Zaterdag 24/10/2020

Ik heb nooit geleerd om ‘je ’t aime’ te zeggen

Het is stil in de backstage van Casino Kursaal in Oostende. Aan weerskanten van de enorme entree staan securitymensen in kraaknette pakken kaarsrecht autoriteit uit te stralen, maar achter de deur van de kleedkamer, waar alleen een sober A4’tje met ‘Patricia’ op kleeft, stap je een andere wereld binnen. Een ander tijdvak, zelfs. De ruimte - een hok van een paar vierkante meter - ligt bezaaid met showkleren, er staan bloemen in bloei, de warme gloed van gloeilampen wordt weerkaatst in een spiegel waarvoor tientallen potjes en poedertjes staan uitgestald, en een teddybeer zit een beetje stuurs voor zich uit te staren. Patricia Kaas legt haar meegereisde hondje in de fauteuil, wenkt me te gaan zitten en informeert een beetje ironisch of ik haar ook ga vragen of ze gezien haar familienaam Hollandse voorouders heeft, zoals de vorige journalist heeft gedaan.Kaas, een nakomeling van een Franse mijnwerker en een Duitse moeder uit het grensgebied tussen beide landen, heeft sinds het begin van haar carrière een indrukwekkend repertoire bij elkaar gezongen waar traditioneel chanson, jazz, blues en - occasioneel - rock elkaar in evenwicht hielden. De zangeres - slank, scherp gezicht, aanvankelijk gereserveerd maar nooit onvriendelijk - is een superster in zevenenveertig landen, heeft zestien miljoen cd’s verkocht en zes prestigieuze Victoires de la Musique op haar rekje staan. Maar praat met haar en het eerste wat opvalt, is dat al dat succes de twijfel niet heeft weggenomen. Ze praat stil, met veel aarzelingen. Soms stopt ze halverwege een zin en herhaalt bijna fluisterend de vraag die ik net gesteld heb om bij een antwoord uit te komen waar ze zelf van staat te kijken.

Ik was eerlijk gezegd nogal verrast toen bekend raakte dat je Frankrijk zou vertegenwoordigen. Heb je een verleden met het songfestival?

“Het is zeker niet zo dat ik elk jaar heb gekeken, maar ik heb als tiener nog een tijdje bij een balorkest gezongen. Daar moest je niet alleen het repertoire van Dalida, Mireille Mathieu en Sylvie Vartan kennen, maar ook weten welk nummer in welk jaar gewonnen had. Ik heb ‘Ding-a-dong’ van Teach-In nog gezongen, en ‘Ein bißchen Frieden’ van Nicole. Ik weet wel dat er vaak wat lacherig over wordt gedaan, zeker de laatste tien jaar, maar je kunt er niet omheen dat je die nummers wel herkent als ze gedraaid worden.“Ik ga niet hypocriet doen: ik heb het songfestival zelf lang shit gevonden, maar sinds een jaar of drie hoor ik toch weer meer melodieën. Goed, het blijft een beetje kitsch. Maar ik ben zeker geen tegenstander van een mooie mise-en-scène.”

Feit blijft: je hébt al een succesvolle carrière. Je kunt meer verliezen dan winnen.

“Vind je dat? Wat kan er gebeuren? Dat ik niet win? Of niet bij de eerste vijf eindig? (blaast) Het zou me sterk lijken mocht ik daarop afgerekend worden. Zoals je zegt: ik ben al tweeëntwintig jaar bezig. Soms met veel succes, soms was het wat minder. Mijn nieuwste cd slaat enorm goed aan, dus ik lig niet wakker van wat me in Moskou te wachten staat.”

Het risico om vanaf nu geassocieerd te worden met een evenement dat genoegzaam bekendstaat als het festival van de wansmaak schrikt je niet af?

“Nee. Ik ben in een fase van mijn leven aanbeland waar ik me dat allemaal niet meer aan kan trekken. Nu, ik zou liegen als ik zeg dat ik niet even getwijfeld heb. Het wás een moeilijke beslissing. Natuurlijk heb ik me afgevraagd of zo’n deelname mijn carrière zou schaden. Maar uiteindelijk doe ik op het Eurovisiesongfestival precies hetzelfde wat ik altijd al heb gedaan: het Franse lied uitdragen in het buitenland. Ik ben blij dat ik het lef heb om mijn nek uit te steken. Los daarvan is ‘Et s’il fallait le faire’ een nummer dat ik zelf heb gekozen voor mijn eigen plaat. Het is een traditioneel chanson met een modern randje errond. En wat die uitlachtelevisie betreft: er zijn een boel landen buiten West-Europa waar het songfestival wel veel aanzien geniet. Eigenlijk is het heel eenvoudig: ofwel wordt mijn passage in Moskou een hoogtepunt, ofwel zal ik afgaan. Maar in geen van beide scenario’s betekent dat het einde. Ik heb al voor hetere vuren gestaan, hoor.”

Hoe kijk je terug op je carrière tot nog toe?

“Ik heb in de loop der jaren wel een paar nummers opgenomen waar ik me nog nauwelijks verwant mee voel. Dat is normaal, denk ik. Op mijn twintigste stond ik anders in het leven dan nu ik veertig ben. Het ontbrak me nog aan zelfvertrouwen, toen, ik had lang niet de wijsheid die ik nu heb. Maar mijn bekendste nummers, ‘Mademoiselle chante le blues’ en zo, zing ik nog altijd graag, ook omdat ze omringd door mijn nieuw werk geregeld een andere gedaante aannemen.”

Ik heb je twintig jaar geleden zien optreden, en onlangs opnieuw. Het leek haast alsof ik naar iemand anders stond te kijken. Het schuchtere meisje van toen is een zelfbewuste vrouw geworden.

“(twijfelt) Vind je? Zelf heb ik veeleer het gevoel dat het van dag tot dag verschilt. Misschien was veertig worden wel een keerpunt. Toen heb ik voor het eerst in mijn leven twee jaar vrij genomen om wat te bekomen van de drukte waarin ik me tot dan toe had ondergedompeld. Gewoon: de luxe nemen om thuis een hele dag in badjas rond te lopen en wat in de tuin te zitten niksen. Een beetje saai, eigenlijk, maar geloof me: als je twintig jaar bijna non-stop hebt gewerkt kan wat saaiheid best aangenaam zijn. Ik vergelijk mezelf altijd met andere mensen van mijn leeftijd, en ik zit sinds mijn veertigste veel beter in mijn vel dan toen ik twintig was. Wellicht omdat ik veel minder in vraag stel dan toen. Ik heb altijd de naam gehad erg timide en teruggetrokken te zijn, terwijl ik tegelijk toch sterk in mijn schoenen sta. Dat beeld klopt wel, denk ik.”

Voel je je jonger dan je bent, nu?

“Een goede vraag, maar een erg moeilijke. (lacht) Ik vind wel dat ik een echte vrouw ben geworden, intussen. Bij mannen is veertig worden doorgaans een positief gegeven. Ze zien er beter uit en worden een stuk interessanter. Als er bij een vrouw een vier voor komt te staan betekent dat meestal dat ze over haar hoogtepunt is. Terwijl het voor mij een keerpunt was op een heel andere manier: ik heb geen tijd meer om me voortdurend af te vragen wat ik mis en wat ik graag nog allemaal zou willen bereiken. Ik besef dat de mensen van me houden zoals ik ben. Ik zal dan ook geen moeite doen om iemand anders te worden. Vorige week kwam ik een fan tegen die een heel museum over mijn carrière had opgebouwd. Enorm confronterend. Ik keek mijn ogen uit, zag dat jonge, naïeve(glimlacht) Ik heb er sowieso moeite mee om foto’s van mezelf te bekijken. Als ik vind dat ik er lelijk op sta, zijn de mensen in mijn omgeving het daar doorgaans nooit mee eens. Die houden er wel van als de beelden niet bijgewerkt zijn, als ik erop sta zoals ik ben.”

Kortom: zelfvertrouwen, en vooral het gebrek daaraan, blijft een teer punt?

“Ja. Als ik gelukkig ben en in een relatie zit waar ik me goed bij voel, heb ik het gevoel dat ik alles aankan. Maar anders... Vergelijk het met wakker worden en door het raam zien dat het een grijze, regenachtige dag gaat worden. Dan voel je je vanzelf ook belabberd. Maar schijnt de zon, dan heb je dadelijk zin om aan de dag te beginnen. En inderdaad: zelfvertrouwen kun je nooit genoeg hebben. Niet dat ik mezelf fantastisch hoef te vinden. Twijfel blijft de beste drijfveer, zeker als je in een branche zit die op creativiteit teert. Tegelijk stel ik vast dat het alsmaar moeilijk wordt om van de muziek te genieten als ik mezelf te veel in vraag stel.”

We hebben elkaar zeven jaar geleden al eens gesproken. Toen zei je dat je er heel lang over gedaan had om je eigen zwakheden te accepteren. Elke dag was een gevecht tegen je negatieve zelfbeeld. Heb je die strijd gewonnen?

“Het blijft een verhaal van vallen en opstaan. Maar ik sta nu toch al vaker steviger in mijn schoenen als mens, en wanneer mijn hoofd meer in evenwicht is, schemert dat door in de manier waarop ik zing. Dan hoor je dat aan de wijze waarop ik een nummer vertolk en kun je het zien aan mijn bewegingen op het podium.”

Stel dat ik al je cd’s in chronologische volgorde beluister. Krijg ik dan een goed beeld van hoe je als mens geëvolueerd bent?

“(denkt na) Met cd’s ligt dat moeilijk. Die worden in een studio opgenomen, wat ik niet direct een inspirerende omgeving vind. Dus als je je louter baseert op de keuze van de nummers en mijn manier van zingen zul je daar niet veel wijzer van worden. Je zou een veel beter beeld krijgen van wie ik ben mocht je naar mijn concerten zijn geweest. Maar al bij al is er weinig waar ik spijt van heb. Als ik fouten heb gemaakt - en dat is zo - ben ik er sterker uit gekomen. Elke vergissing was de moeite waard, heeft me gemaakt tot wie ik nu ben. Dus: je ne regrette rien. Ik heb geen spijt van mijn fouten. Soms moet je extreem de mist ingaan om nadien je evenwicht terug te vinden.”

Ga je daar zelf naar op zoek, naar dat extreme?

“Ja, ik kan erg moeilijk maat houden. Ik eis het uiterste van anderen én van mezelf. En zelfs dan zal ik niet gemakkelijk tevreden zijn. Dat ligt in mijn karakter. Niets van wat ik doe is goed genoeg. Het kan altijd beter. Altijd.”

Is de Patricia Kaas die op het podium staat een sterkere, geperfectioneerde versie van wie je in het dagelijkse leven bent?

“Tijdens een concert ben ik in de eerste plaats een performer, iemand die zich inleeft in een verhaal dat niet noodzakelijk het mijne is. Ik sta met hoge hakken op het podiumla grande dame. Dat is misschien wel een deel van mijn persoonlijkheid, maar het is niet de manier waarop ik ’s nachts met de hond ga wandelen. De vorige tournee zag er heel anders uit dan de huidige, maar toch sluiten ze elk op een andere manier nauw aan bij wie ik als mens ben. Het enige waar ik nog aan moet werken is de communicatie met het publiek. Gewoon iets zeggen tussen de nummers, dat blijft moeilijk. Laat mij maar zingen en bewegen. Daar voel ik me het meest op mijn gemak bij.”

Op je jongste cd staat een eerbetoon aan je heldinnen. Greta Garbo, Coco Chanel, Anaïs Nin... Wat trekt je aan in dat soort vrouwen?

“Enerzijds waren het echte femmes fatales, maar aan de andere kant wilden ze zich toch laten gelden. Ze namen geen blad voor de mond, spraken vrijelijk over seks en erotiek, en hebben zo elk op hun manier een taboe doorbroken. Daar bewonder ik hen om. Ik betwijfel of ik daar zelf het lef voor zou hebben.”

Je hebt op dit moment een plaat uit waarop je je toelegt op cabaret, een genre dat ik zelf associeer met cancans en pluimen in de poep - en dus niet iets wat ik meteen met jou in verband had gebracht.

“Veel mensen hebben een zeer eng beeld van wat cabaret is. Zelfs bij mijn eigen vrienden werden er nogal wat wenkbrauwen gefronst. Omdat ze hetzelfde voor ogen hadden als jij nu: Broadway, pailletten, pluimen, Liza Minnelli... Dat klopt allemaal wel, maar dat is alleen de Amerikaanse versie. Ik voel meer voor cabaret zoals dat in het Berlijn van tussen de twee wereldoorlogen leefde, met veel zwart en wit. Zelf heb ik het genre gewoon vertaald naar 2009 en vermengd met elektronica, wat volgens mij nooit eerder is gedaan. In de jaren dertig had je cabaret in Berlijn, Tango in Buenos Aires en jazz in Saint-Germain-des-Prés. Die invloeden heb ik allemaal op mijn manier tot iets nieuws verwerkt.”

Waar komt die voorliefde voor muziek van voor de oorlog eigenlijk vandaan? Al bij al refereer je naast cabaret vooral aan jazz, blues en chanson. Geen invloeden waar je als jonge zangeres spontaan mee in contact kunt zijn gekomen.

“Eerlijk gezegd: ik ben destijds vooral blues beginnen te zingen omdat dat zo goed bij mijn donkere stemtimbre paste. Mijn held was George Michael. Edith Piaf heb ik bijvoorbeeld pas ontdekt toen anderen me met haar vergeleken. Voordien kende ik alleen ‘La vie en rose’ en ‘Je ne regrette rien’, zoals iedereen. De liefde voor cabaret heb ik van mijn moeder geërfd, al was ik er als kind niet gek op. Maar we keken altijd naar de Duitse televisie en zij hield enorm van Marlène Dietrich. Zelf heb ik ooit nog wel eens ‘Lili Marlene’ gezongen. Er is dus zeker een link, al ben ik nog altijd geen kenner. Toen ik het idee voor deze cd kreeg, ben ik op iTunes gewoon op zoek gegaan naar nummers die zouden passen door een paar trefwoorden in te tikken.”

‘Une dernière fois’, het nummer waar je op Kabaret de tekst mee voor hebt geschreven, gaat over je overleden moeder. Zocht je een manier om, na al die jaren, het gemis onder woorden te brengen?

“Niet bewust alleszins. Maar de dag voor we de song zouden opnemen rolde de tekst er gewoon uit. Ik stond er zelf van te kijken, want zoals gezegd: ik schrijf zelden of nooit. Toen ik de dag nadien liet horen wat ik op papier had gezet stond mijn hele ploeg daar met een krop in de keel.”

Je zingt er iets wat me erg geraakt heeft. ‘Chez nous l’amour ne se dit pas. C’est pour ça que je chante.’ Werd er nooit over emoties gepraat bij jullie thuis?

“Nee. Je ’t aime, dat werd nooit gezegd. We waren een gezin met zeven kinderen, van wie ik de jongste ben, maar over gevoelens praatten we nooit. Ik word tot vandaag enorm wantrouwig wanneer ik mensen zomaar te pas en te onpas hoor zeggen dat ze iemand graag zien. Omdat het me bang maakt. Alsof ze het soortelijk gewicht van die woorden niet kunnen inschatten. Gisteren belde mijn zus, en die zei letterlijk dat ze, hoewel we elkaar niet vaak zien, toch veel aan me denkt en van me houdt. Ik stond met mijn mond vol tanden. Zelf zeg ik zoiets zeer zelden. ‘Ik hou van je’, dat is... te moeilijk. Ik krijg het haast niet over mijn lippen. Behalve tijdens het zingen, natuurlijk. Maar dat is iets anders.”

Ik dacht net dat de angst om openlijk over je gevoelens te praten iets was van een vorige generatie.

“Dat is ook zo. Ik heb nooit veel affectie gezien tussen mijn ouders. Ze kusten elkaar nooit, namen elkaar nooit vast... terwijl ik er niet aan twijfel dat ze zielsveel van elkaar hielden. Ze stamden uit een tijd dat je nog moest trouwen als je zwanger was, hé. Zelfs als je wist dat die ander niet de partner van je leven zou zijn, maar anders maakte je de familie te schande. En scheiden was al helemaal taboe. Nu is de maatschappij naar het andere uiterste overgeheld. Vandaag gaat scheiden veel te gemakkelijk. Mensen vechten nog nauwelijks voor hun relatie. Ze maken een paar keer ruzie en geven het op. Dat vind ik wat mager, qua alternatief.”

Je ouders zijn alletwee overleden. Hebben ze je succes als zangeres nog meegemaakt?

“Mijn moeder heeft het prille begin nog meegemaakt. Ze is in 1989 gestorven, mijn vader zeven jaar later. Hij heeft heel wat optredens van me gezien en wist dat ik uiteindelijk goed terecht was gekomen. Dat vind ik wel belangrijk, ja. Mijn vader is altijd ontzettend trots op me geweest, al heeft hij mij dat zelf nooit met zoveel woorden gezegd. Voor zijn vijfenzestigste verjaardag mocht hij een cadeau kiezen. Eender wat, een verre reis of een diner in een duur restaurant. Maar het enige wat hij vroeg, is dat ik met hem mee zou gaan naar de kleine bistro op de place du Marché, zodat hij me aan zijn vrienden voor kon stellen. Dat vond ik oké, zolang ik maar niemand hoefde te kussen. Maar het eerste wat hij zei toen ik daar aankwam, was natuurlijk dat iedereen me kon zoenen en knuffelen zoveel als ze wilden. (lacht)”

Bewaar je goede herinneringen aan je moeder?

“We waren enorm close. Ik ben haar verloren toen ik twintig was, en zingen was een manier om weg te lopen van mijn verdriet. Het is geen toeval dat die eerste tournee twee jaar heeft aangesleept. Achteraf vroeg ik me bij elke belangrijke beslissing af wat zij zou doen. Die fase is voorbij nu, maar ik voel wel nog altijd dat ze me beschermt.”

Het toeval wil dat de finale van het Eurovisiesongfestival plaatsvindt op 16 mei, de dag waarop je moeder gestorven is.

“Ja, toen ik daarachter kwam, wilde ik mijn kandidatuur weer intrekken. Sinds haar dood heb ik nooit op die datum gezongen, en ik hoopte dat de wedstrijd misschien een dag kon worden uitgesteld. Maar kennelijk bleek het niet mogelijk om het Eurovisiesongfestival een dag te verzetten. Bizar, hé? (lacht) Soms doe je in je leven gewoon wat je denkt dat goed voor je is. Vergelijk het met je horoscoop raadplegen: daar interpreteer je wat er staat zoals het je het best uitkomt. Ik denk nu wel eens dat mijn moeder me een teken geeft, maar uiteindelijk ga ik toch vooral mijn eigen weg.”

Heeft het een grote impact gehad om je ouders zo vroeg te verliezen?

“Dat is onvermijdelijk. Alleen: precies door die tegenslagen ben ik veel sneller zelfstandig geworden. Mocht mijn moeder nog leven, dan zou ik nooit dezelfde carrière hebben gehad. Dan had ik nooit de wilskracht gevonden om helemaal tot het uiterste te gaan. De kanker was al helemaal uitgezaaid toen ze me zei dat ze zo trots zou zijn geweest mocht ik bekend zijn geworden. Daarom heb ik zo gevochten. Ik wilde zo snel mogelijk doorbreken

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234