Maandag 25/01/2021

Ik heb met hart en ziel geleefd

Opluchting bij het lezen van het krantenbericht. Dat was het gevoel toen Het Belang van Limburg begin vorige week Erika Thijs (CD&V, 47) aan het woord liet. 'Ben blij dat het engeltje op het juiste moment is gekomen', had ze de journalist ge-sms't. Dat was, letterlijk, het eerste teken van leven na een zware operatie in een Parijs ziekenhuis, waar dokters een riskante ingreep verrichtten om de ex-senator, vandaag gedeputeerde voor Welzijn en Gezondheid, van een acute galkanaalkanker te genezen.

Ook al vond die operatie pas drie weken geleden plaats, Erika Thijs is al terug thuis, in Rijkhoven, een wel zeer landelijke deelgemeente van het Zuid-Limburgse Bilzen. "Op de foto zie je niet eens dat ze ziek is", zei fotograaf Tim Dirven. Tijdens het interview vergaten we dat meermaals. Als Erika Thijs praat, kan het bandrecordertje haar woordenvloed bij wijze van spreken amper bijhouden. Ze had zelfs lasagna klaargemaakt ("Jullie kunnen toch niet met een lege maag terug naar Brussel. Of zijn jullie soms vegetariërs?"). Daarvoor was er natuurlijk al koffie, en zelfgemaakt gebak, en vervolgens soep, en schenkt ze een voortreffelijke Rosso di Montalcino. En tussenin was het soms lachen gieren brullen - tot Erika Thijs ineens dubbel plooit, van de pijn. Tot ze haar litteken toont, het uitwendige spoor van wat een dwarsdoorsnede is geweest. En zijdelings, quasi achteloos, valt er af en toe een zinnetje tussen. "Sinds de chemo zie ik niet goed meer." "Ik kan nog niet lezen. Geen boek, maar ook nog geen krant. Dat vereist te veel concentratie." Of: "Ik ben nog te zwak. Ik babbel veel, want ik kan nog niets anders."

Door Walter Pauli / Foto Tim Dirven

'Mijn vriend Pascal stierf in 1998, precies tien jaar geleden, aan leverkanker'

"Sindsdien heb ik altijd gezegd: 'Ik aanvaard elke dood, behalve leverkanker.' Nog vorig jaar heb ik dat herhaald. In 2006, in de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen, begon ik plots heel moe te worden. Al in april 2006 heb ik tegen onze partijsecretaris Pieter Demeester gezegd: 'Pieter, ik heb kanker. Ik voel het. Het enige wat ik wil is dat het geen leverkanker is. Ik weet wat het is, ik ken de lijdensweg, ik weet dat er niets tegen bestand is.'

"Pas een jaar later werd mijn kanker vastgesteld. Ik zal die mededeling nooit vergeten. Ik zat met mijn zus en een paar vrienden in het cafetaria van Gasthuisberg. Daar vertelde dokter Van Steenbergen het nieuws: 'Mevrouw Thijs, u hebt galkanaalkanker, met uitzaaiingen naar de lever.' 'Help!', dacht ik toen, 'dat red ik nooit.' De dokter zei dat hij wel een stent kon plaatsen, een buisje waardoor vocht uit de lever het lichaam kan verlaten, omdat door de tumor het galkanaal dichtgeslibd is. 'Dan hebt u één, misschien nog twee jaar te leven.'

"'Hoe? Dan kan ik geen vijftig meer worden?' Dat was de eerste gedachte die door mijn hoofd schoot: het feest dat ik mentaal al halvelings aan het plannen was voor mijn vijftigste verjaardag, zou niet kunnen doorgaan.' Pas terug thuis besefte ik de ernst van de situatie.

"Binnen de kortste keren zat het huis hier vol vrienden. Die zijn allemaal samen naar een oplossing beginnen zoeken. Er zou toch wel één mens in de wereld moeten bestaan die mij kon helpen. Ik stelde één eis: geen chemo. Niet met mij. Ik weet hoe hondsziek je kunt zijn van zo'n chemokuur. Dat wilde ik niet: 'Dan wordt mijn laatste jaar maar mijn beste.' Iedereen is toen beginnen informeren en bellen naar dokters en behandelingen. Op een bepaald ogenblik kwamen twee dezelfde oplossingen uit de bus: het Parijse ziekenhuis Paul Brousse.

"In Leuven heb ik me toen inderdaad een stent laten plaatsen. Samen met mijn ouders en mijn vrienden ben ik eerst een week naar de Provence gegaan en vervolgens naar Parijs. Professor Castaing zei: 'Ik opereer je, op één voorwaarde: er mag geen uitzaaiing zijn.'

"Ze hebben mij geopereerd. Volgens planning zou ik op verkiezingsavond 10 juni uit narcose wakker worden. Ik had vooraf nog tegen Yves Leterme gezegd: 'Als ik wakker word, moet jij gewonnen hebben.' Maar toen ik ontwaakte, was het nog maar vrijdagavond. Ik wist meteen dat het fout zat. Er bleken inderdaad uitzaaiingen te zijn, in het buikvlies. Die waren geen gevolg van de kanker zelf. Het waren slechte cellen die ervandoor gegaan waren bij het plaatsen van de stent. Dokter Van Steenbergen kon er ook niets aan doen. Zonder die stent zou ik al overleden zijn. En zo'n uitzaaiing is nu eenmaal een risico. Ik ben de dokter eeuwig dankbaar voor die eerste stap. Maar als ik dus opnieuw een operatie wilde, moest ik chemo krijgen. Ik heb het dan ook maar aanvaard."

"Toen Phara de Aguirre hier enige tijd geleden kwam kamperen voor de opnames van Mijn moeder, zei ik haar: 'Soms denk ik dat ik te naïef ben om te beseffen hoe erg het met mij is gesteld. Want als niet één dokter in België gevonden wordt om die operatie te doen, moet er toch iets ergs met mij aan de hand geweest zijn. Wij beschikken toch over topziekenhuizen, nietwaar? Ik ben in Antwerpen geweest, in Brussel, Leuven, Gent. Nergens riskeerden ze die ingreep. Het is een operatie van tien uur. Alles wordt gecontroleerd op uitzaaiingen en natuurlijk wordt alles weer in elkaar gepuzzeld. Ze hebben mijn gal weggenomen, mijn galkanaal, de helft van mijn lever en wellicht nog van alles, maar ik ben geen medicus.

"De medische wetenschap gaat elke dag vooruit. Elke dag kan men meer mensen helpen. Toen ik vorige week wegging in het ziekenhuis van Parijs, was zelfs dokter Castaing geëmotioneerd. Hij leek het gevoel te hebben: 'Ik heb het toch maar gedaan.'"

'Ik heb altijd mijn eigen zin gedaan, ben altijd mijn eigen gang gegaan'

"In 1972 besliste ik om op internaat te gaan. Tot mijn tiende had ik thuis als enig kind geleefd. Toen kwam mijn zusje Myriam. Mama had het voortaan druk met met haar en papa kreeg het almaar drukker met de zaak. Ik wilde liever mijn eigen leven blijven leiden, want ik was best wel rebels. En dus koos ik voor internaat: eerst in De Onbevlekte Ontvangenis te Tongeren, later in Mariavreugde, te Borgloon. Ik keek echt naar dat internaat uit. Als jong meisje las ik al die boeken van 'Heidi': voortdurend leven tussen je vriendinnen, dat kon toch alleen maar geweldig zijn? En dat was het ook, met alle problemen van dien, want ik was helemaal niet op mijn mondje gevallen.

"Vervolgens heb ik rechten gestudeerd, te Leuven. Eén jaar. Mijn ouders hadden voor een kamer gezorgd op een peda in de Mechelsestraat, eigendom van mensen uit Hasselt. Voor mij was dat de slechtst mogelijke oplossing, zo bleek achteraf. Om halfelf ging de deur namelijk op slot, onherroepelijk. Pas om zes uur ging die weer open. Voor de andere meisjes was dat bedoeld om hen binnen te houden, maar Erika Thijs zag zich dan maar verplicht om de hele nacht door te trekken, tot het ochtendgloren. Het plan was: één leuk jaar beleven en nadien flink studeren. Maar toen zei papa: 'Neen.' Het was het crisisjaar 1979, een slechte tijd om zomaar wat levensjaren en veel geld te verspillen.

"Dus kon ik terug naar Borgloon, weer naar het internaat, dit keer om mijn diploma onderwijzeres te halen. Mijn grote droom was nadien toch nog opnieuw in Leuven rechten te studeren. Maar op een dag stond Gerard Boelen thuis, de directeur van de katholieke lagere scholen van Bilzen: 'Erika, het is tijd om vast te beginnen. In de lagere school in Rijkhoven komt er een plaats vrij.' Mijn familie en vrienden verklaarden mij voor gek dat ik weer wilde studeren. Ik was een zondagskind: zonder één keer te hebben gesolliciteerd, kreeg ik zo maar een 'vaste betrekking' aangeboden, hier in het schooltje van mijn eigen dorp, een paar honderd meter van huis.

"Rijkhoven telt 1.200 inwoners, plus één kasteel. En dat is het grote verschil tussen dit dorp en al die andere dorpen in Vlaanderen: Alden Biezen. Waar elders kunnen kinderen zeggen dat ze een gigantisch kasteelpark hebben om in te spelen, met een Grieks tempeltje, een ijskelder, en destijds nog eens onmetelijk veel ruïnes? In die ijskelder bevond zich trouwens een dichtgemetselde deur, volgens hardnekkige dorpslegenden was dat het begin van de legendarische 'onderaardse gang tot in Maastricht', zeven kilometer verderop."

'Aanvankelijk moest ik niets hebben van de CVP-Jongeren. Zo stijf en burgerlijk: help!'

"Als jonge lerares rolde ik de CVP in, een beetje via de Boerenbond. Ik was bij de KLJ, gaf later les aan de KVLV, de vrouwenbeweging van de Boerenbond. Het ging om zestig lezingen per jaar, in heel Limburg. Vorig jaar heb ik dat voor het eerst niet kunnen doen, wegens mijn ziekte. Die lezingen waren mijn eigen Geert Hosteconference: je bouwt zo'n toespraak op, met anekdotes en grappen. Heerlijk. Toen heeft men mij gevraagd om in Bilzen samen met anderen de CVP-Jongeren weer op te starten. Niet lang daarna was ik arrondissementeel voorzitter van de CVP-Jongeren van Tongeren-Maaseik, vandaar dat ik ook naar de nationale raad moest. Maar de sfeer daar stond me niet aan. Ik zag in Brussel de 'grote mannen' van de Jongeren. Eric Van Rompuy droeg in die tijd nog een driedelig pak, met onder zijn kostuum een boleroke. Ik was veel meer voor het bewegingswerk op het terrein.

"Een aantal jaren later, in 1990, krijg ik telefoon: het nationaal bureau van de CVP-Jongeren zocht een personeelslid dat gedetacheerd kon worden. Waarom niet? Ik had een goed sollicitatiegesprek in het CVP-hoofdkwartier in de Tweekerkenstraat. Dat gesprek liep af om vier uur en om zeven uur zou ik weten of ik de job al dan niet kreeg. In de tussentijd wilde ik in Brussel een vriend bezoeken. Ik kar dus richting Brussel-centrum. Maar ik was nog nooit in die stad geweest. Ik kende nergens de weg. En dan dat verkeer. Drie uur later stond ik terug in de Tweekerkenstraat. Ik had niet anders gedaan dan rondrijden, zonder één keer uit te zijn gestapt. (giert het uit)

"Maar ik werd wel nationaal secretaris van de CVP-Jongeren. Nog even met het uittredend bestuur met daarin een Yves Leterme, en één jaar later met de vaste groep waartoe ik behoor: Raf Suijs, nu de kabinetschef van Kris Peeters, Ludwig Caluwé, Mia De Schamphelaere. Caluwé was de voorzitter, en dus mijn baas. Oh neen, dacht ik, ik moet samenwerken met een Antwerpenaar. Aanvankelijk verliep dat contact heel stroef. We zijn toen iets gaan eten met de opdracht: 'Of we gaan samen door, maar dan wel goed, of we maken een einde aan de samenwerking.' En nu, achttien jaar later, zijn Ludwig en ik nog altijd twee handen op één buik. Ook Mia is een bijzonder goede vriendin gebleven. Ludwig gaat door voor ultra-Vlaams en Mia voor ultrakatholiek. Een ultrarechts, ultraconservatief clubje, zou je denken, maar dat beeld klopt niet.

"Ludwig is ijzersterk in het instuderen van dossiers en Mia is zeer rechtlijnig. Maar ze is niet de non die sommigen van haar maken. Ze heeft een aantal jaren in Leuven geleefd. Gelééfd, volgens sommigen. Ze werd naar verluidt trouwens 'Rachel' genoemd. Dat was haar schuilnaam.

"We maakten in het bureau wel ruzie met elkaar, maar we zorgden vooral dat we als groep beter werden. We probeerden elkaar ook de loef af te steken, waardoor we uiteindelijk allemaal beter werden. Dat gaf ons een apart samenhorigheidsgevoel. In 1992 beleefden wij ons hoogtepunt op het CVP-congres in Gent. De partij stemde over steun aan de eerste regering-Dehaene. Wij Jongeren stonden boven aan de trappen te roepen dat Martens, Van Rompuy en Dehaene weg moesten. Ik denk niet dat Herman Van Rompuy het ons ooit vergeven heeft. Dehaene wel. Die lijfde de hardste schreeuwers gewoon op zijn kabinet in.

"Een paar jaar later ben eerder per toeval in de Senaat beland. In 1994 stond ik op de Europese lijst, natuurlijk op een onverkiesbare plaats. CVP-voorzitter Johan Van Hecke zei: 'Als Thijs vijf-, zesduizend stemmen haalt, heeft ze goed gescoord.' Noël Slangen was toen onze campagneman en die had voor een opmerkelijke foto gezorgd. Vooraf was beslist: een beeld waarop ik richting Straatsburg zou staan liften. Maar de dag van de fotoshoot regende het. Ik droeg een lichtgeel jasje, nam mijn lifthouding aan en ineens dendert een tientonner langs mij, recht door de plassen. Woem... ik helemaal onder de modder. Díé foto koos Slangen uit. Ik ging akkoord, maar iedereen had commentaar op mijn affiche. Veertien dagen voor de verkiezingen ga ik naar het kantoor van partijsecretaris Luc Willems. Ook al had ik geen verkiesbare plaats, ik wilde toch een deftig aantal stemmen halen. 'We zullen zien of we andere affiches kunnen drukken', zei Luc. Uitgerekend die avond meldt het VRT-journaal dat de Franse krant Libération mijn foto had uitgeroepen tot de beste verkiezingsaffiche van heel Europa. En zo haalde ik 26.000 voorkeurstemmen.

"Toen liet Van Hecke me helemaal geen keuze meer: in 1995 vloog ik op de senaatslijst, gelijktijdig met Ludwig Caluwé, en behaalde 56.000 stemmen. Schitterend, en we belandden met niet minder dan twaalf CVP-Jongeren in het parlement. Helaas was binnen de CVP de sfeer aan het veranderen. Denk je dat de partij ons nog iets vroeg? Ga weg: de CVP-top hadden Ludwig Caluwé of Mia De Schamphelaere niet meer nodig, laat staan Erika Thijs. Men hield alleen rekening met de kaders, de kabinetten. Niet met de militanten. En ineens werden ook allemaal nieuwe mensen aangetrokken. Ik heb hetzelfde zien gebeuren bij de sp.a. En ze rekenden vooral op extern talent. Terwijl we alles in huis hadden: vrouwen, jongeren, middenstanders, boeren, gepensioneerden, een vakbond, alles. Je moet je heil niet altijd extern zoeken.

"Bij de terugkomst van Yves en Jo is veel ten goede veranderd. Zij hebben onze generatie weer bij het beleid betrokken. In 2003 vroegen ze mij om 'directeur beweging' te worden. Die job was me op het lijf geschreven. Christendemocraten kunnen toch niet anders dan een beweging vormen die waardering toont voor de mensen? Al die plakkers, al die mensen die de straten afdweilen, die moeten toch je respect voelen. Verbondenheid: dát is de kern van christendemocratie.

"Ik ben nooit naar het partijbureau gegaan, ook al mocht ik dat toen. Geen mens zou me buitengezet hebben. Zo heeft Etienne Schouppe dat trouwens gedaan. Die was ook niet verkozen in het partijbureau en toch zat hij daar elke keer. (lacht)

"We zijn heel moeizaam begonnen, met de actie 'In alle straten'. Maar we slaagden erin weg te raken van de desolate sfeer van een halflege recepties in 'Concert Noble'. In 2004 hadden we dan onze echt grootste nieuwjaarsreceptie, in de kelders van het slachthuis te Kuregem. Siegfried Bracke is me toen komen vinden: 'Erika, vandaag heb ik het keerpunt van CD&V gezien. Ik loop hier mensen tegen het lijf die zich twee, drie jaar niet meer op een partijbijeenkomst hebben durven vertonen.' CD&V leefde weer."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234