Maandag 24/06/2019

'Ik heb me nooit uitverkoren gevoeld'

Hij hoort eigenlijk niet op deze pagina's, want een eigen huis heeft Michel Wuyts (58) niet in Italië. En toch staat hij hier, omdat Villa Grassina in de Toscaanse heuvels zijn eigen huis ís. Een hotel, al bijna 25 jaar vaste refuge na de Tour, plaats van rust. Eerst kwam hij er met kleine kinderen, nu met zijn eerste kleinkind.

Soms rijd je door een dorp en denk je: prachtig, maar wat als je hier 16 bent? Pelago is zo'n dorp. Het landschap rondom is adembenemend, en brúin dat toeristen hier worden. Maar hoe raak je aan een liefje buiten het dorp? Waar ga je naar de film? Geeft de bus naar Pontassieve hoop? Cinema Accademia sluit er tijdens de zomer. Het knetterende grind onder de wielen op de steile klim, het dorp uit, naar Villa Grassina past als soundtrack: je rijdt de wereld helemaal uit. Een betere rustplek is haast ondenkbaar. Tenzij je hier woont en 16 bent.

Onlangs haalde Michel Wuyts in wielermagazine Bahamontes herinneringen op aan de dag waarop Axel Merckx vlakbij in Prato een rit won in de Ronde van Italië. Dat was in 2000 en 's avonds sliep hij hier met cocommentator Eddy Merckx. Ze aten pollo con finocchi, gebraden kip met venkel en Eddy zei: "De beste kiek die ik ooit gegeten heb." En, schrijft Wuyts: "Na het ontbijt kwam gerante Suzanna Campbell op haar werk aan. Vroeg de nochtans intelligente Britse me bij Eddy's afscheid in alle ernst: 'Who is he?'"

Wuyts is hier dus bekender dan Eddy Merckx omdat het bijna 25 jaar zo ging. De avond van het slot van de Tour in Parijs stapte de wielercommentator op de Champs Elysées in z'n wagen en na een korte nacht thuis, ging de valies met vuile was de wagen in richting Pelago.

Sinds vier jaar is er wat meer tijd omdat ze in Brussel het vliegtuig nemen naar Firenze en zo naar Pelago rijden. De was gebeurt dus nog thuis, maar verder is niks veranderd. Als een ritueel is het. Tussen Tour en straks weer de Vuelta.

Een coup de foudre noemt hij het, bij toeval ontdekt, een hotel met oude dikke muren. "Mijn bek viel wagenwijd open en ook die van mijn toen 8-jarige zoon en mijn 5-jarige dochter. Dit huis was vroeger van de De Medici's en in combinatie met de openhartigheid van deze mensen heb ik in de zomer nooit gedacht: zouden we niet eens naar Lombok of naar Zuid-Afrika gaan?

"Twee keer ben ik hier zelfs in de herfst geweest. Een keer met mijn vrouw en één keer alleen, toen ik nog voetbalcommentaar gaf en een match op Fiorentina moest doen. Ik reed naar boven, het was mistig en stil en ik stond hier helemaal alleen. Het ontroerde me zo dat de tranen over mijn wangen rolden. Dat is de impact die deze plek op me heeft."

Gehechtheid

De kaart toont dat we onder Firenze zitten, de streek is bebost en heeft met bijvoorbeeld de Passo della Consuma een top tot 1.050 meter. De wijn heet hier Chianti Rufina en is veel minder bekend dan de Chianti Classico. Hier vinden ze hem wel veel beter.

Wat zegt het over een mens dat hij elk jaar dezelfde plek opzoekt? Niet alleen hij: zijn zoon Rutger is er weer met z'n vriendin en hun zoontje Warre. Straks komt Ruth, de zus van Rutger - het gezin weer samen, een gezin dat al jarenlang op vrijdagavond in hetzelfde restaurant gaat eten.

Even denkt hij na. "Ik ben een trouw mens en als ik ervaren heb dat iets goed is, ben ik niet geneigd om te veranderen. Onlangs waren mijn vrouw en ik in New York, waar Ruth een congres over psychologie moest bijwonen. Ze doctoreert. Nadien zei Ruth: 'Mama is veel avontuurlijker dan jij', en dat zal wel de nagel op de kop zijn. In sommige delen van de metro vroeg ik me af: 'Moeten we dat wel doen?' Terwijl mijn vrouw zou zwemmen zonder zwembandjes als ze het niet kon.

"Welke angst zou dat zijn? Ik sluit het niet uit, ze moeten me niet in de brousse stoppen. Dat ga ik mezelf niet aandoen, het zit niet in mij. Ik heb wel graag de vriendelijkheid rond me en het leven heeft me geleerd dat dat niet evident is. Die krijg ik hier wel en het is die gehechtheid die me iedere keer weer terughaalt naar deze streek."

Een koud oor

Ik ken niemand die zo trots is op zijn eigen kinderen als Michel Wuyts. Via zijn jongere zus kennen we elkaar een beetje en zo kruisten de levens af en toe. Altijd viel het op. Hij vertelt graag over Rutger en over Ruth en als hij dat doet, dan straalt hij. De zoon, de dochter, die hij 'zoon' en 'zus' noemt.

Het is zijn volk en daar kwam dus anderhalf jaar geleden Warre bij. Zoon werd vader en dan opa: dat kan als je 58 bent.

"Opa worden, maakt je jonger. Het is confronterend als ze me in Italië plots 'nonno' noemen, opa dus, terwijl opa's zoals wij ze kenden toch oud waren. Een van mijn grootouders werd 61 en de drie anderen stierven vroeger. Zo oud voel ik me niet. Met Warre speel ik weer met autootjes die ik vollaad met steentjes. En verder betrap ik me erop dat ik fases van mijn heel prille jeugd heropvis. Dingen die weg waren of in een klein hoekje verstopt zaten."

Of in een oor. "Warre heeft de gewoonte zich vast te klampen aan een oor en dat deed ik ook. Nu herinner ik me dat de mama van Eddy Demarez, die een zus was van mijn moeder, zei: 'Je gaat mijn oor er nog eens aftrekken.' Ik had een oor nodig om in slaap te kunnen vallen. Een koud oor nog wel. Een warm oor interesseerde me niet. Het klinkt absurd, maar het is zo. Ik was het compleet vergeten, maar nu Warre net hetzelfde doet, komt dat weer naar boven."

Als je Campari, Martini en "een beetje gin" mengt, krijg je Negroni en dat is wat Wuyts' vrouw Gerda komt brengen. Met in olijfolie gedrenkt brood en tomaat-mozzarella. Ze waarschuwt, want ze zag de cocktail maken. "Ik denk dat hij straf is."

Was dat koude oor een zoektocht naar warmte? Had hij dat als kind al zo? En zou dat vandaag verklaren waarom hij zich zo vastklampt aan vaste waarden: Pelago, dat restaurant, zijn gezin dichtbij?

"Daar heb ik zelf nog nooit zo bij stilgestaan, maar het zou kunnen. Ik ben het kind van een labiele moeder, dat is bekend. Na mijn jeugd had ik zeker niet de basis om een evenwichtig volwassen mens te zijn, dat heb ik zelf met vallen en opstaan moeten uitvissen. In mijn jeugd werd ik te veel geremd door de angst om mijn moeder pijn te doen en op toevalletjes en wekenlange depressies te botsen waarvan ik in de waan verkeerde dat ik de oorzaak was. Het zou kunnen dat ik me nu vastklamp aan waarden waar ik toen vergeefs naar zocht.

"Mijn moeder was ziek en kon niet geholpen worden. En mijn vader was uitermate goedhartig, maar ook extreem timide en bang om haar nog meer te kwetsen. Hij vertelt me nu dat hij jarenlang van zijn werk in Brussel op de trein stapte en élke lange reis zat te denken: 'Hoe zal mijn vrouw vanavond zijn? In welke toestand ga ik haar vinden?' We hebben dus samen hetzelfde doorgemaakt, maar we praatten daar niet over. Dat kan ik hem niet kwalijk nemen. Hij is een te goed mens om mee af te rekenen en dat heb ik niet in me. (glimlacht) En toch overleef ik in de koers."

Die manisch-depressiviteit had in de jaren 60 nog geen naam. 'Ziek', zei niemand. 'Zot', wel. Een woord dat volgens Wuyts voldoende was om een toestand te camoufleren die, zoals dat toen paste, binnen de familie opgelost werd.

Dat zijn mama anders was dan andere mama's had hij snel door. "Maar net door die situatie thuis was ik redelijk empathisch geworden en had ik snel door dat er overal in Lovenjoel wel kruisen hingen. Ik kan me niet inbeelden dat mijn kameraadjes thuis zelfmoordpogingen zagen, maar in onze straat woonden op een lint van 200 meter twaalf kinderen uit 1956. We kwamen bij elkaar over de vloer en je zag snel dat er overal iets was."

Die zelfmoordpogingen zag hij wel. Vaker. "Tot je het niet meer kunt hebben en je je afvraagt: méént ze het nu? Dat is fout; natuurlijk speelde ze dat niet. Maar als je 16 bent, kun je daar niet mee om en moet je zelf een breekpunt organiseren. Dan moet je afstand nemen."

Dat deed hij via de sport. "Zelf aan sport doen en daar sociale contacten leggen." Driehonderd meter van het huis in de Bruulstraat lag een voetbalveld en op z'n 17de mocht Michel Wuyts al eens meedoen met de eerste ploeg. Bij gasten van 30. "Die het leven kenden", glimlacht hij. "Als het café gesloten was, reden we naar Leuven om iets te eten in de Pronto in de Mechelsestraat, of naar De Oude Molen, een stripteasetent in Boutersem.

"Ik herinner me de eerste keer daar. Fernand, de oudste van de bende, kwam me zeggen: 'Zwijgen, kijken en geen frank opdoen.' De dame die optrad, was een Britse die nadien naast me kwam zitten en vertelde dat ze studeerde in Leuven en dit deed om haar studie te betalen. Of het waar was? Geen idee. We hebben geen contact gehouden."

Levensverhalen

Waarom hij dit vertelt, is dit: via die sportvrienden en via die cafés bouwde Wuyts een eigen leven op. Een eigen kijk op de wereld. Als kind al waren de klanken van de jukebox van het café zijn slaapkamer binnengewaaid, Paul Severs zong 'Ik ben verliefd op jou' en later besefte hij dat daar aan die cafétafels meer te leren viel dan in de studentencafés in Leuven.

"Twee tot drie keer per week ging ik in Lovenjoel op café luisteren naar de levensverhalen. Soms waren die vunzig en soms zaten ze vol tegenslagen, maar ze hadden een alarmbelfunctie voor de valkuilen waarin je beter niet viel als je een gelukkig bestaan wilde leiden."

Michel Wuyts' moeder overleed uiteindelijk veel later thuis in bed. Na een carrière als sociaal assistente bij wat toen nog de RTT heette, was ze op pensioen en elke namiddag ging ze een uurtje rusten. Al sinds ze 25 was, sukkelde ze met reuma. Zo erg dat ze ooit drie weken alleen naar Roemenië ging om een therapie te volgen in een kuuroord aan de Zwarte Zee.

"Ze kon heel ondernemend zijn, als manisch-depressieve had ze immers ook gouden periodes waarin ze bergen kon verzetten. Bij de RTT hielp ze heel veel mensen aan het werk. Ze had uitstekende contacten in de politiek, thuis stonden mensen aan te schuiven voor haar hulp. Zelfs haar eigen vader, die mijnwerker en kapper was geweest en zijn job kwijtraakte, hielp ze aan een baantje. Dat kon mijn mama dus allemaal."

Maar die tweede dag van de tweede maand van 2002 kwam ze na dat uurtje rust niet zoals gewoonlijk uit bed. Het hart had beslist dat het goed was zo.

"Ik zat in de perszaal voor het WK cyclocross in Zolder. Jean Nelissen (legendarische Nederlandse tv-commentator, ondertussen ook overleden, RVP) zat tegenover me en wilde wat weten over Kevin Pauwels. Rond vier uur ging mijn gsm en ik hoorde de stem van mijn zus. Wat ze toen zei, vergeet ik natuurlijk nooit. 'Mich, we zullen sterk moeten zijn, onze mama is overleden.'"

Een dag later liet Sven Nys de bloemen die hij won met zijn derde plaats aan de vader van Michel Wuyts bezorgen.

Zo gewoon. Zo stil was die mama vertrokken. De vrouw die zulke diepe dalen afwisselde met straffe pieken. De vrouw die haar schoonmoeder, te ziek en opgegeven door de Leuvense ziekenhuizen, een jaar lang in huis nam en verzorgde. Die daar een heel jaar de kracht voor vond en zelfs Michel Wuyts' vader op de trapgang ondersteunde toen die wankelde na het zien van zijn uiteindelijk overleden moeder. Michel was 11.

"Ik zie haar nog staan. Zij steunde mijn papa. Maar ik wist toen al: volgende week is het andersom. En dat was zo. Tot aan de begrafenis hield ze zich overeind en dan kwam een gigantische terugval.

"Toen ze overleed, ging alles snel. Ik reed als in een tunnel naar huis, maar mijn baas belde wel: 'Voel jij je in staat om morgen commentaar te geven?' Dat was irreëel, dat ging dus echt niet. Maar natuurlijk werd het geregeld en zo werkt het dus. Ik maak me daar geen enkele illusie over."

Waarmee hij bedoelt: de dag dat het leven een halt roept, vindt iemand een oplossing. "Uiteraard. Ik reken mezelf niet tot de onmisbaren en dat vind ik best een interessant gevoel. Omdat het je anders in het leven zet. Het moet verdomd moeilijk zijn als je van jezelf denkt dat je onmisbaar bent."

Slechte laatste dag

In het land waarin La Grande Bellezza in 2013 een succesfilm werd die uiteindelijk in Hollywood de Oscar voor de beste buitenlandse film won, is dat gevoel een interessant thema. Een film die toont wat het met mensen doet die zich onaantastbaar aan de top wanen. Wie Michel Wuyts niet kent en gewoon ziet, zou durven denken: afstandelijk, misschien een tikje hooghartig en - door zijn positie als eerste wielercommentator in een koersgek land - niet altijd bescheiden.

Hij zegt dat hij dat allemaal niet is. "Ik heb dat ook nooit gedacht en ik ben helemaal niet pretentieus", zegt hij. "Lena De Meerleer, mijn vroegere bazin, zei zelfs: 'Je bent veel te gemakkelijk.' Maar ik denk dat het op termijn alleen maar helpt. Ik heb me nooit uitverkoren gevoeld. Misschien is het wel een geluk dat ik mezelf in vraag ben blijven stellen. En een geluk dat ik na de twintigste etappe in de Tour niet zelfvoldaan achteruitkijk. Dat gaat niet: morgen komt Parijs nog.

"En ik vond mezelf die laatste dag tegenvallen. Het vlekkeloze taal-gebruik kwam er niet uit, ik formu-leerde niet de zinnen die ik wilde formuleren en de timing zat op die slotdag vaak fout. Ik ben na Parijs echt met een ongemakkelijk gevoel naar huis gereden. Ik had geen superdag en in de Tour moet je eenentwintig superdagen hebben."

Niet dat het verlammend werkt. De twijfel en de drang om beter te doen, zijn een motor. Daarnet sprak Wuyts over een Britse vriend, hier in Italië, die net als hij 58 is en volgend jaar met pensioen gaat na een carrière in het onderwijs. Dat is te vroeg voor de wielerman die, voor hij naar de VRT stapte, schooldirecteur was bij de Zusters van de Christelijke Scholen. Zou dat anders geweest zijn als hij daar was gebleven?

"Dat denk ik niet. Omdat de zusters toen al lieten verstaan dat ze andere plannen hadden. Ik was pas 30 en na een jaar of vijftien zouden ze me wellicht gevraagd hebben voor de Raad van Beheer. Of ik dat dan weer zou gedaan hebben, weet ik niet. Geen idee of ik zou kunnen wennen aan het kloosterbestaan. Want in de gangen overvalt je die sfeer van stilte en godsvrucht toch wel. (lacht) Nu ben ik met het andere uiterste bezig."

Juleke en Fernand

Natuurlijk verwijst hij naar de koers. Niet dat het in de jaren 70 anders was, maar sinds hij begin jaren 90 commentator werd, bleek nog openlijker hoe die wereld was. Een wereld van geld, doping, bedrog. Van weinig godsvrucht, dus. Hoe vaak dacht hij aan opgeven?

"Niet één keer. Ik heb niet de illusie dat ik de wereld ga veranderen, maar ik wil wel de illusie hebben dat ik een steentje kan bijdragen tot een andere visie. Al begint het daar natuurlijk. Wat zijn de signalen die je vertellen dat je iets in vraag moet stellen? We zijn nu zover gekomen dat journalisten, zoals ikzelf, zich indekken.

"Maar voor een commentator in de actie is dat moeilijk. Als er op vier kilometer voor het einde een versnelling bergop komt, ga je mee crescendo en heb je niet de flits: kan dat wel? Bovendien kan ik de trapfrequentie van Froome niet tellen omdat de moderne televisie na tien seconden een ander beeld geeft. Oordelen op grond van wat je live ziet, is dus zeer moeilijk.

"Natuurlijk zou het naïef zijn te denken dat als Team Sky 35 miljoen euro in zo'n team steekt, met individuele trainers en diëtisten, niks zou doen op medisch vlak. Dat is irreëel. Maar misschien zijn we een tijdperk ingetreden waarin de onbevattelijkheid van medische ingrepen voor een normale sterveling en zelfs voor gewone artsen te groot is geworden."

Zou het kunnen dat het publiek zich er niks van aantrekt? Zeker in Vlaanderen. Niemand kreeg op het startpodium van de Omloop Het Nieuwsblad begin dit jaar meer applaus dan Greg Van Avermaet, die de ochtend zelf in opspraak was gekomen. Pas veel maanden later kwam de verschoning, maar dat wist die ochtend niemand.

"Je kunt je, los van Van Avermaet, afvragen waarom al die sporters naar dokter Mertens gaan. Tegen alle ploegafspraken in. Het kan niet anders dan dat die dokter Mertens een meerwaarde biedt, zelfs al is het maar psychologisch. Wel, ook nu kom ik weer bij mijn moeder uit. De vader en de oom van deze dokter Mertens werden jaren geleden al door duizenden mensen in de regio Leuven gefrequenteerd. Ze hadden iets magisch in hun handen dat het volk aantrok. Ook vanuit Lovenjoel trokken mensen met allerlei kwalen naar Juleke en Fernand Mertens. En het was zoals bij de beenhouwer. Je moest er een nummertje trekken en je beurt afwachten. Ook mijn ouders gingen er."

Hij vertelt hoe Juleke vanaf een meter afstand drie spuitjes perfect naast elkaar in een bil kon mikken. Als een trefzekere basketter. En hoe het volksgeloof in het kunnen van die magiërs nadien op de zoon overging. "Alle grote sporters die wij gehad hebben, gingen langs achter binnen bij Jules of Fernand. Uit alle takken." Eddy Merckx? "Het zal wel. Daarom niet altijd. Maar ook toppers uit de atletiek. Iemand als Gaston Roelants kwam daar net zo goed."

Maar zelfs Lance Armstrong en Johan Bruyneel, die via eminente figuren binnen de Belgische wielersport aan Michel Wuyts liet verstaan dat hij maar beter zijn mond kon houden, kregen hem niet tot afkeer.

"Je moet je wel altijd hoeden voor mensen in de luwte. O wee voor wie het verkeerd voor heeft en aan de rand gaat staan. Ooit slaat die opnieuw toe. Terwijl ik het onaanvaardbaar zou vinden dat iemand als Bruyneel, die mensen zo onder druk zette om doping te gebruiken, nog zijn plaats zou terugkrijgen.

"Ooit had hij het plan om samen met Armstrong de Tour te kopen. Dat was in de periode van de schandalen rond Floyd Landis en Michael Rasmussen. Mevrouw Amaury (van het moederbedrijf boven de Tour, RVP) had genoeg van de schandalen en dacht eraan de Tour te verkopen. Sarkozy zou dat verhinderd hebben omdat hij de Tour als Frans nationaal erfgoed beschouwde, maar Bruyneel stond klaar. Aan de zijkant. Als dat lukte, kon hij dus een wereld scheppen waarin ze eigen reglementen creëerden en waarin ze vrij spel kregen."

Tranen in de ogen

Terug naar school gaat Michel Wuyts nooit meer. Zelfs al zei Zuster Maria, het hoofd van de christelijke scholen, ooit in het radioprogramma A la Prima op de vraag van Luc Verschueren of Wuyts bij een eventueel ontslag bij de VRT nog mocht aankloppen: "We nemen hem direct terug."

Dat was een geruststelling. Zoals het een geruststelling was dat zijn vrouw hem aanraadde zijn hart te volgen en die onzekere job bij de VRT te kiezen boven die directeursfunctie.

"Ze is qua veerkracht en evenwicht de tegenpool van mijn moeder. We kenden elkaar drie maanden toen ik al hele weekends daar zat. Zij heeft me geholpen in de vlucht van thuis."

Zoals het een geruststelling is dat hij, eerst op verzoek van zijn dochter en nu al een paar keer, soms gaat spreken over zijn moeder. Voor mensen die zelf geconfronteerd worden met manisch-depressieve mensen. "Het is ook voor mij confronterend omdat je tegenover die mensen nog meer open bent. Maar ik wil het wel blijven doen."

De avondzon boven Pelago zorgt voor het prachtigste licht op Villa Grassina en daarvan komen de warme beelden bij al deze woorden. En als fotograaf Diego zijn werk gedaan heeft, wil Wuyts nog iets vertellen. Zomaar een anekdote. En waarom niet.

"Dit jaar nodigde Frans De Cock van QuickStep ons uit voor het laureatenconcert van de Koningin Elisabethwedstrijd. Dat was een droom, zei ik hem. De Koreaanse winnares (Lim Ji Young, RVP) zou het eerste vioolconcert van Brahms spelen, een van mijn lievelingsstukken.

"Maar de Oekraïener die tweede werd, speelde het vioolconcert van Sibelius. Een stuk dat ik nog nooit kon uithoren. Altijd haakte ik wel af. Tot die avond. Hij speelde dat op zo'n weergaloze manier dat ik al tranen in mijn ogen kreeg. Maar toen kwam de pauze en we gingen net buiten Bozar iets drinken en ik hield het niet meer. Een kwartier lang zat ik te huilen.

"Frans De Cock vroeg mijn vrouw zelfs of hij zich zorgen moest maken. Het was unstoppable. De ervaring dat ik op mijn leeftijd, waarop je denkt alles gezien en gehoord te hebben, zo geraakt kon worden door een jongeman van 21 was ongelooflijk. Wat die gasten doen, is tien keer straffer dan wat een sportman kan."

Volgende vrijdag: zangeres Melanie De Biasio in Montereale Valcellina (Friuli)
Vrijdagavond al te lezen op DM+, de digitale vip-omgeving voor abonnees

Lees de vorige afleveringen op demorgen.be/derondevanitalie

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden