een onderzoeksrechter tot het moment dat die persoon voor de rechter komt. Ik wil die taxaties zo snel mogelijk instellen. We zijn nu met een proefproject bezig aan de UAntwerpen om vanaf november een vijftal psychologen aan het werk te zetten.”

Dutroux vroeg vorig jaar nog om vervroegd vrij te komen. Maar een nieuw psychiatrisch onderzoek, aangevraagd door zijn eigen advocaat, bestempelde hem als een onverbeterlijke recidivist die onmiddellijk zou herbeginnen.

Demir: “(knikt) Wat we bij zedendelinquenten duidelijk merken, is dat ze het liefst niet behandeld worden. Ze willen hun gevangenisstraf uitzitten, misschien vervroegd vrijkomen, en dan opnieuw hun gang gaan. We hebben veel te lang weggekeken en gehoopt dat het probleem zichzelf wel oplost. Dat gebeurt niet. We zijn het de maatschappij verschuldigd om daders te verplichten om in therapie te gaan. Anders gebeuren er steeds opnieuw dingen die je niet krijgt uitgelegd aan slachtoffers.”

Als je ons kan horen, vanavond om 20.40 op Eén.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234