Vrijdag 04/12/2020

‘Ik heb mijn taak gedaan, ik ben een tevreden man’

In dit unieke, onthullende interview praat ex-president George W. Bush openhartig over familie, Irak en zijn jaren in het Witte Huis.Door James Harding

eorge W. Bush leunt ver achterover in zijn stoel, zijn schoenen op de koffietafel. “Het is niet belangrijk hoe de mensen tegen me aankijken. Het speelt geen rol meer. En eerlijk gezegd: toen speelde het ook vaak geen rol”, zegt hij, kauwend op het ijs van zijn glas cola. “Belangrijk is wel dat je doet wat je nodig acht.” Als de mensen het niet eens zijn met wat hij gedaan heeft, “ook goed”. Hij strekt zijn arm uit en haalt de schouders op. “Mij kan het niet schelen.”

Het feit dat Bush altijd principes laat primeren op populariteit is het terugkerende refrein tijdens ons twee uur durende gesprek met de 43ste president van de Verenigde Staten. Zelfs aan het eind, als hij aarzelt bij de deur om uitgebreid afscheid te nemen en er alvast naar uitkijkt om te gaan mountainbiken onder de zon van Dallas, maakt hij nog maar eens het punt dat hij op zijn gemak is en niet de nood voelt om het beeld bij te stellen dat het publiek van hem heeft. “Ik ben erdoorheen, ik heb mijn taak gedaan, ik ben tevreden over de manier waarop.”

En toch is de ‘onderschatte’ president duidelijk vastbesloten om niet op de foute manier de geschiedenis in te gaan. Zijn memoires, Decision Points, lezen bijwijlen als ‘Defensive Points’: ze voeren opnieuw argumenten aan voor de oorlog in Irak, gaan in op de dilemma’s omtrent ondervragingen onder dwang, binnenlands toezicht en Guantánamo, ze wentelen de schuld af voor de aanpak van orkaan Katrina, en bovenal, ze herinneren de lezer eraan hoe het presidentschap van Bush gebukt ging onder ‘de dag van het vuur’ in Amerika, 9/11.

Hoe harder hij benadrukt dat hij zijn eigen verdiensten niet wil modelleren, hoe harder je het gevoel krijgt dat Bush hoopt dat de geschiedenis hem zal behandelen zoals Harry S. Truman destijds, die het Witte Huis ook verliet met barslechte peilingcijfers maar die achteraf in ere werd hersteld.

Bush zegt dat hij er niet meer zal zijn als het ultieme verdict over zijn presidentschap geveld wordt. “Ik denk niet dat de kortetermijngeschiedenis accuraat is”, zegt hij. “Belangrijk voor mij is niet zozeer wat de mensen over me denken, maar dat de mensen de waarheid leren kennen over wat ik zag en wat ik dacht en hoe ik beslissingen nam in belangrijke materies.”

Maar impliceert het feit dat hij hoopt dat de mensen de waarheid over hem leren kennen niet dat het hem ergert dat hij vrij algemeen wordt beschouwd als een karikatuur? “Schets me die karikatuur”, zegt hij. En dat doe ik.

Het is, als je het proper stelt, dat George W. Bush een instinctief politicus is die voortgaat op zijn buikgevoel, die een gedaantewisseling onderging na 9/11 en daarna te veel beslissingen nam op basis van dat buikgevoel. Of, als je dan toch eerlijk moet zijn, dat George W. Bush een niet al te snuggere, gewone jongen was, die de verfijning miste om de president van de Verenigde Staten te worden.

Bush schrikt op. Zijn trekken verstarren en het lijkt even alsof het warme onthaal en de Texaanse jovialiteit de kamer verlaten hebben. ‘Shrub’, zoals hij wel eens genoemd werd, heeft alle kleinerende omschrijvingen eerder gehoord, maar de clichés maken hem zichtbaar nog altijd boos. Hij buigt het hoofd, pruilt de lippen en toont de aapachtige grijns die hem zo populair maakte bij cartoonisten.

Hij slaat meteen terug. “Ik vraag die mensen om het boek te lezen. Ik begrijp dat de filter grof kan zijn. Maar ik denk dat de mensen iemand zullen zien die zorgvuldig nadacht over belangrijke kwesties, iemand die zijn ziel niet verkocht voor politieke spelletjes, iemand die principes hanteerde. Mensen moeten dan maar hun eigen gevolgtrekking maken.”

Tactische vergissingen

Het klinkt niet meteen verontschuldigend. De visie van Bush op zijn eigen presidentschap houdt wel degelijk rekening met een paar tactische vergissingen. De vlag met het opschrift ‘Mission Accomplished’ op de USS Abraham Lincoln in 2003, de voortijdige terugtrekking van troepen uit Irak na de invasie, de benoeming van zijn vriendin Harriet Miers bij het Hooggerechtshof, het feit dat hij niet snel genoeg naar New Orleans ging na de doortocht van orkaan Katrina. Er zijn tal van dingen die hij betreurt, zoals het feit dat de Republikeinen zich niet wilden wagen aan hervormingen in de sociale zekerheid en het feit dat de Democraten de immigratiehervorming in de weg stonden.

Maar wat de grote gebeurtenissen betreft - Irak, Afghanistan en de oorlog tegen het terrorisme - is Bush er volstrekt en vurig zeker van dat hij de juiste beslissingen heeft genomen.

Neem nu waterboarding. Gaf Bush zijn goedkeuring aan een ondervragingstechniek die de verdrinkingsdood simuleert om informatie los te krijgen van het zelfverklaarde meesterbrein achter 9/11, Khaled Sheikh Mohammed. “Wees maar gerust”, snauwt hij. “We krijgen die gast te pakken, de COO van Al Qaida die 3.000 mensen ombracht. Wij hadden het gevoel dat hij informatie had over een andere aanval. Hij zegt: ‘Ik praat wel met u als mijn advocaat er is.’ Ik zeg: ‘Welke opties zijn beschikbaar en wettelijk?’”

Bush zegt dat de informatie die via de ondervragingen verkregen werd, terroristische plannen verijdelde gericht op Londen, met name op Heathrow en Canary Wharf. “Drie mensen ondergingen waterboarding en ik vind dat die beslissing mensenlevens gered heeft.”

Dus nee, zegt hij, waterboarding is volgens hem geen foltering. En ja, hij zou nu hetzelfde doen. Bush zegt dat hij zich goed bewust was van de afweging tussen veiligheid en waarden. Zijn antwoord: “Als president is het je taak het land te beschermen.” Hij is er trots op dat hij een wet deed goedkeuren die toekomstige Amerikaanse presidenten het recht geeft om waterboarding te gebruiken en andere krachtige ondervragingstechnieken om informatie los te krijgen van terreurverdachten. Waarna hij persoonlijk wordt, vooroverbuigt en zegt dat hij hoopt dat ik hetzelfde zou oordelen als ik de beslissing moest nemen.

Bush neemt het ook op tegen de sceptici van ‘de oude wereld’ en de ‘niet-religieuze’ criticasters die zich vragen stellen bij de rol van het geloof in zijn wereldbeeld.

“In Europa zeiden ze: ‘Mensen toch, die kerel is een religieuze fanaticus. Een cowboy. Een minus.’ Dat soort dingen”, zegt Bush. Later in het interview werkt hij die visie verder uit. “Een van de controversiële dingen die ik geloof is dat de vrijheid universeel is. Toevallig geloof ik in een Almachtige - en dat maakt deze uitspraak misschien dubbel zo controversieel - en wat die Almachtige ons geschonken heeft, is vrijheid. En er zit een zweem moreel relativisme aan de wereld van zij die zeggen: hij legt ons zijn waarden op. Wel, dat bewijst mijn gelijk. Dat zijn niet mijn waarden, dat zijn universele waarden.” Bush is luider gaan praten, alsof hij een aula toespreekt: “Als je gelooft dat de vrijheid universeel is, dan moet je ook niet verbaasd zijn dat mensen moedige maatregelen nemen om in een vrije samenleving te leven. Dat is de fundamentele vraag: wat is de rol van vrije naties? Blijven we op de achtergrond en hopen we? Of staan we op en helpen we?”

Bush staat als politicus opnieuw in promo-modus, niet om kiezers te overtuigen, maar om lezers te winnen. In de voorbije dagen heeft hij zijn vrijwillige politieke ballingschap doorbroken om op televisietalkshows zijn boek te promoten. Oprah is al opgenomen. Hij schuimt de nieuwszenders af. En eerder deze ochtend heeft hij een interviewer een rondleiding gegeven in zijn 400 miljoen dollar dure presidentiële bibliotheek op de campus van de Southern Methodist University.

Nu zit hij terug in zijn kantoor in Highland Park, een anonieme executive suite met beige tapijt, geelbruine muren en donkere houten bureaus, waarbij alleen de affichegrote foto’s van zijn presidentschap voor een persoonlijke toets zorgen.

Opvallend afwezig zijn boeken. Want als Decision Points één vooroordeel tart over de ex-president, dan wel dat George W. Bush een bibliofiel is. De interessantste - de enige interessante - voetnoot in het boek geeft het resultaat van een wedstrijd die hij aanging met Karl Rove, zijn politiek adviseur, om te achterhalen wie de meeste boeken kon lezen in één jaar. Rove won, maar nipt: “Het eindresultaat was 110 tegen 95 boeken, 40.347 tegen 37.343 pagina’s, 2.275.297 tegen 2.032.083 vierkante inches.”

Een man van de geschiedenis

Er was ooit een beroemde sketch in Saturday Night Live die Ronald Reagan portretteerde als een stamelende domoor voor reporters en cameramensen, maar als de pers het Oval Office verlaten had, ontpopte hij zich tot een erudiet superverstand, dat in het Arabisch sprak met wereldleiders, uit het hoofd ingewikkelde wiskundige berekeningen maakte en Montesquieu citeerde. Als je Decision Points leest, dan komt Bush over als iets gelijksoortigs: een onbenul in het openbaar, een boekenworm achter gesloten deuren. Hij vermeldt dat hij tijdens zijn ambtsperiode veertien biografieën over Abraham Lincoln gelezen heeft, en verwijst ook naar biografieën van onder anderen Theodore Roosevelt, Harry Truman en Dean Acheson.

Hij is, kortom, een kamergeleerde. “Ik ben dol op lezen. Ik lees veel”, zegt hij. “De mensen zeggen: hoe kan het dat u dat gedaan hebt en toch president was? Wel, ik gaf lezen prioriteit. Ik keek geen televisie. Ik besteedde geen enkele aandacht aan wat er op tv kwam.” En hij gaat verder: “Ik vond het fascinerend geschiedenis te lezen en geschiedenis te maken.”

Het is een snaar die Bush keer op keer beroert in het boek. Hij vertelt bijvoorbeeld dat hij zijn oude leerkracht geschiedenis uitnodigde op het Witte Huis. “Het was een speciaal moment voor mij: een student die geschiedenis aan het maken was die naast de man stond die hem dat zo vele jaren geleden geleerd had.” Het hele boek door haalt hij keuzes die andere presidenten maakten aan als precedenten voor zijn meest controversiële beslissingen. Het geeft het boek een toon die, afhankelijk van je perspectief, zelfbeschouwend of presidentieel is.

Hoe dan ook, meer dan dat kom je niet te weten over de manier waarop Bush zichzelf ziet: een man van de geschiedenis. Zoals hij zegt: “Ik wil wel degelijk deel uitmaken van de geschiedenis, want ik heb veel tijd besteed aan het lezen van geschiedenis. Ik weet veel over geschiedenis. Ik weet hoe lessen werken. Ik hoop dat de mensen gaan begrijpen hoe de geschiedenis werkt.”

Wat er ook van zij, Bush komt nog altijd over als een politicus die zijn wijsheden meer van de straat dan uit boeken plukt. Als hij het heeft over Lincoln bijvoorbeeld, zegt hij: “Ook hij werd verguisd door de mensen maar hij stond voor principes en hij nam beslissingen voor Amerika. Ik vind dat zijn beslissing als president om de Unie te redden een van die grote presidentiële beslissingen was.” Klopt, maar die les leer je evengoed in het middelbaar. En hoewel Bush vlot lange woorden gebruikt, lijkt hij meer zichzelf met korte. De zinnen in zijn aangrijpende getuigenis over 11 september die het hardst als hemzelf klinken, zijn: “Mijn bloed kookte. We gingen uitzoeken wie het gedaan had en ze een lesje leren.”

Barmhartig conservatisme

Pratene met Bush na de tussentijdse verkiezingen is de verleiding groot om hem te beschouwen als iemand die al tot het verleden van de Republikeinse partij behoort. In 2008 voerden zowel Barack Obama als John McCain campagne tegen de nalatenschap van Bush. (De ex-president doet de wat pijnlijke bekentenis dat hij in 2008 geen campagne voerde voor de Republikeinse kandidaat “omdat hij dat niet vroeg”.) In 2010 was rechts in Amerika hem al vergeten: de Republikeinen werden gedragen door de Tea Partybeweging, die zich inspireerde op de tegen Washington gerichte boodschap van Ron Paul omtrent een kleinere overheid en lagere belastingen en die zich schaarde achter mensen zoals Sarah Palin en Glenn Beck. Bush en zijn notie van ‘barmhartig conservatisme’ maakten amper deel uit van de verkiezingsthematiek.

Bush laat zich liever niet uit over het huidige politieke debat. “Ik denk niet dat het goed is dat ik kritiek lever op mijn opvolger”, zegt hij. “En... ik denk niet dat het goed is dat ik uitgebreid inga op elk thema.” Maar in het weinige wat hij wel zegt over de politiek geeft hij wel duidelijk de indruk dat hij al even overdonderd is door de Tea Party als door Obama.

“Dit is wat mij vooral zorgen baart: isolationisme, protectionisme en nationalisme, de kwaadaardige drievuldigheid die vaak de krachten bundelt in Amerika”, zegt hij, waarbij hij uithaalt naar de demagogen van rechts die zich willen terugtrekken uit Afghanistan en het Midden-Oosten aan zijn eigen lot willen overlaten, maar ook naar Obama omdat die niet de verdediging op zich heeft genomen van de verdedigers van de democratie in de straten van Iran.

Bush zegt dat hij hoopt dat Amerikaanse presidenten geen invloed zullen opgeven uit beleefdheidsoverwegingen, of ervoor zullen terugschrikken te leiden in de weg naar de vrijheid. Hij haalt het voorbeeld aan van Sakineh Mohammadi Ashtiani, de Iraanse vrouw die de doodstraf door steniging kreeg. “Een overheid die niet van het volk is kan nooit ter verantwoording geroepen worden voor mensenrechtenschendingen. Iran zou beter gediend zijn met een democratie op Iraanse wijze... Ze doen alsof ze verkiezingen houden, maar een handvol geestelijken beslist.”

Frustratie en angst

Bush ontplooide als president een vrijheidsagenda - het was het thema van zijn tweede inaugurale rede - en vreest een Amerika dat denkt dat vrouwenrechten, een Israëlisch-Palestijns vredesakkoord en mensenrechten in de wereld “onze zaken niet zijn”. Hij zegt: “Ik heb geen glazen bol, maar ik kan wel zeggen dat het isolationisme het nationale debat heeft aangetast en ik maak me zorgen over de manier waarop het het momenteel aantast.”

“Ik denk niet dat er een Tea Partyplatform is. De Tea Party is een beweging van gefrustreerde mensen.” Volgens hem heeft hij het equivalent van de Tea Party aan het werk gezien in 1992, toen Ross Perot de populistische proteststemmen bundelde ten koste van zijn vader. “Er bestond heel veel frustratie tegen mijn vader”, herinnert Bush zich. “Die was gericht tegen de vrije handel. Er was angst. Het verschil tussen 1992 en deze verkiezingen is dat ze een kandidaat hadden waarachter ze zich konden scharen.”

Kwatongen kunnen er een vingerwijzing in zien dat Sarah Palin geen natuurlijke kandidaat is voor de Republikeinse partij. Dat ze, in de ogen van Bush, niet zal en mag opkomen voor de presidentsverkiezingen in 2012. Maar dat hoor je Bush niet zeggen. Hij ontwijkt de Palinvraag met een glimlach. Hij heeft een favoriet voor 2012, zegt hij, maar die komt niet op. Jeb Bush, de ex-gouverneur van Florida, zou “fantastisch” zijn, maar zal volgens zijn oudere broer nooit opkomen in 2012. Misschien is het zijn bedoeling om in 2016 de derde president Bush te worden, maar voorlopig verzamelt Jeb vooral geld en niet zozeer politiek kapitaal.

Brief van vader Bush

Een van de mythen die Bush uitgebreid aan diggelen slaat, zowel in zijn boek als tijdens het gesprek, is dat de politiek en zijn presidentschap de familie verdeeld heeft. Het klopt, de Bushes komen niet over als een familie die geneigd is tot emotioneel zelfonderzoek, maar ze zijn ook zeker geen ongevoelige politieke dynastie. Bush doorspekt het gesprek met liefdevolle verwijzingen naar ‘vader en moeder’ en omschrijft zichzelf als de begunstigde van onvoorwaardelijke liefde tot hij een man van middelbare leeftijd was.

En door een brief van zijn vader te publiceren die dateert van het begin van de oorlog in Irak probeert hij de oude verdenking weg te nemen dat George H. W. Bush gekant was tegen en zelfs ernstige vragen stelde bij de beslissing van zijn zoon om Amerikaanse troepen helemaal naar Bagdad te sturen. “Wat je doet, is juist”, faxte Bush naar zijn zoon, enkele uren nadat hij een met de hand geschreven briefje had ontvangen om te zeggen dat Operation Iraqi Freedom van start was gegaan. “Je hebt gelijk dat je je zorgen maakt over het verlies aan onschuldige mensenlevens, of ze nu Iraaks of Amerikaans zijn. Maar je hebt gedaan wat je moest doen.”

De inval in Irak blijft uiteraard een van de meest gecontesteerde beslissingen van het controversiële presidentschap van Bush. Het zal dan ook niemand verbazen dat Bush nog altijd achter die beslissing staat. Hij beschouwt zijn boek als een uitgelezen kans om nogmaals de argumenten op te sommen die een gewelddadige verdrijving van Saddam Hoessein rechtvaardigden.

“De mensen vergeten”, zegt hij verscheidene keren. “Hij was een vijand, hij was landen binnengevallen, iedereen dacht dat hij massavernietigingswapens had. Het werd duidelijk dat hij in staat was massavernietigingswapens te maken, dat hij bondgenoten had, niet bij de mensen die Amerikanen hadden gedood op 9/11, maar dat hij connecties had met terroristische netwerken. En het grootste gevaar dat de vrije wereld bedreigde, was dat samengaan van haters en massavernietigingswapens. Hoe zou het leven eruitzien als Saddam Hoessein nog altijd de macht had? De kans is groot dat er een kernwapenwedloop zou zijn.”

Maar er werden nooit massavernietigingswapens gevonden in Irak. Denkt Bush dat iemand ooit op een verborgen voorraad zal stoten in Irak? De ex-president laat een pauze vallen. Hij lijkt af te wegen wat hij kan zeggen en wat hij zou moeten zeggen. “Interessante vraag. Ik houd me bij de conventionele wetenschap dat er geen waren. Dat is het enige wat je kunt doen.”

Maar als we aandringen, zegt hij dat het een strikvraag is. Hij kan de koppen al zien: ‘Bush denkt dat er nog massavernietigingswapens in Irak liggen’. Toch... Hij laat opnieuw een pauze vallen. “Ik weet het niet. Ik betwijfel het... Het verraste me dat hij er geen had. Dat is de clou. Iedereen dacht dat hij er had.”

Rechtvaardige oorlog

Maar het relaas van Bush over de oorlog in Irak staat vol ontmoetingen met ouders en onze dierbare Amerikanen die sneuvelden in het zand van Irak. Zijn laatste dankbetuiging gaat uit naar de mannen en vrouwen van de Amerikaanse strijdkrachten. Het is duidelijk dat de 4.229 Amerikanen die onder zijn bevel stierven en de 30.000 gewonden heel zwaar op hem wegen.

Maar wat met de Irakezen? Het Witte Huis van Bush en het Pentagon weigerden jarenlang de officiële cijfers vrij te geven van het aantal Irakezen die stierven door de oorlog. Neemt Bush de morele verantwoordelijkheid op zich voor de dood van 100.000 of meer Irakezen, of vindt hij dat Saddam Hoessein daar moreel voor verantwoordelijk is?

“Ik vind dat verschrikkelijk voor hen”, zegt hij. “Ik voelde me verschrikkelijk bij al die doden als gevolg van de bevrijding, en ik voelde me verschrikkelijk bij al die doden voor de bevrijding. En ik geloof dan 25 miljoen mensen het nu beter hebben zonder Saddam.”

De ex-president vertelt hoe hij elke Amerikaanse familie met de hand aanschreef die iemand verloren had. Met zijn eigen woorden: “Ik zal altijd het verdriet meedragen dat hun familie voelt.” Maar in Decision Points overheerst steevast de rechtvaardiging: “We hebben dingen fout gedaan in Irak, maar de zaak was in alle opzichten gerechtvaardigd.”

Bush laat er geen twijfel over bestaan: hij was de opperbevelhebber. In weerwil van de algemeen aanvaarde opvatting dat de president de troepenvermeerdering in 2007 goedkeurde na aandringen van de generaals, maakt hij nu duidelijk dat hij doordrukte ondanks hun bezwaren. Het was een beslissing die toentertijd veroordeeld werd - een columnist noemde het “een op fantasie gebaseerde escalatie van de oorlog in Irak”. Het is met begrijpelijke trots dat Bush nu de eer voor het succes opstrijkt.

Zo geeft hij ook graag de indruk dat hij mensen in dienst nam en ontsloeg in het Witte Huis. Ook al leek het destijds anders, Bush werkte wel degelijk Colin Powell buiten toen die minister van Buitenlandse Zaken wilde blijven, en hij verwijderde Donald Rumsfeld uit het Pentagon toen Dick Cheney erop aandrong hem aan te houden. Hij ontsloeg dus een hoop mensen? “Dat is de job van een president”, zegt hij. En hij begraaft wat hij “de Cheney-mythe” noemt, dat hij de marionet was van de vicepresident: Bush herinnert zich vele gevallen waarbij hij een beslissing van zijn ondergeschikte herriep.

Laatste president van een tijdperk

George W. Bush werd verkozen op de overgang naar een volgende eeuw, en gezien de huidige onzekerheid in Amerika ook op wat steeds meer lijkt op de overgang naar een nieuw tijdperk. Amper twee jaar na zijn bewind staat de hegemonie van Amerika op de helling. Ik vraag Bush of hij denkt dat hij de laatste der VS-presidenten zal zijn die boven de andere wereldleiders uit stak. Aanvankelijk geeft hij een cliché optimistisch politiek antwoord: “Ik denk dat Amerika een grote toekomst heeft.”

Maar dan denkt hij na. Hij is ondubbelzinnig. “Denk ik dat Amerika de enige supermacht zal blijven? Ja. Ik denk dat Amerika nog lang een supermacht zal blijven”, zegt hij. “China, dat staat vast, is een opkomende economie. China heeft vele interne problemen, wat in mijn ogen betekent dat ze niet hegemonistisch zijn. Ze zullen ruwe materialen gaan zoeken.”

De taak van de Amerikaanse president is de macht van de VS te kanaliseren via bilaterale samenwerkingen, zegt hij, en niet via inefficiënte internationale organisaties.

Bush benadrukt dat “populariteit niets betekent”. Hij is niet meer geïnteresseerd in het verdict van het heden. De 43ste president zoekt zijn toevlucht in de geschiedenis.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234