Donderdag 24/10/2019

'Ik heb te weinig mijn zegeningen geteld'

'Het kwam er bij Humo gewoon op aan om elke week alles te geven. Alles. Nooit denken: we hebben vier goede stukken, dus laten we er maar een opsparen tot volgende week'

Walter Pauli en Yves Desmet

Foto Stephan Vanfleteren

Geen mens kan zich Humo voorstellen zonder Guy Mortier. Maar wie in Sint-Lambrechts-Woluwe de gebouwen van Humo-uitgever Sanoma binnenstapt, kan zich evenmin Mortier hier voorstellen. Als we zeggen dat we een interview hebben met 'de grote baas', denken ze aan de receptie dat we met een managementsman willen spreken. Even later valt het op dat de Humo-heren en -dames in hun eigen redactiegebouw verplicht een soort penning moeten dragen, net zoals je ziet in Lady en Zwervertje. Zonder elektronische penning kom je de redactie niet binnen, zonder penning blijft het vergaderzaaltje toe, en de mensen zonder penning moeten voor het interview naar het toilet. En precies om halfeen komt een dame de heer Mortier meedelen dat zijn tijd erop zit: 'Er is maar tot nu gereserveerd.' Zijn we echt op het adres van een blad dat van zichzelf graag geschreven ziet dat het rock-'n-roll uitademt?

Gelukkig is het met Guy Mortier erbij na geen vijf minuten al Humo wat de klok slaat. Mortier vertelt over zijn blad, en dus spreekt hij over zijn leven, verdedigt hij ook zijn kind. Humo is het blad dat hij heeft gemaakt, vaak gemaakt, groot gemaakt ook. Maar nu moet deze jonggepensioneerde zijn levenswerk uit handen geven. Op Humo's Pop Poll, maandagavond, wuifde een vol Sportpaleis hem uit.

Hoe is het leven, na als een God geëerd te zijn? Wat doet zo'n huldiging met een mens?

Mortier: "Hoe tof zo'n eerbetoon ook is, ik zag er geweldig tegen op. Maar tegelijk zagen we in mijn afscheid een goede reden om eens uit de kleine Ancienne Belgique te breken. Er zijn natuurlijk habitués die de Pop Poll in de AB exclusiever vonden, maar in het Sportpaleis konden we veel meer mensen mee laten genieten.

"De voorbereiding was vreselijk hectisch. Ik had de indruk dat ik een soort samenvatting van mijn leven bij Humo meemaakte: veel stress, veel te veel werk, niet goed slapen, en bij momenten bijna ten onder gaan. Maar de dag zelf ben ik goed doorgekomen. Alleen helemaal in het begin had ik het moeilijk. Toen Joost Zweegers 'Handle with care' zong, miljaar... (valt even stil) Toen heb ik op mijn tanden moeten bijten. Ik dacht: 'Als ik hier niet tegen vecht, ben ik de hele avond vertrokken. Ik heb mij op mijn presentatie geconcentreerd, en het ging. Daardoor verloor ik natuurlijk veel van die avond, maar ik moest afstand houden van mezelf. Ik was natuurlijk blij en dankbaar dat al die mensen er waren, en dat gevoel heb ik toegelaten. Meer niet. Ik had geen zin om op het podium te snikken."

Wanneer kwam die snik dan wel?

"Die is niet gekomen. Ik heb me de hele avond bewust afgeschermd. Ik was ook bang voor die intro van 'Je veux l'amour' in de finale. Ik wist vooraf: dat wordt zwaar. Tijdens de voorbereiding lukte het totaal niet, maar het is toch goed gekomen. In de repetitie liep alles ineens vlot, en ook de avond zelf blokkeerde ik geen moment. We waren vertrokken."

Blokkeert Guy Mortier vaker als hij verplicht creatief moet zijn?

"Vroeger niet, de laatste jaren gebeurt het wel, tot mijn grote ergernis. De opeengestapelde uitputting, zeker? Jarenlang kon ik alle stress en vermoeidheid aan. Iedere vrijdag was er die afwerking van Humo: teksten lezen, onderschriften maken, echt hels. Maar het lukte altijd, tot ik de laatste jaren merkte dat die vermoeidheid mij toch kon slopen. Wat mij nog het meest vermoeit, zijn mijn 'negatieve emoties'. Die draineren veel energie weg. In mijn hoofd begint dat dan te malen en neemt alles grotere dimensies aan dan hoeft. Wie jong is, vindt de kracht om dat te doorstaan, maar dat blijft niet duren. Ik merkte dat het eerst bij de staking. Ik kon die toestand gewoon niet aan. Ik kon niet rustig praten, zelfs niet na diep ademen. Toen ben ik geblokkeerd. Maar in normale omstandigheden gebeurt dat niet.

"Maar laten we er geen jammerverhaal van maken. In de voorbereiding van de Pop Poll hebben we ook heel veel gelachen, en dat pept mij dan weer geweldig op. Ja, ik heb last van stemmingen, wat ik mij vroeger nooit kon veroorloven, gewoon omdat ik er geen tijd voor had. En als ik mij afvraag: 'Waarom voel ik mij vandaag goed en gisteren slecht?', dan ligt dat aan details. Een slecht gevallen woord, waarover ik begin te piekeren. Iets meer gelijkmoedigheid zou handig zijn."

Dertig jaar stress, hoe houdt een mens dat vol?

"Omdat ik mijn werk graag deed. Het kwam er bij Humo gewoon op aan om elke week alles te geven. Alles. Nooit denken: we hebben vier goede stukken, dus laten we er maar een opsparen tot volgende week. Neen, alle goede kopij vliegt meteen in het blad, en je gaat ervan uit dat je de week erop weer even goed zult presteren, en dat dwingt je vervolgens dat ook te doen. Dat kun je alleen als je goed omringd bent."

Ook dat was uw job: het ontdekken en kiezen van nieuwe en goede Humo-redacteurs. Wat trekt u aan in mensen? Hun pen?

"Alles begint met hun pen. En met hun mentaliteit. Ik heb niet één strategie om Humo-redacteurs te leren kennen. Marc Mijlemans leverde één bespreking af, en ik dacht: 'Dit is het', Rudy Vandendaele idem, maar dat overkomt je niet iedere dag. Er zijn zoveel mensen die heel mooie sollicitatiebrieven schrijven. Je denkt dat je een goeie te pakken hebt, je correspondeert er nog een beetje mee, je vraagt dan of ze een bespreking willen maken voor Humo, en ineens kunnen ze het niet meer. Ik heb het zo vaak meegemaakt, en mijn hart bloedt voor die mensen. Hun talent spatte van hun teksten, maar ze konden niet om met de stress."

En die stress, dat bent u.

"Dat is toch de laatste van mijn bedoelingen, mensen bang maken. (zoekt met zijn ogen een uitweg) Is het niet, Yves?"

Het was als Humo-redacteur toch even slikken om met je stuk naar Mortier te gaan. Er is de stress dat je iedere week over jouw lat moet kunnen, en iedere week krijg je van de baas je kopij terug, volgestreept, per definitie altijd beter dan jij dat zelf had gedaan, iedere week opnieuw een les in nederigheid. Ik zal niet zeggen dat een Humo-redacteur panisch is, maar er is wel stress.

"Bon, ik eis minstens zoveel van mezelf, of meer. Maar ik zei wel altijd aan nieuwe mensen dat ze vooral niet moesten inzitten met die 'Humo-stijl', ik wil geen jonge journalisten die zich forceren aan woordgrappen om ook super-Diddens of RV's te zijn. Ik spoorde hen altijd aan hun eigen ding te doen, een eigen stijl te zoeken. Ik heb Marc Didden ook die weg moeten wijzen. Het vlotte niet met zijn teksten toen hij bij Humo begon. Didden vond op papier niet de juiste vorm om goed te zeggen wat hij wilde. Tot ik hem vroeg om gewoon op te schrijven wat hij vertelde: Marc Didden bracht altijd geweldige verhalen mee en hij kon die beeldig verwoorden. En ineens was hij vertrokken, had hij zijn specifieke toon gevonden, die verrassing ook in zijn vragen."

Naast een prima pen moeten uw redacteurs ook een goede mentaliteit hebben, zei u. Wat is dat: de Humo-mentaliteit?

"Onafhankelijk en kritisch zijn. Kunnen denken zonder vooroordelen. Die kwaliteit zag ik bijvoorbeeld direct in een van de eerste stukken van Jörgen Oosterwaal, een interview met Herman Brusselmans. De meeste journalisten trekken een beetje bang naar Brusselmans, maar Jörgen pakte hem gewoon aan. Bij een poprecensent moet je kunnen zien dat de journalist zijn stof kent, zo goed dat je voorbij de vanzelfsprekende vragen naar interessante details gaat, maar ook weer zonder te gespecialiseerd te doen. Gasten als Piryns en Van Meir leverden legendarische interviews waarin ze mensen als vakbondsleider Louis Major zover kregen om te vertellen hoe hij rijkswachters van hun paard had gewipt. Het gaat vaak om een slimheid die leidt tot andere en betere vragen."

En tot polyvalentie? Herman De Coninck en Piet Piryns hebben in 1972 hun beste Humo-interviews gebundeld in Woe is woe in de Nedderlens. Daarin merk je dat ze zowel spraken met Louis Major als met Eddy Wally. En dat in een tijd dat politici strikt 'gereserveerd' waren voor politieke journalisten, die hun neus ophaalden voor Vlaamse vedetten. Dat was voor de amusementsafdeling.

"(knikt instemmend) Dat is altijd mijn uitgangspunt geweest. Ik begrijp wel dat journalisten zich specialiseren, maar ik zie het gevaar dat daarin schuilt. Wie zich specialiseert, gaat anders interviewen, enger vooral. Een intelligente journalist moet meer kunnen. Hij moet de vragen kunnen stellen dat 'men' zich stelt. Beter verwoord, natuurlijk, en intelligenter."

Lange tijd werd kwaliteitsjournalistiek gedefinieerd aan de hand van je thema. Politieke gesprekken waren kwaliteit, Eddy Wally was populair. Humo doorbrak als eerste die tweedeling, De Morgen is gevolgd, en nu doet iedereen het, ook De Standaard.

"Ik vind dat een journalist alle fenomenen moet kunnen aanpakken; fenomenen doen zich op alle terreinen voor. De regel is dus: alles moet kunnen, als het maar op een hoog journalistiek niveau gebeurt.

"Het is niet moeilijk een zwaar blad te maken, met moeilijke stukken. Je koopt wat aan bij de New York Review of Books of The Observer. Dat zal tot tevredenheid leiden bij de zogenaamde intellectuelen, dan krijg je dat instemmend knikje, en de stempel 'goedgekeurd'. Ach, ik wil niet negatief doen over intellectuelen. Ik viseer alleen de kliek die altijd staat te morren: 'Het is toch minder deze week. Weer een tv-vedette in de Humo.' Terwijl het juist moeilijk is populaire figuren of thema's goed te brengen. Die discussie steekt ook af en toe de kop op op de redactie, en dat kan tot spanningen leiden. 'Ik wil die tv-figuur niet doen. Ik wil de politicus doen, en het liefst alleen de meest intelligente en verstandige.' Dat wil iedereen natuurlijk. Maar het is verfrissend en het houdt je bij de les als je tussendoor naar iemand moet van wie je achteraf zegt: 'Het was een schoon meisje, en ze had nog iets te vertellen ook'.

"Human interest is niet gemakkelijk. En het wordt nog moeilijker als iedereen het doet, maar vaak op een vervlakkende manier. 'Human Interest' is bijna een scheldwoord. Ook vroeger. We moesten ons verantwoorden als we 'menselijke' interviews maakten. Dat mocht niet. Maar in Vrij Nederland keek wel iedereen naar Bibeb op. Terwijl díé pas in iemands ziel probeerde te kruipen. Bij haar zeiden ze: 'Da's straf'. Wie in Vlaanderen hetzelfde deed, kreeg kritiek. Maar wij hebben er ons niets van aangetrokken."

Kunt u uw redactie wakker houden? Bij een krant is er dagelijks werk om handen, bij een weekblad loert meer kans op ledigheid. Hoe hield Guy Mortier 'de sfeer erin'?

"Voor mij is elke Humo helemaal nieuw. Er is (met nadruk) niet één week geweest die leek op een andere. Ik heb nooit één Humo routineus afgewerkt, ik ben altijd op mijn qui-vive gebleven.

"Dat bepaalt voor mij ook de sfeer. De redacteurs die de tijd hebben meegemaakt dat Humo nog in de Livornostraat zat, spreken er nog altijd van de sfeer van toen: Humo als een rebellenclub die vanuit een oude villa de wereld veroverde. Schouder aan schouder.

"Redacties... In het beste geval zouden wij allemaal vrienden moeten zijn, hoewel ik niet het type ben om dat te organiseren of te onderhouden. Niet dat ik in mezelf een loner zie, maar ik werk wel veel in mijn hoofd. Ik kan goed alleen zijn. Maar ook uit die oude dagen herinner ik me een moment dat Herman De Coninck op de redactie zei: 'We moeten geen vrienden zijn. Als we als goede collega's werken, is het al mooi'. Dat is de realiteit van een redactie. De ene is vermoeid en maakt ruzie, een ander hoort de lokroep van elders, en zo gaat dat op en af. En ik ben zeker niet de man die dan barbecues organiseert om de troepen te entertainen... Horresco!"

Nu u het zelf over de Livornostraat hebt: niet alleen de redactie, ook het blad is een stuk minder geëngageerd dan toen.

"Ik betwijfel dat, echt waar. We hebben de laatste jaren een uitgebreide redactieploeg, en we hebben nog nooit zoveel reportagewerk gedaan als nu. Daar zat dikwijls veel engagement in, al gebeurt het natuurlijk anders dan zoveel jaar geleden."

Kan het zijn dat Humo mee evolueerde met zijn baas? Destijds maakte u met uw Baader-Meinhof-tronie deel uit van de club linkse hemelbestormers, zij het een pragmatische, en stilaan bent u een man geworden die nog wel betrokken is en in ethische standaarden denkt, maar de wereld van op afstand aankijkt.

"Misschien. Maar ik hou alleen maar van betrokkenheid als die juist is, en volkomen eerlijk. Kranten flirten en koketteren te veel met zogenaamde verontwaardiging. Daarvoor ben ik extra beducht. Er zit toch zoveel hypocrisie in de manier waarop nu geoordeeld en gesproken wordt over die toestanden in Antwerpen. Net als iedereen haast ik mij om te zeggen dat het natuurlijk niet mag wat er gebeurde. Maar men rukt het wel uit zijn context, op een verschrikkelijke manier. Ik weet het: het tijdsgewricht is wat het is, we moeten goed oppassen en de roep om zuiveringen klinkt luid. Ik snap het allemaal wel. Maar ik hou er een dubbel gevoel aan over."

Eigenlijk zegt u: ik leen me niet tot een lynchpartij.

"Dat klopt."

Terwijl net Humo de reputatie heeft van een blad met een guillotine. Hugo Camps, Notaris X, de Spekpater, Leo Delcroix, Louis Van Velthoven: jullie hebben wat mensen in de problemen gebracht.

"Maar het waren geen lynchpartijen. Dat stuk over Delcroix was zo juist, journalistiek zo perfect in orde. Humo heeft Delcroix niet aangevallen. We hebben gewoon de feiten neergeschreven en iedereen heeft daaruit dezelfde conclusie kunnen trekken. Het ontslag van Camps bij het Belang... Het is jammer dat zoiets moest gebeuren. Ik dacht toen: 'Hier zit ik nu met zo'n overweldigend dossier op mijn bureau. Als ik dit laat liggen, ben ik niet eerlijk met mezelf. (stilte) Toen dacht ik dat ik het moest doen, maar ik zou het nu niet meer gedaan hebben. Niet meer op die manier. Achteraf had ik het gevoel dat dat mij ook kon overkomen. Als mensen dingen over je beginnen te verzamelen... Ik zou niet weten wat, maar mensen kunnen kwaadaardig zijn en zaken verdraaien."

Die ene keer dat je wat lang wegbleef met die secretaresse...

"(droog) Dat was niet een- maar tweemaal, en het was prinses Paola, Yves."

Genereert een redactie niet haar eigen stukken? Als je het huis vol steekt met jonge revolutionairen, weet je wat je krijgt. Anders ook.

"Nogmaals: er is nog veel engagement op de Humo-redactie. Maar het beste engagement voor een jonge en kritische journalist is nu zo goed en open mogelijk informeren, en niet al vooraf jezelf opsluiten in een hoek van het veld, van daaruit het andere kamp vervloeken en niets meer willen horen van wat de tegenpartij te zeggen heeft. Wat zijn dat vandaag toch trieste toestanden in de Belgische pers? Jongens, waar zijn we mee bezig? Waarom zit iedereen te verdedigen dat alleen de eigen krantengroep de waarheid heeft en dat de andere kant echt niets waardevols aanbrengt? Mijn stelregel is: geen oogkleppen. En twee: als je merkt dat je ongelijk had, aarzel niet om erop terug te komen.

"Neem de zaak-notaris X. Ik heb altijd gezegd dat ik te allen tijde bereid was om mijn ongelijk toe te geven, áls we ongelijk zouden hebben. Toen ik hoorde dat Paul Koeck een boek had geschreven met de stelling dat we fout zaten, wilde ik meteen een optie nemen bij André Van Halewyck. Ik was van plan om, als het boek overtuigend was, de beste stukken in Humo te publiceren. Als het de waarheid is, waarom niet? Alleen bleek het boek niet goed genoeg.

"Ik ben niet iemand die veel van politiek afweet. Ik ga een beetje voort op mijn buikgevoel, al weet ik dat dat alleen niet volstaat. Je moet dat buikgevoel zo goed mogelijk stutten. Ik kan dus alleen maar zeggen tegen mijn redactie: stel de vragen die gesteld moeten worden. Doorprik de hypocrisie en de inconsequenties. En vooral: wees alert voor machtsmisbruik en volksverlakkerij. Ik zag onlangs een documentaire over Gore Vidal, dat was (bewonderend klopje op tafel) zo scherp.... Een simpele geest als ik raakt niet aan dat niveau, maar het blijft mijn ideaal. Als het scherp moet zijn, dan moet dat zo. Er is helemaal geen Humo-regel: 'We gaan het softer aanpakken omwille van het brede lezerspubliek. Onze lezer zou trouwens de eerste zijn om te mopperen: waar is de tijd van Delcroix? Van de dossiers tegen Van den Boeynants? Over Patrick Haemers?"

Er zijn nog andere bladen die het predikaat 'links' hebben, of 'kritisch' - dat is iedereen -, maar Humo is altijd de 'stoutste' van de klas gebleven. Kritisch, maar met humor. Jullie kunnen ermee rammelen.

"Dat moet altijd kunnen, al mag je nooit persoonlijke vetes uitvechten. Maar als je een scherpe geest bent en je kunt schitterend schrijven, dan kan het. Ik vind het fantastisch hoe Rudy Vandendaele al jaren 'Dwarskijker' schrijft, en hoe hij blijft volhouden om met een scalpel die programma's en vedetten te ontleden. We hebben hier natuurlijk een reputatie hoog te houden. Toen ik een paar weken geleden in mijn oude papieren aan het rommelen was, vond ik een nota terug uit het midden van de jaren tachtig. Een paar hoge omes van de BRT waarschuwden toen hun mensen om vooral niet met Humo te praten, want dat ze altijd een sanctie riskeerden. Inmiddels hebben we redelijke relatie met de Reyerslaan. Maatjes is veel gezegd, want het blijft soms moeilijk. Maar wij zijn er als eerste geweldig hard in gevlogen tegen de BRT; we zijn jarenlang blijven boksen tegen de lamentabele berichtgeving, tegen de belabberde kwaliteit van de ontspanningsprogramma's... Zeer terecht, en goed dat we het gedaan hebben, dat we vandaag van die partijkaarten en die baronieën af zijn. Hoera dat VTM er kwam! Ikzelf was tegen VTM, maar hoera dat de zender er eindelijk was. Dat BRT-monopolie leidde tot onaanvaardbare toestanden, en daarop hebben we jarenlang onze scherpste pijlen zitten afschieten."

Humo koketteert altijd met zijn eigenzinnig karakter. Maar kijk eens naar de Pop Poll. Man van het jaar: Frank De Winne, vrouw van het jaar: Kim Clijsters. Dat lijkt meer een uitslag voor Het Volkske dan voor Humo.

"Wie was jullie kandidaat? Ann Van Elsen zeker?"

Nu u het zegt: Van Elsen zou meer bij Humo passen. Een commercieel lijf, en ze heeft nog hersens ook.

"Moet het altijd een Nobelprijswinnaar zijn? We hebben al ergere mannen van het jaar gehad dan De Winne. Leo Tindemans, bijvoorbeeld, al mocht zijn lichaam natuurlijk ook gezien worden. Maar ik ben niet tegen Kim Clijsters als vrouw van het jaar. Als Eddy Merckx de Tour wint, mocht hij toch ook man van het jaar zijn? We hebben nu eenmaal geen schitterende ideologische kanonnen waaraan de mensen zich konden optrekken.

"Dit jaar zal de uitslag wel beïnvloed zijn door het feit dat zeer veel mensen gestemd hebben, omdat het voor het eerst ook via onze site kon. Maar zegt die uitslag veel over Humo, of zegt dat iets over de maatschappij? Soms heb je een vrij geprofileerde uitslag, soms is het meer mainstream. Dat is ook in de muziek zo. Soms winnen er groepen die wij promoten, soms niet. Soms scoren politici hoog die we het hele jaar lang in het blad tegen de muur hebben gespijkerd, zoals het geval was met Wilfried Martens en Leo Tindemans. Wij hebben de Humo-lezers goed opgevoed, hé: ze doen hun eigen zin."

Toch heeft Humo een speciale band met zijn lezers. Er is geen ander blad in Vlaanderen dat het Sportpaleis vol krijgt voor een Pop Poll.

"Blijkbaar raken we een snaar met het concept van ons blad. Ik heb altijd geloofd in humor als een goede manier om mensen te raken en aan je te binden. Goed gedoseerd, natuurlijk, maar toch humor. En blijkbaar zit ook voldoende emotie in ons blad, en warmte, en - ik ben er weer - engagement."

Hoe ziet uw ideale Humo-lezer eruit?

"Een beetje zoals het commerciële profiel van onze lezers: ze moeten kritisch zijn, niemand zomaar geloven, ook onszelf niet. Ze zijn een beetje non-conformistisch, wat rebels, ze hebben zin om nieuwe dingen te leren kennen. Dat profiel betekent voor de redactie veel werk. Het is niet gemakkelijk om aan hun wensen tegemoet te komen, omdat de lezers van Humo verwachten dat wij hen verrassen. Als ik één term op Humo moet plakken, dan is dat toch 'integriteit'. Humo komt op voor het rechtvaardige, kiest de kant van de underdog. Dat blijkt wellicht niet uit ieder artikel, maar die sfeer zit wel in het blad, en de lezer weet dat. Dat blijkt uit 'Open Venster', uit onze boekbesprekingen, uit 'Corneel', dat zit echt overal in."

Hoeveel pijn deed het om op een dag te moeten vaststellen dat de Humo-Vlamingen niet meer in de meerderheid waren? Dat Vlaanderen meer Dag Allemaal-mensen telde, conformistisch, veel meer op zoek naar zekerheden, in zowat alles de tegenpool van Humo?

"Geloof het of niet, maar dat kon mij niet schelen. Was ik in staat om een mentale knop om te draaien, of liet het mij echt koud? Zolang we de grootste waren, waren we de grootste, en toen ze ons voorbijstaken, was dat ook zo.

"Iedereen weet dat het veel moeilijker is een blad met enige kwaliteit te maken dan een populair blad. Let wel, ik zeg niet dat Dag Allemaal niet goed gemaakt is. Maar Humo maken is moeilijker, en waardevoller, denk ik. En ja, we hoorden regelmatig berichten over razernij bij Dag Allemaal als Humo ter sprake kwam. Al leefde dat vooral in het hoofd van Guido Van Liefferinge. Hij leek geobsedeerd door... ja, door wat? Door de drang naar respect, zeker? Het deed blijkbaar pijn te moeten vaststellen dat een meerverkoop van honderdduizend exemplaren niet leidde tot een gelijke stijging van het respect voor hem. En zo kwamen er aanvaringen met Dag Allemaal, al hebben wij die bijna nooit uitgelokt. Oké, af en toe werd er wel eens mee gelachen, maar niet veel. Als wij boos waren op Dag Allemaal, was het alleen als zij aantoonbaar onware beweringen over ons schreven. Ik schreef dan een recht op antwoord, en zij publiceerden dat nooit. Hun redenering was duidelijk: 'Stap maar naar de rechter, dan kunnen we lekker boel maken.' Maar dat gunde ik Van Liefferinge niet, en dus liet ik het er maar bij. En als zij een recht op antwoord stuurden, publiceerden wij het wel."

Dat is de strijd tussen de bladen. Maar wij vroegen of het voor Humo niet onaangenaam is te zien dat de eigen lezers een minderheid in Vlaanderen geworden zijn.

"Maar neen! Het gaat juist zeer goed met onze oplage. Humo verkocht vorig jaar beter dan ooit. Het is zo dat de potentiële lezers van Dag Allemaal zich verzameld hebben rond één blad, en dat komt wellicht mede doordat er heel wat andere tijdschriften verdwenen zijn. In Wallonië is het nog erger. Heel Wallonië lijkt Ciné Telé Revue te lezen. Probeer maar eens te ontdekken waarom."

Is dat niet de vrees van iedere bladenmaker? Dat Bonanza net zo goed wel had kunnen aanslaan? Dat je nooit de garantie op succes hebt, ook al is je blad nog zo goed?

"Er zijn vooral veel objectieve redenen waarom het niet gelukt is met Bonanza. Het blad was gewoon niet goed genoeg. Je kunt niet zomaar een visie verzinnen als onderdeel van een marketingplan. Het grote falen van Bonanza is dat ze er niet in geslaagd zijn om de geest van Woestijnvis, zo herkenbaar en zo sterk op tv, te vertalen naar een blad. Talent was daar te over aanwezig. Zoals iedereen dacht ik: 'Oei oei, dat gaat iets fantastisch worden'. Iedereen was vol verwachting, of in mijn geval: vol angst. Tot het blad er was."

En wat gaat Guy Mortier nu doen, behalve dertig jaar slaap inhalen?

"Nog wat meewerken aan Humo, meer van op afstand. Ik blijf nog in de firma. In mijn contract staat dat ze een gelijkwaardige functie moeten verzinnen. Het heeft vrij lang geduurd voor we eruit waren, maar nu kan ik weer bij Humo terecht. Al stond dat vooraf niet vast. (lacht) Misschien een ander blad, wie weet."

Kunt u iets anders dan Humo maken? Guy Mortier als hoofdredacteur van een vrouwenblad?

"Het is iets te simpel om mij af te schilderen als een 'eenbladman.' Humo is gewoon het blad dat ik het liefst maak. Vooral dat prutsen, de afwerking, je blad steeds beter maken. Dat is echt mijn grote amusement, veel meer dan eindeloze vergaderingen. Want vergeet niet: in al die jaren hebben we bij Humo ook ontzettend veel gelachen.

"Al die interviews over mijn loopbaan bij Humo staan nu wel vol met trieste verhalen, maar het is toch ook vaak fantastisch geweest. Toen ik een aantal jaar terug wilde stoppen als hoofdredacteur kreeg ik Jan Mulder aan de lijn. 'Ik kan het niet meer', zei ik hem. 'Ik stop.' Mulder antwoordde: 'Maar man, tel je zegeningen toch eens'. En zonder dat hij er verder op inging, ben ik dat beginnen te doen. En ik zag dat dit, ondanks al die problemen, een verschrikkelijk leuke job is. Maar om de een of andere reden zat ik mezelf altijd te tuchtigen, in plaats van beter te zien wat ik allemaal terugkreeg."

In uw Geweldig Groot Interview in die Geweldig Grote Humo staat een merkwaardige uitsmijter. Humo is een prima merk, zegt u, met een fijne redactie, en áls uw opvolgers Oosterwaal en Schaevers even hard zullen werken als u dat hebt gedaan, kan er niets fout lopen.

"Zie het als een vaderlijke raad. Het gevaarlijkste wat hen kan overkomen, is dat ze zouden denken dat alles vanzelf loopt. Maar daar mag je nooit van uitgaan. De artikels, de foto's, de cartoons: het lijkt misschien dat ze er altijd vanzelf komen te liggen, maar vergeet het. Je moet voortdurend achter alles aan zitten, je moet altijd bij de pinken zijn. Het is hard werken, iedere dag opnieuw. De dag dat je denkt: 'Humo is een instituut en die lezers zijn zo trouw, we zitten goed' ben je niet goed meer bezig. Vanzelf bestaat niet. Maar áls ze er voor gaan: amai dan!"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234