Vrijdag 23/10/2020

InterviewDe Vragen van Proust

‘Ik heb hem naar het kabinet van Verhofstadt gestuurd met de boodschap: je blijft daar zitten tot je een handtekening hebt’

Wivina Demeester: ‘Het kan sprankelen en ook eens botsen, maar ik voel mij nooit te oud om met jongeren te discussiëren.’Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Achtentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: gewezen CD&V-minister Wivina Demeester (76). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Jonger dan je denkt. Dat heeft vooral te maken met het feit dat ik vaak met jonge mensen werk. Hun creativiteit matcht goed met mijn ervaring. Het kan sprankelen en ook eens botsen, maar ik voel mij nooit te oud om met jongeren te discussiëren.

“Ik heb trouwens ook nog een kleindochter van achttien die bij ons woont omdat ze hier in de buurt naar school gaat. Dat dwingt mij om jong te denken en jong te handelen. En zoals iemand zei: ik heb geen tijd om oud te worden.” (lacht)

BIO • geboren in Aalst op 13 december 1943  • 1974-1995: volksvertegenwoordiger voor CVP • 1991-1992: federaal minister van Begroting • 1992-1999: Vlaams minister van achtereenvolgens Financiën, Binnenlandse aangelegenheden, en Gezondheidsbeleid • zet zich actief in voor mensen met een mentale handicap • ook hedendaagse kunst, architectuur en mode interesseren haar sterk

2. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Mijn lichaam is een ouder lichaam, laten we realistisch blijven, maar ik heb een goede gezondheid, daar mag ik absoluut niet over klagen. Ik ben fit. Ik wandel regelmatig en heb een hometrainer. Ik ben absoluut geen fitnessmadam, maar probeer wel mijn lichaam soepel en gezond te houden.

“Ik vind het ook belangrijk om er goed uit te zien. Ik heb een grote liefde voor de Antwerpse Zes, maar kijk ook graag eens over de grens naar de Japanse ontwerpers, daar vind ik zeker mijn maatje. (lacht) Aan schminken zal ik niet veel tijd besteden, maar ik hou wel van kleine details.

“Voor wie ik trouwens grote bewondering heb, is Frida Kahlo. Hoe ze zich tot het einde van haar dagen bleef verzorgen, ondanks het verhakkelde lichaam dat ze had. Chapeau als je de kracht hebt om dat te doen. Ik weet niet of het mij zou lukken.”

3. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Ik ben een echte doorzetter. Een voorbeeld? Toen we voor het eerst geconfronteerd werden met het aidsvirus in 1986 was ik staatssecretaris voor Volksgezondheid. Verhofstadt was toen minister van Begroting en ik had vijf miljoen Belgische frank nodig om een onderzoek te financieren om bloed te screenen. Zo niet bestond het risico dat aids werd overgedragen via bloedtransfusies. Ik kreeg het geld niet, maar ik móést het hebben.

“Wat ik gedaan heb? Het was 24 december, ik zal het nooit vergeten. Ik heb een van mijn medewerkers naar het kabinet van Verhofstadt gestuurd met de boodschap: je blijft daar zitten tot je een handtekening hebt. (lacht) Op zulke momenten moet je doorbijten. Ik mocht er niet aan denken dat ik beschuldigd zou worden van onachtzaamheid. Zoals trouwens gebeurd is met een Franse minister, die uiteindelijk uit het leven is gestapt omdat er zoveel doden gevallen waren.

“En privé? Mijn eerstgeborene heeft het syndroom van Down. Drieënvijftig jaar geleden was dat nog een groot taboe. Het waren toen helemaal nog niet de tijden van Down the Road (realityserie op Eén van Dieter Coppens, over een groep mensen met Down die samen op reis gaan, red.). Om die klap te verwerken heb ik toch wel wat doorzettingsvermogen nodig gehad.”

4. Wat is uw passie?

“Mijn jobs, kinderen en kleinkinderen. Ik heb vier kinderen en zes kleinkinderen, en ik ga door het vuur voor hen als het moet, maar mijn feitelijke passies zijn mijn jobs. Ik heb in mijn leven nooit iets tegen mijn zin gedaan. Ik heb lesgegeven; mijn man en ik hebben Monnikenheide opgericht (voorziening voor personen met een verstandelijke handicap, red.); ik heb de leiding opgenomen van dit huis; ik ben in de politiek geduikeld; ik heb dan de kans gekregen om veertien jaar te mogen deelnemen aan een regering; daarna heb ik de verdieping van de Westerschelde onderhandeld met Nederland. En ik heb dat allemaal gedaan met een ongelooflijk enthousiasme en met een zeer groot doorzettingsvermogen.

“Wat ik nu nog allemaal doe? (lacht) Ik ben nog voorzitter van de Singel en het Vlaamse Architectuurinstituut, ik ben nog lid van de Hoge Raad van Financiën, lid van de raad van bestuur van Scholen van Morgen en van Lantis (Oosterweel). En wat ik ook vaak doe, is mensen in nood helpen, maar daarover kan ik verder niets vertellen want dat zou niet correct zijn.”

5. ‘Blijf in uw kot’, wat doet dat met u?

“Ik run een coronacluster van 5 personen: koken, poetsen, wassen, strijken, zorgen, genieten van elkaar… en ermee doorgaan. En intussen actief de evolutie op wereldniveau proberen te volgen en te begrijpen.”

6. Wat zou u nog graag willen doen?

(lacht) “Ik heb nog heel veel te doen, maar wat ik écht graag zou willen meemaken is dat CD&V weer op de kaart staat bij jonge mensen. Ik geloof daar heel sterk in, en als ik daartoe zou kunnen bijdragen, met plezier. Ik ben nog altijd heel sterk overtuigd van de waarden van de christendemocratie. Het heeft geen zin meer om te dromen van een partij die even groot is als destijds, maar ik geloof wel in een sterke partij met heel veel jonge mensen. En ik zal die jonge generatie hoe dan ook stimuleren om zich niet aan de kant te laten zetten.”

7. Is het leven voor u een cadeau?

“Ja. Ik moet eerlijk zeggen, ook met alles wat ik meegemaakt heb, dat ik een blij en gelukkig leven heb. Ook verdriet is trouwens een onderdeel van gelukkig zijn.”

8. Waar hebt u spijt van?

“Ik heb maar van één ding spijt en dat is dat ik mijn vader niet verteld heb dat hij de eerste symptomen van dementie had. Toen hij mij vroeg of hij hetzelfde kreeg als een kennis van hem die zwaar dementeerde, heb ik gelogen. Ik had dat niet mogen doen. Vandaag zou ik dat anders aanpakken, maar ik wist toen niet hoe ermee om te gaan.

“Vanuit mijn functie van minister van Volksgezondheid en Welzijn en Ouderenzorg was ik al met dementie geconfronteerd maar wij hadden destijds niet de kracht om daarover met de mensen met dementie zelf te praten. Vandaag hebben we dat wel omdat we er ook veel meer over weten. En dat is belangrijk omdat je dan ook kunt uitleggen wat mensen te wachten staat. Zo heb ik later een goede vriend gehad met wie we openlijk over zijn dementie konden praten. Hij was een heel mooi voorbeeld van iemand tegen wie je het beter wel kunt vertellen.”

'Ik ben heel veeleisend voor mijn omgeving. Ik dacht dat dit wat verminderd was, maar mijn man beweert van niet.'Beeld © Stefaan Temmerman

9. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Toen ik vernam dat mijn oudste zoon in de allereerste fase van dementie zit. Onderzoek wijst uit dat de meeste personen met het syndroom van Down vrij vroeg dementeren of alzheimer krijgen, wat te maken heeft met hun chromosomen. Hij is nu 53, maar het is heel moeilijk om er met hem over te praten, want hij heeft natuurlijk een ander begripsniveau. Hij beseft dat zijn geheugen achteruitgaat, ‘maar’, zegt hij, ‘ik ben niet dement hè’. Want hij hoort natuurlijk dat wij daar vaak over praten. Ik ga nu bekijken hoe ik dit probleem moet aanpakken. Voorlopig blijf ik het antwoord schuldig.”

10. Wat is uw grootste angst?

“Mijn grootste angst is dat ik nog een van mijn kinderen of kleinkinderen verlies. Ik heb het al meegemaakt want ik heb een doodgeboren dochter gehad.

“Omdat de geboorte van ons eerste kind niet helemaal verlopen was zoals verwacht, ging daarna elke zwangerschap voor mij gepaard met een heel grote spanning. We hebben een tweede zoon gekregen, een derde, en daarna een doodgeboren dochter. Nog voor de dokter iets had gezegd, wist ik dat ze gestorven was. Ik voelde dat zo goed aan, dat is iets wat je nooit meer vergeet.

“Later hebben we een dochter geadopteerd. Wij hebben altijd vier kinderen gewild, ook al is de angst om een van hen te verliezen bij mij altijd heel sterk aanwezig geweest.”

11. Welke geluksscore geeft u zichzelf?

“Acht. En ik hecht daar ook een bijzondere betekenis aan. Acht is een geluksgetal bij de Chinezen. Als je het horizontaal houdt, symboliseert het oneindigheid en de twee cirkels duiden op verbondenheid. Twee belangrijke waarden voor mij.”

12. Welke kleine gebeurtenis kan u blij maken?

“Als het lente wordt de lijster in mijn tuin horen zingen. Of de eerste bloem van de camelia zien opengaan.”

13. Wat is uw zwakte?

“Dat ik te perfectionistisch ben. Ik ben heel veeleisend voor mijn omgeving. Ik dacht dat dit wat verminderd was, maar mijn man beweert van niet. (lacht)

“Bij mij moet het juist zijn. Kom niet af met geruchten of loze beweringen. Als je mij niet kunt aantonen dat wat je zegt evidencebased is, wil ik er niets over horen.”

14. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Wel, door het lint gaan, dat doe ik niet. Ik kan weleens heel kwaad worden. Wanneer ik voelde dat de ministers mij niet wilden volgen in mijn begroting, ben ik er een paar keer stevig tegenaan gegaan. Ik herinner me dat ik eens ben uitgevaren tegen Luc Van den Bossche (gewezen SP-minister, red.), dat ik hem gezegd heb: ‘Sorry, maar zo moet je de regering niet binnenkomen. Je kunt beter terugkeren naar je kabinet.’ Voilà.” (lacht)

15. Welk boek of film zou u iedereen aanraden?

Zie mij doen, een documentairefilm van Klara Van Es, waarvoor ze de juryprijs heeft gekregen (op Docville, red.). Een film die ze hier gedurende meer dan een jaar gedraaid heeft op Monnikenheide, over de emoties van personen met een beperking. Een heel serene, trage, mooie film.

“En ook het boek Een jihad van liefde van Mohamed El-Bachiri, (de man van Loubna Lafquiri die op 22 maart 2016 bij de aanslagen in Brussel om het leven is gekomen, red.) omdat het zo eenvoudig diepmenselijk is. 

“En nu wil ik jullie iets tonen. (diept uit een bureaulade een grote dubbele kaart op, een soort boekentestament van BRT-journalist Tuur Van Wallendael, 1938-2009, red.). Kijk, voor hij stierf heeft hij een overzicht gemaakt van zijn ‘Boeken voor het leven’. Op het einde van de afscheidsdienst kreeg iedereen zo’n exemplaar mee. Ik vind dit een heel mooi idee en eigenlijk ben ik ook van plan om zo’n lijst aan te leggen van boeken die mij geïnspireerd hebben en die ik graag herlees. Elegie voor Iris van John Bayley, bijvoorbeeld, een boek over zijn liefde voor de Britse schrijfster Iris Murdoch, die dement was op het einde van haar leven. Of Een verhaal van liefde en duisternis van Amos Oz. Of Tsjip van Willem Elsschot, djeezes hoe mooi is dat!” (lacht)

16. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Goh, eigenlijk heb ik die regelmatig, maar altijd heel kortstondig. Ik herinner me nog de eerste keer toen ik de basiliek van Vézelay binnenkwam en de monniken aan het zingen waren. Die symbiose van zang, sfeer en architectuur, dat was voor mij een transcendente ervaring. Hetzelfde gevoel overviel mij in de Bruder Klaus Kapelle van Peter Zumthor in Wachendorf. Een minimalistische betonnen veldkapel, gebouwd rond een houten constructie van sparrenstammen die later in brand zijn gestoken, waardoor een holle, geblakerde binnenruimte overbleef. Het licht zien binnenvallen door het ronde gat hoog boven in het dak, dat had voor mij iets mystieks.”

17. Wat vindt u erotisch?

“Verstandige en creatieve mannen. Of er veel van dat soort rondlopen? Ik zie er toch wel een paar in mijn omgeving.” (lacht)

‘Wat ik me graag verbeeld is dat ik in Parijs kunstenaars uit het verleden ontmoet. Nu ik het zo bedenk: deelnemen aan ‘Le déjeuner sur l'herbe’ van Manet, dat zou ik weleens willen doen.’Beeld © Stefaan Temmerman

18. Wat is uw goorste fantasie?

“Ik heb geen gore fantasieën.

“Wat ik me wel graag verbeeld als ik in Parijs ben bijvoorbeeld, is dat ik er kunstenaars uit het verleden ontmoet. Zoals de hoofdfiguur in Midnight in Paris van Woody Allen. Terwijl hij nachtelijk in de stad ronddwaalt wordt hij opgehaald door een oude koets en zo belandt hij onder andere op een bijeenkomst van Gertrude Stein en zit hij samen met Picasso, Monet en Manet.

“Nu ik het zo bedenk: deelnemen aan Le déjeuner sur l’herbe van Manet, dat zou ik weleens willen doen.” (lacht)

19. U belandt in de gevangenis, wat zou de reden kunnen zijn?

“Een gerechtelijke dwaling.”

20. Hoe was de relatie met uw ouders?

“Ik kom uit een veilig, warm en goed nest. Wij waren met drie kinderen, twee meisjes en een jongen. Mijn ouders kwamen allebei uit een zeer christelijk milieu en waren zeer verdraagzaam. Mijn moeder was een heel progressieve vrouw die lesgaf in het rijksonderwijs - in het katholiek onderwijs werden gehuwde vrouwen destijds geweerd. Ik ben dus opgevoed in een hele brede open geest.

“Mijn vader was een selfmade belastingambtenaar en een heel strikt en rechtvaardig man. Mijn striktheid heb ik van hem meegekregen, mijn perfectionisme van allebei denk ik.”

21. Hoe definieert u liefde?

“Voor mij is dat niet alleen elkaar graag zien, niet alleen lief en leed delen, maar ook heel veel met elkaar van gedachten kunnen wisselen en dezelfde ideeën hebben over kinderen opvoeden, over omgaan met je omgeving. En nu ook samen oud worden.

“We zijn al samen sinds 1963, dat is lang hè. Ik zat in het eerste jaar landbouwkundig ingenieur, mijn man in het laatste jaar. Twee ingenieurs samen, ja, maar met een verschillend temperament. Mijn man is ingetogener.” (lacht)

22. Hoe hebt u uw eerste liefde ervaren?

“Als stiekem. Ik herinner me nog dat ik er in het geheim met mijn vriendje een dagje op uit getrokken was naar Expo 58. Ik was toen vijftien. In die tijd was dat niet evident.”

23. Bent u een goede vriend?

“Ik ben heel trouw. Ik heb vriendschappen die al vijftig jaar meegaan. Boezemvrienden noemden we dat vroeger. Mooi woord hè.

“Ik heb graag dat mijn vrienden zich goed voelen bij mij. Ik nodig hen graag uit en kook graag voor hen. Ik trek er ook graag met mijn vrienden op uit om te genieten van kunst en cultuur.

“Mocht ik ervaren dat mensen zich niet meer goed voelen in onze vriendschap, dat zou mij pijn doen. Ik vind vriendschap heel belangrijk, maar dat wil niet zeggen dat je elkaars deur moet platlopen. Vriendschap betekent ook dat je van tijd tot tijd iets kunt delen met elkaar wat je met niemand anders deelt.”

24. Hoe zou u willen sterven?

“Liefst zo laat mogelijk. (lacht) En ik wil geen pijn hebben en afscheid kunnen nemen van mijn kinderen, kleinkinderen en van mijn zeer goede dichte vrienden en vriendinnen.

“Hoe ik tegenover euthanasie sta? Ik wil niet dat mijn leven nog verlengd wordt als het een verloren zaak blijkt te zijn. Dan wil ik positief kunnen sterven. Ik heb begrip voor omstandigheden waarin mensen kiezen voor euthanasie, ik heb zelfs begrip voor de vraag om euthanasie bij dementerenden, maar of ik er zelf voor zou kiezen, dat weet ik nog niet. Ik zeg dat oprecht, ik vind dat een heel moeilijke vraag. Ik worstel daarmee.

“Ik zie op Monnikenheide mensen die verzorgd worden tot het allerlaatste moment en het is heel mooi hoe begeleiders dat doen. Personen met een beperking kunnen niet kiezen voor euthanasie, dus dat blijft voor mij stof tot nadenken.

“Wat ik zou willen als laatste avondmaal? Goh, ik hou van een zeer gevarieerde keuken, zowel van een goede Japanse keuken als van een goede Belgische keuken. Iets lekkers dus, zonder vlees, maar met een zeer goed glas rode wijn die mijn man, die een goede neus heeft, zal uitkiezen.”

25. Waarover bent u de laatste tijd anders gaan nadenken?

“Ah! Ik ben sinds een maand of drie op actief nieuwsdieet. Ik heb dat boek van Rolf Dobelli (‘Het nieuwsdieet’, red.) gelezen en heb tegen mijn man gezegd: laten we dat eens proberen. In de week kijken we geen televisie meer, we luisteren niet meer naar het radionieuws, maar we lezen wel langere goed gefundeerde artikelen in het weekend. Zo krijgen we een update van de week. Want die uur-na-uur-updates over de coronacrisis nu bijvoorbeeld, dat is waanzin. Geef me liever een onderbouwd artikel van de WHO of een interview met Marc Van Ranst, want dat is een zeer goede wetenschapper. Alles wat hij vertelt is evidencebased, en dat is wat telt voor mij.

“Wat ik nu ervaar is dat je niet meer gestoord wordt door de waan van de dag. Ik voel me daar veel beter bij en ik kan veel fitter en spitanter nadenken. En we hebben meer tijd om te praten.”

26. Is de mensheid op de goede of de slechte weg?

“Ik denk op de goede weg. Wij horen altijd maar wat negatief is, maar we leven in een veel betere wereld dan vroeger. Natuurlijk kan het allemaal nog veel beter: we moeten nog sterk werken aan armoedebestrijding, er is nog veel honger in de wereld, maar ook op dat vlak boeken we vooruitgang. Ik ben het eens met de stelling van Rutger Bregmans boek De meeste mensen deugenAbsoluut te lezen.”

27. Welke gebeurtenis uit uw leven zou een goed filmscenario opleveren?

(lacht) “Dat is een heel leuk verhaal. Toen ik 18 was, in 1962, zijn we met zeven jonge vrouwen en veertien jonge mannen en een aalmoezenier met een oude bus door Griekenland getrokken. Dat was een onvoorstelbaar avontuurlijke reis. En zeer boeiend als groepsgegeven. Want natuurlijk waren er van tijd tot tijd spanningen en discussies. Maar de aalmoezenier, een briljante leraar Nederlands, had ons geleerd om alles wat conflictueus was of moeilijk te zeggen viel op de bus te schrijven. Toen we terugkwamen was de bus helemaal volgeklad.” (lacht)

28. Wat is de titel van uw biografie?

“Ik heb geen talent voor demagogie. Zelfs al zou ik het willen, het lukt mij niet.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234