Zaterdag 10/04/2021

'Ik heb meer empathie dan de meeste trainers'

BMX-coach Ellen Bollansée:

PULDERBOS l Ellen Bollansée was een wereldtopper op de BMX, tot de sport olympisch werd. Dan werd ze nationaal bondscoach. 'Ik sta niet aan de kant als een braaf wezentje, dat luistert naar wat de mannen te vertellen hebben.'

Op haar vierde zat ze al op een BMX. Later reed ze in hetzelfde team als Sven Nys, voor die naar het veldrijden trok. Ellen Bollansée (28) werd onder meer vijf keer Europees kampioen, waarvan twee keer bij de elite, en één keer wereldkampioen bij de jeugd. Ze moest het vooral hebben van haar kracht, zegt ze: "Als ik goed vertrokken was, dan werd het moeilijk om mij nog bij te halen. Maar de parcoursen lagen in die tijd nog niet zo technisch." Rond haar zeventiende kwam er in Massenhoven een BMX-terrein, maar er was geen trainer. Dus zei ze: ik zal wel training geven. En zo begon het.

In Peking staat BMX voor het eerst op het olympische programma. Toen dat bekendraakte, had ze de keuze: of als rijder de Spelen proberen te bereiken of de nationale ploeg gaan leiden. Het eerste zou moeilijk worden, omdat ze al een tijd minder presteerde. Dus werd ze op haar 24ste jeugd- en elitebondscoach, net toen de sport professioneler werd en er overal coaches bijkwamen.

In de hele BMX-wereld zijn er slechts twee vrouwelijke trainsters: de bondscoach in Canada en die in België. Bollansée ziet er niet meteen een nieuwe vrouw bijkomen.

"Binnen het wereldje moet je je de eerste twee jaren zeker bewijzen. Dan zeggen ze: 'Wat komt dat jong meisje hier doen? Dat is een vrouw, die komt hier de mannen coachen.' Maar als na een tijd de prestaties komen en ze zijn tevreden over de werking, dan heb ik niet meer het gevoel dat ik mij als vrouw nog extra moet bewijzen."

"De buitenwereld kan er minder snel aan wennen. Het moeilijkst zijn ouders van BMX'ers buiten de nationale ploeg. Die zeggen soms: 'Dat is een vrouw. Die kan dat toch niet tussen al die mannen.' Je merkt dat, maar je probeert je er zo weinig mogelijk van aan te trekken. Die mensen weten er niet genoeg van af. De jongens in de selectie laten wel voelen dat het goed zit, maar die ouders weten niet altijd wat er voor hun kinderen gedaan wordt."

BMX is immers nog altijd een jonge en in België heel kleine sport. "De helft van de circuits ligt in Antwerpen, negentig procent van de bestuursleden denkt conservatief, de wedstrijdreglementen zijn verouderd. Met zijn vierhonderd wedstrijdrijders is het nog altijd een klein wereldje. Iedereen kent elkaar. Iedereen denkt ook over zichzelf: ik weet hoe het hier zit, terwijl ze het eigenlijk niet weten. Dat maakt het moeilijk om de sport vooruit te krijgen."

Over BMX zijn er tot nog toe weinig boeken verschenen. Daarom heeft ze enkele jaren geleden zelf een boekje neergepend: In Alles over BMX schreef ze alles op wat ze al wist en liet daarvan vierhonderd exemplaren drukken, die allemaal snel de deur uit waren, ook richting Nederland. Het boek ligt niet in de winkel.

Bollansée combineert training met een job als sportleraar. Heel toevallig is ze een collega van Lieve Van Mechelen op dezelfde school, genaamd het Heilig Graf, in Turnhout. Handig, vindt ze, zo kunnen ze elkaar makkelijk raadplegen en over de drukke dagen praten: nooit vakantie, altijd heen en weer crossen, geregeld in het buitenland zijn, jetlags verwerken, op vergaderingen zitten. "Het komt vooral aan op een goede planning. Maar uiteindelijk heb ik er zélf voor gekozen. De wielrennersbond betaalt niet genoeg om ervan te kunnen leven, en ten tweede: altijd met topsport bezig zijn, is mentaal heel moeilijk. Ik heb dat in het begin gedaan. Maar als er in het weekend slechte prestaties waren, bleef dat nog twee weken in mijn hoofd nawerken: hoe komt dat nu? Dus heb ik beslist om de BMX met wat anders te combineren. Als je maandag voor de klas staat, ben je dat slechte weekend al voor een stuk vergeten. Daarna neem je de draad weer op, wanneer het moet."

Net als in de mannenspurt draait BMX deels rond imago en intimidatie. Het is ook een contactsport. "Als er op wedstrijden iets ten nadele van mijn renners gebeurt, zal ik als eerste bij de commissaris gaan protesteren. Ik sta dus niet aan de kant als een braaf wezentje, dat luistert naar wat de mannen te vertellen hebben. Anders zou het natuurlijk niet lukken. Uiteindelijk dwing je wel respect af."

"Je moet hard zijn. Maar op de evaluatie na een wedstrijd ben ik wellicht minder hard dan een mannelijke coach. Hij zal snel zeggen: het is niet goed, daarom en daarom en daarom. Ik zal dat ook zeggen, maar tegelijk nadenken: misschien is er een achterliggende oorzaak, een mentale oorzaak voor een mindere prestatie. Ik denk dat ik meer empathie heb en meer communiceer dan de meeste mannen. Ik ben dikwijls bezig met hoe de renners zich voelen. Als ze zich niet goed voelen, komen er geen prestaties. Je mag als coach niet alleen eisen stellen, maar je moet ook ondersteunen en een sfeer scheppen. Ik denk dat mannen veeleisender zijn en minder ondersteunend.

"Veel trainers zeggen: ik heb die atleet gemaakt. Dat vind ik niet. Ik spreek nooit in zulke termen. Je begeleidt een atleet om het beste uit hem te halen. Elke coach is nog altijd afhankelijk van het talent dat bij hem komt."

Voor een ticket richting Peking maakt de 22-jarige profrenner Arnaud Dubois nog een kans. Maar de BMX-sport staat in België nog in zijn kinderschoenen, meer toppers worden aangekondigd voor Londen 2012. (TIV)

Als vrouw moet je je binnen het wereldje zeker de eerste twee jaren bewijzen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234