Vrijdag 04/12/2020

'Ik heb geen lelijke woorden nodig om me goed uit te drukken'

Brahim, tussen idool en idealist

tekst Marijke Libert

Foto Stephan Vanfleteren

Mijn grootste idool is Brahim, zei Urbanus deze week in de krant. "Ik heb het ook gelezen", zegt de Torhoutse rapper, een beetje bedremmeld. De gêne contrasteert met zijn onweerstaanbaar afgetrainde lijf dat alle dilemma's in zich verenigt: imposante verschijning, gracieuze stap, maniëristische haarsnit, lieve blik.

"Tja echt, ik vind het vreemd dat ik voor die grote mijnheer uit de showwereld ineens een soort voorbeeld ben." Brahim (22) zou vooral voorbeeld bij de jongeren moeten zijn voor wie zijn r&b-muziek en zijn teksten zijn geschreven.

De tieners ontmoet hij nu bijna dagelijks in hun klaslokalen. Brahim heeft de Idool-waanzin van vier jaar geleden definitief en de grote podia voor even achter zich gelaten en koos ervoor op adem te komen tussen kleinere groepjes eigen publiek. Op praatsessies, in de Vlaamse scholen. Hij werkt er mee aan een integratieproject. En hij is peter van de Damiaanactie, die dit jaar op een gigantisch succes afstevent.

U bent zelf amper van de schoolbanken af. U volgde sporthumaniora te Brugge. Wat voor soort jongere was u toen?

Brahim: "In elk geval geen uitgaanstype. Mijn vrienden uit de klas waren uitbundiger, zij feestten meer. Ik werd vaak uitgenodigd om mee te doen, maar ik was liever thuis, filmpje bekijken, muziek maken."

Jongeren horen met elkaar op te trekken, in groep de omgeving te betasten, de wereld te ontdekken. Stond u er wat buiten dan?

"Toch niet. Ik had veel vrienden en die deden heus niet vreemd omdat ik niet met ze mee dronk of rookte. Ze begrepen dat. Ik van mijn kant keurde hun gedrag ook niet af. Er was een wederzijds respect."

U kent de jongeren, ontmoet hen, schrijft muziek voor hen. Hoe zou u die groep vandaag de dag beschrijven?

"Dat is moeilijk, omdat je een wirwar aan subculturen hebt. Je moet dus bekijken in welke categorie de jongere vertoeft om zijn gedrag te beschouwen. Je hebt momenteel veel hiphoppers, zoals ze zichzelf dan noemen, die leven volgens de vijf disciplines. Daarnaast zijn er groepen die andere genres muziek adoreren of bepaalde idealen nastreven. Moeilijk uit te leggen. Hoe dan ook, die groepen zijn al eens, hoe zou ik het zeggen (twijfelt) weinig tolerant tegenover elkaar. Dat zag ik vroeger op school en ik zie dat nog. Er is veel jaloezie. Niet zozeer over materie, wel over prestaties. Als ik op het vrij podium muziek speelde, kreeg ik soms ronduit afkeurende commentaren. Zo van 'doe niet belachelijk' of 'softie'. Ik vond toen dat sommige jongelui onverbiddelijk en weinig verdraagzaam konden zijn."

Wat zegt geweld u?

"Ik heb nog nooit in mijn leven iemand een boks verkocht. Ik heb het één keer voor mij zien gebeuren, op een hiphop optreden. Een bodyguard gaf een jongen die een foto van de optredende groep maakte, een dreun, met gebalde vuist, in volle gezicht. Ik ben toen meteen naar buiten gelopen. Ik voelde me slecht gewoon. Ik begrijp het niet, dat de vuist soms plaats maakt voor de vocabulaire. Bestaat er dan niet genoeg woordenschat om je mee te verdedigen? Neem die steekpartij in Oostende, ik loop daar al de hele week over na te denken. Ik zie de beelden op tv, lees de commentaren en ik kom er niet bij. Niets klopt. Het gaat om twee jongens van dezelfde leeftijd, racisme speelt hier niet, het gaat over een banaal voorwerp. En dan ineens diept iemand in één beweging een mes op en steekt dat in een lichaam, hét wezenlijke bezit van de mens. Je moet weten, het leven, dat is heilig voor mij.

"Ik heb het voorbije jaar met vele groepen jongeren gepraat. Mij boeide vooral welke verhoudingen er tussen hen was. En het eerste wat ik steevast opmerkte was: oei, wat een rivaliteit. Dat kon subtiel zijn, maar ook grof en pijnlijk. Eén zei tegen zijn maat, waar ik bij zat: 'Uw moeder is een hoer, met al haar vriendjes en zo.' Die maat reageerde ogenblikkelijk, ze gingen in de clinch, het escaleerde danig, dat er bijna klappen vielen. Agressie ontstaat snel bij jongeren die zeer kwetsbaar zijn. Ze krijgen kritiek en meteen volgt de ontploffing. Alsof er een kortsluiting ontstaat."

Agressie, zegt u, volgt op kwetsuur.

"Maar het eerste overheerst veelal, de agressie dus. Neem die eerste mars deze week in Oostende, toen de entourage van Bart naar de school van de dader trok. Stil kon je die tocht niet echt noemen. Er werd gescandeerd en 'woaaah' geroepen. Hoe wil je meepraten over zinloos geweld, als je niet anders kunt dan met woede te reageren. Een tv-verslaggever haalde een jongere voor de camera en vroeg hem 'wat indien er geen politiebegeleiding was geweest?' Het antwoord was: 'Dan zouden wij met geweld hebben gereageerd.' Komaan zeg, wie is hier nog mee? En dan de hele attitude van die gast, zogenaamd coole blik, pet scheef op, gespannen, zijn hele lichaamstaal straalde negativiteit uit. Ik begrijp dat niet, dat je zo doet als je aan het rouwen bent. Dan gaan toch andere emoties voor, verdriet bijvoorbeeld."

Je hebt ook andere jongeren natuurlijk, zij die deze week bij Guy Verhofstadt een constructief gesprek hielden.

"Uiteraard. Maar ik heb het over dat groepje wat helaas voor een beeldvorming zorgt die minder positief is."

Waarom hebben jongeren messen mee op zak?

"Ze zeggen: om zich veiliger te voelen op straat. Dat wapen op zak betekent dus dat ze er rekening mee houden dat ze het ooit zullen gebruiken. Pure waanzin!"

Dit hele discours kan de richting uitgaan van: 'de schuld van de ontketende jongere'. Gevaarlijk, niet?

"Zo denk ik dus helemaal niet. Ik heb hier alleen een paar vaststellingen gedaan. Het ergert me ook hoor, als ik analyses van specialisten of lezersbrieven lees met als conclusie 'er is een probleem met de jongeren'. Waarom niet kijken naar het probleem dat zich achter de jongere verschuilt: het probleem van de oudere, de opvoeder. Het probleem dat mensen hebben die een kind op de wereld zetten en het snel helemaal los laten, aan chaos overleveren. Ouders die toelaten dat hun kinderen met mes op zak naar school, fuif of vrienden toe gaan, of nog erger: ouders die niet meer weten wat er in de zakken van hun kinderen steekt."

Ontmoette u hen tijdens uw gesprekken, kinderen en jongeren die ouderloos zijn, niet letterlijk maar figuurlijk?

"Ik ontmoet af en toe jongeren met ouders die niet bezig zijn met opvoeden, maar ook jongeren die zich uitdrukkelijk distantiëren van hun opvoeding. Wat ik ook vaak hoor in gesprekken zijn zaken als: 'Mijne papa zegt, en ik vind dat ook, dat die vreemdelingen niet werken en hier onze vrouwen komen afpakken en ons geld.' Vooral dan die zin, raakt me 'en ik vind dat ook'.

"Een jongen van twaalf hooguit dertien, zegt dat. Hoe kan die zich een mening vormen? Hij heeft nog geen parcours gelopen waarna hij tot besluiten kan komen. 'Die Marokkanen doen alles kapot' komt van de ouders. Zij installeren dat gevoel van onveiligheid in die kleine hoofdjes. Bijna nog erger dan kinderen niet goed volgen, is dat opvoeders zulke boodschappen doorseinen en vastzetten in de koppekes van die gastjes. Kleuren worden aangeleerd, woorden, dat is rood, dat is blauw, een twee drie vier, maar ook 'bruin is bah' en 'kijk, zwarte man, gevaar'. En zo krijg je ineens gasten van veertien die zich onveilig weten en dan maar iets meenemen op zak om dat gevoel weg te nemen. Een mes bijvoorbeeld. Want, stel dat ze aangevallen worden, je moet je klaar houden voor de aanval.

"Een ander situatie die ik meemaakte was een jongere die van zijn moeder hoorde: 'Onze buren hebben alles en wij niets, en ik maar hard werken om hier een beetje brood op de plank te krijgen.' Dat resulteerde bij die jongen in de conclusie: 'Ik los die ongelijkheid op. Ik ga wat me ook toekomt, pakken in de winkel.' De boodschap van zijn moeder rechtvaardigde diefstal."

Een gemis aan moraliteit, ouders die slechte boodschappen seinen. We zijn weer beschuldigend bezig.

"Kan het anders, in deze discussie, of gaan we onze blik afwenden? Is het erg te vragen dat er een instituut is, liefst het ouderpaar uiteraard, dat juiste boodschappen doorgeeft? Mag het? Of mogen ouders ineens vergeten dat ze kinderen hebben? We hebben het uiteraard niet over 'de' ouders. Zo veel mensen zijn zo goed bezig met hun kroost, laten we wel wezen."

Hoe bent u opgevoed?

"Streng en rechtvaardig. En toch heb ik een veelheid aan keuzes gehad. Mijn vader is moslim en mijn moeder niet. Ik ben vrij opgevoed, in de zin van: wat ik moest weten, werd aangegeven, daarbuiten was er een lijst aan mogelijkheden om een en ander tot uitvoering te brengen. Grondprincipes waren onder meer: niet jaloers zijn, niet stelen van anderen, en nog een paar do's en don'ts. Kortom, een deftige moraal om in het leven mee weg te komen en ervoor te zorgen dat je een goede ontwikkeling kunt hebben. Belangrijk was ook: mijn ouders hebben me opgevolgd, in de hele tijd dat ik bezig was met opgroeien. Dat ging van altijd weten waar die tienjarige op zijn fiets naartoe ging, waar hij langs kwam en vooral wanneer hij terug was. Opvolging. Volgen. Ook later, in mijn passies, mijn muziek. Meegaan en trachten te begrijpen. Dat is opvoeding: in alle periodes naar het kind en met het kind mee kijken."

Ook in uw geloof was u vrij, toch bent u nu moslim.

"Ik ben nooit naar één Koranles moeten gaan. Mijn Marokkaanse vader leerde me geen Arabisch. 'Eerst uw Nederlands goed kennen, daarna zien we wel', zei hij. Op school volgde ik zedenleer. Mijn vader zei ook: als je oud genoeg bent en je komt naar mij toe met jouw vragen over islam, dan ben je welkom, maar je blijft te allen tijde vrij over wat je wilt geloven. Nu ben ik Arabisch beginnen leren, omdat ik het zelf wil. Ik ben gewoon geïnteresseerd in dat stuk cultuur in mij. Ik doe mee aan de ramadan, deels uit respect voor mijn vader, deels uit overtuiging. Pas op, ik zit niet te bidden of zo. Islam is voor mij een soort houvast.

"Toen ik voor de Damiaanactie in Kinshasa verbleef en daar die jongen met lepra, Junior, ontmoette, zag ik dat hij ook zoiets nodig had. Bij hem was het dat christelijke geloof. Dat werd zijn discipline, het hield hem letterlijk van de straat. Waarmee ik niet wil zeggen dat dit weer dé oplossing is. Het was wel onze oplossing, kennelijk."

Ideaal voor de rapper, de r&b'er, de hiphopper?

"Ik zit in die r&b-scene. Mijn moeder zegt me soms: vreemd hoe men jou linkt aan een bepaald aspect van die groep. Voor alle duidelijkheid: met hiphop en r&b is niets mis, het is echter steeds meer synoniem geworden voor verheerlijking van seks, zonder meer. De boodschappen werden eraan ondergeschikt."

Bij u geen zinnen met fuck, bitch, suck, et cetera?

"Ik heb mezelf voorgenomen dat nooit te gebruiken. Al die lelijke woorden hoeven niet. Ik heb woordenschat genoeg. Ik zou niet willen dat een jongen mijn teksten staat te zingen en via mij de goorste schuttingwoorden aanleert. Ik mag er niet aan denken dat dit de uitdrukkingsvorm wordt van mij en mijn fans."

Soms hebt u iets van een predikant, de gedrevenheid waarmee u spreekt. Alleen, het komt goud- eerlijk over, is niet drammerig.

"Woh, een predikant. Neen, please. Ik ben geen wereldverbeteraar. Ik wil me niet profileren en, wees gerust, wat ik zeg, dat méén ik. Dat zit vanbinnen, heel diep. Het is geen pose. En ik haat platitudes. Ik vind het dan ook een hele eer als mensen zeggen: uw teksten zijn zo diep."

Er zijn woorden die steeds terugkomen: hope, respect, power. Waar wortelt dat?

"Zoals gezegd. Diep. Dat heeft te maken met de definitie die ik aan succes geef. Succes in het gewone leven bedoel ik. De sleutel naar succes begint op de schoolbanken. Als ik in de klassen praat, is de eerste vraag die ik altijd stel: wie gaat graag naar school en wie niet. Op zij die 'niet' zeggen, ga ik meteen dieper in. Dan durf ik ook te zeggen: besef dat jullie hier een sleutel krijgen. Jullie krijgen leerkrachten, boeken, blaadjes en balpennen om die blaadjes in te vullen, van thuis krijgen jullie koeken en gesmeerde boterhammekes mee. Met andere woorden, dat zijn substituten voor 'kansen in het leven'.

"Enfin, ik probeer dat op hun niveau uit te leggen. Als kind was ik altijd zo dankbaar om die school. Ze vroegen mij soms: komaan Brahim, waarom ben jij nooit rumoerig in de klas? Nu, ik hield in gedachten dat ik eerbied moest hebben voor de mensen die voor mij stonden en me iets wilden leren. Ik wist dat ik de sleutel had. De persoon voor mij had de deur. En die deur opende op de wereld, de informatie, de kennis, het leven."

Uw moeder was zelf leerkracht Nederlands, later directrice van een school voor minder begaafde kinderen.

"Thuis werd er nochtans nooit over het onderwijs gepraat. Toch zullen bepaalde principes wellicht onvermijdelijk doorgesijpeld zijn. Het ergste vind ik niet praten, geen communicatie thuis. Ik stel het in die gesprekken ook vast: jongeren vergeten soms te praten met hun ouders. En dan maken ze maar eigen theorieën in een eigen denkbeeldige wereld. Of ze vertrekken gewoon, in het midden van de nacht.

"Laatst zat er een jongen van veertien in mijn groep die me fier meedeelde dat hij de hele nacht met een maatje in een leegstaand pand had doorgebracht. Hij was zo'n beetje de stoute jongen van de klas. Toen ik doorging op die uitstap en zei dat dit toch ongebruikelijk was, ging ook de rest van de klas dit ineens ook als eigenaardig beschouwen. Tevoren hadden ze dat niet durven zeggen. Die jongen zelf luisterde ook geboeid. Omdat het niet de leerkracht was die erbij was, maar Brahim hé, die rapper van de televisie. Ineens zeiden zijn maten 'hé zot, zo laat, dat kan inderdaad niet'.

"Ergens moet je toch een norm hebben, vind ik, iets wat een en ander regelt. Weet je (twijfelt) dat ik nog altijd een beetje bang ben voor het oordeel van mijn vader? Ik zal geen dingen doen waarvan ik weet dat hij ze afkeurt. Neem dat laat uitgaan, dat nutteloze rondhangen, nachten doorsteken. Ik heb natuurlijk een tijd gekend waarin dat alles gebeurde. Ik was in de wereld van de showbizz binnengestapt waar alles kon en mogelijk was."

Het moet een enorme ommezwaai zijn geweest. Na dat duidelijke leven in Torhout naar dat...

"... circus, de chaos, waar jonge meisjes zich ineens gooiden voor een persoon die ze niet kenden. Dat was het eerste wat me verontrustte. Ineens stonden ze voor mij, zo van..."

Proef maar

"Inderdaad. Heel uitdagend. Ineens zag ik meisjes, bijna kinderen nog, voor het podium obscene gebaren maken. Ik durf het hier nu zelfs niet na te bootsen, zo ruw vond ik het. Had ik daar gewenkt en haar meegenomen, ze had me... verwend. Dat was een shock voor mij. Was ik op al die uitdagingen en liefdesbrieven ingegaan, wat zou ik dan nu nog voorstellen? Hoe laag was ik dan als mens niet gevallen?"

Nochtans, de bekoring was wellicht groot, u zult wel geproefd hebben van deze 'fame'.

"Die aandacht bekoort. En toch, je moet je bewust zijn van het feit dat vandaag vandaag is en dat er volgende week een andere, blonde God, op de televisie zit waarvoor iedereen in zwijm valt.

"Maar ach, podia. Ineens sta je erop, je bent nieuw en wordt gevierd, je doet tournees. Er staan honderden mensen voor u, bekende mensen gaan ineens zeggen 'dat je goed bezig bent'. Je komt in een kolk terecht, je gaat zelf geloven wat men over jou zegt. Je begint je belangrijk te vinden, maar eens je die weg op bent, is de stabiliteit ook verdwenen.

"Ik voelde me niet goed in het wereldje errond, pers inbegrepen. Ik wou tonen wie ik als zanger was, wou spreken over mijn muziek, wou ernstig genomen worden, maar liep met mijn hoofd tegen de muur. Ik had een nieuw album, werd bezocht door een journalist. Die stelde één vraag over mijn muziek en negen vragen over 'privé', 'uw lief' over 'is dat uw lief' en waarom is het gedaan met dat lief, lief, lief. (zucht) Wat betekende een cover dan, wat was aandacht, waar ging het nog over? Niet over de muziek en nog minder over wie ik was. Ik wou niet langer meedraaien in dat circus."

Had u het wel gedaan, dan had u sportpaleizen aan uw voeten kunnen hebben. Nu zit u met gasten met jeugdpuistjes te spreken over rechtvaardigheid en melaatsheid.

"Ik heb echter altijd al gezegd: als ik de kans krijg iets nuttigs te doen in mijn leven, wil ik dat niet uit de weg gaan. En die Damiaanacties, die boeiden me van toen ik nog een stuk jonger was. Ik stond op de markt van Torhout met zo'n collectebus, balpennen en andere spulletjes te verkopen."

Voor iemand die zedenleer volgde.

"Inderdaad, want over die Damiaan en de acties voor leprabestrijding werd alleen maar in de godsdienstles onderwezen. Ik heb dat altijd heel onrechtvaardig gevonden. Ik hoorde over Damiaan spreken door maten die godsdienst kregen. Ik zei: geef me uw notities, ik wil dat lezen. Vreemd dat er een stempel op rustte: Damiaan, intussen de grootste Belg, was alleen van 'die van de godsdienst'. Ik heb dat doorbroken."

Als u dat aan uw r&b-vrienden zegt, krijgt u dan niet de reactie: 'watje', 'sukkel', 'get a life'?

"Ik krijg die reacties eigenaardig genoeg niet. Als je zelf gelooft wat je zegt, als je het ook uitvoert en meent, dan komt het ook puur over. Mensen zijn dan niet meteen geneigd jou daarmee onderuit te halen. Als je een goed doel uitkiest, alleen om je eigen imago op te krikken, ligt het anders. Onechtheid, dat hebben mensen door. Onechtheid in de ontwikkelingssector bestaat, helaas. Dat is businessclass naar Afrika afreizen, het vliegtuig afstappen, een gescheurde jeans en slobberige T-shirt aantrekken, jeep in, foto's trekken, baardje laten staan, o miserie miserie uitroepen, nog foto's laten trekken, een paar dagen later het vliegtuig terug nemen en onder het genot van het glas champagne moe en tevreden huiswaarts keren, zeteltje, eerste klas. Ik zit liever economy, tussen mijn soort, het gewone volk."

Wat betekent muziek nu voor u?

"Dat is en blijft mijn uitlaatklep. Met muziek kan ik spreken."

Kan muziek een kanaal zijn om agressie te uiten?

"Ik ben zelf een enorme fan geweest van Rage against the machine. 'Killing in the name of'! Dat soort nummers, ik was daar gewoon gek van. Ik heb echter door die muziek nooit de drang gevoeld er gewelddadig tegenaan te gaan. Nooit. Ik luisterde zelfs graag naar Korn, stel je voor, pure metal, heel straf. En Senser, was ik ook gek van, wegens de rage, het gevoel dat daaruit losbrandde, niet om de transformatie die het bij mij zou teweegbrengen. Men zegt soms: jongeren worden door videogames, muziek en televisie minder handelbaar. Ik geloof dat niet. Het is wel zo dat zij die vatbaar zijn, dat kinderen die minder gevolgd worden, via die kanalen extra triggers kunnen krijgen."

We hebben het hier nogal veel over jongens, over geweld, wat hoort u bij uw rondgang in scholen van de meisjes?

"Ik maakte ooit mee dat een meisje in tranen uitbarstte op het moment dat ik het had over respect hebben, ook voor het eigen lichaam. Ik zei dat een ander je niet kan bevelen met jouw lichaam iets te doen wat je zelf niet wilt. Toen begon dat meisje te snikken. Ze vertelde dat ze door haar vriendje danig gepusht was om met haar seks te hebben, dat ze geen pil of zo gebruikt had en zwanger was geraakt. Ze had het nog aan niemand verteld. Ik moet zeggen, dat was behoorlijk schrikken. Ik ben natuurlijk geen psycholoog of therapeut die meteen kan inspringen. Het meisje is dan naar buiten geleid, er is een leerkracht bij gekomen, ze kreeg hulp. We hebben het nadien gehad over seks, dwang en ook over relatie, liefde."

En hoe ziet u dat: relatie, liefde, seks?

"Vroeger, ik durf dat hier eerlijk zeggen, voor mijn achttiende heb ik nooit iets meer, je weet wel, met meisjes gedaan. Ik leerde toen over gevaren van seks, dacht erover na. Over liefde. Voor mij is echte liefde dat je iemand echt graag ziet en niet in eerste instantie om er jouw lust op bot te vieren. Liefde is ervoor gaan, in alle aspecten. En liefde is niet iets wat kort en af is, geproefd, weggegooid. Dat moet groeien."

In de showwereld niet steeds de gevolgde weg, uw conclusie...

"Ach, ik zie veel rondom me gebeuren, in dat zangwereldje. En eerlijk waar, ik ben ook verre van een heilig boontje geweest. Ik ben door scha en schande groot geworden. Ik heb moeten leren door dingen fout te doen. Ik heb geproefd van het leven en van bepaalde dingen heb ik echt veel spijt. Mij heeft het geleerd tijdens een fase in mijn leven een staat op te maken. Ik had de keuze vond ik, tussen kortstondigheid of dierbaarheid."

Maar dat idool zijn, dat past dan toch niet bij u?

"Het begon als een talentenjacht, voor mij, echt niets meer. Ik wou dat een jury uitmaakte of ik talent had. Ik speelde gitaar, zong redelijk en hield vooral van soul en die dingen. Dat deelnemen groeide uit tot... tja, een hype, succes, optredens, snel een eerste cd, en vooral die stempel van 'Brahim is'. Brahim is r&b, geprogrammeerde beats. Brahim is Brahim met de pet en de muts."

U hebt de pet afgezet, merk ik.

"Nu letterlijk, binnenkort ook figuurlijk. De gimmicks zullen verdwijnen, de eigen aard komt naar boven. Ik heb mijn overgang gemaakt, de tijd genomen. Er zijn genoeg mensen die om het even wat kunnen brengen of doen op tv, daar hoef ik me niet bij aan te sluiten. Ik wil iets te vertellen hebben. Dat echte heb ik onder meer ook gezien tijdens die rondgang bij scholen, tussen de jongeren. Ik ben wel ergens hun idool, besef ik. Als men zegt tegen mij: Brahim, ik ben fan van u, ik doe alles wat jij doet, heb ik iets van: ça va, oké, u zult een vrij gezond leven leiden. Als ze me zeggen, ik ben fan van Pete Doherty, tja, dan vrees ik.

"Voor mij zijn mijn moeder en mijn vader mijn grootste idolen. Dat méén ik echt. Om wat ze mij gaven, het best van beide culturen, en voor wie ze mij als persoon lieten zijn. Idolen zijn figuren die jouw leven verbreden en verruimen. Idolen zijn er niet om jou te overheersen of jouw plaats in te nemen. Je bent te allen tijde van jezelf."

Ik een predikant? Neen, please. Ik ben geen wereldverbeteraar. Ik wil me heus niet profileren en, wees gerust, wat ik zeg zit vanbinnen, heel diep

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234