Zaterdag 24/10/2020

'Ik heb mijn stempel wel gedrukt, denk ik'

Straks wordt hij 72, maar Will Tura is van plan door te gaan zolang zijn gezondheid het toelaat. Zoals de traditie het voorschrijft werd ook zijn nieuwe cd met goud bekroond en deze week verscheen een prachtig fotoboek waarin Tura in woord en beeld terugblikt op een tot de rand gevuld leven. 'Ik heb mijn vak altijd au serieux genomen, uit angst het anders te verliezen.'

Will Tura glundert. Onder ruime belangstelling werd zijn nieuwe fotoboek gepresenteerd en een expo in Oostende geopend, en op het einde van de feestelijkheden was er nog een verrassing: Jan Decleir die op zijn eigen onnavolgbare wijze een ode bracht aan de keizer van het Vlaamse lied. "Ik stond met open mond te luisteren. Jan Decleir!", vertelt Tura enthousiast. "Ik heb hem in de loop der jaren wel een paar keer ontmoet, maar zo goed kende ik hem eigenlijk niet. Hij heeft wel ooit voor Studio Brussel 'Eenzaam zonder jou' gedeclameerd. Wat een stem! Ik heb ook ooit een mooi compliment gehad van die schrijver die aan alzheimer leed, Hugo Claus. Hij schreef me een prachtige brief waarin hij zijn bewondering uitsprak voor mijn talent en inzet. Die heb ik goed bijgehouden. Maar het was niet de bedoeling dat die ooit in de openbaarheid kwam. Dat lag wat moeilijk in onze wereld, zei hij. En dat is waar."

De tijd dat de liefde voor de muziek van Tura alleen stiekem kon worden beleden, ligt intussen ver achter ons. Twee generaties rockmuzikanten - van Vaya Con Dios over Soulsister tot Arid en Triggerfinger - hebben hem intussen geëerd op Turalura, en ook zijn eigen achterban draagt de zanger na zestig jaar carrière nog steeds op handen. We spreken af in de bar van een duur Brussels hotel, waarvan de zanger weet dat hij er niet om de vijf minuten gestoord zal worden, al doet de dienster ook hier heel hard haar best om niet te laten zien dat ze hem herkend heeft. "In Vlaanderen kan ik mijn kop niet meer buiten steken."

De laatste jaren kijk je almaar vaker achterom. Eerst was er de biografie van je dochter Sandy, en nu hebben jullie samen ook een boek uit met foto's uit het familiearchief. Het lijkt alsof je stilaan de balans van je leven opmaakt.

"Wees gerust: ik kijk nog altijd liever naar de toekomst dan naar het verleden. Aan de andere kant: toen ik gisteren door die fotogalerij liep, besefte ik pas echt hoe gevuld mijn leven is geweest. Ik heb veel verwezenlijkt. Mijn grootste geluk is dat ik nooit terug ben moeten komen na vijf of tien jaar. Vanaf het moment dat ik mijn eerste single uitbracht, eind jaren vijftig, ben ik non-stop bezig gebleven.

"Natuurlijk zijn er naast de ups ook downs geweest, maar die waren nooit van die aard dat ik helemaal vergeten werd. Het duurde nooit lang voor ik mijn kopke toch weer boven water stak met een nieuw liedje. Dan zeiden ze dat Tura weer een trend had gevolgd. En dat was ook zo, maar dat kwam gewoon omdat ik in veel verschillende stijlen kan componeren. Ik hou evenveel van jazz als van een goeie meezinger. Ik kreeg een beetje niveau in Vlaanderen door songs op te nemen die hier erg apart waren, zoals 'Ik hou van jazz', maar tegelijk volgde ik ook de mode. Ik heb reggae gemaakt. En gospel. Gerapt, ook. En ik voelde al die muziekstijlen echt aan. Als ik zie wat Elvis Presley allemaal gedaan heeft, dan loop ik daar bijna tussen. Country, gospel, blues... hij kon het allemaal. Elvis was een goeie allrounder."

Zijn er trends die je gevolgd hebt maar waar je achteraf van moest toegeven dat ze je toch minder lagen?

"Ja. Disco. Dat vond ik achteraf bekeken wat onnozel. Alleen: op dat moment stond ik met mijn rug tegen de muur. Op aanraden van mijn producer heb ik toen een aantal oude hits opnieuw opgenomen in een discoversie, en op die manier zijn we in de running kunnen blijven. Maar dat waren uitzonderingen, voor de rest werkten we vrijwel uitsluitend met origineel materiaal. Intussen staan er meer dan zeshonderd songs op mijn repertoire. Dat zijn véél uren in de studio. Ik heb altijd met de beste mensen in het vak gewerkt, dat scheelt ook."

Er staan nogal wat familiefoto's in het nieuwe boek, en je bent ook altijd tamelijk los omgegaan met 'de boekskes'. Nooit spijt gehad dat je je privéleven niet beter hebt afgeschermd?

"Nu niet meer, nee. Vroeger vocht ik voor mijn privé. Toen mochten mijn kinderen niet gezien zijn, en als ik een foto aan een blaadje moest geven, was dat doorgaans een geposeerd portret. Met het hele gezin rond de kerstboom of zo. Ik heb altijd fair play gespeeld tegenover de pers. Zij geven mij veel, en dus moet ik af en toe ook iets terugdoen. Een goed interview was altijd zeer welkom, en als ik een goede relatie met het blad in kwestie had, vond ik het wel fijn dat ik de mensen kende of zelf mocht kiezen wie me zou komen interviewen. Bij Humo was dat Guy Mortier. Die was weliswaar pro Will Tura, maar ook erg streng. Ik heb daar altijd goed mee overweg gekund. Herman Selleslags maakte ook altijd prachtige foto's. Die kon me er echt als een filmster doen uitzien. Daarnaast heb ik regelmatig met een reportage of een interview in Story en Dag Allemaal gestaan, en dat beklaag ik me niet. Tegen Sandy zeg ik dat ook altijd: zorg goed voor jezelf en wees voorzichtig met wat je doet. Dat is de beste raad die ik haar als vader kan geven. Voor de rest moei ik me nergens mee: de kinderen zijn volwassen en ze kunnen hun plan trekken. Mijn zoon is piloot en Sandy heeft een toffe vent."

Brengt Luk Alloo er wat van terecht als schoonzoon?

"Echt wel. Hij was vroeger al een vriend en na elk interview dat hij met me deed zei hij altijd hetzelfde: 'Doe de groeten aan je dochter.' (lacht) Luk had haar al heel vroeg in de gaten. Ze zijn een tijdje samen geweest, dan is het even fout gelopen, en nu hebben ze elkaar weer gevonden. Ik voelde al heel snel dat het weer goed zou komen. Ik ben geen buitenstaander, hé. Sandy had een heleboel goeie vriendinnen en daardoor bleef er weinig tijd over voor haar plannen met Luk. Enfin, ze heeft me ook niet alles verteld, natuurlijk. Zo gaat dat. Maar toen ze het eerste exemplaar van de biografie in handen had, kon ze niet wachten om hem te bellen. Het was altijd: Luk, Luk, Luk. En nu zijn ze gelukkig. Ik was wat verbaasd toen ze die eerste keer besloten om een punt te zetten achter hun relatie. Volgens mij leunde ze toen wat te dicht aan tegen haar vriendinnen. Ik denk dat ze haar vrijgezellenleven nog een beetje wilde rekken. Ik was zelf ook al tweeëndertig toen ik de stap zette."

Je bent van kindsbeen af muzikant geweest. Nooit het gevoel gehad dat, doordat alles altijd in het teken van je carrière heeft gestaan, een deel van het leven door je vingers is geglipt?

"Natuurlijk. Ik heb geen jeugd gehad. Mijn broers en mijn zus gingen uit. Die konden naar een dancing, of zaten op café. Het is waar wat mijn familie zegt: met mijn kop kun je nergens komen. Dat was vroeger zo, en vandaag zéker. In Brussel kan ik nog tamelijk anoniem zijn. En in het buitenland ook, zolang er geen Vlamingen in de buurt zijn. Als artiest heb ik bereikt wat ik wilde bereiken, maar dat is de keerzijde van de medaille. We leven in een klein landje, hé. Een eerlijk: ik zou het ook niet anders hebben gewild. Ik ben een gelukkig man, met een fantastische carrière en een toffe vrouw die me goed verstaat."

Dat doet me eraan denken: een paar jaar geleden heb ik voor een artikel over jou een heleboel Belgische artiesten opgebeld om hen te polsen naar hun favoriete Tura- nummer. Iedereen had wel een goed woord voor je over. Behalve Will Ferdy. Die wilde niets met je te maken hebben.

"Ik heb die mens nooit een strobreed in de weg gelegd, dus dat is straf."

Hij nam het je enorm kwalijk dat je - ik citeer - nooit voor je geaardheid bent uitgekomen. Ik vertel niets nieuws als ik zeg dat dit een verhaal is dat inmiddels al jaren de ronde over je doet.

"Wélke geaardheid? Moet ik daar nu écht op reageren? Ik sta niet in voor wat een collega zegt, en hoef me dus ook niet te verdedigen. Ik heb Ferdy gekend als componist toen ik in Oostende nog in het Witte Paard zong. Eind jaren vijftig was dat. Ik vond zijn nummers wel oké, maar voor mij swingde het allemaal niet genoeg. Er is me wel eens voorgesteld om wat van hem op te nemen, maar daar ben ik om die reden nooit op ingegaan. Ik denk dat daar de frustratie een beetje gegroeid is. Enfin, Will Ferdy is een rare kerel, want hij reclameert op iedereen. (geprikkeld) Ik ben verdorie blij dat ik nooit contact met hem heb opgenomen om iets van hem te zingen, want anders had ik misschien nog wat meegemaakt. Kijk: ik heb geen probleem met hem, maar hij kennelijk wel met mij. Misschien was hij verliefd op mij, en is hij kwaad omdat ik nooit met hem in bed ben gekropen. Dat zou kunnen. Who knows?"

In de jaren zestig was je met James Dean-looks alleszins hét meisjesidool van Vlaanderen. Viel het mee om als jonge held het hoofd koel te houden bij zoveel adoratie?

"Nee. En ik ben altijd zeer goed georganiseerd geweest als het eropaan kwam mijn vriendinnetjes weg te steken. Tot ik Jenny heb gevonden, want ik voelde meteen dat zij de ware was. Maar geloof me: voordien heb ik al de beauty's in Vlaanderen gekend.

"Ik zal je trouwens iets zeggen wat ik nog nooit verteld heb. Ik was altijd al geïnspireerd door de vrouwen. Nog steeds, trouwens. Als jongen van zestien speelde ik in Oostende bij een dansorkest, en daar had ik als snel een superknap meisje in de gaten. Zo'n Spaans type. Echt wondermooi. Dat was mijn vlam toen ik een jonge gast was. Ik had toen al kaartjes, maar zij kwam niet voor een handtekening. En dat intrigeerde mij. En toen ze op een dag toch vroeg of ik iets wilde signeren, weigerde ik. Ik wilde háár handtekening. (lacht) Dat was mijn liefdesverklaring, en de vlam sloeg - tsjak - meteen over. 't Was bingo. Het meisje heette Gigi, en we zijn jaren samen geweest zonder dat iemand daar ooit iets van geweten heeft. Ik heb toen met 'Hey Gigi' zelfs nog een liedje voor haar geschreven. Ik was van kindsbeen verliefd geweest op Carmen Sevilla, een Spaanse zangeres en actrice. Wel, Gigi was mijn Carmen Sevilla."

Zijn er dingen uit je leven die je, nu je weet wat je weet, beter anders had aangepakt?

"Nee. In het Frans zeggen ze: on ne peut pas être et avoir été. Ik zou vandaag niet kunnen zijn wie ik ben mocht ik vroeger anders in het leven hebben gestaan. Ja, ik heb lang getwijfeld over de vraag of ik in het kleine Vlaanderen moest blijven, of toch internationaal moest gaan. Ik ben wel eens naar Londen gegaan om daar twee plaatjes op te nemen, maar ik zat in Vlaanderen met vijfentwintig optredens per maand. Ik had een fantastisch orkest, en mijn broer was m'n manager. Het succes bleef komen, en uiteindelijk heb ik Engeland gelaten voor wat het was. Ik vroeg garanties en die konden ze me daar - uiteraard - niet geven. In de showbusiness bestaan geen garanties. En daarmee was ook mijn interesse weg om in Frankrijk of Duitsland iets te betekenen.

"Drie jaar geleden heb ik voor de fun nog wel eens een Engelse versie van 'Onvergetelijk' opgenomen. Dat paste, omdat het een echte jazzplaat met een big band was. Dat heeft me geamuseerd, maar tegelijk kroop er geweldig veel tijd in. Bovendien: wat zou ik nu nog in het buitenland gaan doen? Ik word tweeënzeventig, straks."

Op die leeftijd is het niet ondenkbaar om te beslissen dat het genoeg is geweest. Tijd om het wat rustiger aan te doen.

"Mja. Maar mocht het vandaag stoppen, dan zou ik toch wel iets missen. Daar zou ik echt aan moeten wennen. Ik dank de hemel en het publiek. Ik zei het al: ik ben gelukkig. Ik heb alles gedaan en alles mogen doen. Behalve een film maken. Ik heb ooit wel eens geacteerd in een verfilming van De lange nacht van Marnix Gijsen. Dat was een mooie rol, maar de zaak is failiet gegaan voor alles gedraaid was. Ik ben nooit betaald geweest, dus financieel heb ik daar mijn broek aan gescheurd. En het was me niet om het geld te doen. Alleen jammer dat er vandaag alleen nog wat foto's van overblijven. Daarnet zag ik Aznavour nog acteren in een film op tv. Toen dacht ik wel: dat had ik kunnen zijn. Volgens mij kun je gemakkelijk zowel zanger als acteur zijn. Maar goed: ik heb me nadien weer volledig op de muziek toegelegd, en die ontgoocheling was snel doorgeslikt."

Deze week trad Tony Bennett op in Antwerpen: vijfentachtig en nog steeds in topvorm. Is dat een scenario dat je voor jezelf ook weggelegd ziet?

"Ik zou alleszins willen blijven zingen, al zal ik dat wel op een andere manier moeten doen. Nu ben ik nog steeds gebonden aan mijn tournees, en dat moet veranderen. Ik wil al eens een jaar niets kunnen doen. En dan een plaat maken en daar nadien een twintigtal concerten mee doen. Dat zou mooi zijn. Nu werk ik er nog altijd drie keer zoveel af. Ik ben ook niet meer van plan om nog grote concerten te geven, zoals 'Tura in Symfonie' of dat concert voor mijn zeventigste verjaardag, een tijdje geleden. Ik heb mijn stempel wel gedrukt, denk ik. Laat me gewoon nog maar wat voortdoen.

"En ook: het moet goed blijven. Het laatste wat ik wil, is afgaan. Ik ben een leeuw, en leeuwen hebben een sterk karakter. Dus de dag dat ik van mezelf vind dat ik niet meer op niveau presteer, stop ik meteen. Zoals Eddy Merckx. Ik moet er nu veel meer voor doen dan vroeger om mijn vorm te behouden. Ik kom nooit buiten zonder sjaal uit angst dat mijn stem het anders zal begeven. En ik ga nog steeds joggen. Maar de zalen zitten nog steeds goed vol, en belangrijker: ik doe het nog altijd gráág."

Je bent intussen op een punt gekomen dat je letterlijk incontournable bent geworden. Om maar eens een simpele vraag te stellen: hoe voelt dat?

"Het sterkt me vooral in de overtuiging dat ik de controle nooit uit handen mag geven. Want ik ben nu wel waar ik moet zijn, maar eigenlijk ben je er nooit. Het kan altijd beter. Of het moet toch minstens even goed blijven. Ik besef ook heel goed dat het morgen al gedaan kan zijn. Ik kan ziek worden. Of een hartaanval krijgen. Ik ben intussen op een leeftijd gekomen dat er regelmatig iemand wegvalt die me dierbaar was. En dat is niet altijd gemakkelijk. Ik denk heel vaak aan diegenen die er niet meer zijn. Ook door er liedjes over te zingen.

"Eind vorig jaar is Nelly Byl gestorven. Tweeënnegentig. Een chique madam. En altijd aan het schrijven. Ze was geen muzikante en geen zangeres, maar samen met mijn producer Jean Kluger heeft ze het grootste deel van mijn repertoire bij elkaar geschreven. 't Was een geschenk uit de hemel om met haar te kunnen werken. Ze schreef de teksten ook écht op mijn lijf. Ze wist wat kon, en wat niet. Als het liedjes waren over drank of geweld, paste ik meestal. Bij mij moest het tamelijk serieus zijn. (stil) Ik heb op haar begrafenis 'Ik mis je zo' gezongen. Maar ze woonde in Brussel, en er was nauwelijks volk in de kerk. Zonde. Ze had méér verdiend."

Je jongere broer heeft het halverwege de jaren zeventig ook in de muziek geprobeerd onder de naam Billy-O. Hoe komt dat hij het niet gemaakt heeft, en jij wel?

"Jean-Marie was een geweldige drummer en een groot componist. Een echte rocker, ook. Maar hij is veel te vroeg gestorven. Hij begon destijds in het allereerste bandje van Johan Verminnen, samen met Raymond van het Groenewoud. Ik zie ze nog de villa binnenkomen die ik toen net in Steenokkerzeel gebouwd had. En ik tegen mijn broer: wie zijn die gasten? We scheelden tien jaar, dus in hun ogen was ik toen al een ouwe vent. Ik heb Johan Verminnen ontdekt, eigenlijk. Ik vond het een echte bink. Perfect geschikt voor de popmuziek. Ik heb hem bij Jean Kluger geïntroduceerd en zo is zijn carrière aan het rollen gegaan. Jean-Marie had talent zat. Ik ga niet zeggen dat hij de grootste zanger was, maar in de rock-'n-roll zou hij het zeker gered hebben. Hij hield van heavy metal, vond mijn muziek veel te braaf. Er waren wel een paar nummers die hij kon smaken: 'De noorderwind', 'Als de muren konden praten', 'Het kan niet zijn'. Dat waren songs waar power in zat. Zo moest ik er meer maken, vond hij. Maar mijn tong hing soms tot op mijn schoenen als ik die nummers zong. Het vergde veel energie om ze live te brengen, ook al zijn het uitgerekend zulke liedjes die de aanzet hebben gegeven tot Turalura."

Je bent altijd enorm productief geweest, en lange tijd bracht je minstens één cd per jaar uit. Inmiddels komen de platen wel wat trager. Heb je het gevoel dat je alles al een keer verteld hebt?

"Nee, maar de tijden zijn veranderd. Vroeger waren er nooit adempauzes. Ik nam een plaat op, bleef ondertussen optreden, componeerde, ging opnieuw de studio in en nadien waren er wéér concerten. Dat was heel zwaar, maar op het moment zelf was het te druk om daar lang bij stil te staan. We waren de kampioenen van de bals in Vlaanderen. Ik herinner me een periode dat we vijfenzeventig dagen na elkaar een optreden hadden. Echt zottenwerk, maar ik bleef ervoor gaan. Ook al had ik nadien een inzinking. En toch: op commercieel vlak was dat een echte topperiode. Overal wilden ze me hebben. Ik stond in iedere tent, in iedere zaal, op elk festival. Ik denk niet dat er veel dorpen in Vlaanderen zijn waar ik nooit gespeeld heb."

In het beroep dat je gekozen hebt, ben je gedwongen om - al was het maar na de optredens - een sociaal dier te zijn. Gaat dat je goed af of ben je eerder verlegen van aard?

"Ik kan daar wel mee overweg. Als internationale artiesten naar Vlaanderen komen, treden ze hier vaak maar één keer op. Dan staan ze in zalen van acht- of tienduizend mensen en is het onmogelijk om achteraf nog een signeersessie te doen. Maar ik ben begonnen op de bals, waar ik vaak concerten had in twee of drie delen. Meestal had ik een loge waar de mensen bijna van in de zaal konden zien hoe ik me stond om te kleden. Bijgevolg kwamen er algauw mensen op me af met de vraag of ik hun plaatje wilde signeren. Of ze wilden met mij op de foto. En ik heb dat er altijd voor overgehad. Ik ruimde ook altijd plaats voor gehandicapten. Als die er waren, liet ik de bloedmooie modellen in de rij nog wat langer wachten. Mijn moeder zei altijd dat ik geboren was voor dit beroep. En inderdaad: ik hou van mensen. Zelfs als tiener sprak ik elke zondag al met mijn vrienden af om achter de kerk te gaan roken. We waren net naar de mis geweest, dus nadien kon er wel een zonde af. (lacht) Om maar te zeggen dat het sociale aspect van dit vak me als gegoten zit."

Ik hoor vaak van artiesten dat ze na hun optreden vooral behoefte hebben aan stilte. Jij duikt dan nog een uur het publiek in om handtekeningen te zetten.

"Oh, maar als het optreden erop zit en ik heb het publiek gegroet, is dat bij mij ook zo. Dan stap ik met een handdoek om mijn hals de wagen in, en rij ik in stilte terug naar huis. Er staat zelden muziek op in de auto. Thuis kijk ik dan nog een kwartiertje televisie om te ontspannen, want voordien heb ik wél alles gegeven. Daarom heb ik ook 'Ik ben een zanger' opgenomen. Dat lied zegt het allemaal. 't Is een beetje mijn 'My Way', eigenlijk. Toen ik de tekst las, besefte ik dat het niet alleen mijn carrière samenvatte, maar ook mijn hele leven.

"Nu, na al die jaren weet ik nog steeds niet of een lied zal aanslaan. De eerste keer dat ik 'Hopeloos' live speelde, was de reactie in de zaal ook hopeloos. Maar de week nadien stond het publiek een uur na het concert nog te zingen, en uiteindelijk is het een van mijn allergrootste hits geworden. Dat had ik nooit durven voorspellen. Zelfs als er nu nooit nog een hit komt, ben ik tevreden. Ik heb alles gedaan, alles beleefd. En ik heb mijn vak altijd serieus genomen. Bang dat ik het anders kwijt zou raken. Die angst is er nu niet meer. En dat is goed zo."

Will Tura. Een leven in beeld is uit bij uitgeverij Lido, en telt 208 pagina's. De bijbehorende expo loopt nog tot 19 augustus in de Koninklijke Gaanderijen op de Zeedijk in Oostende en is gratis toegankelijk. De cd Ik ben een zanger is uit bij Universal.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234