Dinsdag 07/04/2020

InterviewCoronavirus

‘Ik heb mensen besmet. Veel mensen, vrees ik’: de moeder van Serge Deruette overleed aan corona

Serge Deruette verloor zijn moeder Mariette Leclef.Beeld Tim Dirven

Donderdag nam Serge Deruette in het crematorium van Ukkel afscheid van z’n moeder. Daarna kreeg hij te horen dat Mariette Leclef (89) de vierde Belgische corona-dode was. ‘En ik ben nu drager. Eerst nog dagenlang zonder het te weten.’

In november postte Serge Deruette (59) een foto van hem en haar. Ze heft haar Orval. Op haar bord ligt een filet van wijfjeshert, afgewerkt met een laagje foie gras. “Mijn mama is pas in de laatste vijfentwintig jaar van haar leven echt gaan leven”, vertelt Serge. “Ze is opgegroeid als boerendochter in de buurt van Namen. Ze is even naaister geweest, maar daarna jong getrouwd en huisvrouw gebleven. Ze is van die generatie vrouwen die geen andere keuze had dan zich volledig te laten wegcijferen.

“Mijn vader was een ouderwetse tiran, ze heeft altijd in zijn schaduw geleefd. Tot wij groot waren. Toen ze begin jaren negentig Gilbert leerde kennen, haar tweede man, is ze pas zichzelf geworden. Dan ging ze bijvoorbeeld make-up gebruiken. Haar benen scheren. Gingen ze met z’n tweeën reizen. Die avond, net voor ik die foto nam zei ze lacherig: ‘Allez, foie gras, dat is toch niet voor mensen zoals ik?’ Dit deden we twee, soms drie keer per jaar. Uit gaan eten. Op haar verjaardag, op de mijne. Op internationale vrouwendag ook, altijd.

“Kijk naar die foto. Zou je haar negenentachtig geven? Nee toch?”

De initiële diagnose, half januari, is een longontsteking. Mariette Leclef piept als ze ademt. Ze wordt opgenomen in het revalidatiecentrum Scheutbos in Anderlecht.

Serge: “Ze is daar drie weken lang vastgekluisterd geweest aan haar bed. Je weet: mensen op die leeftijd komen er daarna zelden nog uit, tenzij in een rolstoel. Ik heb wekenlang elke dag een uurtje kinesitherapie met haar gedaan. Ze begon weer te stappen, ze werd lucider. De hoofdgeneesheer zei: ‘Dit gaat heel erg de goede kant op.’ Over een week, misschien twee, zou mama terug naar huis gaan en zou alles weer zijn als daarvoor. Dat was vijf dagen voor haar dood.”

Op zaterdag 7 maart wordt Parijs-Nice ingekort, kondigen de Belgische bisschoppen aan dat er in de mis geen hosties meer op de tongen zullen worden gelegd en is Nicola Zingaretti de eerste Italiaanse politicus die is besmet met het coronavirus. Op TikTok zijn al duizenden video’s trending met bewerkingen van Maggie De Block: “Als u ziek bent, blijf in uw kot.” Het coronavirus is nog ver van ons bed. Er wordt vooral nog om gelachen.

“Die zaterdag ging mama opeens weer achteruit. Men belde me. Men had het over hervallen. Ze ademde opnieuw heel moeilijk. Men ging er in Scheutbos van uit dat ze een of andere microbe had opgelopen. Dat heb je vaak op zo’n afdeling geriatrie. Mijn mama ging altijd maar moeilijker ademen, en op dinsdag heeft men haar overgebracht naar het Joseph Bracops-ziekenhuis, waar ze beter uitgerust zijn om patiënten te beademen.”

Het is daar pas, vier dagen nadat Mariette Leclef de symptomen is gaan vertonen die vandaag zouden worden beoordeeld als extreem alarmerend, dat een arts op woensdagochtend besluit om haar te testen op corona. Serge krijgt te horen dat de resultaten mogen worden verwacht over 48 uur. “Ik ben naast haar bed gaan zitten. Heb haar hand vastgehouden. Haar geknuffeld. Tegen haar gesproken. Mezelf en haar proberen wijsmaken dat het onmogelijk dat virus kon zijn. Dat dat dan wel héél toevallig zou zijn. Dat het uitgerekend mijn moeder zou overkomen.”

Masker

Mariette Leclef overlijdt diezelfde avond. “Ik ben woensdag rond zes uur ’s avonds weggegaan uit het ziekenhuis. Ze hadden haar zo’n beademingsmasker opgezet. Ik kon zien dat ze daarvan afzag. Toen ik wegging zei een verpleegster: ‘We zullen haar handen moeten vastbinden aan de randen van haar bed, anders trekt ze dat masker los.’ Ik denk dat de ernst van de situatie gewoon niet tot mij doordrong. In mijn beleving had ze haar longontsteking al eens overwonnen, en kon het niet anders of dat zou opnieuw gebeuren. Achteraf heb ik gehoord dat m’n moeder inderdaad zelf dat masker heeft losgerukt. Ergens in de tien minuten waarin de verpleegster even niet bij haar was. Omdat dat gewoon ondraaglijk pijnlijk is.”

Serge post die avond om 23.06 een foto van zijn moeder, zittend achter een Orval. Haar favoriete drank. Ze zit met haar zoon in taverne Le Chapeau Blanc in de Wayezstraat in Anderlecht. Op de foto is het 31 augustus 2019, haar verjaardag. Haar laatste verjaardag.

Serge schrijft: ‘Mijn mama is vanavond een sterretje geworden.’ Hij deelt nog mee dat de uitvaart zal plaatsvinden op donderdag 19 maart in het crematorium in Ukkel om 10.45 uur. Serge is docent politieke wetenschappen aan de universiteit van Bergen, ziet dagelijks ontzettend veel mensen.

“Ik kreeg diezelfde avond al van meer dan honderd vrienden, collega’s en oud-studenten te horen dat ze zouden komen. Ik ben op een leeftijd waarvan je weet dat de dag waarop je je ouders gaat verliezen niet zo ver meer voor je ligt, dus kun je het wel plaatsen. Negenentachtig is best een mooie leeftijd, zeg je tegen jezelf.”

Serge Deruette met zijn moeder Mariette Leclef, het vierde dodelijke coronaslachtoffer in ons land. Beeld Tim Dirven

Op donderdag 12 maart wordt er in het hele land nog massaal gemaild over het swappen van concertickets, zodat er niet meer dan 1.000 maar ongeveer 999 mensen in de zaal zullen zitten. Serge is de hele dag bezig geweest met het kiezen van een kist, adreslijsten en de tekst voor op het rouwkaartje. Hij wordt gecondoleerd, schudt handen, krijgt en geeft knuffels. De dingen die je doet in de periode tussen het slechte nieuws en de ceremonie.

“Op donderdagavond was er een vernissage van een vriend in Schaarbeek. Ik zou er eerst niet naartoe gaan, maar op het laatst bedacht ik me dat het misschien wel fijn zou zijn. Gewoon even m’n gedachten te verzetten. Dus ik daarheen. Ik heb ook daar met heel veel mensen gepraat, handjes geschud. Iemand heeft me aan het eind van de avond nog een lift gegeven tot bij mij thuis, in Ruisbroek. Ik heb een halfuur met die gast alleen in een auto gezeten.”

Het is de donderdagavond waarop eerste minister Sophie Wilmès de sluiting van alle café’s en restaurants en stopzetting van de lessen aankondigt. Op vrijdagochtend krijgt Serge telefoon uit het ziekenhuis. De test is positief. “Ze vertelden me dat mijn moeder de vierde Belgische coronadode was.”

“Nieuws over een coronabesmetting reist snel. Bijna onmiddellijk nadat ik zelf op de hoogte was gebracht, belde de begrafenisondernemer. Hij zei: ‘Uw moeder is dan misschien wel dood, het virus is dat niet.’ Er waren nu, zeiden ze, nog slechts tien aanwezigen toegelaten op de uitvaart. Je voelt op zo’n moment heel goed: we zijn in oorlog met een onbekende vijand, en je verdriet om je moeder kun je nu maar beter even on hold zetten. Mijn moeder moet het virus opgelopen hebben in Scheutsbos en het kan niet anders of ze heeft het daarna verder verspreid in dat andere ziekenhuis. De mensen van de zorg zijn alleen daar mee bezig: het in kaart brengen, traceren en omcirkelen van wie dringend moet worden getest.”

En dat is niet hij.

‘Ik ben drager’

Serge heeft de film van die twee dagen, en de dagen daarvoor, haarscherp in z’n hoofd. De paal waaraan hij zich heeft vastgehouden in de metro. De mensen met wie hij in een lift heeft gestaan. De muntjes die hij in een drankautomaat wierp. De poetsvrouw van z’n moeder voor wie hij nog een bezoekje regelde in Scheutsbos toen ze - achteraf bekeken - al volop coronasymptomen vertoonde.

 “Ik ben niet getest, maar ik ben drager. Ik heb natuurlijk gevraagd om te worden getest, maar in het ziekenhuis vond men dat verspilling van testmateriaal. ‘Ga er maar gewoon van uit dat je het hebt’, zeiden ze. En effectief. Ik ging vorige week iets eten met een vriend. Mét m’n mondmasker, mét m’n beschermende handschoenen. De volgende dag had hij symptomen. Ik heb mensen besmet. Veel mensen, vrees ik.

“Dat is zo moeilijk te vatten, en zo moeilijk om uit te leggen. Veel dragers ontwikkelen geen of heel lichte symptomen. Ik behoor tot degenen die zijn besmet, maar - hout vasthouden - niet ziek worden. Ik geef het virus wel net zo makkelijk door als iemand die symptomen vertoont. Daarom ben ik ervan overtuigd dat dit virus veel massaler onder ons is dan wij kunnen vatten. Het aantal dragers kan niet anders dan kolossaal zijn. De statistieken zijn hooguit een afspiegeling, het resultaat van een paar steekproeven. Waarom ligt het aantal besmettingen in Vlaanderen hoger dan in Franstalig België? Simpel: omdat er in Vlaanderen meer wordt getest.

“Daarstraks belde m’n dochter. Haar moeder, van wie ik gescheiden ben, heeft achtendertig graden koorts.”

Mariette Leclef. Beeld Tim Dirven

Woensdagmiddag. De uitvaart is gepland voor de volgende dag. De selectie van tien aanwezigen is gemaakt. Iemand gaat de stoelen op anderhalve meter van elkaar zetten. Een van de tien genodigden gaat vanuit het crematorium in Ukkel livestreamen op Facebook.

“Toen kreeg ik weer telefoon. Van het crematorium. Om te melden dat er was beslist dat de uitvaartplechtigheid toch niet kon doorgaan. Te gevaarlijk. De kist zou wel de oven ingaan, maar zonder dat iemand nog in de buurt van m’n moeder kon komen. Omdat dat gewoon te riskant is. En ik begrijp dat ook wel.”

In Frankrijk werden alle crematoria vorige week gesloten. Vanuit de overweging dat het statistisch gesproken haast niet anders kan dat er mensen sterven aan het coronavirus zonder dat de patiënt ooit is getest. Het impliceert dat mensen in rijtjes plaatsnemen achter zonen en dochters die in dezelfde zitten als Serge.

“Ik wil helemaal nergens over klagen. Als je er anderhalve week lang middenin zit, realiseer je je veel meer aan wat voor enorme risico’s al die mensen, van de verpleeging in het revalidatiecentrum tot het personeel in het crematorium, zich blootstellen. Hoe hard die mensen hun best doen om dit te bevechten. Misschien, denk ik, had de politiek nog veel sneller een totale lockdown moeten afkondigen, maar gingen de mensen dat twee weken geleden aanvaard hebben? Hoe ging ik zelf hebben gereageerd als het mijn moeder niet was overkomen? Dat ga ik nooit weten.”

Later, diezelfde woensdagnamiddag. Telefoon. Het crematorium. De uitvaart van Mariette Leclef wordt opeens toch weer wel toegelaten. “Die mensen wisten het zelf ook niet meer. De gemeente zegt dit, de federale regering zegt dat. Uiteindelijk beslisten ze in het crematorium: doe maar, maar hou het beperkt en kort. Dus kon ik die negen mensen die ik had gebeld om te zeggen dat het niet doorging nog eens bellen.”

‘Plus bleu que tes yeux’ 

Donderdag, 10.45 uur. De dienst vat aan met een streep accordeonmuziek, de enige artistieke ambitie die Mariette Leclef in haar leven ooit had. Toen ze achttien werd en ging trouwen, had haar vader haar voor de keuze gesteld: een accordeon als bruidsgeschenk of meubeltjes voor het nog te vormen gezinnetje. Ze koos meubeltjes.

“Ze is altijd blijven dromen van een accordeon”, vertelt Serge, de enige spreker op de uitvaart, en maar half verstaanbaar vanwege het mondmasker dat zowat z’n hele gelaat bedekt. Hij excuseert zich bij de zeven andere aanwezigen. Bij het crematorium is beslist dat de dienst een kwartier korter moet dan eerst voorzien.

Serge, achter de microfoon: “Een kwartier in plaats van een halfuur, maar alle begrip. Ik moet trouwens mijn neef verontschuldigen en zijn partner. Hij liet me zonet met een berichtje weten dat ze hier héél graag hadden willen zijn, maar dat het hen helaas niet is gelukt. Ik moet ook Claudine excuseren. Zij is een nicht en een jeugdvriendin van mijn moeder, maar het is haar helaas niet gelukt om tot hier te geraken. Verder moet ik u tot m’n spijt de afwezigheid melden van m’n broer, z’n echtgenote en hun dochter.”

Serge ziet zich genoodzaakt om zijn de vorige avonden ingestudeerde oratio funebris te beperken tot een paar hoofdpunten. Over Gilbert, met wie zijn moeder erg gelukkig is geweest, tot aan zijn overlijden in 2013. “We zullen haar glimlach nooit vergeten”, spreekt Serge. “En ik wil ook nog even Patou vermelden. Haar laatste kat. Patou is inmiddels geadopteerd door een vriend. Ik zou ook graag nog Plus bleu que tes yeux van Edith Piaf willen laten horen. Heb ik daar nog een moment voor?”

Op de livestream, achter de camera, is geschuifel te horen en gekuch. Iemand doet met een cirkelgebaar teken dat het tijd is om af te ronden. Edit Piaf begint, terwijl Serge nog graag nog had willen vertellen over wat voor band zijn moeder met haar had.

“Het kan nu even niet anders”, berust hij. “Maar mijn mama blijft altijd in onze harten. En in onze herinnering.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234