Zondag 11/04/2021

'Ik heb mezelf lang gehaat omdat ik half ben'

Straatrat met universitair diploma, moslim met katholieke pit, Turkse Belg met Gentse tongval. Moeizaam verweeft rapper Fatih De Vos-Şahan (28) de diepste contrasten. Zijn lijflied 'Contradictio' schitterde deze week als themasong van de Gentse Lente, zelf hunkert hij naar een nieuw begin. 'Ik wil niet de gefrustreerde allochtoon zijn.'

Alles van waarde is weerloos en alle allochtonen zijn naamloos als Fatih het podium van de Gentse Lente aanvalt. Hij brult: "Nieuw Gent, waar zit ge?", en doet vanonder een grijze capuchon het ruim gevulde plein Bij Sint-Jacobs exploderen. Met 'Contradictio', 100.000 YouTube-clicks in zeven dagen tijd, schreef de aanjager van het hiphopcollectief Rauw & Onbesproken de soundtrack bij de Gentse Lente, waarbij burgemeester Daniël Termont (sp.a) en met hem de hele Arteveldestad de woorden 'allochtoon' en 'autochtoon' begraaft.

Fatih: "Op het podium herken ik mezelf soms niet. Dat is de plaats waar ik alles kwijt kan, waar ik kan loslaten. Mijn agressie, mijn frustratie, mijn energie. De ene bokst, de andere fietst, ik zing."

Terug nu, tot drie dagen voor de bloei van de Gentse Lente, naar maandagavond iets voor zessen. In Misterioso, een klassiek café in de Gentse binnenstad, vertelt Fatih over zijn afspraak met Koen Crucke, een grote fan, later die avond. Over de clip bij 'Contradictio', de opnames op het dak van de Gentse stadsbibliotheek en, jawel, over de plotse roem.

"Ik had verwacht dat veel mensen zouden denken: is hij daar nu weer, met zijn moraliserende gedoe over allochtonen, maar ik heb nog geen enkele negatieve reactie gehoord. Niet één. Het doet deugd als je hoort dat andere mensen zich in je liedjes herkennen. Het is hoopgevend om te voelen dat je niet alleen bent."

De boodschap van 'Contradictio' is helder, harmonie is de weg tot geluk. Eerder, met het gespierde lied 'Ho's en blingbling', haalde Rauw & Onbesproken fors uit naar de Antwerpse burgemeester Bart De Wever (N-VA). Aan tafel, echter, primeert de twijfel. Zo overtuigd als Fatih zijn verzen spuwt, zo driftig nuanceert hij zijn woorden. Haast verontschuldigend zal hij ergens in het gesprek zeggen: "Ik wil zeker niet 'die gefrustreerde allochtone rapper' zijn, anders stop ik mezelf weer in een hokje. Maar ik wil wel rappen over de dingen die mij aangaan, en als er dan eens een moraal in zit: rien à foutre, weet je."

'Fatih, contradictio in terminis

een rappende straatrat met een diploma unief

ik laat u alle kanten zien

weet wat er te weten valt

ik leef doodgraag

hoewel het merendeel tegenvalt'

"Ik ben opgevoed door mijn moeder, die alleenstaand was en van 's morgens vroeg tot 's avonds laat ging werken. Haar enige prioriteit in het leven was ik, ze heeft zichzelf compleet weggecijferd. Nog altijd, trouwens. Nu wonen we aan Dampoort, maar van mijn vierde tot mijn achttiende heb ik in de grote appartementsblokken van het Rabot gewoond. Mijn hele socialisatieproces heeft zich daar afgespeeld. Wij hadden het niet breed, maar dat was niet ons grootste probleem. Dat was mijn vader. Ik was een buitenechtelijk kind, weet je, en aangezien mijn vader het ons niet altijd even makkelijk maakte, hebben we dikwijls miserie gekend. Intussen kan ik hem begrijpen en zie ik hem echt graag, maar mijn hele jeugd heb ik die man vooral gehaat. En tegelijk werd ik zelf genegeerd door mijn Turkse familie, die mijn moeder een ongelovige vond. Mijn vader woonde met zijn vrouw en vier kinderen een beetje verderop, maar ik heb met de Turkse tak van mijn familie nooit echt contact gehad."

De appendix van zijn naam, De Vos-Şahan, was lang de ballast aan het bestaan. "Een serieus issue", noemt Fatih zijn vader. Het liggend streepje, een woelige kwestie. Als een koorddanser balanceerde hij - half Belg, half Turk - op de kabels van het leven. Ternauwernood bleef hij recht.

"Van kleins af aan was ik een probleemkind. Niet omdat ik zelf iets verkeerd deed, ik was een brave jongen, maar alleen al het feit dat ik bestond was voor veel mensen een groot probleem. Mijn hele jeugd heb ik het gevoel gehad dat ik er beter niet was geweest, dat ik niet veel goeds had veroorzaakt door op de wereld te komen. Later heb ik het conflict der culturen ook aan den lijve ondervonden. Mensen hebben me gedwongen om één cultuur te kiezen, om in één hokje te kruipen."

Troost kwam, zoals wel vaker, uit de woorden. "Toen ik jong was, had ik veel problemen. Ik sprak met psychologen, voelde veel verdriet, was vaak alleen. Maar ik schrijf al heel mijn leven, gedichten vooral, en dat is als therapie voor mij, want ik was echt wel ziek in mijn hoofd."

Maar schrijven hielp dus, verloste, elektriseerde. Net als muziek, zijn uitlaatklep, en religie, zijn kompas.

"Ik ben katholiek opgevoed. Elke week ging ik met mijn moeder en mijn grootmoeder naar de mis en at ik braaf mijn hostie. Ik was een stille jongen, weet je. Ik volgde acht uur wiskunde en was altijd bij de beste van de klas. Maar toen ik zeventien was, suckte de wereld rond mij opeens keihard."

In zijn pubertijd experimenteert Fatih met zedenleer. En, de slinger stopt zelden halfweg, op zijn achttiende bekeert hij zich tot de islam. Als een parelvisser duikt hij de Koran in, beslist en bezeten.

"In het begin was ik heel strikt. Ik bad vijf keer per dag, leefde heel strikt, en was ook lid van een zeer religieuze moslimgroepering. Ik had in die periode een hekel aan alle Belgen, en dus ook aan mezelf. Ik haatte mezelf omdat ik half was. Gelukkig heb ik vrij snel beseft dat ik via mijn extreme gedrag vooral aansluiting bij mijn Turkse familie wou vinden. Het was geen roeping uit de hemel, ik wou aanvaard worden.

"Sinds ik moslim ben, is de band met mijn vader iets beter. Hij komt af en toe op bezoek en toen het een paar jaar geleden zeer slecht met hem ging, hebben we hem even in huis genomen. Ik kan intussen ook begrijpen waarom hij vroeger zo heeft gehandeld, maar onze relatie is nog altijd zeer raar. Ik besef wel dat ik steeds meer op hem begin te lijken. Ook ik kan zomaar van de dingen weglopen, zonder met anderen rekening te houden. Hatelijk."

Niet alleen met de genen, ook met het geloof worstelt Fatih momenteel fel. Soms denkt hij dat hiphop de volle vroomheid in de weg staat - "je komt onvermijdelijk met drugs en alcohol in contact" - maar bovenal regeert de zelfbezinning.

"Ooit ga ik dood, dat is zeker, maar wat erna? Ik ben geen slechte mens, dat weet ik van mezelf. Maar ik heb mezelf verplicht om in de hemel en de hel te geloven en daarom voel ik mij soms schuldig over mijn levensstijl. Het evenwicht vinden tussen gelovig en werelds, daar ben ik op dit moment heel hard mee bezig."

'Schaduw van mezelf

in een leven van contrasten

constant wikken wegen

maakte mij te vroeg volwassen'

Jagen op balans, het zou de titel boven Fatihs leven kunnen zijn. Mochten levens titels tolereren. De balans tussen België en Turkije, moeder en vader, Bijbel en Koran, straat en school. "Op mijn zeventiende wou ik begrijpen waarom ik mezelf dwong om één cultuur te kiezen, waarom ik in conflict lag met mezelf, waarom de mensen in de buurt deden zoals ze deden. Sociologie leek de beste oplossing om mijn situatie beter te begrijpen en om mezelf te vormen. Als eerste van de familie heb ik mij aan de universiteit ingeschreven. Wij zijn allemaal arbeiders, je kunt je wel inbeelden hoe trots iedereen was."

Het bachelordiploma heeft hij intussen bereikt, enkel zijn thesis verhindert een mastergraad. Vooral zijn thesis. Lacht hij: "Het lukt maar niet, maat." Nochtans lijkt het onderwerp, 'Hiphop in Vlaanderen', hem op de ziel gesneden. "De Nederlandstalige hiphopscene in Vlaanderen is zeer middenklasse en zeer blank. Bijna nooit wordt er iets aangeklaagd, het gaat altijd over hun ex-lief. Ik wil daar graag verandering in brengen, en mijn thesis moet een eerste kwalitatieve aanzet zijn."

Maar het lukt dus niet, maat. De laatste tijd heeft hij te veel op straat gelopen, zegt Fatih. Te veel rondgehangen, te veel opgetreden, te veel domme dingen gedaan. "Miserie in de liefde, foute vrienden, je kent dat wel. Pfff, ik heb veel tijd verloren..."

Zelfs stoppen is in Fatihs gedachten geen taboe meer, verrast hij. Net nu zijn naam ook buiten de Rabotwijk weerklank vindt. Juist daarom, vreemd genoeg. Want, zo zegt hij: "De jonge gasten van 't Rabot tonen zich superondankbaar. Het is voor hén dat ik rap, maar wanneer ik in de wijk kom, heb ik gegarandeerd boel. Het is al twee keer gebeurd dat iemand een mes tevoorschijn haalt wanneer ik toevallig passeer. Soms heb ik het gevoel dat ze mij als een verrader zien, omdat ik in het Nederlands rap en veel met Belgen omga. Dat stelt teleur, en op zulke momenten denk ik echt aan stoppen."

De grootstad lonkt. Het buitenland, wie weet. De dromen hoe dan ook.

"Gent is mijn eerste liefde, maar ik heb het gehad. Ik wil weer anoniem kunnen zijn. Ik heb ook het gevoel dat ik méér kan dan rappen. Ik wil de wereld zien en mijn dromen niet laten beperken door muziek. Ik heb weinig zelfvertrouwen, maar ik vind van mezelf dat ik goed kan schrijven. Ik zou een goeie journalist zijn, denk ik. Wat Rudi Vranckx doet: wow, de max. Vooral de West-Afrikaanse culturen trekken mij enorm aan. Ik wil mijn wereldbeeld verruimen, en zo beter leren om dankbaar te zijn voor wat ik hier heb."

Om dan, verlegen lachend, af te ronden: "Of ben ik nu aan het zeveren? Een Turkse Belg in Afrika, klopt dat eigenlijk wel?"

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234