Donderdag 24/09/2020

‘Ik heb in de Munt mijn eigen kleine Epidauros gebouwd’

Dat de twee Iphigeneia-opera’s op één en dezelfde avond worden gespeeld is niet vanzelfsprekend, want beide stukken hebben, behalve het hoofdpersonage en het feit dat ze gebaseerd zijn op gelijknamige stukken van Euripides, niet zoveel gemeen. Hoewel er maar vijf jaar tussen het ontstaan van beide ligt, waren dat wel Glucks beslissende late jaren in Parijs: Aulide was zijn eerste “tragédie lyrique”, Tauride zijn laatste en zijn grootste triomf. Als er één regisseur is die met dat gegeven aan de slag kan, is het Pierre Audi, de in Beiroet geboren, en al meer dan twintig jaar - als intendant van de Nederlandse Opera en nu ook van het Holland Festival - in Amsterdam werkzame verhalenverteller.“Ik ben inderdaad een verhalenverteller. Ik heb dus veel interesse in mythes. De oorspronkelijke bedoeling van de auteurs ervan was ze te vertellen als grote epossen, waarin de verschillende verhalen onderling verbonden zijn: de Trojaanse oorlog, de Odyssee... In dit geval is het bindmiddel het hoofdpersonage, dat in de twee opera’s een verschillend maar met elkaar verbonden noodlot heeft. In de eerste opera vertel je over de ouders, in de tweede over de kinderen. Ik heb geprobeerd de verschillende versies van de mythe te combineren om te komen tot een grote eenzaamheid van het hoofdpersonage op het einde. In de echte mythe wordt Iphigeneia gedood door haar vader en daarna door Diana overgebracht naar Tauris. Maar Glucks Iphigénie en Aulide heeft een happy end: Iphigénie trouwt met Achille. In mijn productie bevrijdt Achille iedereen en Diane velt het oordeel. Daarna zie je Iphigénie wegvliegen.”

Uw visie staat dus dichter bij de originele Griekse mythe. Zie je dat ook in het scènebeeld?

“Ik heb mijn eigen kleine Epidauros gebouwd in de Munt. Het kleine speelvlak is op de orkestbak, het publiek zit daar rond en het orkest bevindt zich op het toneel. De eerste opera speelt zich af op de boot van Agamemnon, de tweede in de tempel; de zuilen van de Munt zijn gedupliceerd achter de bühne. In die tempel is er een slachtbank, die de plaats van actie is; rechts en links een kapel voor Diana en een kerker.”

Dat lijkt erg donker.

“Het is Freudiaans, het gaat om complexen. Er is een band tussen zus en broer, Iphigénie en Oreste. Wanneer Iphigénie in de eerste opera hoort dat ze moet sterven, is ze bereid haar vader te helpen. Ze aanvaardt haar lot. Iphigénie is bij mij een kadet in het leger van haar vader. Zij kent de plicht die bij de militaire verantwoordelijkheid hoort. In de tweede opera is het Oreste die de dood zoekt. Iphigénie is in Tauris een moordmachine geworden: zij moet elke vreemdeling doden die naar Tauris komt. Als haar broer in de tempel komt, nodigt hij zijn zuster als het ware uit hem te doden. Maar hun ontmoeting in de dood was al georganiseerd door hun ouders.”

Het feit dat vreemdelingen niet toegelaten worden in Tauris lijkt erg actueel.

“Inderdaad. Ik heb dat niet erg gepolitiseerd, behalve in één punt, dat van het leger. Agamemnon (in Aulide) heeft een georganiseerd leger maar Thoas (in Tauride) heeft een huurlingenleger, zoals in bepaalde Afrikaanse regimes. Beslissingen hebben daar vaak te maken met taboes en een angst voor het vreemde. Over actualiteit gesproken, Agamemnons zonde bij het begin kun je vergelijken met de opwarming van de aarde. Agamemnon heeft geweld gepleegd op de natuur, en daarom zegt Diana dat hij zijn dochter moet doden: omdat hij de ratio van de natuur heeft gewijzigd.”

Is dat dan een moraal voor ons? Moeten wij gestraft worden voor onze zonden tegen de natuur?

“Nee. Wij leven in zo’n minuscuul venster van het heelal. Ik ben ervan overtuigd dat alles cyclisch evolueert. Wat wij nu beleven, is al eens geleefd. Toch is er in onze samenleving angst voor een temperatuurstijging van een paar graden. We zijn bang dat de wereld daardoor vergaat. Moeten wij niet veeleer vervellen als de slang? Gaat het niet over een cyclus die we moeten accepteren?”

U gelooft dus nog in de mens.

“Ik ben zeer positief. Als ik iets wil laten zien in deze twee stukken is het de morele kracht, de waardigheid en de adel van het personage van Iphigénie.”

In Amsterdam cumuleert u de opera en het Holland Festival; u krijgt de grootste onderscheidingen, onlangs nog de Johannes Vermeerprijs. Hebt u niet het gevoel dat het tijd wordt om te gaan?

“Ik weet ook niet of ze dat doen opdat ik zou gaan of blijven... Maar uiteraard zijn het mijn laatste jaren daar. Ik ben 21 jaar in de opera en voor het Holland Festival doe ik twee termijnen, dat is dus tot 2012. Ga ik weg in 2012, ‘13, ‘14? Ik weet het niet. ‘De Ring’ van Wagner komt voor het laatst terug in ‘12-‘13. Rond die tijd zal ik dus wel elders heen gaan. Of nergens heen.”

U hebt geen projecten of dromen?

“Ik heb persoonlijke projecten. Met Christophe Rousset, met wie ik al lang samenwerk, zou ik iets heel nieuws willen doen: lichte, experimentele festivalproducties maken, met heel eenvoudige middelen. Daarenboven hou ik van hedendaagse muziek en daar ben je per definitie nooit klaar mee. Als je die liefde hebt, is er altijd een toekomst.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234