Donderdag 17/10/2019

'Ik heb niet de neiging te gaan wroeten'

De ochtend doet rare dingen met je, weet radiopresentatrice Linde Merckpoel (32), en het ís ochtend. Maar er is geen micro, Tony de trucker belt niet, er moet geen filmpje gepost. Dit is het dorpje Parisot, waar Jacques Dutroncs tante in de oorlog joodse mensen verstopte, en waar anno 2017 soms wifi is. 'Je leeft hier in een bubbel.'

Dit is een bericht aan de StuBru-luisteraars die deze regels lezen op de wei van Werchter: zoek Linde Merckpoel niet, backstage of frontstage, ook niet bij de bomen, ze is er niet. Linde zit in China. Al een week en nóg drie weken. En Gilles De Coster is mee. Hebben jullie dus geluk dat wij, van De Morgen, de taak op ons namen en haar eerst nog opzochten in dat vlekje in de Midi-Pyrénées. Waar ze vertelde dat ze het wel spijtig vond: "Werchter is een beetje de nieuwjaarsreceptie van Studio Brussel. Iederéén is daar. Dan zal ik maar nog een lekkere schotel noedels eten om mij te troosten, zeker?"

Ze had in uitroeptekens gemaild: Leuk plan! Doen we! Ze schreef ook nog dat ze die avond aan Gilles zou vragen of hij mee wilde gaan 'voor de sfeer', en: "En mijn ouders zien het ook zitten." Dat laatste is van groot belang, want Le Couvent de Neuviale, waar we na een vlucht naar Toulouse nu heen rijden, is waar Lieve en Mark Merckpoel wonen. Sinds vijf jaar vast, ze verkochten de fotowinkel die ze dertig jaar in Eksaarde hadden en meteen ook de woning. Daar hebben ze niks meer. Voor Linde is dit dus thuis.

Meisjesschool

Maar zij vond dit wel, in 2001: "Vokke, je moet hier eens kijken." Surfend en klikkend en googelend met zoekopdracht 'à vendre en France' sprong dit oude gebouw op haar scherm. "In de zomers waren we met de mobilhome heel vaak naar Frankrijk geweest", zegt ze. "Maar nooit ver en vaak kort: Cap Gris-Nez en zo, de winkel kon niet zo lang sluiten. Hier waren we nooit geweest, maar op een of andere manier hadden moeke en vokke hun zinnen op deze regio gezet. We zijn op het internet gaan zoeken, ik stootte op dit, en maakten een bundeltje van huizen die we wilden bekijken. Dit was het vierde."

Er zijn twee Parisots, ze liggen op 30 kilometer van elkaar, het ene in de Tarn en dit dus in de Tarn-et-Garonne. Maar fout rijden is in Frankrijk niet erg. Is perdre la route niet synoniem aan zich verliezen in dit prachtige land?

We reden niet fout en zij ook niet, toen in 2001, maar wat wij zien - een bijzonder gebouw, je ziet het van aan het kerkje liggen, zorg en smaak ineen, die tuin en dat zwembad - zagen zij niet. Of juist wel: het oude gebouw uit 1898 dat nu ook al bijna twintig jaar leegstond, deed versmachtend dromen en daagde de plannen uit. "Die foto's op de site hadden we gezien", zegt Linde. "Vier zalen van 4 bij 10 meter, Lander (haar broer, RVP) en ik tekenden al plannetjes uit voor de kamers en waar de badkamers moesten komen, en toen we hier met de mobilhome over de laan tussen oude bomen opreden, begon de ontdekkingstocht."

Mark: "We hebben veel gewerkt. Wij, en al onze goede vrienden. Jaar na jaar, elke vakantie. Dit gebouw was vervallen. Ooit was het een meisjesschool geweest, nadien een vakantiekolonie. Soeur Marguerite heette officieel Dutronc, ze was een tante van Jacques Dutronc (de Franse zanger van 'Il est cinq heures, Paris s'éveille', RVP) en verstopte tijdens de oorlog Joden. Op een dag vond ik tussen planken een portefeuille. Er zat geen geld meer in, maar de rest wel. Hoe die er kwam, weten we niet. Maar via een buurvrouw vonden we de oude eigenaar ervan, Tonton, en toen ik hem de portefeuille terugbezorgde, kon hij alleen nog zeggen: 'Bodu, bodu, bodu.' Bon Dieu, dus eigenlijk. Hij was hem zeker 25 jaar kwijt geweest. Had een van de kinderen hier de portefeuille gestolen en hem dan verstopt? Geen idee. Maar hier zit veel geschiedenis. We hadden al eens iemand te gast die hier als kind op vakantie was geweest. Ja, die huilde."

We schreven al twee keer 'vokke', zo zegt Linde dat: vokke. Het is haar Waas voor 'vake', natuurlijk uniek, zoals moeke, maar de Merckpoels zijn dat echt. Alleen Mark en zijn kinderen Linde en Lander dragen die naam. Mark neemt ons even mee naar achter, het graanveld in, waarin een cirkel is weggemaaid en een tafel staat. Het is altijd wel ergens in de wereld l'heure de l'apéro, moet je maar denken.

Hard genieten

"Vorig jaar trouwde Lander hier", zegt Mark en hij kan dat niet vertellen zonder tranen in zijn warme oogjes. "Geloof me: dat was het mooiste weekend van mijn leven. Weekend, hé, twee dagen: mooier dan mijn eigen trouw, mooier dan de geboorte van onze kinderen. Hier kwam alles en iedereen die we graag zagen samen."

Linde: "We hebben zo fijn gedanst, ook Gilles. Ik weet nog dat ik 's nachts ging slapen. Gilles zei: 'Ik kom meteen.' Maar boven keek ik door het raam en ik zag hem zo schoon dansen, tussen al die vrouwen.

"We zijn een heel hecht gezin. Ik ben sowieso zeer outgoing, en we hebben altijd veel gebabbeld en gelachen. Herinneringen aan mijn kindertijd zitten vol slappe lach aan tafel of dansen tijdens de afwas. Lander is iets meer timide, hij denkt meer dan hij zegt, maar hij is heel gevoelig. We zijn gulzige mensen. In alle opzichten. Onze ouders hebben ons heel hard geleerd hoe we moeten genieten. Ze hebben ons dat goed geleerd en we zijn kinderen van de wereld. Als ik 17 was en ik ging bij een vriendin, dan moest ik altijd eerst 'hallo' gaan zeggen bij de ouders. Dat apprecieer ik vandaag ook. Vriendelijk zijn is niet zo moeilijk en het is niet seutig. Ik zie dat bij de kinderen van Christophe Lambrecht (StuBru-presentator, RVP): die zitten mee aan tafel, praten mee, zijn geïnteresseerd en durven dingen vragen. En eten. Ik zeg altijd, met enige trots, dat er niks is dat ik niet eet."

Schoon servies

De gouden uren zijn aangebroken en we zitten al aan tafel. Later lees ik in Ongebaande paden van Sylvain Tesson wat hij een 'existentiële onderduiktactiek' noemt: "... Je niets aantrekken van wat er in de wereld gebeurde, je nergens door laten meeslepen, zelf bepalen wanneer je in opstand kwam, waar je warm voor liep, wat je tegen de borst stuitte, je verschansen achter een muur van boeken, tussen de bomen, aan tafel met vrienden..."

Dat gevoel heerst hier. "Niemand die ik graag zie, eet niet graag", zegt Linde. "En de zorg waarmee mijn moeder de tafel dekt, heb ik van haar overgenomen. Er is niks schoner dan een gedekte tafel die op je wacht. Van mijn grootmoeder erfde ik een oud servies en dat gebruiken we elke dag. Gilles snapt dat.

"Toen vijf jaar geleden de dag naderde dat mijn ouders definitief naar hier kwamen wonen, zei ik Gilles: 'Ik ga het er heel lastig mee hebben.' Uiteindelijk viel het mee. Maar als ze naar België komen, moet er op korte tijd veel gebeuren. (Ze pauzeert even, glimlacht) De ochtend doen op de radio doet soms rare dingen met je. Als mensen me privé iets vragen, denk ik soms: laat me alsjeblieft allemaal met rust. Maar als mijn ouders komen, moet het natuurlijk gezellig zijn. Soms mis ik het vrijblijvende. Gewoon kunnen langsrijden en zeggen: hier ben ik. Of kunnen zeggen: het kan nu even niet."

In haar mama zie je Linde en haar papa heeft in de schuur een infini gezet: de fotografie is er nog, anders, niet helemaal weg. Zoals België dat is en de wereld. "Ze leven in hun bubbel. Hoe ouder moeke wordt, hoe meer zorgen ze zich om mij maakt. Maar dit is een ander leven: in de herfst snoeien ze, in de winter komt de jager op het hof met de vraag of ze de ree willen kopen. Diezelfde dag staan wij in de file naar Brussel.

"Met ouder te worden, heb ik steeds beter geleerd wat ik graag doe en kan. Bijvoorbeeld: filmpjes maken voor StuBru. En nu met de ochtendradio merk ik dat ik op radiovlak nog altijd bijleer. Zelfs in vergelijking met september. Ik begin me meer en meer dj te voelen en minder presentator."

Wat is het verschil? "Een presentator kondigt een plaat aan en af. Door elke dag drie uur intensief radio te maken, krijg je meer schwung en voelt het als een goede zetel aan. Ik durf nu een plaat níét af te kondigen, The War on Drugs heeft gedaan: hup, een gesprek met een luisteraar. En tussen 6 en 7 doen we dat héél veel. Ik kan met gemak tien luisteraars opnoemen die ik kén: ze sturen berichten, ik weet wat ze doen, ik ken hun naam. Toen ik onlangs de marathon van Antwerpen liep, riep er plots een van aan de kant: 'He Linde, ik ben Alexander, de militair.' Elke staat elke dinsdag met haar vleeskraam op de markt van Edegem en nonkel Dirk stuurt elke ochtend om 6.20 uur een bericht."

Dat 'video the radiostar not killde', weten we. Maar de radio moest zich, als snelste medium, wel heruitvinden, zegt Linde. Want het internet en Twitter zijn even rap. "Maar onlangs belden we de Luc die acht keer naar Kraftwerk was gegaan. Elke ochtend om tien over 8, een van de schoonste plekjes in de show, mocht hij verslag doen. Geen enkele muziekjournalist had dat beter gedaan. En als in het nieuws een item zit over het autowegenvignet, bellen we uiteraard naar trucker Tony."

Geen vonk

Het lijkt of radio er altijd was, alvast in haar oren: Wim Oosterlinck, Sofie Lemaire, Peter Van de Veire, Hallo Hautekiet, Otto-Jan Ham. "Ik ben het prototype van de Studio Brussel-luisteraar, al ben ik na de humaniora gaan informeren om vertaler-tolk te studeren of Germaanse.

Uiteindelijk deed een van mijn vriendinnen toelatingsexamen op Studio Herman Teirlinck en ik ging mee. Echt waar, ik ben een meeloper.

"Je kunt niet zeggen dat er een vonk was, maar op de academie was ik altijd de beste en daar wilde ik iets mee doen. Maar het eerste jaar Studio was heel ernstig: epiek, lyriek, dramatiek. Pas toen Chris Dusauchoit in het tweede jaar lesgaf, ging er een wereld open. En dan kom je mensen tegen: Sofie Lemaire, later Tomas De Soete en dan Arnout Bracke, die mijn beste vriend werd. Arnout en ik zijn allebei '0 of 100'-mensen."

Blozende kaakskes

Wie word je? De avond is gevallen en de enige gasten van Le Couvent de Neuviale luisteren mee en horen hoe Linde als meisje, op dezelfde dag als Niels Destadsbader overigens, in 2002 in Roeselare het voordrachttoernooi Albrecht Rodenbach won. In Het Laatste Nieuws van 15 oktober 2002 stond: "De Deerlijkse jongen won in de categorie jonger dan 16 jaar met het gedicht 'Geboorte' van Fons Janssens. (...) Linde Merckpoel uit Lokeren won in de categorie 16 jaar en ouder met het gedicht 'Ik zag Cecilia komen' van Paul Schrooten." Ze wist dat nog. "We gaan way back. Als ik Niels nu zie, zie ik die jongen met zijn blozende kaakskes weer staan.

"Dat ik graag vertel, heb ik van vokke. Als we door deze streek rijden en het is te stil in de auto, begint hij: 'Kijk, Guillaume heeft zijn huis in crepi gezet.' Hij is een entertainer, ons moeke is wat bedachtzamer. Ik hoop dat ik een goede blend van de twee ben. Maar moeke is ook zeer empathisch. Zij zou zich bij de gasten nog excuseren voor het slechte weer. Dat herken ik. Ik voel me heel snel verantwoordelijk voor een situatie of een sfeer. Ik ben snel geneigd om te zorgzaam te zijn voor mensen die ik graag heb."

'Europa is keistom'

's Ochtends klinkt er pianomuziek in wat Mark 'de refter' noemt. Hier kunnen meer dan twintig mensen slapen, ontbijten en vier keer per week avondeten. Maar nu doen we dat buiten. Het is Lindes tweede bezoek dit jaar. "Mijn ouders vinden het zonde dat we niet meer komen en onze vakantie in een lange reis steken, zoals nu naar China. Maar we reizen graag en we deden al Indonesië, Thailand, Maleisië, Laos en Vietnam. Ik zei altijd: 'Ik wil nooit naar China gaan.' Maar ik besefte dat dat hetzelfde zou zijn als een Chinees die zegt: 'Ik wil niet naar Europa, want Europa is keistom.' Het slaat nergens op. Dus China. (lacht) En van die reis ben ik nu de producer. In de auto beluister ik een achtdelige podcast over de Culturele Revolutie. De anticipatie op die reis voel ik bijna zinnelijk, in mijn hoofd is ze al gemaakt. Het wordt een totale overrompeling."

Maar waarom die aanvankelijke afkeer? "Dat had te maken met de uniformiteit die ik rond dat land voelde én het feit dat ik die mensen niet kan lezen. Ik voel weinig poëzie in China. Maar daardoor wordt het nu wel spannend, ik krijg de kans al mijn vooroordelen te laten ontkrachten."

Het is een kort ritje naar Najac, een klein dorpje, we gaan er wandelen. Linde als gids: zij pakt de kaart. Maar we drinken toch eerst even koffie op het terras van Café de la Plage, écht, dat klinkt bijna als Café Zeezicht op de Berchemse Dageraadplaats: 'Blijven dromen' moet ook hier het motto zijn. Beneden stroomt wel de Aveyron. En in de Église St-Jean de Najac geeft Gilles uitleg over de bouwstijl.

Theo Francken

Toch praten we plots over politiek, hoe gek ook, maar in de vroegere De Morgen-rubriek 'Wat zijn dat voor vragen?' antwoordde ze dit op de vraag met wie ze nooit op een onbewoond eiland zou willen belanden: "Theo Francken. Uitleg hoeft daar niet bij."

"Dat was een dom antwoord van me. Ik ben meestal erg voorzichtig met grote politieke uitspraken. Het is mijn taak niet om dat te doen. En soms voel ik me daarin wel een tjeef. Een groot deel van mijn luisteraars zal ongetwijfeld anders denken dan ik.

"Alleen probeert Bram Willems (haar collega bij StuBru, RVP) zeer goed na te denken over wat we doen als bijvoorbeeld Somalië of de vluchtelingencrisis in het nieuws is. We gaan daar niet licht over. Dat is een erezaak. Of als er cijfers zijn over huiselijk geweld. Dan zijn we lang bezig om iemand te vinden die erover kan vertellen. Vroeger belden we de woordvoerder van de minister, nu iemand die vroeger net als alle luisteraars dacht: dat overkomt me nooit. Wat er in de krant staat, weten we. Maar wat betekent het voor je buurman?"

Anders dan in de beginjaren is er nu Twitter. Ooit schreef iemand over haar show: 'Het lijkt wel Tele-Onthaal voor mensen die lijden aan vrolijkheid'. "Daar ben ik kapot van geweest. En als Ruben Van Gucht ergens 'We haten Ruben Van Gucht' moet lezen: heeft iemand die dat schrijft ooit al eens nagevraagd hoe Ruben echt is? Ik vind dat onbegrijpelijk. Net nu: in het begin had ik nooit durven zeggen dat ik Justin Bieber tof vond of Harry Styles. Studio Brussel moest met het vingertje, ha ja! Terwijl de generatie van nu dat allemaal oké vindt. De zurigheid is echt niet meer van onze tijd. Na de bom in Manchester draaiden we Oasis, The Smiths, Elbow en Joy Division en toen sms'te er toch nog eentje: 'Moet er nu echt een bom ontploffen voor we het oude StuBru weer horen?' Komaan zeg. Doe dat niet. Want ik heb het gevoel dat enthousiasme en positiviteit populair zijn."

We rijden even verder naar Alain Lafon. Hij is 63 en werkte ooit op het dak van Mark. Zoals hij daken legde in de hele streek rond Caylus, buurdorp van Parisot, en dus: il connaît tout le monde. De Belgische pianist van Joe Cocker die er een huis heeft, de vete tussen de oude en de nieuwe burgemeester, de soldaten van het militaire camp de Caylus. Alain is vrijgezel en zijn Pelforth is lekker fris. Altijd woonde hij op zijn terre en waarom we hier zijn, is de grot in zijn hof die Linde wil tonen. We lopen door het gras, over een omheining, langs een pad met stenen en je denkt zelfs dat je door de middeleeuwen loopt. Tot bij die grot. Ze heeft geen echt verhaal, behalve dat ze er is, dat er vroeger een trapje was en dat er toen nog water stroomde beneden. Alains grootmoeder ging er kleren wassen. Nu is deze plek gewoon mooi voor de foto's, de echo en de koelere temperaturen.

"Maar ik hou van mensen als Alain", zegt Linde later, terug thuis. "Liever zulke mensen die wat stoerder en nurkser zijn en die je voor jou moet winnen."

Ze vertelt dat, omdat plots twee woorden op tafel vallen. Gele laarzen, de titel van haar afstudeerproject, een radiodocu. Vorig jaar zond Radio 1 dat integraal uit en toen wij dat hoorden, zetten we de auto aan de kant van de weg om te kunnen luisteren naar het verhaal van de familie Vervaet. Dat is de familie van Lindes mama Lieve. In die reportage ging Linde praten met haar mama, haar grootmoeder en mijnheer O: hij was de man die in de jaren 70 met de auto reed toen Lieves zusje Katrien, met gele laarzen, onverwacht de straat overstak en de dood inliep.

"Nu is mijn grootmoeder zelf overleden en ik vind het moeilijk dat terug te horen. Stemmen zijn bijzonder en normaal hoor je die niet meer als iemand dood is. Dat is toch anders dan foto's.

"Ik heb dat gemaakt omdat ik voelde dat de dood van Katrien, die eigenlijk mijn tante was, nog heel erg aanwezig was in dat gezin. Moeke vertelde vaak over haar zus en mijn grootmoeder was streng voor mijnheer O. 'Ik heb er niks meer van gehoord.' Het was Annick Lesage, mijn leerkracht, die me overtuigde. 'Je moet die man contacteren.' Dat was spannend. Ik durfde eerst niet, deed het toch en... die man belde toch wel zeker? Mijnheer O. ging complexloos om met wat er was gebeurd en zat met minder issues. Toch voelde ik ook strijd. Hij had geen schuldgevoel en dat moest ook niet. Wat hij had meegemaakt, is de ergste nachtmerrie voor elke chauffeur. Katrien was zonder kijken de straat overgelopen en hij kon haar onmogelijk ontwijken. Toch had ook hij dat moeten verwerken." Haar grootmoeder hoorde Lindes werk achteraf. Ook haar andere tantes hoorden het. Maar hielp het? "De ene is al communicatiever dan de andere. Enkelen lieten weten dat ze dankbaar waren voor het verhaal en het kan bijna niet anders dan helpen. Heel hun jeugd hadden ze een idee van hoe het gelopen was, via mémé. Nu hoorden ze ook zijn verhaal en je hoort zelfs mijn oma milder worden. Mijnheer O. was ook slachtoffer."

Afscheid durven nemen

"Ik weet niet of ik zo'n reportage vandaag nog zou durven maken. Ik ben een conflictvermijder. Ik heb niet de neiging te gaan wroeten of controverse op te zoeken. Maar het gaf een ander licht. En als ik mezelf weer hoor, hoor ik de rillingen in mijn stem, mijn naïviteit, hoe fragiel ik nog was."

En dan zegt ze wat ze over Alain zei: "Ik walg zelf van mensen die vals veel tonen en publiekelijk zwelgen in verdriet of gevoel. Voor mijn grootmoeder moet dit de grootste ramp van allemaal geweest zijn. Toch breekt ze nooit in haar verhaal. Nu is ze zelf dood en onlangs vroeg Alicja Gescinska me naar de belangrijkste levensles. Mijn antwoord was: mensen moeten opnieuw leren op een goede manier afscheid te durven nemen."

Linde kan dit niet zonder verdriet vertellen, maar die tranen leest u er zelf maar bij. "We hebben mémé gegeven wat ze wilde. Ze wilde sterven in het huis waar ze ooit geboren was en waar zelfs haar moeder was geboren. Het ging al lang niet goed met haar en de laatste week is mijn mama met haar zussen en broer naar haar huis gegaan. Met zeven zijn ze rond mémé gaan liggen. Ze sliepen allemaal samen, de laatste dag dronk ze nog een glas champagne, lepeltje voor lepeltje. Toen stierf mijn grootmoeder thuis en daar bleef ze. Tot de begrafenis. Opgebaard."

Dat laatste woord staat er niet toevallig. Want daar zit die levensles. "De begrafenisondernemer voelde die wens goed aan. Mémé hield veel van haar tuin en in haar woonkamer lag ze als een schoon faraovrouwtje met bloemen rondom zich. Mijn mama belde: 'Kunnen jullie afscheid komen nemen en iets mee eten?' Ik belde nog naar Lander. Ik vond het absurd, het idee om sandwiches met kaas te zitten eten terwijl mijn grootmoeder drie meter verder lag. Maar zodra ik er binnenkwam, vond ik het normaal. Je voelde meteen: ze is er niet meer. Maar het was intens en iedereen die ik graag had, was er: moeke, vokke, Lander en zijn lief, Gilles. We hebben samen pistolets gegeten, het was keigezellig, we hebben gelachen en herinneringen opgehaald. Ik wens iedereen zo'n afscheid toe. Op de begrafenis lag al het grote en kleine verdriet al achter de rug. Het is raar om zeggen, maar die maaltijd was tegelijk een van de meest intens verdrietige momenten van mijn leven en een van de meest kostbare."

Vanuit Parisot rijd je een half uurtje naar Saint-Antonin-Noble-Val, waar we 's avonds eten. Op de markt zingt een Franse rocker Engelse liedjes, ze verdrijven de zwaarte van de laatste woorden. Al kun je er ook lichter mee omgaan en dankbaar zijn voor de levensles van het 'te vrolijke Tele-Onthaal-meisje'.

Ze had nog dit gezegd: "Ik vind het belangrijk om te benoemen wat me gelukkig maakt. Voor de ochtendradio sta ik om 4 uur op, rond 5 uur kom ik aan en ik voel meteen: zo'n dag wordt het. Ik start mijn computer op en dan pak ik Bram en Jonas (Decleer, RVP) even vast. (lacht) Of ik laat hen mij vastpakken. Dat deed ik tien jaar geleden met Tomas ook al. We zijn alle drie allergisch voor zwelgers en we hebben de krampachtige reflex dat niet te doen. Maar we zien elkaar graag en in dat vastpakken zit ook de relativering."

Als het al lang donker is, stappen we weer naar de auto. Linde pakt de arm van haar mama vast en daar lopen we allemaal naar te kijken. 's Ochtends zijn de ogen van Lieve nat als ze afscheid neemt. Elk afscheid van haar dochter is er eentje voor maanden.

Met dank aan Lieve en Mark Merckpoel in Le Couvent de Neuviale. Meer info op www.lecouventdeneuviale.fr.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234