Zaterdag 24/10/2020

'Ik heb Laurent gekend. Fignon, dat was iemand anders'

Er is een nieuw boek: 'Laurent'. En dan weet elke wielerfan: Fignon. Dertig jaar geleden won hij zijn eerste Tour, een jaar later nog een. In 2010 overleed hij, pas vijftig. Valérie, zijn weduwe, schreef. En gaf een interview. Over Fignon en over Laurent.

De eerste zin: Ce livre est une histoire d'amour.

Dan volgen 276 pagina's, de laatste tien gevuld met foto's. De allerlaatste is de volledige cover van L'Equipe van 1 september 2010. Je ziet Laurent Fignon in de gele trui met de Gitane-fiets, de dan pas 22-jarige Laurent Fignon met bril en rond zijn zweetnatte, blonde haren die bekende band van Renault. Op het kaderplaatje staat nummer 15. Het moet de Tour van 1983 zijn. In 1984 startte hij met rugnummer 1. En won opnieuw.

Er staat nog iets op die cover. Journalist Gérard Ejnès schrijft onder de titel Un mec à part een eerbetoon aan de man die een dag eerder, op 31 augustus 2010, overleed na kanker. Hij doet dat met een paar penseelstreken, antwoorden op de steeds terugkerende vraag: wat zullen we ons van Laurent Fignon herinneren? Een cultuurschok (Parisien én gediplomeerd, daarmee was je niet voorbestemd om de Tour te winnen op je 22ste en een jaar later nog eens); een miserie (die acht seconden waarmee hij in 1989 in zijn Parijs de Tour verloor van Greg LeMond); een karakter; het ego van de kampioen; een laatste gevecht. 'Et ça fait mal.'

Die laatste vier woorden van Gérard Ejnès lees je bijna drie jaar later op het gezicht van Valérie Fignon. Voluit Valérie Bordes-Fignon, zo staat het op de brievenbus van haar huis vlakbij het Bois de Vincennes in Parijs. "Welkom bij Laurent", zegt ze als ze de deur opent van wat je een studioappartement zou kunnen noemen. Het bevindt zich boven een oude, tja, fabrieksruimte waar ooit een antiquair woonde. Daar zijn nog sporen van. Zoals er boven ook van Fignon zijn: de grote foto van Laurent die bij de afscheidsdienst op het kerkhof van Père-Lachaise naast zijn kist stond, een geschilderd tableau van de jonge Renault-renner-met-de-ronde-bril, een paar foto's. En één van zijn twee bekers van de Tour. "De andere is bij zijn kinderen."

Valérie Fignon was veertien toen haar latere man in 1983 de Tour won. Zelfs voor wie het wielrennen toen volgde, was dat uit het niets. Bernard Hinault, kopman bij Renault, had al vier keer gewonnen, maar ontbrak door een blessure. Dan gebruiken ze in voorbeschouwingen de term 'open Tour'. De oude Van Impe? Sean Kelly, toch een keer? Misschien Peter Winnen? Alles kon. Niemand dacht aan Laurent Fignon. Niemand kénde Laurent Fignon. Valérie non plus.

"Wielrennen interesseerde me niet", zegt ze. "Misschien dat ik van die Tour wel wat zag bij mijn grootouders. Maar van de Tour van 1983 heb ik geen souvenir. Later leerde ik de naam Laurent Fignon wel kennen. Zeker na de verloren Tour van 1989. Toen heb ik veel over hem horen praten."

Acht seconden

In haar boek schrijft ze dat dat mooi: 'A vrai dire, Fignon, je ne l'ai jamais connu.' Daarmee bedoelt ze de Fignon die wij kenden. Veel later leerde ze Laurent kennen. Dat verschil legt ze uit. "Tussen de Fignon die, in de jaren tachtig bovenaan de affiches stond en de Laurent die, twee decennia later, zo anoniem mogelijk wilde leven, gaapt een afgrond." Ze weet, van horen zeggen, dat hij minachtend, arrogant en hautain kon zijn. Dat was dezelfde man die bij haar oog had voor finesse, gevoelig en zacht was, betrouwbaar.

Het verschil? "Hij was van nature timide. Hij was geen man die het podium zocht. Eigenlijk was hij een eenvoudige man. En dus sloot hij zich af, door zich hooghartig en arrogant te gedragen. La grosse tête, door dat snelle succes. Nadien werd hij met de voeten op de grond geduwd. En later hield hij zich liever verborgen. Zeker als mensen altijd opnieuw over die verloren Tour van '89 begonnen te praten. Dat gebeurde elke dag. Tien keer per dag. Dat was hij kotsbeu."

Een andere eerste zin, deze keer uit Nous étions jeunes et insouciants, de autobiografie van Laurent Fignon uit 2009.

"Ah, maar ik ken u: u bent degene die de Tour heeft verloren met acht seconden!"

"Nee meneer, ik ben degene die er twee heeft gewónnen."

Heel veel praatte Laurent Fignon niet over zijn wielercarrière met Valérie, die hij pas later leerde kennen. Ze hoorde er wel over toen hij samen zat met Vincent Barteau (ex-ploegmaat en onder meer winnaar van de Touretappe op 14 juli 1989, de dag van de tweehonderdste verjaardag van de Franse Revolutie), Alain Gallopin (zijn ex-verzorger en vandaag ploegleider bij RadioShack-Leopard) en Alain Bondue (ook ex-ploegmaat).

"Ze waren zijn drie beste vrienden, omdat ze waren zoals Laurent: een beetje eenzaten, eenvoudig, helemaal niet het type m'as-tu vu. Gasten op wie je kunt rekenen en die er ook vandaag nog voor me zijn. Met hen praatte hij over de koers. Mij vertelde hij alleen over hoe het was kampioen te zijn. Over hoe verrast hij daarover was. En over hoe moeilijk het was dat te zijn."

Zijn ouders waren geen coureurs. "Er was geen fiets in de familie." Hij studeerde goed. Zes maanden aan de universiteit ook. "Maar het ging zo goed op de fiets, dat hij die combinatie niet volhield." Hij koos voor de fiets. Opvallend. 'Le professeur', door bril en achtergrond, de intellectueel. Het was niet alleen imago. "Hij bewoog zich als een intellectueel door het peloton. Als de anderen 's avonds na het eten elkaar op de kamer opzochten, trok hij zich terug om een boek te lezen. Politieromans, maar ook werken over filosofie. Poëzie zelfs. Gedichten die hij weer ging lezen toen hij ziek werd."

Dertien jaar geluk

Die renner won dus de Tour van 1983, waarin hij de gele trui overnam van Pascal Simon, de leider die bij een val een sleutelbeen had gebroken. In 1984 won hij opnieuw: na vijf ritzeges en met meer dan tien minuten voorsprong op Bernard Hinault en bijna twaalf op Greg LeMond. Daar is maar één woord voor: panache. Of veel woorden die allemaal hetzelfde zeggen: talent, klasse, suprematie.

"Hij is er achteraf gezien allemaal trots op geweest. Op die twee Tourzeges, op zijn overwinning in de Giro en op Milaan-Sanremo. Nadien hield hij niet zoveel contact met het milieu. Daar hield hij sowieso niet erg van.

"Hij hield ervan kampioen te zijn. Toen hij dat niet meer kon, stopte hij ook meteen met wielrennen."

Met fietsen zelfs. In de opbergruimte beneden staan een paar bekers onder bollenplastic. Drie fietskaders ook: een witte van Raleigh uit zijn Castorama-periode, en twee groene van Bianchi - herinneringen aan zijn laatste jaren bij het Italiaanse Gatorade. Op buis en zadelpen: L. FIGNON. Het stuurlint is vuil. In een rekje twee nieuwere fietsen. Een koersfiets met daarop Laurent Fignon, gekocht bij supermarktketen Auchan, en eentje van het merk PROFICA, een fiets die hij samen met ex-formule 1-rijder Alain Prost en oud-renner Jacques Cadiou lanceerde voor Veloland. Blinkend nieuw. Net als de mountainbike die hij voor Valérie kocht.

"Nooit gebruikt. Na zijn carrière wilde hij nauwelijks nog fietsen. Ook niet met mij. Waarom zou hij, vroeg hij zich af? Er moest aan het einde van een rit iets zijn. Een doel of een prijs of een uitdaging."

Valérie is Laurents tweede vrouw, in haar boek worden zijn eerste vrouw en zijn twee kinderen uit dat huwelijk even vermeld. Meer niet. Stilzwijgend wijst ze op de pijn die die breuk gedaan heeft en nog doet: on n'en parle pas.

Zij leerde hem kennen toen ze als hostess voor Peugeot op Roland Garros werkte. "Pas op voor haar ogen", had een vriend hem gewaarschuwd. Tevergeefs. Iets later nodigde hij haar uit om zijn assistente te worden en op 31 augustus 1997 werden ze een koppel. En dan komen plaatsen en data samen in zijn en hun geschiedenis. Die eerste kus was in Plouay, waar hij vier jaar eerder zijn allerlaatste koers had gereden. En exact dertien jaar na die eerste kus zou Laurent Fignon sterven. Op 31 augustus 2010. Ze schrijft het zelf: "Dertien jaar geluk, dertien brengt ongeluk..."

Ingestort op tv

Juni 2009. Laurent Fignon heeft net zijn autobiografie afgewerkt. De hele maand zal aan promotie opgaan en nadien zal hij voor de Franse televisie commentaar geven bij de Tour. Na een interview bij de Franse tv-ster Patrick Sébastien klaagt Fignon over een pijnlijke halsspier. Valérie stuurt hem naar de dokter. Dan gaat het snel. Er worden twee kleine cystes gevonden. "Zolang het verdict niet valt, blijf je hopen. Maar natuurlijk denk je aan de dood. Meteen."

Tijdens een autorit naar Nevers gaat de telefoon. Zij hoort hem met een dokter praten. Veel zegt hij niet. "Allô. (...) Ah bon. (...) OK. (...) Ah d'accord."

Zij begrijpt het meteen. Hij: "Bon, ik heb kanker, maak je geen zorgen, dat geneest."

"Ik heb altijd een slecht voorgevoel gehad", zegt ze vandaag. "Maar hij dacht dat hij zou winnen. Later heeft de dokter mij gezegd dat net het feit dat hij zo'n kampioen was, zijn leven met zes maanden verlengd heeft. Hij had al veel eerder moeten sterven."

De wereld komt het nieuws van de ziekte van Laurent Fignon te weten door een tweet van Lance Armstrong. Dat was niet de bedoeling. Fignon zou tijdens de Tour commentaar geven voor Europe 1 en de Franse tv, hij zou wel enkele dagen afwezig blijven voor chemotherapie, maar dat moest niemand weten. Helaas ben je van het gerucht geen meester. Armstrong, zelf ex-kankerpatiënt, hoort het. En doet wat niet onlogisch is: hij tweet om Laurent Fignon ('een vriend, een grote meneer en een wielerlegende') moed te wensen. Dat verwijt ze Armstrong vandaag helemaal niet. In haar boek schrijft Valérie hoe Armstrong eind 1996 na een persconferentie in Parijs, waarin hij bekendmaakte zijn carrière entre parenthèses te zetten omdat hij kanker had, nadien alleen in een hotelkamer in Roissy belandde. Het was Laurent Fignon die hem eruit haalde en hem thuis uitnodigde voor het diner. "Hij is de enige Fransman bij wie ik gevraagd werd om te komen eten", zei Armstrong over Fignon.

Het beeld dat Valérie vandaag van Lance Armstrong heeft, is niet veranderd. "Natuurlijk heeft hij dingen gedaan. En ik weet niet of Laurent wist wat er in die periode gebeurde en wat Armstrong deed. Maar Lance heeft Laurent niet laten vallen toen hij ziek was. Integendeel, hij heeft hem willen helpen."

Laurent Fignon geeft commentaar tijdens die Tour van 2009. Zoals hij is: met lof voor wie het goed doet, met kritiek voor wie dom koerst. "Hij had zijn tong niet in zijn zak zitten", is de letterlijke vertaling van hoe Valérie het zegt. Hij spaart zijn kritiek niet op de tactiek van de gebroeders Schleck, hij spuwt de woorden als hij ziet dat een kopman bidons gaat halen voor zijn ploegmakkers, hij vindt dat de renners te weinig trainen. "Hij vond ze te lui", glimlacht ze.

Maar dan, tik 'Fignon and Bilalian' in op YouTube en vind een scène die pijn doet. Tijdens de live-uitzending van de slotrit naar Parijs bedankt commentator Daniel Bilalian zijn co-commentator: "Merci voor de moed om hier bij ons te zijn en ik reken erop je volgend jaar hier opnieuw te zien. (...) Zolang ik er ben, zul jij er ook zijn."

Fignon glimlacht. En zegt dan ook een woordje van dank. "Toen ik hoorde dat ik deze ziekte had, heb ik jullie bijna meteen gebeld. En jullie hebben meteen gezegd: Laurent, we doen het zoals jij het wilt. Dat heeft me natuurlijk geraakt, dat helpt me natuurlijk en ik ben zeer gelukkig geweest en..."

Fignon kan niet verder. Schokkend van verdriet legt hij zijn hoofd op de commentaartafel.

"Ik denk niet dat hij de strijd opgaf", zegt Valérie nu. "Het was de uitputting. Later was hij daar zeer gegeneerd over, Laurent wilde met die emoties niet te koop lopen. Maar die chemotherapie was zo vreselijk slopend. Ik begrijp vandaag nog altijd niet hoe hij die Tour kon doen. Thuis sliep hij na zo'n chemo dagen aan een stuk. Dáár hervatte hij meteen het werk. Ik kan alleen denken dat het door de Tour kwam. Dat zijn Tour de France hem rechthield. De dag na die Tour ben ik meteen met hem naar het ziekenhuis gereden. De dag na de Tour van 2010 idem."

Van die Tour 2010 heeft ze nu spijt. "Hij deed de hele Tour. Zonder chemo deze keer. Daar had hij van de dokters de toestemming voor. Ik denk dat ze wisten dat het toch geen verschil meer zou maken. Het zou zijn laatste Tour worden. Hij zou aanvankelijk twaalf etappes doen, maar hij deed hem volledig uit. Veel mensen hebben van Laurent in die Tour een laatste mooie herinnering. Alleen ik niet. Anders dan in 2009 ben ik hem niet gaan opzoeken tijdens de rustdag. Dat spijt me."

Twee debacles

In haar boek speelt Le Grand Docteur geen mooie rol. Ze wil geen namen noemen. Maar het komt erop neer dat Le Grand Docteur haar Laurent niet de begeleiding heeft gegeven die een dodelijk zieke kankerpatiënt verdient. Ze moest bedelen om uitleg, smeken om duidelijkheid. Ze verloor haar vertrouwen. Ook daarom zette ze, na navraag bij alweer Lance Armstrong, haar zieke man op het vliegtuig naar New York in de hoop dat Amerikaanse dokters verder stonden in de behandeling van longkanker. Want dat bleek het uiteindelijk te zijn.

"Je kunt je blíjven afvragen waar dat vandaan komt", zegt ze. "Eerst dachten we dat het in de maag zat. Ja, Laurent had te veel vlees gegeten en te veel snoep en te veel cola gedronken. Toen hij ziek was, ging hij als een bezetene op zijn voeding letten. Maar zijn longen?"

Laurent Fignon heeft nooit gerookt. Natuurlijk is de vraag gesteld, Laurent Fignon heeft ze zélf gesteld: heeft dopinggebruik de gezondheid van de dubbele Tourwinnaar voortijdig onderuit gehaald? In zijn autobiografie heeft hij zelf getuigd over het gebruik van amfetamines en corticoïden. "Maar volgens de dokters kon er geen enkele link zijn tussen zijn ziekte en die producten, die maar doping light waren", zegt Valérie. "Van epo en groeihormonen is nooit sprake geweest. En ik geloof hem. Ook toen hij ziek was, onderzocht hij het minste medicament dat hem werd voorgeschreven. Als hij zich tijdens zijn carrière echt gedopeerd zou hebben, zou hij er achteraf niet zo tegen geweest zijn."

Vragen blijven. Antwoorden zullen nooit komen. Er waren twee grote debacles na zijn carrière. Eén: Laurent Fignon kocht voor véél geld Parijs-Nice, net toen alle sponsors zich terugtrokken uit het Franse wielrennen na de Festina-Tour van 1998. "Hij heeft er veel geld van zichzelf ingestopt, betaalde zichzelf geen salaris uit en probeerde de kosten te drukken door zo veel mogelijk zelf te doen. Hij ging met alle mogelijke sponsors eten. Die zegden tijdens zo'n diner toe, maar haakten nadien af. Ze wilden gewoon eens met Laurent Fignon gaan eten." Slechts enkele edities later moest hij Parijs-Nice met verlies verkopen aan de Société du Tour de France.

Tweede mislukking: zijn Centre Laurent Fignon bij Bagnères-de-Bigorre. Zij wijt het aan onwil van de regio. 'Ik heb me vaak de bedenking gemaakt dat de stress daarrond hem ziek gemaakt heeft', schrijft ze. Wellicht niet: Fignon overleed in 2010, zijn centrum in Bagnères-de-Bigorre opende pas in 2005 en volgens de dokters was de kanker zo ver gevorderd omdat de cellen al acht jaar in zijn lichaam zaten.

En hoe kwamen die daar? Zelfs zijn trainingsritjes in de buurt van Aix-en-Provence, een regio waar de radioactieve wolk van Tsjernobyl na de kernramp in 1986 blijkbaar lang bleef hangen, werden als reden aangehaald. Erfelijkheid? Anderhalf jaar na zijn dood kreeg Fignons moeder dezelfde kanker. "Ik zal het nooit weten", zegt Valérie uiteindelijk.

Het bezoek aan New York leverde niks op. "Een van die Amerikaanse dokters sprak twee woorden, die me alles deden begrijpen: 'Good luck.' Toen wist ik het."

Ze wist het helemaal toen ze vroeg in welk stadium Laurents ziekte zat. "Het vierde." Hoeveel stadia waren er dan? "Vier."

Chirurg met vakantie

"Laurent was al zeer kalm van nature, de ziekte maakte hem nog meer zen. En nog meer gesloten. Hij concentreerde zich op zijn ziekte. Maar fundamenteel veranderde zijn karakter niet. Hij had ook nergens spijt van. Hij had toch een mooi leven gehad, zei hij. Alleen zei hij ook: 'Ik ben niet bang voor de dood, ik heb alleen nog geen goesting om te sterven'."

De Tour van 2010 was een krachttoer voor Fignon: 21 dagen commentaar. Zijn stem fragiel, maar wel Parijs gehaald. In Parijs stond hij op het podium met Bernard Hinault. De wereld wist niet dat dit het laatste optreden van Laurent Fignon zou zijn. Amper een dikke maand later was Bernard Hinault een van de aanwezigen op de afscheidsdienst in Parijs.

"De dag na de Tour kon hij nog amper ademen. Hij had water op de longen. Ik reed meteen naar het ziekenhuis, daar mocht hij weer weg na een kleine operatie. We zijn nog naar Barcelona gevlogen, naar het WK atletiek. Maar terug thuis moesten we meteen opnieuw naar het ziekenhuis. Hij had weer veel vocht in de longen."

Het was augustus. De dokter die Laurent Fignon opereerde, vertrok een dag later op vakantie. "Toen een drainagekabeltje loskwam, heeft een verpleegster die met een zelfklever terug op zijn borst geplakt. Ik ga niet zeggen dat die zelfklever hem uiteindelijk sneller heeft doen gaan, maar toch..."

Drie weken verbleef de oud-renner in het ziekenhuis. Van opgeven wilde hij niet weten. "Hij wilde vechten. Hij dacht er zelfs even aan een bureautje in zijn kamer te installeren. Daar zou hij aan werken."

Zou: want werken ging niet meer. Laurent Fignon werd vijftig in dat kamertje in het ziekenhuis. Een verjaardag zonder groot feest. "De laatste week heeft hij niks meer gezegd. Die beelden zijn me bijgebleven. Het was schokkend om een man die zo sterk was, zo te zien. Het bleef me lang achtervolgen."

De agenda

Terug naar haar boek. Na het voorwoord, volgt het hoofdstuk 'L'agenda'. Die Moleskine-agenda, editie 2010, haalt ze uit een kluisje. Zijn laatste afspraken, zijn laatste plannen, zijn laatste bedenkingen. Allemaal keurig met potlood opgeschreven. Zijn laatste streepjes staan in het weekend van 7 en 8 augustus: ze zouden een uitstapje maken. Nadien blijft augustus helemaal leeg. Maar doorbladerend, kom je op nog iets. Valérie Fignon ontdekte het zelf pas maanden na zijn dood. Plots zag ze nog vier pagina's met aantekeningen. "Laurent wilde een boek schrijven over zijn ziekte en hoe hij die doormaakte. Hier zie je nog zijn werktitel: La route est longue. Hij schrijft hoe de operaties verlopen zijn. Dus hij moet na die eerste week nog notities gemaakt hebben. Nadien allicht niet meer."

Het is een beetje gênant om mee te kijken. Toch intrigerend. Zacht lees je nog de allerlaatste zin: 'L'important est d'être ferme sur son but.'

"Deze agenda werd de aanzet voor mijn boek. Ik was helemaal niet van plan om iets te schrijven. Maar toen ik het vond, moedigde de psycholoog die ik na Laurents dood regelmatig bezocht me aan om zélf op te schrijven hoe ik die periode heb doorgemaakt."

Er was een afscheidsdienst op Père-Lachaise, waar ze nog spijt van heeft. Niet van hoe hij was. "Een vriend speelde saxofoon, en Pierre Barouh zong 'A bicyclette' van Yves Montand." Nee, dat was allemaal goed. Maar ze betreurt de oproep om het 'in intieme kring' te laten gebeuren. "De ouders en de kinderen van Laurent wilden dat zo en ik heb hun verzoek gerespecteerd", zegt ze. "Maar door die oproep durfden enkele échte vrienden niet te komen, terwijl er uiteindelijk toch driehonderd man was. Dat spijt me. Sophie Anquetil (dochter van vijfvoudig Tourwinnaar Jacques, red.) is een goeie vriendin van me. Ze zei me hoe troostend en hoe warm ze die volle kathedraal van Rouen vond bij de begrafenis van haar vader." Mooi dat Cyrille Guimard er was. De oud-ploegleider van Fignon leefde in onmin met zijn ex-renner. Na de dood verviel dat. "Dat heb ik geapprecieerd."

Naar Père-Lachaise gaat ze amper. De voorbije drie jaar heeft ze de urne met de as van haar echtgenoot vijf keer bezocht. Er staan drie foto's voor. En er staan altijd bloemen. "Dat is gemakkelijk", glimlacht ze. "Dan moet ik zelf niet gaan. Op die plek voel ik niks."

Nadien was er niks meer. Jawel, les copains Barteau, Bondue en Gallopin. Mannen aan wie ze zelfs kleren en schoenen van Fignon schonk. Ze zette zich ook aan de zakelijke afhandeling van de zes bedrijfjes die Fignon had. Pijnlijk was toen ze zijn twee auto's moest verkopen. "Een auto koop je met liefde. Dat had hij ook gedaan. Ik vond het verschrikkelijk toen ik de kopers ermee de straat zag uitrijden."

De trui van 1989

Mensen gunnen je rouw. Even. Een paar weken. Wat maanden misschien. Dan moet het leven weer verder. Zoals in de koers. "Het lukte me niet. Ik wilde altijd over Laurent blijven vertellen. Bijna obsessief. Natuurlijk passeert de tijd en soms verbaasde ik me als er eens níét over hem gepraat werd. Ik wil niet dat iemand hem vergeet."

Dan helpt de vereeuwiging. Er is een Rue Laurent Fignon in Montpellier, een plein in Tournan-en-Brie waar hij opgroeide, een Complexe Sportive in Toulouse en sinds kort ook een Sentier Laurent Fignon in het Bois de Vincennes. En straks beginnen de opnamen van een televisiefilm over het leven van de renner. De Franse acteur Lorànt Deutsch zal zijn rol spelen, Valérie is consulente. In juli wordt in de marge van de Tour de eerste scène opgenomen: die van de acht seconden van 1989.

Laurent Fignon was niet gelovig. Valérie Fignon evenmin, al is er iets vreemds gebeurd. Wat doet iemand met verdriet en in wanhoop? Hulp zoeken. Zij ging naar wat ze een 'medium' noemt. Iemand die niet wist wie ze was, laat staan dat haar overleden echtgenoot Laurent Fignon was. "Ze heeft me gezegd dat hij het goed stelt. Je zou kunnen zeggen dat ze zomaar iets zegt. Maar ze wist niks van hem en toch vroeg ze: 'Wat heb je met zijn bril gedaan?' En plots zei ze: 'Hij maakt zich zorgen om zijn mama.' Toen ik buitenkwam, heb ik de mama van Laurent meteen gebeld. 'Ik heb kanker', zei ze."

Eén keer voelde ze Laurent fysiek. "Bovenop me."

Wat heb je met zijn bril gedaan? Ze stapt naar een kluis in de kamer en ze haalt hem eruit. "Ik ben zo bang om die ooit te verliezen." Om haar pols draagt ze zijn horloge. Zijn tijd tikt altijd mee.

Straks verhuist Valérie Fignon. Dat wordt een moeilijk afscheid, maar het moet. Te duur en te veel kosten aan dit huis. Te alleen ook voor een vrouw. Als ze verhuist, gaan de laatste souvenirs mee. De portretten van Laurent. De kaders van Bianchi en Raleigh. De trofeeën onder plastic. En één kader. Daarin de gele trui. Ze vraagt zich af of het die van de Tour van 1983 of die van 1984 is. Maar kijk goed. Er staat 'SUPER U' op. En bovenop de rechterschouder een rode wereldkaart. Verdomme: het is een trui van de Tour van 1989.

Valérie Fignon, Laurent, Editions Grasset, 276 pp., 19 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234