Donderdag 20/06/2019

Seksueel geweld

‘Ik heb mijn verhaal aan mijn vriendin moeten typen, via Messenger, terwijl ze naast me zat’: slachtoffers van verkrachting getuigen

‘Je bent zo machteloos. Als een hert dat in de koplampen van een auto kijkt terwijl het wordt aangereden’ Beeld Wouter Van Vaerenbergh

‘Ik ben een sterke, zelfstandige vrouw en ik heb geen zin om door die ene klootzak een zielig vogeltje te worden.’ Het leven van Cynthia (26) en Kristien (21) werd helemaal door elkaar geschud toen ze het slachtoffer van een verkrachting werden. Ze vonden steun bij het Zorgcentrum na Seksueel Geweld (ZSG) in het UZ Gent. Met de zaak-Julie Van Espen wordt de noodzaak van zulke zorgcentra alleen maar duidelijker. ‘Eén op de drie vrouwen in België krijgt volgens de Wereldgezondheidsorganisatie te maken met seksueel geweld, maar wij denken dat het cijfer in werkelijkheid nog veel hoger ligt.’

Het was halfvijf ’s ochtends, het café was bijna leeg en Cynthia besloot een taxi naar huis te nemen. Ze was de hele nacht op stap geweest met vrienden en voelde dat ze te veel gedronken had. De taxichauffeur, een jonge, verzorgde kerel, maakte onderweg een praatje en zette haar thuis voor de deur af.

Lees ook:

Lore werd op haar vijftiende verkracht: ‘Er breekt iets. Je lichaam, je tederheid, je onschuld, je hart’

Cynthia: “Zonder dat ik het besefte, is hij me gevolgd en is hij mee in de lift gestapt. Daar duwde hij me tegen de leuning en begon hij me hard en ruw te kussen. Je zou verwachten dat ik hem van me af zou duwen, maar op de één of andere manier kon ik me niet bewegen: ik bevroor ter plekke. Achteraf heb ik de camerabeelden bij de politie gezien en ik was boos op mezelf: waarom deed je niets? Mijn ogen zijn gesloten, maar je ziet niet hoe ik denk: wat gebeurt er? Help! Ik wil dit niet!”

“Toen de lift op mijn verdieping stopte, vroeg ik hem om weg te gaan. Ik ging mijn appartement binnen en wilde de deur sluiten, maar hij duwde ze hardhandig open. Het volgende dat ik me herinner, is dat ik onder hem op bed lag. Hoe was ik daar terechtgekomen? Ik verzette me niet, ik was helemaal geblokkeerd, heel raar. Ik denk niet dat je aan me zag dat ik verging van de angst. Hij deed mijn broek en mijn T-shirt uit en begon me te betasten. Ik was die dag net gaan shoppen en had een nieuwe beha gekocht. Echt een mooie, rode sexy beha. En ik dacht: fuck, dat jij nu net de eerste persoon moet zijn die dat ziet. Ik weet dat ik die beha zelf heb uitgedaan, bijna automatisch, ik denk omdat ik mijn nieuwe mooie lingerie niet wilde associëren met die vieze lul.”

“Toen duwde hij me plat op bed – ook dat vond ik zo erg: mijn eigen bed, waar ik elke nacht in moest slapen. Het was donker, maar de maan scheen naar binnen. Ik herinner me een beeld, een flits eigenlijk, waarin hij de verpakking van een condoom met zijn tanden opentrok terwijl hij op me zat. Gelukkig dat hij dat condoom gebruikte. Het deed erg veel pijn toen hij binnendrong, en ik moest ook dringend naar het toilet. Ik kon nog steeds niet reageren, ik lag daar als een dode vis. Na twee minuten kwam hij klaar. Ik weet nog dat ik zei: ‘Amai, is het al gedaan?’ (lacht) Niet omdat ik meer wilde, maar in een poging om hem te kleineren, denk ik. Pas toen hij opstond en zijn broek omhoogtrok, leek ik te ontwaken uit mijn bevroren toestand en drong het tot me door wat er gebeurd was. Ik walgde van mijn lichaam. Ik hoorde hem naar het toilet gaan en riep hem kwaad achterna: ‘En ik heb je dan nog moeten betalen ook!’ Alsof ik toen pas in staat was om van me af te bijten.”

“Hij kwam terug de kamer binnen en gooide een briefje van 10 euro op mij. ‘Voor die taxirit hoef je niet te betalen.’ Dat was nog het vernederendste van alles. Hij liep snel naar buiten, ik bleef liggen tot ik de deur hoorde dichtgaan en ben uit bed gesprongen om alle slotjes op de deur te sluiten. Ik haalde diep adem en sprak mezelf toe: ‘Ik ben oké. Ik ga dit nooit aan iemand vertellen. Dit is zo schaamtelijk. Ik ga dit volledig vergeten. Dit is niet gebeurd.’ Ik ben in bed gekropen en in slaap gevallen.”

Levenslang zwijgen

Gesteund door een goede vriend zocht Cynthia ’s anderendaags toch hulp in het Zorgcentrum in het UZ Gent, één van de drie nieuwe gespecialiseerde centra in België waar slachtoffers van seksueel geweld psychologische en medische zorg krijgen. Als ze dat willen, kunnen ze er ook aangifte doen bij de politie. De centra werden in november 2017 opgericht als een proefproject en bewezen onmiddellijk hun nut. In een jaar tijd boden zich meer dan duizend slachtoffers aan, veel meer dan verwacht. ‘Dat toont dat het dark number nog hoger ligt dan we vermoeden,’ zegt Ines Keygnaert, professor seksueel geweld bij de Universiteit Gent, die aan de wieg van de zorgcentra stond.

Ines Keygnaert: “Over het aantal slachtoffers van seksueel geweld in België circuleren uiteenlopende cijfers, van 43.000 tot 75.000 per jaar, maar eigenlijk weten we het niet. Er wordt geschat dat maar één op de tien slachtoffers aangifte doet, dat is vergelijkbaar met andere landen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie komt één op de drie vrouwen in Europa ooit in contact met seksueel geweld, maar wij vermoeden dat het cijfer nog hoger ligt. Bij een recent onderzoek onder de studentenpopulatie gaf 22 procent van de meisjes én 11 procent van de jongens aan dat ze sinds hun 16de al minstens één vorm van fysiek seksueel geweld hebben meegemaakt. We zijn ook gestart met een grootschalig onderzoek naar seksueel geweld, het eerste in België. Bij de zeventigplussers is maar liefst 75 procent ooit het slachtoffer geweest. Voor velen was het de eerste keer in hun leven dat ze het erover hadden. Er waren ook mannen bij. We onderschatten hoeveel mannen, vaak hoogopgeleid, tijdens hun middelbareschooltijd of op het internaat het slachtoffer zijn geweest, en bij wie het erin is geramd dat ze het nooit aan iemand mochten vertellen. In de zorgcentra is 10 procent van de mensen die zich aanmelden man, in alle leeftijdscategorieën. Bij hen is het taboe nog groter, omdat ze bang zijn voor de reacties: ‘Je hebt je niet verdedigd, je bent geen man geweest.’”

“De barrière om er met iemand over te praten is voor élk slachtoffer hoog. Mensen vragen zich af waarom ze geen klacht indienen, maar het is echt niet zo simpel. Slachtoffers gaan pas met iemand praten als ze er zeker van zijn dat hun ouders of vrienden hen niet zullen veroordelen en hen ook zullen steunen. Als het geen meerwaarde heeft om te spreken, kun je beter zwijgen, denken ze. Ze voelen zich vaak zo schuldig en beschaamd en zijn bang dat ze levenslang een stempel zullen krijgen: ‘Je had maar niet moeten drinken, je had je maar moeten verzetten, hoe dom kun je zijn?’ Je moet eigenlijk dúrven te zeggen dat je de controle over een situatie hebt verloren.”

Cynthia: “Mijn voornemen om het aan niemand te vertellen mislukte al toen mijn beste vriend me belde. Hij hoorde dat er iets mis was en kwam meteen naar me toe. Ik zie hem nog voor mij in het deurgat staan, helemaal aangedaan. Mijn harnas viel van me af, ik begon keihard te huilen en hij pakte me stevig vast.”

“‘Je ruikt zo anders,’ zei hij. Ik had nog niet gedoucht, dat wilde ik net doen toen hij belde. ‘Niet douchen,’ zei hij. ‘We gaan naar het Zorgcentrum, zodat je geholpen wordt.’ Ik wilde niet, maar hij was kordaat. Achteraf bekeken was dat precies wat ik nodig had. In het UZ is hij de hele tijd bij mij gebleven, van twee uur ’s middags tot elf uur ’s avonds. De mensen in het Zorgcentrum hebben me fantastisch geholpen. Wat ik zo goed vond, was dat ze me in alles het gevoel gaven dat ik de controle had, dat ik de regisseur was die de beslissingen nam. En ze hebben me erg geholpen om van mijn schuldgevoel af te raken, want dat beheerste mij volledig – ‘Ik had niet zoveel moeten drinken, ik had veel vroeger naar huis moeten gaan.’ Een verpleegster deed me zelfs lachen door mijn tranen heen: ‘Zelfs al loop je ’s nachts naakt en stomdronken over straat met pluimen in je gat, dan nog moeten ze van je lijf blijven.’”

“Wat me vooral dwarszat, was dat ik me niet had verzet. Dat kon ik zelf niet begrijpen en veel mensen in mijn omgeving blijkbaar ook niet. ‘Waarom heb je niet op het brandalarm geduwd?’ vroeg mijn moeder. En daarna ook vriendinnen: ‘Waarom heb je niet met een wokpan op zijn hoofd geslagen?’ In de weken erna sliep ik inderdaad met een wokpan naast mijn bed. Iemand zei: ‘Je bent zo sociaal, je denkt dat iedereen je vriend is.’ Die reactie deed nog het meest pijn.”

“In het Zorgcentrum hebben ze me verteld over de vier biologische reacties die je lichaam kan hebben als zoiets je overkomt: fight, flight, freeze of appease. Je vecht, je vlucht, je bevriest of je werkt mee om het zo snel mogelijk voorbij te laten gaan. Ik heb de freeze-reactie gehad, waar ik me heel gefrustreerd over heb gevoeld. Dat is geen bewuste keuze, weet ik nu. Je kunt een zwarte band in karate hebben, maar als je in een bedreigende situatie zit, reageert je lichaam zoals het reageert, zonder dat je daar controle over hebt. Julie Van Espen had de fight-reactie, en de dader beweert dat hij haar daarom heeft vermoord. Je weet natuurlijk niet of je hem kunt geloven, maar het stemt wel tot nadenken. Een vriendin zei me vorige week: ‘Ik ben blij dat jij er wél nog bent.’ Dat was heel confronterend.”

Alles onder één dak

Bijna zeven op de tien slachtoffers die zich aanmelden bij een Zorgcentrum na Seksueel Geweld, doen ook aangifte bij de politie. ‘Ze zijn dat niet verplicht, maar in het Zorgcentrum zijn er veel minder drempels,’ zegt zedenmagistraat Myriam Claeys, die vanuit het parket van Oost-Vlaanderen heeft meegewerkt aan de oprichting ervan.

Myriam Claeys: “Tot anderhalf jaar geleden moesten slachtoffers eerst naar het politiekantoor, waar ze moesten wachten tussen mensen die hun portefeuille kwijt waren of een diefstal kwamen aangeven. Dan werden ze verhoord door een politieman die daar niet voor was opgeleid en soms ongepast reageerde. Voor het forensisch onderzoek moesten ze daarna via de spoedafdeling van het ziekenhuis naar de vrouwenkliniek, waar een arts hen moest onderzoeken met de seksuele agressieset. Dat was meestal ook erg onaangenaam voor het slachtoffer, want veel artsen zijn daar niet voor opgeleid.”

‘De enige reden waarom ik voor de verkrachter van het Gentse Citadelpark vijftien jaar heb kunnen vorderen, is omdat hij de gsm van zijn derde slachtoffer had gestolen.’ Zedenmagistraat Myriam Claeys (rechts) Beeld Wouter Van Vaerenbergh

“Nu kan een slachtoffer rechtstreeks naar een Zorgcentrum gaan, waar artsen, psychologen en politie-inspecteurs onder één dak zitten. Er wordt eerst zorg gegeven, daarna volgt een sporenonderzoek, en als ze aangifte willen doen, volgt er een verhoor door zedeninspecteurs.”

“Het materiaal van het sporenonderzoek wordt zes maanden bewaard, zodat ze ook later nog een klacht kunnen indienen. Soms moeten ze eerst een paar maanden bekomen voor ze daartoe in staat zijn.”

“We merken dat het aantal aangiften voor zedenfeiten stijgt. Logischerwijs zal ook het aantal veroordelingen stijgen, maar het is nog te vroeg om dat na te gaan.”

Kunnen jullie een profiel van de slachtoffers schetsen?

Keygnaert: “De gemiddelde leeftijd van de slachtoffers in de zorgcentra is 25 jaar. 10 procent van hen zijn mannen. Ongeveer 40 procent is het slachtoffer van een onbekende, bij de anderen gaat het meestal om vrienden en kennissen, collega’s en familieleden. Eén derde van de slachtoffers is minderjarig, er zijn ook baby’s en kleuters bij. En er hebben zich ook al ouderen gemeld. Iedereen kan het slachtoffer worden, maar het piekmoment zit rond de adolescentie en de jongvolwassenheid. Normaal gezien vermindert de kans daarna. Maar dat ouderen het op latere leeftijd meemaken en ervoor uitkomen, dat is nieuw voor ons.”

Claeys: “In de dossiers die ik behandel, zie ik veel mensen in kwetsbare posities: bejaarden en dementerenden in rusthuizen, jongeren uit jeugdinstellingen, asielzoekers, mensen met psychische problemen...”

Mensen die al eerder misbruikt zijn, lopen meer risico om nogmaals het slachtoffer te worden.

Keygnaert: “Als ze geen zorg krijgen wel. Daarom vinden we de psychologische begeleiding zo belangrijk. De eerste weken is het heel normaal dat je nachtmerries hebt, slecht slaapt en angstig bent. Dat je walgt van jezelf, dat je alles opnieuw ruikt. Als je veel steun van vrienden en familie hebt, zou dat na een maand moeten verminderen. Bij groepsverkrachtingen en gewelddadige verkrachtingen duurt het langer. Als de symptomen daarna nog aanhouden, riskeren slachtoffers om een posttraumatisch stresssyndroom te ontwikkelen, iets waar ook veel oorlogsslachtoffers mee kampen. Bij 40 procent is dat het geval, en als je dan geen zorg krijgt, kan het chronisch worden. Ze zijn angstig en in zo’n permanente staat van alertheid en vermijding dat ze gevaarlijke situaties verkeerd beginnen in te schatten, waardoor het risico toeneemt dat ze opnieuw het slachtoffer worden.”

Ouders in de put

Ook Kristien (21) was niet in staat om te reageren toen het haar plots overkwam. De feiten zijn nog erg recent, maar ze wil toch haar verhaal doen om andere slachtoffers van seksueel geweld te helpen.

Kristien: “Ik zit vol woede, en een drang naar gerechtigheid. Mijn dader heeft tegen de politie gezegd dat hij het niet als een verkrachting beschouwde, want hij had geen geweld gebruikt. Dat was ook niet nodig, omdat ik bevroren van angst in mijn bed lag. Vroeger dacht ik: als iemand je probeert aan te randen, geef je hem een schop in zijn kloten. Eens zien of hij hem dan nog overeind krijgt! Ik deed er heel stoer over. Nu het me zelf is overkomen, besef ik: dat is veel makkelijker gezegd dan gedaan, want je bent zo machteloos. Als een hert dat in de koplampen van een auto kijkt terwijl het wordt aangereden.”

De laatste tram was al weg en Kristien wilde naar huis, doodmoe en met te veel alcohol op, na een lange avond op café. Een cafévriend stelde voor om mee naar haar kot te wandelen.

Kristien: “Daar vroeg hij of hij nog even naar het toilet mocht. Terwijl hij een taxi belde, kroop ik in bed, doodmoe. Ik denk dat ik bijna direct in slaap ben gevallen.”

“Op het ogenblik dat ik weer wakker word, kan ik niet bewegen. Ik kan mijn ogen niet openen, maar ik ben me wel bewust van mijn omgeving. Hij zit op bed voor mij. Ik voel hoe hij uiterst voorzichtig mijn T-shirt omhoogschuift en met mijn borsten speelt. Ik hoor zijn riem rinkelen terwijl hij zijn broek uitdoet. Als ik nu een riem of sleutels hoor rinkelen, word ik gek (stil).”

“Ik ben bevroren. Ik wil wegdraaien, ik wil roepen en tieren, maar ik zit letterlijk vast in mijn hoofd, terwijl mijn lijf alles ondergaat. Ik voel zijn lange haar kietelen over mijn lichaam, ik hoor hem masturberen. Ik voel hoe hij alles heel stil en voorzichtig doet omdat hij denkt dat ik slaap. Ik herinner me hoe mijn bed telkens onder zijn gewicht verschuift. De flits van zijn camera, twee keer. Hij verkracht me, mijn brein heeft zich uitgeschakeld.”

“Dan is hij klaar. Hij doet mijn T-shirt weer naar beneden, trekt mijn slip naar boven, hij stopt mij in en hij doet zelfs mijn nachtlampje uit voor hij vertrekt.”

Toen je de volgende ochtend wakker werd, dacht je eerst dat het een nachtmerrie was.

Kristien: (knikt) “Ik stuurde hem een berichtje om me te excuseren dat ik in slaap was gevallen. Hij antwoordde: ‘Dat geeft niet, je lag zo schattig te slapen.’ (Stil) Dat woordje, ‘schattig’. Toen daagde het dat het geen droom was. Ik merkte dat mijn slip niet deftig zat en stortte volledig in. Ik heb een berichtje naar mijn beste vriendin gestuurd, of ze alsjeblieft kon komen. Ik lag in mijn bed, huilend, met het donsdeken helemaal om me heen gewikkeld. Van de schok kon ik niet meer praten, alleen stotteren. Ik heb mijn verhaal aan mijn vriendin moeten typen, via Messenger, terwijl ze naast me zat. Toen ze doorhad wat er gebeurd was, heeft ze me bijna uit bed gesleurd om naar de flikken te gaan. Ze heeft me geholpen met aankleden omdat ik geen kracht had.”

“Van de politie hoorde ze over het Zorgcentrum, en daar heeft ze me mee naartoe genomen. Ze is de hele dag bij mij gebleven. Ze heeft mijn hand vastgehouden tijdens het forensisch onderzoek. Als ze DNA-staaltjes in je baarmoeder nemen, doet dat extreem veel pijn. Ik was heel gespannen, en de verpleegster zei dat het minder pijn zou doen als ik me kon ontspannen. Mijn vriendin begon ons favoriete liedje te zingen. ‘Komaan, meezingen,’ zei ze. Het zingen hielp, en de verpleegster zei dat ze dat nog nooit had gezien. Ik ben mijn vriendin oneindig dankbaar. En de mensen van het Zorgcentrum ook, want ze hebben me in alles geweldig gesteund. Na het onderzoek mocht ik huilen onder hun douche zolang ik wilde.”

“Ik wilde geen klacht indienen, omdat ik vond dat het mijn eigen schuld was: ik had hem niet moeten binnenlaten. Maar mijn vriendin heeft me overtuigd om het toch te doen, en toen ik wat gegeten had en gedoucht, kwamen twee agenten naar het centrum om me te verhoren.”

“De politie heeft mijn dader nog dezelfde dag kunnen oppakken. Toen ze zijn gsm in beslag namen, vonden ze niet alleen foto’s van mij, maar ook filmpjes van de daad. Dat vond ik zo ziek! Ik was ook erg gechoqueerd toen de politie hem al na een dag liet gaan, met enkel een contactverbod en een uitgaansverbod in één café. Vooral omdat ik achteraf heb gehoord dat hij nog meisjes in dat café heeft lastiggevallen. Maar geen van hen wil een klacht indienen. Ze willen het niet opnieuw oprakelen, en dat snap ik wel, want ik heb het er ook moeilijk mee.”

“Mijn ouders willen een serieuze rechtszaak. Zij zijn er vandaag mentaal erger aan toe dan ik. Ze zitten met zoveel woede en verdriet omdat ze mij niet hebben kunnen beschermen. En ik wil ook dat hij gestraft wordt. Geen enkelband, de gevangenis in! Ik wil dat hij elke dag geconfronteerd wordt met wat hij mij heeft aangedaan. Ik vind het verschrikkelijk dat hij intussen vrij rondloopt. Ik denk dat ik pas echt met mijn verwerking zal kunnen beginnen als ik weet dat hij gestraft is en niet opnieuw kan beginnen. Vrienden hebben al voorgesteld om hem in elkaar te slaan. Maar daar heb ik geen genoegen aan. Ik wil dat hij officieel gestraft wordt. Dat is een langere weg, maar het zal voor mij beter aanvoelen.”

Romantische roos

Ook Cynthia besliste die avond in het Zorgcentrum om een klacht in te dienen.

Cynthia: “Niet zozeer voor mezelf, maar omdat het een taxichauffeur is die misschien nog slachtoffers kan maken. Het was een verhoor van drie uur, en ongelofelijk gedetailleerd, maar heel respectvol. Later kwamen er twee politiemensen bij mij thuis om de camerabeelden op te vragen en een sporenonderzoek te doen. Die waren wat lomper. De ene vroeg: ‘Waar was de seks juist?’ Dat vond ik erg ongepast. Ik wees het bed aan. Ze namen mijn lakens eraf. ‘Nog ergens?’ – ‘Nee.’”

“Het ergst was mijn bezoek aan de politie, een week later, toen ik de dader moest herkennen. De eerste keer heb ik uren op het politiebureau gewacht, met knikkende knieën, maar de politieagente was de afspraak glad vergeten. Ze heeft zich achteraf duizend keer geëxcuseerd en een nieuwe afspraak gemaakt. Dat contact is erg slecht verlopen. Het was een vrouwelijke politie-inspecteur, die het gesprek begon met de melding dat ze dit soort dossiers al lang deed, maar dat ze het gelukkig zelf nog niet had meegemaakt. Ik dacht: goed voor jou, maar wat heb ik aan die boodschap?”

“Daarna zei ze: ‘Het is een moeilijk dossier. We hebben de camerabeelden bekeken, en het ziet er helemaal niet uit als een verkrachting: het komt niet overeen met je verklaringen.’ Ze toonde me de camerabeelden om me zelf te laten beoordelen. Het zijn foto’s, geen bewegende beelden. Als ik het gebouw binnenkom, zie je dat ik een roosje vastheb, en dat hij zijn arm om mijn schouders probeert te leggen. De agente zei: ‘Je hebt een roosje vast, het ziet er nog romantisch uit.’ Ik dacht dat ik zou ontploffen. Ik had dat roosje in de loop van de avond van iemand anders gekregen.”

“Van de feiten in de lift waren er wel bewegende beelden. Ik zei: ‘Je ziet toch dat hij me in de lift tegen de leuning duwt?’ – ‘Ja, maar je doet je ogen dicht en je kust ook. Het is net een koppeltje. We zien geen verzet.’ – ‘Kust ook? Wablief?’ Van wat er boven gebeurde, zijn er geen beelden. Je ziet dus niet hoe ik de deur van mijn appartement probeer te sluiten. De agente zei dat het woord tegen woord zou worden. ‘Ik zou verwachten dat de zaak geseponeerd wordt.’ Ze speelde al rechter terwijl ze me nog aan het verhoren was!”

“Ik was razend, zeker toen ze op het einde zei: ‘Alcohol is de duivel, in het vervolg moet je tussendoor eens een spuitwater drinken.’ Toen ben ik tegen haar uitgevlogen: ‘Dus iemand mag aan mijn lijf zitten omdat ik te veel gedronken heb?’ Toen krabbelde ze terug: ‘Neenee, je hebt gelijk.’ Het was zo’n contrast met de fantastische manier waarop ik in het Zorgcentrum was onthaald, ook door de politie daar. Mijn vrienden zeiden dat ik een klacht moest indienen, maar ik had de energie niet meer.”

“De dader heb ik intussen al vier keer zien rondrijden in zijn taxi, met klanten. Eén keer zat ik zelf achter het stuur van mijn auto en heb ik bijna een ongeluk veroorzaakt. Ik weet niet of het tot een proces zal komen. Ik denk dat ik me erbij moet neerleggen dat hij zal blijven rondrijden. Mijn strijdlust van in het begin ben ik kwijt. Ik zou het wel terecht vinden dat hij een straf krijgt, maar ik heb de indruk dat die gedachte me meer slecht dan goed doet. Ik denk dat ik het makkelijker kan verwerken als ik het loslaat.”

Na de zaak-Julie Van Espen ligt justitie weer onder vuur, mevrouw Claeys. De Hoge Raad voor de Justitie zegt dat jullie seksueel geweld te weinig als een prioriteit zien.

Claeys: (gepikeerd) “Als je mijn collega’s van de afdeling zware criminaliteit vraagt welke zaken zij met prioriteit behandelen, dan zijn dat de zedenzaken, de diefstallen met geweld en ook de andere zware geweldsdelicten. Al die ongenuanceerde commentaren over justitie maken me eerlijk gezegd boos en gefrustreerd. Ik zet mijn tanden in elk dossier en denk permanent na over hoe we het beter kunnen doen. Ik was erg blij dat ik het Zorgcentrum mee heb mogen oprichten. Vorig jaar, net op de dag dat we begonnen met het Zorgcentrum en we een persconferentie gaven, is de affaire-Bart De Pauw losgebarsten. De journalisten hebben zich omgedraaid en zijn daarover iets gaan maken. Iedereen had de mond vol over #MeToo, plots steeg de aandacht voor zedenmisdrijven, maar toen wij iets startten om die slachtoffers te helpen, kwamen we in de media niet aan bod.”

‘Vroeger was mijn kamer een stortplaats, nu is het bijna een IKEA-showroom. Ik maak elke dag schoon. Een vuile kamer doet me denken aan hoe vuil ik me die dag voelde.’ Beeld Wouter Van Vaerenbergh

“Ik doe dit soort zaken al tien jaar, uit idealisme, en ook ik raak weleens gefrustreerd als ik de onmiddellijke aanhouding van een verdachte vraag en de rechtbank daar niet op ingaat. Of als er een vrijspraak volgt omdat de zaak niet bewezen wordt geacht. Justitie is wel bezig met een inhaalbeweging, maar op het gebied van de wetgeving kan het beter. Ik vind de strafmaat voor een verkrachting van een meerderjarige, een maximumstraf van vijf jaar, te weinig.”

“Ik geef altijd het voorbeeld van de verkrachter van het Gentse Citadelpark, een dossier dat ik zelf heb behandeld. Ik denk dat we een heel gevaarlijke kerel uit de maatschappij hebben kunnen verwijderen. Zijn eerste twee slachtoffers waren meerderjarige meisjes die hij had verkracht. De maximumstraf was dus vijf jaar. Het derde slachtoffer heeft hij verkracht met een wapen tegen het hoofd. Dat is een verzwarende omstandigheid, waardoor de maximumstraf tien jaar wordt. Bij het derde slachtoffer heeft hij ook de gsm gestolen. En op die diefstal van haar gsm, met geweld en wapenvertoon, staat een maximumstraf van vijftien jaar. Uit het verslag van de psychiater bleek dat de man een antisociale persoonlijkheidsstoornis had, maar de enige reden waarom ik vijftien jaar heb kunnen vorderen, is omdat hij toevallig ook haar gsm had gestolen. Daar kun je toch met je verstand niet bij?”

Keygnaert: “Voor slachtoffers is het afschuwelijk om zulke dingen te weten. De straffen staan niet in verhouding tot het leed dat wordt berokkend. Minister van Gelijke Kansen Kris Peeters heeft in maart drie nieuwe zorgcentra aangekondigd, in Antwerpen, Leuven en Charleroi. We hopen dat er ook voldoende middelen voor vrijkomen, want de centra in Gent, Brussel en Luik zijn nu al veel te klein voor de toeloop. Elk slachtoffer heeft recht op de juiste zorg, om het even waar hij of zij woont.”

Zwemmen of zinken

Hoe gaat het nu met jou, Cynthia?

Cynthia: “Beter, maar ik heb erg diep gezeten. De eerste weken had ik veel nachtmerries. Ik was bang dat de dader zou weten dat ik aangifte had gedaan en dat hij me thuis zou opzoeken. Op mijn werk liet ik voortdurend steken vallen. Een vriendin zei me dat ik plots verouderd was, dat ik iets zorgeloos kwijt was. Ik ben twee keer opgenomen in de spoedafdeling omdat ik volledig doorsloeg (wijst naar de krassen aan de binnenkant van haar arm). Dat gebeurde altijd als ik te veel had gedronken. De psychiater heeft me gezegd dat het een poging is om de controle terug te krijgen. Ik heb er wel spijt van, want ik vrees dat die littekens niet meer weggaan.”

“Nu probeer ik mijn leven weer in handen te nemen. Ik heb enorm veel aan mijn vrienden gehad. Ik wil niet als een slachtoffer gezien worden. Ik ben een sterke, zelfstandige vrouw en ik heb geen zin om door die ene klootzak een zielig vogeltje te worden. En ik wil ook sociaal blijven.”

En jij, Kristien?

Kristien: “Mijn zelfhaat is veel minder groot dan in die eerste weken, toen ik mezelf verwaarloosde en haast niet buitenkwam. De mensen van het Zorgcentrum zijn me blijven bellen en hebben me er zo door gesleurd. En mijn vrienden, natuurlijk.”

“Ik focus me nu op mijn studie, op mijn vrienden en op gamen – een echte verslaving. Ik ben ook een opruimfreak geworden. Vroeger was mijn kamer een stortplaats, nu is het bijna een IKEA-showroom. Ik maak elke dag schoon. Een vuile kamer doet me denken aan hoe vuil ik me voelde die dag. Soms, als ik ergens zijn deodorant ruik, bijvoorbeeld, krijg ik nog een paniekaanval. Maar ik probeer elke dag sterker te worden. In het Zorgcentrum kan ik ook gratis naar de psycholoog. Mijn mama zei me vlakaf: ‘Het is zwemmen of zinken. En je kunt zien dat je zwemt.’ Dat zeg ik nu elke dag tegen mezelf als ik wakker word. En dan denk ik: ik ga zwemmen.”

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden