Donderdag 21/01/2021

'Ik heb wel een miljoen kennissen en contacten, maar vrienden? Weinig'

Zeven interviews met zeven spraakmakers, in de even idyllische als inspirerende tuin van In de Wulf, het toprestaurant van chef Kobe Desramaults. Eten, drinken en lang praten: slow food meets slow journalism. Vandaag schuift Peter Vandermeersch aan, hoofdredacteur van 'NRC'.

"Eerlijk? Hij heeft gevloekt tijdens de rit van Amsterdam naar Dranouter. Hij had nu liever daar gezeten in plaats van hier. De avond waarop we met Peter Vandermeersch hebben afgesproken, is vlucht MH17 net neergestort bij Grabove, in Oost-Oekraïne. Dat daarbij heel veel Nederlanders om het leven zijn gekomen, wordt naarmate de zon zakt steeds duidelijker. Dat het er 196 zijn, zal pas enkele dagen later blijken.

Moeilijk is het voor hem om nu niet op zijn redactie in Amsterdam te zijn. Maar, zegt hij bij het eerste glas wijn, de nieuwscheffen en adjunct-hoofdredacteuren van NRC hebben alles onder controle. Blijft moeilijk, delegeren en uit handen geven, maar het lukt hem steeds beter. Al was het maar omdat het moet, vertelt hij later op de avond.

Hier, in het Heuvelland, ligt zijn heimat. Drieënvijftig jaar geleden werd hij geboren in Torhout, als zoon van West-Vlaamse ouders. Maar een geboorteplek staat niet noodzakelijk gelijk aan een thuisgevoel. 's Ochtends bij het ontbijt - terwijl we vanaf de Rodeberg uitzicht hebben over het dal van Loker en de Kemmelberg - zal hij zeggen dat hij vergeten was hoe mooi het hier is. "Ik voel me heel erg aangetrokken tot deze streek. Maar tegelijkertijd voel ik de afstand. Ik heb mijn leven ondertussen in Nederland opgebouwd. Ik volg de Nederlandse politiek beter dan de Belgische, betaal er belastingen, maak er deel uit van het publieke debat, en ik woon er erg graag."

Zo graag dat u eraan denkt om Nederlander te worden en uw Belgische nationaliteit dus op te geven.

"Technisch gezien kan dat volgend jaar, dan zal ik er vijf jaar wonen. Maar wil ik het ook? Om dat te weten te komen, ga ik er een boek over schrijven.

"Ik ga met verschillende mensen praten over wat Nederland nu precies is. Met Youp van 't Hek over wat nu Nederlandse humor is, met Sergio Herman over wat de Nederlandse keuken is, met Wim Pijbes, de directeur van het Rijksmuseum, over wat Nederlandse kunst is, met Louis van Gaal over wat Nederlandse sport is, enzovoort.

"Het meest praktische voordeel aan Nederlander worden is dat je er dan kunt stemmen. Ik mag in Nederland stemmen voor de gemeente en Europa, maar niet voor de Tweede Kamer. Frustrerend, vind ik. Formeel deel uitmaken van een maatschappij waar je woont en je goed voelt, vind ik wel interessant."

West-Vlamingen zijn nochtans meestal diepgeworteld.

"Mijn vader was officier bij de rijkswacht, en telkens als hij een graad meer kreeg, moesten we verhuizen. Ik heb in Veurne gewoond, in Brugge, Aalst, Brussel, Gent. Toen ik op mijn zeventiende naar de universiteit ging, was dat mijn zevende school. Ik heb dus overal in Vlaanderen wortels, maar nergens helemaal.

"Mensen spreken vaak over dé plek waar ze zijn opgegroeid, maar bij mij zijn er dat een stuk of vijf. Misschien verklaart dat ook het gemak waarmee ik Nederlander zou kunnen worden."

Waarom precies trekt het land u zo aan?

"Ten eerste om de kwaliteit van het debat. De zwartepietendiscussie bijvoorbeeld (over de vraag of Zwarte Piet een traditie moet blijven of racistisch is, SMU/JDP), werd heel grondig gevoerd.

"Het polderen ook, het typisch Nederlandse overlegmodel. Dat is iets wat ik zelf heel erg heb moeten leren. Ik was het gewoon om top-downbeslissingen te nemen, maar bij NRC ben ik daardoor een paar keer lelijk op mijn bek gegaan.

"Hoe minder inspraak er is geweest van iedereen, hoe groter het protest. Dat is niet altijd makkelijk werken. Maar het gevoel dat je met z'n allen beslissingen neemt en verantwoordelijk bent, is ook heel fijn.

"De ernst van de journalistiek vind ik ook een heel aantrekkelijke eigenschap van Nederland. Het nadeel daarvan is dat we soms wat trager zijn dan in Vlaanderen, maar er is wel meer diepgang. En ik denk dat dat op lange termijn belangrijk zal zijn voor de media. Als ik op NRC opper om een zomeritem te brengen over waar ministers op vakantie gaan en wat ze zoal meenemen, dan is er altijd wel iemand die zegt: 'Moeten wij dat wel doen? Is dat onze taak?'

"Het gevoel de vierde macht te zijn, de journalistiek als hoeder van de democratie, dat zit er heel diep in."

Ministers in hun zwembroek tonen is niets voor NRC. Dacht u daar vier jaar geleden hetzelfde over?

"Nee, daar dacht ik helemaal anders over. Ik heb van De Standaard heel hard het stof moeten afblazen. Toen ik 2010 de krant na elf jaar hoofdredacteurschap verliet, was die helemaal anders dan toen ik er in 1999 begon. Een 'droogkloterige notariskrant' noemde Yves Desmet onze krant toen, en hij had niet helemaal ongelijk.

"Maar als ik achteraf denk aan de aandacht die De Standaard' in die jaren besteedde aan de kandidaten van De slimste mens ter wereld, een televisiespelletje godbetert, dan kun je je afvragen of journalistiek in de wereld is om zulke dingen te doen. Toen ik bij NRC terechtkwam, ben ik weer grondiger over zulke zaken gaan nadenken."

Hoe gaat het vandaag met NRC?

"Als je naar de oplages en het aantal lezers kijkt, en naar het financiële plaatje, dan gaat het goed. Maar ook wij botsen aan tegen alles waar elke krant tegenaan botst: lezers lopen weg van papier en schakelen over naar het digitale.

"Maar wij hebben het geld van de lezer hard nodig: 20 procent van wat we verdienen komt van de adverteerders, 80 procent van de lezer. Als die massaal dreigt weg te vallen, kun je geen redactie van 210 man meer houden. Terwijl de rijkdom en de grootte van die redactie net de kwaliteit van onze krant bepaalt. Dat is dus een zorg."

De cijfers van het laatste kwartaal zijn niet goed. Als je papier en digitaal optelt, verliest NRC 5 procent.

"Over die specifieke cijfers maak ik me niet zoveel zorgen. Het kwartaal daarvoor was beter. En op jaarbasis blijven we min of meer stabiel. Vorig jaar waren we 3 procent gestegen, dit jaar 2 procent gedaald. De val is trouwens structureel in de pers, ook in Nederland. Maar welke kranten doen het goed? Wij, de Volkskrant, Het Financieele Dagblad en Trouw. De kwaliteitskranten dus. De Telegraaf, het AD en de regionale kranten hebben het veel lastiger.

"Ik geloof ook dat er een publiek zal blijven bestaan dat bereid is om te betalen voor een kwaliteitslabel. Op voorwaarde dat die journalistiek uniek is en iets toevoegt. Als we kunnen blijven zorgen voor de beste onderzoeksjournalistiek, de beste analyses en de beste columns, dan geloof ik dat onze toekomst nog voor veel jaren gegarandeerd is."

Bij De Standaard hebt u voor een klein mirakel in de verkoopcijfers gezorgd, en is de krant radicaal veranderd. Twee zaken die u bij NRC tot nu toe niet voor elkaar hebt gekregen.

"Dat zijn twee juiste vaststellingen. Maar NRC moést ook veel minder veranderen dan De Standaard. In 1999 was De Morgen ons een pak slaag aan het geven in frisheid, nieuwe invalshoeken en fotografie, terwijl wij vijftien jaar waren blijven stilstaan. NRC is een krant die in haar fundamenten heel goed zit. Bovendien is de impact van het internet op de verkoop veel minder geweest tussen 2000 en 2010.

"Dat is nu het frustrerende: je maakt een betere krant, maar je ziet het nauwelijks in de verkoopcijfers. Ik ben blij dat we die cijfers relatief stabiel hebben kunnen houden."

Standhouden is voor de kranten het nieuwe winnen?

"Dat is inderdaad al behoorlijk geweldig, ja. Als wij daarnaast per week 1,5 miljoen unieke bezoekers voor onze website bereiken, dan verstevig je je merk."

Hij checkt zijn telefoon. Berichten, mail, Twitter. Schrikt van wat hij leest.

"Premier Rutte onderbreekt zijn vakantie. Er zouden veel Nederlandse slachtoffers zijn. Ik heb mensen naar Kuala Lumpur gestuurd, naar Oekraïne, naar Schiphol. Het ziet er echt niet goed uit. Men denkt dat het vliegtuig is neergehaald door pro-Russische separatisten, maar dat is nog lang niet zeker. Straf. Als het klopt, is dit oorlog aan de poort van Europa. Verdomme, dit zijn dagen dat je op de redactie wilt zijn.

"Maar goed, ik zie dat alles loopt zoals het moet lopen. Ik heb echt moeten afleren om alle beslissingen zelf te nemen. (lacht) En ook om alle stukken zelf te willen schrijven. Als je je zo gedraagt, wil er niemand voor je werken."

U hebt het moeten leren, zegt u. Wellicht heeft het jaar 2012 daar een rol in gespeeld. Er was toen het ontslag van dertig journalisten, er was de rel met het artikel rond prins Friso, Rob Wijnberg werd ontslagen als hoofdredacteur van NRC Next, en Geert Mak brandde u af in een open brief.

"Als ik er nu op terugkijk, had ik het misschien beter moeten zien aankomen. Toen ik in 2010 hoofdredacteur werd van NRC, was dat de eerste keer dat iemand van buitenaf die functie opnam. Toen de redactieraad na verschillende gesprekken met mij haar indrukken formuleerde aan de redactie, was er tegen het eind naar het schijnt iemand die vroeg: 'Kan hij ook over water lopen?'"

U was de messias?

"De verwachtingen waren in elk geval heel hooggespannen. Dat heb ik onderschat. Al die verwachtingen had ik toch nooit kunnen waarmaken. Bovendien ben ik er in het begin gewoon te hard ingevlogen. Ik ben al heel ongeduldig, en zeker in Nederland had ik rustiger te werk moeten gaan.

"Er was een mail van mij uitgelekt waarin ik mijn kritiek op stukken formuleerde aan de redactie, maar zulke mails waren voor mij niets nieuws. Dat deed ik ook al bij De Standaard. Er stonden gewoon onleesbare stukken in de krant, en die moesten eruit. Ik stuurde ook de oplagecijfers door naar de redactie. Ik vind dat mijn mensen moeten weten hoe we ervoor staan. Ik vond ook dat we 'slow journalism' te vaak met 'lazy journalism' verwarden.

"Toen kwam de fout met prins Friso (in een artikel op de voorpagina werd foutieve informatie gegeven over de gezondheidstoestand van de Nederlandse prins Friso, die na een ski-ongeval in coma lag, SMU/JDP), en de spanningen rond Rob Wijnberg, en dat culmineerde allemaal in dat jaar. Klap op de vuurpijl was de open brief van Geert Mak, die vond dat ik er niks van bakte." (Mak had het over 'een terreur van e-mails' aan journalisten, en 'een sfeer van angst', SMU/JDP)

Als u nu een soortgelijk aanbod zou krijgen om opnieuw een gerenommeerd medium als NRC te leiden, zou u dan langer twijfelen?

"Ja. Ik weet niet of ik het opnieuw zou doen. Omdat ik gezien heb hoe moeilijk het is om in zo'n functie te beginnen bij een medium dat je niet kent. In 2012 scheelde het ook niet veel of het was voorbij. De spanningen werden te groot. En zelf vroeg ik me ook af of ik het wel goed deed.

"We zaten met de krant toen ook nog in Rotterdam, ik woonde er in een appartement dat het mijne niet was, met meubels die niet van mij waren, en lelijk geschilderde vissen tegen de muur. En vooral: ik zat daar alleen. In het weekend ging ik wel naar België, of kwam mijn vrouw naar daar, maar van maandagochtend tot vrijdagavond zat ik daar tussen die vissen.

"Een heel lastige periode. Dertig mensen moeten ontslaan, dat is niet niks. Dat heeft er hard ingehakt. De heisa over het artikel over Friso ook. En vooral de kritiek van Geert Mak. Ik ben een groot bewonderaar van hem. Maar dat stuk over mij, miljaar."

Was dat de eerste keer dat u zich zo fundamenteel vragen stelde?

"Ja, omdat het ook de eerste keer was dat ik in de pers zo hard aangepakt werd. En omdat het zo persoonlijk was. Maks stuk verscheen aanvankelijk in De Groene Amsterdammer, Vrij Nederland moest daar dan nog een keertje overheen gaan, en toen kwamen er nog stukken in Knack, De Morgen en De Standaard. Allemaal over hoe slecht ik het deed. Dan pas besef je dat je dat niet onder controle hebt. Het is ook dan pas dat je begrijpt wat voor een oneerlijk beest de pers soms is. Dat als we ergens op gesprongen zijn en erin gebeten hebben, we niet meer loslaten. Ja, 2012 was een heel lastig jaar, waarin ik mij heel alleen heb gevoeld."

En door dat mee te maken hebt u gas teruggenomen op de redactie?

"Geert Mak, met wie ik ondertussen overigens in hetzelfde flatgebouw woon en soms al eens koffie ga drinken, zei me achteraf: 'Je ging te snel, Peter, iedereen was bang dat jij dat instituut kapot ging maken.' Terwijl ik het natuurlijk alleen maar beter wou maken. We hebben allebei hetzelfde doel, dat NRC de 21ste eeuw overleeft. Alleen is zijn methode 'houden wat er is', terwijl dat mijn houding niet is. Maar ik heb inderdaad geleerd om voorzichtiger te zijn. Vergeet ook niet dat NRC een instituut is. Daar morrel je niet zomaar even aan."

En wij maar denken dat Vlamingen gezagsgetrouw zijn en Nederlanders progressief.

"Juist, maar dat is dus niet zo. Tom Lanoye had me daar ooit al voor gewaarschuwd, dat ik nog wel zou merken hoe conservatief de Nederlanders zijn. En met name de lezers van NRC. Eén anekdote: ik was anderhalf jaar hoofdredacteur, toen ik op een feestje sprak met een vrouw die bezig was over hoe de hele wereld zou moeten veranderen om beter te worden. Daarna ging het over de krant. En maakte ze zich ongelooflijk boos omdat we een column verticaal hadden gezet die normaal horizontaal onderaan op de achterpagina lag. (lacht) Dat zegt genoeg, denk ik."

Hoe is nu de sfeer op de redactie?

"Goed. Heel goed, zelfs. Wat ook te maken heeft met onze verhuizing naar Amsterdam."

Als we nu aan uw redactie zouden vragen om Peter Vandermeersch te omschrijven in een aantal adjectieven, wat zouden ze dan zeggen?

"Ai. (denkt na) Ik weet zeker dat ze zullen zeggen: heel harde werker. En daar ben ik trots op. En ik vrees dat ze gaan zeggen: emotioneel. Ik kan heel boos worden, maar ook bijna dansen van geluk als we een geweldige krant gemaakt hebben. Ik heb lang gedacht dat ik geen hoofdredacteur kon worden omdat ik te emotioneel ben. Maar ondertussen weet ik dat het tegelijk mijn zwakte en mijn kracht is. Het zorgt ervoor dat ik ook heel betrokken ben."

Zouden ze het woord 'autoritair' nog gebruiken?

"Hm. Ik ben heel erg opgeschoven in dat poldermodel. Maar ik blijf wel mails sturen als ik vind dat we op North Sea Jazz bijvoorbeeld met veel te veel journalisten aanwezig zijn. Ik ga dan niet vragen om het mij eerst uit te leggen, maar ik zeg gewoon: te veel volk daar, volgend jaar met minder. Ik vind dat een tamelijk efficiënte manier van communiceren, maar zij zullen het wel top-down noemen (lacht)."

Vindt u de Nederlandse kranten beter dan de Vlaamse?

(direct) "Zonder twijfel: ja. Als je een abonnement hebt op NRC of de Volkskrant, en je de krant helemaal leest, dan ben je beter geïnformeerd dan als je De Standaard of De Morgen leest. De reden daarvoor is simpel: wij hebben drie keer zoveel mankracht.

"Daarom sta ik tegelijk ook in volle bewondering voor wat de Vlaamse kranten doen. Het is niet omdat wij drie keer zoveel middelen hebben, dat onze stukken ook drie keer zo goed zijn. Ik kan soms echt jaloers zijn op verhalen die bij jullie staan. Zelfde vergelijking: is De wereld draait door beter dan de meeste praatprogramma's op VRT of VTM? Ja, maar ze hebben een redactie van 45 man, terwijl bijvoorbeeld Reyers laat het met vijf man moet doen."

Terugkomen naar Vlaanderen zit er dus voorlopig niet in, want dat zou een transfer van Champions League naar Jupiler League zijn?

"Voorlopig is terugkomen niet aan de orde, maar ik sluit niets uit. Er staat ook een houdbaarheidsdatum op deze job. Bij De Standaard ben ik elf jaar hoofdredacteur geweest, dat is uitzonderlijk lang. Als ik terugkom, zou het toch om te schrijven zijn. Daarvoor ben ik tenslotte ook in de journalistiek gegaan. Ik ben bijvoorbeeld stikjaloers op wat jullie mogen doen met deze reeks (lacht)."

We krijgen bijna medelijden. Maar een job waar u niet op de voorgrond staat, is dat wel iets voor u?

"Ik wil helemaal niet op de voorgrond staan. Ik wil gewoon een zo goed mogelijke krant maken."

U zit op Facebook en Twitter, u schrijft columns en u bent overal op tv. Is dat dan louter om uw krant onder de aandacht te brengen?

"Fair enough, dat is niet enkel voor de krant, ik doe dat gewoon graag. Jullie krant heeft ooit eens een interview met mij gepubliceerd onder de kop 'Ja, ik ben ijdel'. Ik vond het flauw om net dat citaat uit het interview te nemen, maar tegelijk is het ook juist, vrees ik. Dus ja, ik speel graag op een podium.

"En toch: als ik naar Vlaanderen terugkeer, wil ik niet noodzakelijk De Standaard, De Morgen of de VRT gaan leiden. Trouwens, op die laatste heeft Patrick Janssens al een optie genomen (lacht). Nee, ik ben in de journalistiek gegaan om Kuifje in Congo te zijn, en dat wil ik opnieuw zijn."

Dan moet u dat gewoon doen, toch?

"Juist. Maar ik zaag er ook niet over. Jullie zagen er over (lacht)."

De schotels met vlees en groenten worden aangedragen. "Bij het concept van deze reeks hoort dat ik het vlees aansnijd", zegt collega De Preter. En hij lacht: "Dat moest van onze hoofdredactie."

Er volgen vijf chaotische minuten waarin iedereen elkaars bord aanreikt en vol schept. We hebben het over de job van Kobe Desramaults: hij arriveert hier elke dag rond half tien 's morgens en trekt rond middernacht de deur achter zich dicht. Een beetje zoals de hoofdredacteur van NRC?

"Doe er 's morgens nog maar enkele uren bij."

U werkt als een paard. En die norm houdt u ook aan voor uw medewerkers, zo luidt de kritiek wel eens.

"Klopt. Ik ben nu vijftien jaar hoofdredacteur van een krant. Dat is elke ochtend opstaan met pijn in je buik: 'Zitten we er niet naast?'. Dat is elke avond nog naar het nieuws kijken voor je gaat slapen. Vijftien jaar lang. Als je dat van op een afstand bekijkt, denk ik soms zelf dat het wel een beetje zielig is. 'Get a life', die gedachte. Maar het ís mijn leven. Ik haal enorm veel voldoening en energie uit het maken van een krant.

"Wat je me dan kunt verwijten is dat ik hetzelfde van andere mensen verlang, maar we hebben een ongelooflijk fijne en geprivilegieerde job, dus mag ik dat verwachten, vind ik. Ik weet dat het melig klinkt, maar journalistiek is een roeping voor mij. Toen ik zeventien was, en All the President's Men zag, wilde ik Bernstein én Woodward zijn." (De film gaat over het Watergateschandaal in de jaren 70 dat door de twee journalisten Bernstein en Woodward was blootgelegd, en waardoor zij wereldberoemd werden, SMU/JDP).

"Ik zie het dus niet als een klus. Ik mag in Amsterdam wonen, ik ontmoet ongelooflijk veel interessante en fijne mensen. Maar natuurlijk stel ik me soms wel eens de vraag: als ik de journalistiek niet meer heb, wat hou ik dan over?"

Wat houdt u dan over?

"In de eerste plaats drie schatten van kinderen. En - bij deze de primeur - vanaf eind december een kleinkind. Het eerste kleinkind. Van mijn zoon. Ik ben er heel gelukkig mee, maar ik moest toch even slikken toen ik hoorde dat ik op mijn 53ste grootvader word.

"Daarnaast is er relatief weinig. Mensen vragen wel eens of ik ook hobby's heb of welke andere dingen ik doe. Simpel: ik doe niets anders. Alles wat ik doe staat in functie van mijn werk."

Is dat volgens u de enige manier om aan journalistiek te doen?

"Dat zal voor een stuk wel de spanning zijn die er tussen mij en een aantal mensen van NRC en De Standaard heerst. Sommige journalisten zeggen letterlijk: 'Journalistiek is mijn professionele leven, en daarnaast heb ik een moestuin of volg ik kooklessen.' Ik heb het heel lastig om dat te begrijpen. Mensen die drie vijfde of vier vijfde willen werken, ik heb echt moeten leren om dat te aanvaarden. Je moet zeven vijfde werken, verdorie!

"Pas op, ik besef dat ik makkelijk praten heb. Ik kan in Amsterdam de grote hoofdredacteur uithangen omdat mijn vrouw in Brussel onze zoon opvoedt. Ik begrijp dus wel dat mensen nog andere dingen in hun leven hebben, maar emotioneel druist het in tegen hoe ik met dit werk bezig ben. Dus ja, ik ben dan de klootzak die 's middags tegen een redacteur zegt dat hij nog zestien uur heeft om tegen de volgende dag een stuk te schrijven, terwijl hij er die week al drie geschreven heeft. ('NRC' is een middagkrant, SMU/JDP). Ik besef dat dat voor wrevel zorgt.

"Overigens ben ik wel bang dat ik op een bepaald moment ergens tegenaan zal knallen. Ik heb het al een paar keer in mijn omgeving zien gebeuren, dat mensen ineens niet meer kunnen, en ik vraag me wel eens af wanneer het mijn beurt is."

Bij uw afscheid van Vlaanderen kreeg u in De Standaard nog een sneer van redacteur Filip Van Ongevalle en fotograaf Michiel Hendryckx, over uw ongeduld en uw opvliegendheid. Bent u vatbaar voor zulke kritiek?

"Heel erg. Dat is dat emotionele waarover ik daarstraks sprak. Als iemand mij een compliment geeft, kan ik zo blij zijn als een kind. Op dezelfde manier kan ik een maand teneergeslagen zijn als ik kritiek krijg. Zeker als het onrechtvaardig is. Ik was zo ongelukkig over dat stuk van Filip in de krant. Het was misschien niet gemeen bedoeld, eerder grappig, denk ik, maar het kwetste me echt."

Is het niet redelijk waanzinnig om daar in uw positie zo gevoelig voor te zijn?

"Ik doe het toch al vijftien jaar? En het betekent niet dat ik mijn eigen fouten niet zie. De tweede keer dat ik op de Nederlandse tv in De wereld draait door zat, heb ik gezegd dat de Volkskrant een onbetrouwbare krant is. Daar ben ik keihard voor aangepakt door Jan Mulder. Had hij gelijk? Ja. Ik verdiende het. Het was heel stom wat ik had gezegd. Ik heb er dan ook geen moeite mee om dat toe te geven. Maar die aanval van Geert Mak heeft me wel heel veel pijn gedaan, omdat hij mij slechte bedoelingen toedichtte, terwijl ik die absoluut niet had en heb."

Als u zo hard werkt, hebt u dan nog tijd voor vrienden?

"(zwijgt even) Weinig. Dit klinkt dramatischer dan het is, maar ik heb weinig vrienden en wel één miljoen kennissen en contacten. Ik ben ook graag alleen. Door mijn baan ben ik constant omringd met mensen, en dus kan ik er bijzonder van genieten om in een goed restaurant alleen te gaan eten, met mijn krant en met mijn iPad. Eigenlijk is dit dus de vraag van de kip en het ei. Ik heb namelijk ook altijd een excuus om niet naar vrienden toe te moeten. Want, 'het is zo druk'."

U wilt niet te veel bij mensen zijn?

"Zonder al te Freudiaans te willen overkomen: als ik zo gek hard werk, is het misschien wel een vlucht, ja. Ik heb niet zo graag dat mensen heel dicht bij me komen. Ik denk ook niet dat er iemand is die mij echt goed kent. Behalve mijn vrouw. Dus ja, ik heb een soort van onthechting, waar ik me overigens redelijk goed bij voel.

"Tegelijk ben ik gewoon ook een perfectionist. Ik wil het simpelweg heel goed doen. Iemand heeft mij ooit gevraagd wat mijn gelukkigste dag op De Standaard was. Zonder een zweem van ironie heb ik geantwoord: De dag dat ik wegging.' Omdat ik wist dat ik een betere krant achterliet dan ik aangetroffen had. En daar ben ik nog altijd van overtuigd. Dit klinkt heel katholiek, maar mijn opdracht was volbracht, en daar was ik heel gelukkig mee. Ik hoop dat ik dat ooit ook van NRC kan zeggen. Dat ik het goed heb gedaan. En trots mag zijn."

Ook nu het donker is geworden, blijft de zomeravond heerlijk. Kaarsen worden aangestoken, de wijnglazen nog eens gevuld. Met het daglicht dat verdwenen is, vertraagt ook het tempo. Er mag al eens geaarzeld worden bij het spreken. Er wordt al eens wat meer gezocht naar woorden.

Als u zich zo slecht voelt zoals in 2012, wie zijn dan de mensen die u belt of opzoekt?

"Op de krant een paar collega's binnen de hoofdredactie. En mijn vader blijft een heel groot klankbord. Een verstandige man. Niet al te spraakzaam, maar hij zegt wel de juiste dingen op het juiste moment. Meer mensen zijn er niet. In tegenstelling tot de indruk die ik bijvoorbeeld vanavond geef, ben ik niet zo'n grote prater over emotionele zaken. Ik zit er vooral veel over te malen."

Belt u überhaupt wel iemand op tijdens moeilijke momenten?

"Nee, eigenlijk niet. Ik kan het heel moeilijk delen. (glimlacht) Na verloop van tijd krijg ik dan zelf wel eens telefoon van iemand om te kijken of ik nog leef. Nu goed, 2012 was een heel lastig jaar, maar er sterft niemand. Het is frustrerend en pijnlijk en je loopt er gebukt onder, maar het is niet je beste vriend die komt vertellen dat hij kanker heeft. Aan de andere kant: aangezien ik daarstraks heb verteld dat dit werk mijn leven is, lukt het me niet altijd even goed om zo te relativeren."

U hebt meer nodig dan de gemiddelde mens om tevreden te zijn. Waar komen die ambities en dat streven vandaan?

"Dat is een heel persoonlijke vraag.

(lange stilte) "Mijn zus is gestorven toen ze twintig was. Katrien was een heel levenslustige jonge vrouw. Ze zat in haar laatste jaar verpleegkunde, toen ze op een zaterdagavond met haar lief tegen een boom reed. Toen heb ik mij gerealiseerd: godverdomme, Katrien is dood. Twintig jaar en ineens is het in een vingerknip voorbij. Dat is in de jaren daarna druppelsgewijs blijven doorsijpelen. Ik heb er gulzigheid, ambitie en levenshonger aan overgehouden. Sindsdien wil ik er voor zorgen dat ik een steen verleg in de rivier. Vijftien augustus 1982 betekende het einde van mijn jeugd. Ik was toen nochtans al vader, maar het onbezorgde is sindsdien voorgoed verdwenen.

"De Humanistische Omroep in Nederland heeft een mooie slogan: 'Ik geloof in het leven voor de dood'. Ik ben relatief klassiek, Vlaams katholiek opgevoed, en heb nooit echt moeten vechten met mijn geloof, maar Katriens dood heeft een grote impact gehad op dat leven voor de dood. Ik had kunnen beginnen met drinken en roken en een hedonistisch bestaan leiden. Ik heb dat ingevuld door te doen waar we al de hele avond over bezig zijn: hard werken, gedreven zijn, het verschil proberen te maken, hard zijn voor jezelf.

"En daar heb ik al zo veel voor teruggekregen. (glimlacht) Gisteren nog. Ik moest op de krant nog iets afwerken dat vroeg de deur uit moest, en ik fietste rond half zes 's morgens naar de redactie. De stad is dan nog heel stil, de zon was aan het opkomen, het ging die dag mooi weer worden. En ik dacht: Vandermeersch, you lucky bastard, zie je hier eens fietsen door Amsterdam, hoe geweldig kan het zijn."

Hij grijpt nog eens naar zijn telefoon. "Mijn god, minstens 154 Nederlanders omgekomen. Dit is een ramp voor het land."

Het is tijd voor een borrel, vindt hij. Dat vinden wij ook.

---

Peter Vandermeersch

geboren in 1961 in Torhout

studeert geschiedenis aan de universiteit van Gent, journalistiek in Parijs en politieke wetenschappen in Harvard

begint in 1988 als journalist bij De Standaard, eerst op de cultuurredactie, later als correspondent in Parijs en New York

wordt in 1999 hoofd-redacteur van De Standaard

voert de letters 'AVV-VVK' op de cover af, voert het tabloidformaat in, en doet de verkoop-cijfers van de krant stijgen

wordt in 2007 verkozen tot 'marketeer van het jaar'

is sinds 1 september 2010 hoofdredacteur van de Nederlandse krant NRC Handelsblad

woont in Amsterdam, in een loft aan het IJ

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234