Vrijdag 25/06/2021

'Ik heb kerkhoven afgedweild om hem te vinden'

Australische soldaten van Slag bij Passendale herbegraven

Negentig jaar geleden stierven de Australiërs John Hunter en George Calder in Zonnebeke, tijdens de slag om het Polygoonbos bij Passendale. Vorig jaar werden ze teruggevonden, waarna ze de eerste WO I-slachtoffers werden die via DNA-analyse geïdentificeerd konden worden. Nu hebben ze een definitieve rustplaats gekregen in het bijzijn van nabestaanden.

Door Kris Hendrickx / Foto Yann Bertrand

Eén september 2006. Op de redactie loopt een bericht binnen. Vier, later zullen het er vijf blijken, Australische soldaten uit WO I gevonden in Zonnebeke, in uitzonderlijk goede staat. Een dik uur later dalen we af in wat ooit een bomkrater geweest moet zijn. Op de bodem steken vier paar schoenpunten uit de kleigrond, en ook de rest van de lichamen en uniformen is bijzonder goed bewaard. "Zie je, zelfs de hersenen zijn bewaard", zegt een archeoloog die naar een bruine brok naast de schedelpan wijst.

4 oktober 2007. De put en het geïmproviseerde graf van vorig jaar hebben plaatsgemaakt voor het Buttes New British Cemetery, hooguit een kilometer van de vindplaats van de lichamen. Gemeentearcheologen en wijkagent hebben plaatsgemaakt voor hoog gezelschap. De tweede in rang van het Australische leger is present en heeft de halve legertop meegebracht. Ook de Nieuw-Zeelandse premier Helen Clarck is van de partij en doet niet onder qua militaire begeleiding. De herbegrafenis van de soldaten die bekend geraakt zijn als de 'Zonnebeke Five' past dan ook in de ANZAC-vierdaagse die net van start is gegaan. ANZAC staat voor Australia and New Zealand Army Corps, de vijftigduizend man sterke troepenmacht die hier in WO I meevocht. Voor Australië zullen uiteindelijk twintigduizend soldaten nooit naar huis terugkeren. Een fractie van de vijfhonderdduizend soldaten die hier in een paar maanden tijd vallen tijdens de derde slag om Ieper, nog altijd een van de bloedigste militaire campagnes ooit.

Onder de genodigden bevinden zich ook Jim Hunter (73) en Mollie Millis (81), neef en nicht. De twee zijn gekomen om hun oom John Hunter de laatste eer te bewijzen. Ze hebben de man nooit gezien, daar zijn ze te jong voor. Toch hebben ze het gevoel hem te kennen. Jims vader, Johns broer, zat immers in hetzelfde bataljon en kon een deel van het verhaal navertellen. Hoe de 28-jarige John bij zijn allereerste actie op het slagveld zich meteen meldde voor een risico-opdracht, het overbrengen van boodschappen, en sneuvelde.

"Mijn vader was twee jaar jonger dan hij", vertelt Jim. "Toen ze hier aankwamen, was hun groep 250 man sterk. Een nacht vechten later waren er nog 42 soldaten inzetbaar. De rest was dood of gewond." John Hunter is een van die doden. "Mijn vader heeft eigenhandig zijn grote broer begraven, die hem altijd beschermde. Ik herinner me hoe hij vertelde dat er geen schram op zijn lichaam leek te zitten. Waarschijnlijk is hij gewoon door de druk van een explosie omgekomen." Hoe belangrijk John Hunter voor zijn broer was, begrijpt Jim als zijn vader zijn einde nadert. "Mijn vader kreeg alzheimer en ging steeds vaker op zoek naar zijn broer. 'Jack! Jack!', riep hij dan (de roepnaam van John Hunter, KRH). Hij leek wel opnieuw in zijn jeugd te leven."

De nabestaanden mogen de soldaten dan nooit gekend hebben, dat ze de twee vandaag kunnen begraven vinden ze wél belangrijk. Mollies zoon Craig (41) vertelt hoe hij tien jaar geleden al eens speciaal naar België reisde om zijn oom te zoeken. "Ik heb kerkhoven afgedweild in de hoop zijn naam ergens op een graf te zien opduiken. Waarom? Het is iets met je eigen geschiedenis kennen, het verhaal afmaken. Ik ben ongelooflijk gelukkig dat ik hier vandaag ben." Ook Sue Moore, achterkleinnicht van George Calder, de tweede geïdentificeerde, weet waarom ze gekomen is. "Mijn grootoom is altijd aanwezig gebleven. Er wordt over hem gepraat, we hebben een notitieboek teruggevonden. Hij bleef gewoon deel van de familie, zij het dan iemand die altijd 23 jaar is gebleven. Mijn eigen zoon is vandaag ongeveer zo oud, weet u."

Dat Jim, Mollie, Craig en Sue vandaag aanwezig zijn, is dankzij een Belgisch laboratorium. Christine De Greef en Stijn Desmyter van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie slaagden erin om de twee te identificeren via DNA-analyse. In het geval van John Hunter bleek uit de vergelijking met een speekselstaal van Mollie Millis dat de anonieme soldaat wel degelijk private John Hunter was. Een wereldprimeur voor soldaten uit WO I. "Het succes heeft wellicht met de kleigrond te maken", legt De Greef uit. "De grond heeft de lichamen waarschijnlijk beschermd tegen het contact met zuurstof. Maar ook de volledigheid van de skeletten speelde een rol. Zo konden we de analyse van verschillende lichaamsdelen combineren. Uiteindelijk waren het de tanden en het dijbeen die de doorslag hebben gegeven. De tanden zijn het hardst en worden ook door de mond errond beschermd. Het dijbeen is het grootste been, met de hardste materie na zoveel jaar."

De herbegraving is maar één schakel in de vierdaagse ANZAC-herdenking in en rond Zonnebeke. Het is de zoveelste uiting van een bloeiend oorlogstoerisme in de streek. De familieleden uit Australië voelen alvast dezelfde trend aan de andere kant van de aardbol. "In mijn dorp is er elk jaar een ANZAC-herdenking", vertelt Sues zus Anne. "Je zou denken dat daar elk jaar minder mensen op afkomen. Wel, het tegendeel is waar. Hoe verder de oorlog, hoe meer mensen komen. De vorige keer ben ik de kerk zelf niet binnengeraakt. Terwijl veel van die mensen niet eens iemand hebben die bij jullie gesneuveld is zoals grootoom George."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234