Woensdag 20/01/2021

'Ik heb veel brol gespeeld'

'Ik had graag muziek willen spelen, maar ik kan het niet. Ik had willen schrijven, maar ik kan het niet, of beter: ik doe en durf het niet. Noem het een inferioriteitscomplex, peu importe. Ik zit ermee''Waarom ook doe ik dit beroep? Het is natuurlijk meer dan je willen tonen, het is je elke keer weer willen voortplanten. Je wilt dat er van jou iets overblijft, na je verschijning'

Marijke Libert

Stephan Vanfleteren

Vic De Wachter en zijn vrouw Gilda (actrice Gilda De Bal) zitten deze dagen met groot genot de dvd's van The Soprano's te bekijken. Vic kan er ook tijdens onze ontmoeting niet over zwijgen. "We zijn verslaafd", zegt hij. "We hadden de reeks gemist op de tv en nu zitten we elk vrij uur te kijken. Het is gewoon subliem. Hoe men dat verhaal bedacht heeft. Dat is iets anders dan de tv-scenario's die wij soms in onze pollen krijgen. We hebben in Vlaanderen te weinig mensen die een behoorlijk scenario op poten kunnen zetten. Bij The Soprano's is het één groot taalfeest: elke zin een oneliner, niets gratuit. Om stikjaloers te zijn."

Volgend weekend start u weer als Vic Moens in Sedes en Belli. De scenario's hebben wel een bijzonder laag Tsjechov-gehalte.

"De serie Sedes en Belli is qua vorm toch een stuk anders dan wat we normaal op de buis krijgen. Het is beter verzorgd, meer filmisch en je hebt een pak goede acteurs bijeen. Het probleem is de geloofwaardigheid van het hele ding. Een detectivebureau dat zo werkt, bestaat niet in België. Goed, het is een fictiereeks, daarin mag je de realiteit even loslaten, maar alles is wel in een realistische omgeving geplaatst, in Oostende. Dat vloekt een beetje: het herkenbare tegenover het ongeloofwaardige. Toch hebben zulke reeksen blijkbaar veel succes. We leven in een tijd van de whodunit. De misdaad en de zoektocht naar de daders, is top. Of het nu om een redactie draait, Niet voor Publicatie, of advocaten, Recht op recht, een reddingsteam aan de kust, Windkracht 10, de politie, Flikken, de BOB, Heterdaad, of detectives, Sedes en Belli... succes gegarandeerd. De kijkers lusten dat spel van slachtoffer versus dader, van slechterik versus goede held, van afschuw versus sympathie. Mensen zijn nieuwsgierig, een soort ramptoeristen voor het scherm. En de mensen kijken wellicht ook om steeds weer die bekende acteurs te zien."

Het zijn inderdaad veelal dezelfde mensen. Je vraagt je af waarom we dit met z'n allen ernstig blijven nemen. Actrice Ann Ceurvels bijvoorbeeld heeft de voorbije jaren in ongeveer alle series gezeten: als flik, als detective, als sterjournalist, als helikopterpiloot, als gastrol... en we slikken het.

"Ik ben er nogal weigerachtig tegenover, om verschillende rollen te spelen in opeenvolgende series. Het is in die zin een beetje ongelukkig dat ik morgen in de laatste Flikken een vies manneke speel terwijl ik de week daarop bij wijze van spreken de vieze mannetjes moet opsporen. Intussen hang ik ook de stoere uit in Windkracht 10 dat in het kader van vijftig jaar televisie opnieuw wordt uitgezonden. Ik zie me niet graag gefaseerd en in verschillende gedaantes tegelijk op het scherm."

Verschillende gedaantes, zegt u, terwijl één ding steevast terugkomt: u moet de harde spelen, de macho, de hero. Iets wat u in wezen niet echt bent.

"Ik ben inderdaad meer van het zachtaardige type, maar ik word anders getypecast. Soms tot mijn grote spijt. Ik stel vast dat ik bij het theater betere rollen krijg, mooiere dingen. Je kunt de twee natuurlijk niet echt vergelijken."

U schittert momenteel bij Het Toneelhuis met de vertolking van Oom Vanja. U kreeg ongelooflijk goede kritieken overal.

"Het is ook een heel mooie productie, al zeg ik het zelf. En aan die rol heb ik veel voldoening. Bij theater put ik uit mijn fantasie, uit alles wat ik in mij voel, bij tv gaat het meer om mijn kop en om mijn techniek. Dat kan leuk zijn, maar er wordt wel weinig een beroep gedaan op de binnenkant, de emoties, de verbeelding. Bij theater moet je gaan zoeken. Daar ligt een moeilijke weg tussen het lezen van je tekst en het resultaat op de scène. Bij televisie lees je het scenario en speel je de rol. Die speurtocht naar je vertolking is of korter of onbestaande. Bij theater heb je ook het publiek dat deelneemt. Je maakt samen iets mee, in real time. Het kan ook soms tegenvallen met dat publiek. Ik heb het vorige week nog meegemaakt: er waren veel jonge gasten en er was veel gekuch in de zaal. Op een bepaald moment heb ik me midden in een monoloog waarin ik me kwaad moest maken, even tot het publiek gericht en 'sanatorium!' geroepen. Ze hadden het kennelijk begrepen, want het is heel stil geworden daarna."

De figuur Oom Vanja is somber, nors, zeer teleurgesteld in het leven.

"Ik begrijp die man heel goed. Ik heb veel desillusies gehad. Oom Vanja is een beetje de donkere kant in mij. Ik word uiterlijk als zachtaardig en joviaal ervaren, maar ik ken zeer goed de agressie, het verdriet en het gemis. (denkt even na) Ik heb wel moeite gehad om dat op te graven. Een mens laat niet graag zijn donkere zijde zien. Je houdt dat deksel liever op de pot. Ik ben niet bang om naakt op de scène te staan, dat heb ik al meer gedaan. Ik ben niet bang om de idioot te spelen. Bij Oom Vanja moest ik die agressie en dat verdriet in mijzelf gaan zoeken, daar waar het ook echt zat. Ik durfde het bijna niet."

Waar zit die agressie in u?

"Ik kan héél kwaad zijn. Soms voor grote dingen, maar heel vaak ook voor futiliteiten. Elke dag maak ik me woedend over de drukte waarin ik terechtkom. Ik ben ook in het leven de man met de hand op de toeter. Ik ontvlam soms. Ik hou me in maar mijn vingers kietelen. Ik heb nog nooit gevochten in mijn leven, maar er wel heel veel zin in gehad. Ik kan niet tegen domheid, pretentie en oppervlakkigheid. Als ik dat zie moet ik ademhalen, heel diep. Dan laat ik het voorbijgaan of ik schiet me een volle nacht in de alcohol. Ik moet mijn agressie verwerken. Het voordeel van theater is dat ik het daar af en toe kan doen. Via Vanja kan ik een hoop agressie kwijt. Nadien ben ik ook steeds fysiek moe van de ontlading."

U sprak ook over het kanaliseren van verdriet, welk verdriet?

"Ik heb verdriet omdat ik vind dat ik het nog niet echt gedáán heb in het leven. Die zevenenveertig jaar oude Vanja komt in het stuk tot de conclusie dat hij eigenlijk niets gepresteerd heeft. Ik ben tweeënvijftig en ik voel hetzelfde. Hoe ouder ik word, hoe dwingender ik me die vraag ga stellen: enfin, Vic, wat heb jij nu eigenlijk uitgericht? Ik loop niet zo hoog op met wat ik realiseerde. Ik heb veel brol gespeeld. Brol van rollen, producties, tv- én theatervertolkingen. Zeker vroeger. Ik moest toen ook léven hé, geld verdienen, contracten aanvaarden, bij de KVS bijvoorbeeld. Ik was er onderdeel van een groot machien en ik moest alleen maar presteren. Nadien zeg je enkel: dedju. Met de Blauwe Maandag Compagnie en later Het Toneelhuis is dat wel veranderd. Ik kreeg voor het eerst inspraak, ik was geen uitvoerder meer, er werd iets van me verlangd. Het was niet van 'ga daar staan en speel zo'. Het was 'bekijk het eens hoe je dat wenst in te vullen'. Dat was de grote verandering in mijn professionele leven."

Toch bent u in de eindfase niet gelukkig, want de teleurstelling overheerst.

"Misschien (twijfelt)... kijk, toen je me belde heb ik gezegd dat ik dat eigenlijk zelden doe, interviews, omdat ik bang ben dat ik niet veel te vertellen heb. Ik vind dat ik niet genoeg weet dat belangrijk is om anderen mee te delen. Het komt erop neer dat ik dingen gemist heb, echt gemist. Veel heeft met mijn opleiding te maken. Ik heb scheikunde gestudeerd, op een technische school. Wat me toen al intrigeerde, was wat ik niet kende. Ik vond de grote geesten belangrijk, mensen die het wél gevonden hadden, die kennis hadden vergaard. Ik kende vooral mijn beperkingen. Ik had graag muziek willen spelen, maar ik kan het niet. Ik had willen schrijven, maar ik kan het niet, of beter: ik doe en durf het niet. Noem het een inferioriteitscomplex, peu importe. Ik zit ermee. Misschien heeft het met het milieu te maken waar ik uit voortkom. Ik ben uit een werkmansbroek geschud, zoals ze zeggen. Ik had een eenvoudig leven, moest niet te veel doen. Onvermijdelijk kwam ik dus in een technische afdeling terecht, niet meteen de beste voorbereiding op het conservatorium. Ik startte mijn toneelopleiding met een behoorlijke achterstand en vond dat pijnlijk. Ik kende weinig van literatuur, ontbeerde een ruime blik toen ik in Antwerpen begon. Zie mij hier zitten, dacht ik de hele tijd, en de eerste met wie ik geconfronteerd werd, Dora van der Groen, zei me dan nog dat ik alles moest weggooien wat ik geleerd had. Tja, veel was het niet, maar kom, ik was in Mechelen Luc Philips tegen het lijf gelopen en had toch even bij hem getankt."

Hoe kwam de jongen uit de technische afdeling bij Luc Philips terecht?

"Via een amateurtoneelgroep. Ze zochten jonge gasten en ik speelde eens mee. Ik voelde een sensatie die ik nooit eerder had gevoeld. Dát was nu eens iets wat ik graag deed. De basis was gelegd en toen ging ik naar de academie in Mechelen waar Luc les af. Ik was achttien, negentien jaar oud en ik werkte bij het loodswezen in Antwerpen. Ik voer op de Schelde, moest kaarten tekenen. Het was niet bepaald een keuze geweest, meer iets wat zich voordeed. Ik kan nog steeds mensen benijden die duidelijk weten wat ze zullen gaan doen. Ik heb leiding gemist en kon uiteindelijk mezelf moeilijk sturen. Weet je... het klinkt misschien ondankbaar en hard, maar ik heb van thuis uit niets meegekregen. Dat kon ook niet, want mijn ouders waren heel simpele werkmensen. Ik heb in hun buurt te weinig kunnen opsteken, ben er niet op mijn talenten geattendeerd. Ik had een totaal ander sociaal leven. Via het theater kreeg ik andere contacten, zag ik andere mensen, hoorde ik andere verhalen. Het was alsof ik een paar deuren opende die ik nooit vermoed had en nog minder had ik vermoed wat achter die deuren stak. Bij mij was alles tevoren uitgetekend. Afstuderen, aan het werk gaan en dan tot het pensioen doorgaan. Ik had op mijn negentiende ook een lief, die op haar zolder potten en pannen verzamelde voor als we gingen trouwen. Alles was dik in orde: meubelen, huisgerief en een lief. Door het toneel zag ik andere mogelijkheden, een ander soort werk, een andere manier van denken en ook... andere vrouwen. Toen ik jonger was, was ik het type macho dat op café altijd de plezante uithangt, vooral bij de meisjes. Als ik mensen van vroeger terugzie, val ik steil achterover. Ze zijn niet alleen dezelfde gebleven, ze zijn ook zo opvallend ouder geworden, fysiek ouder. Ik ben daaraan ontsnapt, maar tegelijk blijft die teleurstelling hangen. Daarom ook wil ik me blijven testen, voortdurend andere dingen doen om er nog iets uit te puren, nog een kans erbij te creëren. Volgend jaar bijvoorbeeld ga ik iets doen met Jan Decorte. Dat zal niet simpel zijn, maar ik wil veel liever een gevecht aangaan dan dingen doen waarvan ik kan inschatten hoe ze zullen verlopen. Ik wil niet oud worden, zoals mensen uit mijn jeugd. En jong blijven kan ik enkel door mijn tijd niet te verdoen en keuzes te leren maken. Privé heb ik dat wel steeds gekund, professioneel was het moeilijker. Privé kon ik op een dag gewoon vertrekken uit mijn huwelijk, weggaan bij een nochtans goede vrouw. Ik deed dat heel radicaal. Ik had Gilda ontmoet en ik was bang dat ik het me later zou beklagen als ik haar niet volgde. Het was een van de beste keuzes in mijn leven, weet ik nu."

U zou blij kunnen zijn om wat u bereikte, maar het Oom Vanja-gevoel overheerst.

"Vreemd hé. Oom Vanja zegt: 'Ik heb niets overgehouden, het is voorbij.' Voor mij is er niets voorbij en ik heb wel een en ander overgehouden. Oom Vanja zou kunnen zeggen: 'Ik ga hier weg', maar dat doet hij niet. Ik ben wel weggegaan. Oom Vanja zegt op het einde van het stuk: 'Ik zou eens iets moeten doen, mijn zinnen verzetten.' (lacht) Nu, als ik één ding gedaan heb, dan is het mijn zinnen verzetten, soms met een bluts en een buil. Maar oom Vanja is teleurgesteld en ik blijf dat ook. Het is een gevoel, ik geraak het niet kwijt. Ik sta op prachtige podia, maar dan denk ik: shit, ik ben nooit directeur geweest, ik regisseer niet, ik kan niet zelf een stuk schrijven en ik heb nog nooit een grote rol in een film gehad."

Wat Josse De Pauw, Peter Vandenbegin en Stany Crets doen: niet alleen acteren, ook elders presteren. Waarom is acteren niet langer een doel op zich?

"Dat heeft met die nieuwe generatie te maken. Jaren geleden in Studio, onder invloed van Jan Decleir vermoed ik, is gezegd dat een acteur niet alleen hoeft te spelen. Er werd gezocht wat er nog meer in acteurs stak. Die generatie is daarop attent gemaakt. De dochter van Gilda, Sarah, volgt in Amsterdam regieschool. Nu, zij moet zelf een stuk schrijven, regisseren, vertalingen maken, ze wordt op vele dingen aangesproken, vele kleppen worden opengezet, mogelijkheden uitgeprobeerd. Ik vind dat een mooie evolutie."

Iemand uit uw directe omgeving zei me dat uw lijfspreuk is: 'dat is niet zo simpel', het vormt zelfs een onderdeel van uw ex-libris. Waarom?

"Inderdaad, ik zeg dat altijd en Gilda's spreuk is 'zomaar bestaat niet'. Ik denk dat ik mijn zinnetje bij mijn moeder heb opgeraapt. Zij zei dat ook steeds: 'ja maar, dat is niet zo simpel'. Ik méén het ook dat het leven niet simpel is. Ik ben een beetje de zwaarmoedige die probeert een optimist te zijn en daar redelijk in slaagt, maar ik vind alles wat je doet, alles wat je onderneemt niet makkelijk. Het mág ook niet makkelijk zijn. Eenvoud, gemak, evidentie leiden tot oppervlakkigheid. Je moet dus werken, doorgaan, je ontdoen van de simpelheid."

Wat is het moeilijkste in het leven?

"Iets toevoegen, iets wat als evident wordt gezien apart maken. (hij wijst naar de tafel) Kijk, je hebt drie planken en je maakt daar een tafel mee, die tafel staat recht, je kunt er iets op zetten en het is een prachtig gebruiksvoorwerp. Maar je kunt een tafel maken die én praktisch is én er mooi uitziet. Zo'n tafel wil ik. En ik vind altijd maar dat de tafel nog niet mooi genoeg is om naar te kijken."

Kortom, het blijft hier draaien rond die weemoed van 'ik ben niet wie ik had willen zijn'. Maar wat had u willen zijn, de steracteur, had u een afdruk willen krijgen in de Hall of Fame?

"Als jongeman had ik het al, dat ideaal om de beste van de wereld te willen zijn. Het gaat niet om het eigen sterretje dat dient opgeblonken, het heeft iets met onvergankelijkheid te maken. Vandaar ook dat ik zo kan dromen van een filmrol. Theater is prachtig in de voorbereiding, het repeteren vooral, het spelen, herhalen, de noeste arbeid. Ik doe dat dus echt graag, maar tegelijk gaat elke voorstelling voorbij, verdwijnt elke rol weer, blijft er niets tastbaars over. Film kun je herbekijken en herbeleven. Het is een vorm van procreatie, het geleverde bewijs van wat je ooit deed. En (zucht) ach, een dosis ijdelheid zal er ook wel bij zijn, geloof ik."

Hoe ijdel bent u?

"Ik ben een behoorlijk ijdel mens, jawel. Ik zie er graag goed uit, ik kom nooit naar buiten zonder eerst in de spiegel te hebben gekeken. Ik ben er steeds van overtuigd geweest, dat als je geboren bent en een lichaam hebt meegekregen, het jouw verantwoordelijkheid is er correct mee om te gaan. Ik heb een goed lichaam meegekregen, ik heb er geen klagen over. Ik moet dat dus goed soigneren en ik vind dat leuk. Waarom ook doe ik dit beroep? Het is natuurlijk meer dan je willen tonen, het is je elke keer weer willen voortplanten. Je wilt dat er van jou iets overblijft, na je verschijning."

Zijn er rollen die u beïnvloed hebben?

"Mijn allereerste rol deed dat uiteraard, want die veranderde mijn leven. Inhoudelijk kan ik terugblikken op bijzonder mooie personages en producties. Er één uithalen is moeilijk. Ik ben trots op de zes rollen die ik gespeeld heb in de koningsdrama's van Luk Perceval en Tom Lanoye, en oom Vanja is uiteraard een van mijn highlights. Maar wie weet, over een jaar, worden daar nieuwe ervaringen overheen geschoven."

U hebt een tijdje bewust niet met Gilda gespeeld en nu weer wel in Oom Vanja, waarom?

"Een paar jaar geleden wilden we dimmen. We deden al zoveel samen, we zijn ook echt zo'n koppel dat graag bij elkaar is. Maar dan ook nog constant samen op de planken, het was veel. We hadden op het toneel alle mogelijke verhoudingen met elkaar gehad: man en vrouw, broer en zus, vriend en vijand. We wilden even professioneel uit elkaar gaan om een mogelijke sleur te voorkomen. Nu is het eerder een toeval dat we samen in Oom Vanja staan. En we hebben er een relatie bij. We spelen nu moeder en zoon. (lacht) Ook een ervaring."

Wat ontspant u het meest, als u er even uit wilt?

"Op reis gaan, vooral gaan skiën dan. Ik hou van de berglucht, van dat gevoel in de bergen, het feit dat je alleen staat in de sneeuw, dat er een soort van algehele onthechting is. Niets kan je dan nog schelen, het enige wat je moet doen is glijden en ervoor zorgen dat je niet valt. Dat is pure ontspanning."

U verzorgt zich goed, bent sportief, wilt blijven bijleren, wilt u een ticket kopen voor de eeuwige jeugd?

"(lacht) Bijlange niet. Ik zou ook nooit plastische chirurgie laten doen om me jong te houden. Mannen gaan er de laatste tijd steeds meer aan, merk ik. Ik zie oudere mannen haarinplantingen doen en vrouwen tonnen geld uitgeven om er als een achttienjarige uit te zien. Dat vind ik om te lachen, want wat blijkt: eens alles uitgevlakt, opgetrokken en ingespoten, zie je hoe onecht alles is. Iets klopt niet aan een kunstmatig verjongd uiterlijk. Het is geen realisatie, maar een imitatie. Je ziet de vijftiger die de achttienjarige nabootst. Ik vind het pijnlijk voor de betrokkene. "Waarom ook zou je er blijvend jong willen uitzien? Ouder worden start vanaf je geboorte, het is een evolutie. Je moet je daar niet tegen verzetten, je moet het leven gewoon wat waarde geven en voor de rest je lichaam onderhouden. Ik zou het wel moeilijk vinden indien ik ziek zou worden of lichamelijke problemen zou krijgen. Ouderdom in de zin van een slijtageslag is het doemscenario. Maar oud op zich is soms pure schoonheid. Schone oude mensen, daar kan ik naar opkijken. Ik vond mijn grootvader bijvoorbeeld een hele schone oude man. Hij had uitstraling."

Wat is voor u de definitie van 'ne schone mens'?

"'Ne schone mens' is een mens van wie je voelt dat hij tevreden is met wie hij is. Dat is iemand die onbevangen door het leven stapt en die levenshouding rondstrooit, zonder het te zeggen. Zo iemand voelt warm aan, daar wil je graag bij zijn, die moet niet mooi zijn om te zien, maar mooi aanvoelen. Schoonheid is dan een uiting van goedheid."

Kent u zelf zo 'ne schone mens'?

"Ja, een hele schone mens (buigt het hoofd). Ik ken Gilda. Daarom heb ik ook zo radicaal voor haar gekozen. Ik heb veel geleerd van Gilda, ik heb veel bewuster leren leven. Vroeger was ik een oppervlakkige man, me weinig bewust van de dingen, ik dacht niet te veel na. Vroeger lééfde ik. Punt uit."

Gilda en u hebben het een paar jaar geleden lastig gehad, toen ze ziek werd. Intussen zijn de demonen weggejaagd. Hoe groot was de angst om het meest dierbare te verliezen?

"(denkt even na) We zien elkaar niet alleen graag, we hebben ook een goed en interessant leven samen. We kregen zoveel en hoopten dat het eeuwig zou duren. Toen dát dus gebeurde met Gilda hebben we natuurlijk ook dat grote zwarte gat gezien, maar we zijn niet begonnen met van elkaar afscheid te nemen. Dat hebben we een beetje voor ons uit geschoven. Niet te veel erover praten om het een beetje te bezweren en vooral werken om die dreiging af te wenden. Ik hou er nog steeds niet van om alles te bespreken wat met de dood samenhangt. Zo weiger ik bijvoorbeeld een testament te maken, omdat het einde dan tastbaar wordt. Als je leeft, en graag leeft, moet je die dood er niet steeds bij sleuren. Je weet toch dat het ooit gebeurt, bij mij of bij haar. Dat zal dan verschrikkelijk erg zijn, waarom zou ik dat dan nu al moeten gaan voorvoelen?"

U bent een man met redelijk wat tegenstellingen, zeggen uw vrienden. Een ervan is die spanning tussen fantasie en rede. Wat kiest u?

"Impulsief kies ik voor fantasie. Ik fantaseer uren lang als ik in de wagen zit. Ik vind hele verhalen uit, situaties, dingen van het leven. Ik vind het leuk om alles even los te laten en onnozel te doen. Het is dat of agressief worden."

Weg en thuis zijn, ook daar zit bij u een grote spanning.

"Ik ga graag weg als het thuis goed is. Ik moet weten waarnaar ik terug kan komen, een plek waar alles veilig is."

Is de gedachte aan 'iets hogers' veilig? Bart Peeters zei deze week in zijn interview met Friedl' Lesage in TV-gasten: 'Ik ben heel erg met het hogere bezig, volgens mij is het lot het hogere.' Hoe denkt u daarover?

"Ik zie dat ook als een soort lot, maar een lot dat je zelf een beetje in de hand hebt. Proberen gelukkig te zijn met iemand bijvoorbeeld. Het hogere ligt dan in wat tussen jou en die ander ontstaat, je hoeft dat niet in het puur metafysische te ervaren. Een geloof op zich moet ik niet, om de regels die zo'n geloof opstelt, om wat het aan moord, doodslag en ongelijkheid tussen mensen veroorzaakt. Ik ben ook niet de man met de grote beschouwingen terzake. Ik ben geen meningenman. Ik kan het bewonderen aan andere mensen, maar ik heb het niet. Dat is weer (glimlacht), 'dat is niet simpel'."

Euforie of zwartgalligheid, wat kiest u?

"Ik balanceer, ik hou wel van de twee. Ik kan heel euforisch zijn, dan zie ik er ook zo uit, armen in de lucht, een stralend gezicht. En het hoeft dan niet om de grote dingen te gaan. Ik kan al euforisch worden als ik het gepaste cadeau voor iemand vind. Of als ik op reis mag vertrekken. Ik kan ook soms als een paddestoel ineenzakken. "Ik heb de twee uitersten: ik kan zeer goed en zeer slecht gehumeurd zijn. Er is ook een middellijn hoor, anders zou niemand met mij kunnen samenleven, maar ik ken die grenzen. Alcohol doet er dan ook niet veel goeds aan, want soms durf ik eens goed door te zakken 's nachts en in dat glas mijn tijdelijke oplossing te zoeken, voor even maar. Ik doe dat in mijn eentje, want ik heb niet graag dat mensen die gedaante zien. Ze siert me niet."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234