Dinsdag 19/10/2021

'Ik heb geen last

Nederlandse televisiekoningin Mies Bouwman

van somberheid'

Door Hugo Camps

'Meneer Camps, u kunt mij geen problemen aanpraten. Ik heb ze niet, en mocht ik ze hebben dan zou ik daar niet met onbekenden over praten. Van mensen in de media hoor je alleen nog privéverhalen, omdat ze niets anders te vertellen hebben. Dat is nooit mijn ambitie geweest. De handrem binnen bereik, heb ik altijd gezegd. Grote drama's lekken vanzelf uit, maar die zijn er gelukkig niet. Duiken in het verleden, als u daarvoor gekomen bent: sorry!'

Mies Bouwman is haar stralende zelf. Onverminderd elegant en koket, met tanden. De koningin van de televisie laat zich niet omver blazen door wijsneuzen. Zij bepaalt de grenzen van het inkijkrecht, van de spanning tussen een lach en een traan.

We zitten in haar prachtige tuin in Elst, in de provincie Utrecht, met uitzicht op het water. Een schoonheid die niet uit te leggen is. De stilte, de vogels, het water. "Ik heb nooit geweten dat je zoveel kleuren groen kunt hebben."

Ze mag graag werken in de tuin. "Al word ik ook een beetje kriegel van mensen die zeggen: zo lang je nog in de tuin kunt werken... Het is heel bijzonder als je iets in de grond kunt stoppen en het doet het. Daar kijk ik met verbazing naar. Maaien vind ik ook zo lekker, daar doe ik anderhalf uur over. Verstand op nul, heerlijk.

"Een vrouw van roestvrij staal? Nou, ik ben wel 77. Ik kan morgen ook neerstorten. Maar ik ben er niet elke dag mee bezig. Je hebt het wel in het achterhoofd: o, voel ik nou een vreemde tocht? Meestal is het spierpijn. Ik ben blij dat ik hier nog lekker op mijn blote voeten door het huis kan lopen."

Een halve eeuw lang heeft Mies Bouwman de Nederlandse gezinnen aan de bank gekluisterd. Nadat ze in 1962 de marathonuitzending Open het dorp had gepresenteerd, werd ze heilig verklaard. Mies ging stoïcijns door met Mies-en-scène, Een van de acht, In de hoofdrol. Nederland bleef aan haar voeten liggen. Alleen met de presentatie van het satirische Zo is het toevallig ook nog eens een keer, in 1963, ging het even mis. "Na de vierde uitzending ben ik ermee gestopt. Werken moet een feest zijn, en dat was het niet langer. Mijn geluk ligt bij mijn man en de kinderen, dat is altijd zo geweest. Ik kon het niet hebben dat mijn kinderen werden bedreigd."

"Het was al vanaf de eerste aflevering raak, na een grapje over het koninklijk huis. Maar de echte storm stak op na de tekst 'Beeldreligie'. In die tekst van Dimitri Frenkel Frank werd in godsdienstige bewoordingen de televisieverslaving op de hak genomen. Ofschoon ikzelf de tekst niet had uitgesproken, was ik het zwarte schaap. Het was een gruwelijke situatie. De kinderen moesten onder politiebegeleiding naar school. Thuis zat een agent met het pistool op de keukentafel. Ik ben uit het programma gestapt, mijn man Leen (Timp, regisseur) is ermee doorgegaan."

Ze kreeg antisemitische brieven. "Zodra ik iets deed wat de mensen niet beviel, werd ik als jodin nageroepen. Het werd mij ook met zoveel woorden gevraagd of ik joods was. Ik gaf daar dan geen antwoord op, omdat de context zo schandalig was. Ik ben helemaal niet joods."

In Vlaanderen verscheen Mies Bouwman in 1978 drie maanden lang op televisie met Noord-Zuid, een praatprogramma dat ze samen met Johan Anthierens presenteerde en waarin gasten uit België en Nederland opdraafden. Ze verbaasde zich destijds hogelijk over de telefoontjes die ze kreeg van de toenmalige directeur-generaal van de BRT Paul Vandenbussche, over wat kon in het programma, en wat niet. "Verbijsterend, die bevoogding."

Mies Bouwman was er vanaf het televisiejaar nul bij. Als omroepster van de Katholieke Radio Omroep (KRO) in 1951. "Niemand wist wat een omroepster was, ik had geen voorbeeld, kon niemand nadoen. In heel Nederland waren vijfhonderd toestellen. Ik heb het allemaal zien groeien. Het rare is om het ook nog na te kunnen vertellen. Ze zijn bijna allemaal dood, die beginmensen. Het is een beetje griezelig: wie is de volgende?

"Mijn vader was secretaris van de KRO. Hij hield zich in roomse kringen op. Het geloof was er gewoon. Niets op tegen, maar mij pakte het niet. Ik heb op kostschool gezeten bij de nonnetjes. We mochten alleen Frans spreken. En: jamais à deux, we moesten altijd met zijn drieën lopen. Dat begreep ik niet.

"We woonden in Overveen, gezin met vijf kinderen. Mijn moeder had een prachtig flux de bouche. Tot haar laatste moment tekende ze haar wenkbrauwen een beetje bij, blauw op de ogen. Uiteindelijk is ze in een verzorgingstehuis terechtgekomen. Dat wil ik niet. Als ik iets deed wat niet zo in de smaak viel, kreeg ze het goed te verduren in dat tehuis. Dat ging ik dan repareren. Mijn moeder was erg op wat de mensen zeiden.

"Ik zat in een zangklasje. Voor de voorstelling in de schouwburg deden we papieren rokjes aan. Maar ik deed geen solo, hoor. Ik heb ook nog in processies meegelopen, als engel. Ik vond het allemaal goed."

De inquisitie sloeg dubbel toe. "Dat ik verliefd werd op een getrouwde man kon natuurlijk niet bij de KRO. Ook mijn vader had het er moeilijk mee, vanwege zijn geloof. Hij kon geen toestemming geven voor het huwelijk en dat moest nog in die tijd. Leen en ik zijn toen maar in Engeland getrouwd. Van mijn vader kreeg ik een envelopje met 100 gulden mee. We mochten het pas na het huwelijk openmaken. Zo lieflijk. Een huwelijk zonder ouders, zonder broers en zussen, ik heb me suf gehuild in die dagen. Twee jaar geleden waren Leen en ik vijftig jaar getrouwd en dat hebben we gevierd. Het is verbijsterend dat we het hebben overleefd. En dat we nog steeds samen gelukkig zijn."

Vier kinderen, dertien kleinkinderen. "Eigenlijk zijn het vijf kinderen, want mijn man had al een dochter. Ik weet niet of de kinderen onder mijn publieke leven hebben geleden. Ik heb ze weleens gevraagd: was ik er te weinig? Zij vonden van niet. Het vervelende was dat als we naar een pretpark gingen de hordes achter ons aan liepen. Een dochter woont nu in Amerika. We bellen elkaar. Ik ben niet van de computer. Een brief schrijven is leuker. Ik kan helaas geen goeie pen meer vinden. Ik had een viltstift die niet te dun en niet te dik was, dat schreef heerlijk weg.

"Ik heb geen last van somberheid. Soms vraag ik me af: ben ik nou zo'n oppervlakkig, vrolijk kind geweest dat het me allemaal gepasseerd is? Ik denk het niet, maar er is iets in mijn karakter dat weigert de somberheid te zien. Daar worden sommige mensen knettergek van. Als vroeger een kind van de trap viel, riep ik ook: 'Kom maar schat, niks aan de hand.' Soms was er wel een been gebroken. Mijn eerste reactie is altijd: niet het hoofd laten hangen."

Het donderde niet in welk programma ze stond: Mies Bouwman barstte door het scherm heen. Het was alsof ze thuis op de bank zat. De sluier van geheimzinnigheid die ook over haar hing, werd niet gezien. Mies was het volle leven. Poldergeluk. Zou ze haar talent kunnen omschrijven? Nee, dat kan ze niet.

"Ik herken het wel, talent. Het is iets van oprechtheid, iets van: dit wil ik doen, punt. Niet dat ik er zo'n behoefte aan heb, maar er is best nog wat moois te zien op televisie.

"Wij deden maar wat, niemand had ooit televisie gemaakt. De tv-mensen van nu hebben allemaal managers. Rijk en beroemd worden, dat willen de meesten. Weg ermee. Ik zie aardige programma's, maar als ze wegvallen is er ook niets aan de hand. Er wordt in Hilversum hard gewerkt. Een van de acht was eens in de maand. Tussendoor konden wij uithijgen, nadenken, doorzakken, uitslapen. Nu worden er drie programma's per dag ingeblikt, dat heeft toch niets meer met tv te maken? Productiewerk aan de lopende band.

"Het gebeurt dat de baas tegen een meisje zegt: 'Ga eens met Mies praten, dat doet ze wel.' Nou, dat doet Mies dus. En Mies zegt dan: 'Houd het op een paar simpele dingen.' Laat je niet aankleden, maar trek de kleren aan die jezelf mooi vindt. Ik heb driekwart van mijn leven in verkeerde kleren gelopen. Maar ik kwam op en het zag er goed en leuk uit. Dat soort dingen vertel ik tegen die jonge talenten. Om eerlijk te zijn, ik zie er weinig van terug."

Vertrouwdheid zit haar ingebakken. "Ik was Mies van dit en Mies van dat. Dat irriteerde me weleens. Succes heeft iets geheimzinnigs. Er is te weinig geheimzinnigheid op televisie. En er wordt verschrikkelijk slecht gesproken. De taal is zo lelijk, de zinsbouw zo arm. Ik vraag me soms af: zou de kijker dat dan niet merken? Nee dus, de kijker merkt het niet. De optelsom van hoe iemand hysterisch in de camera kijkt, de verkeerde woordkeuze, mallotig gedrag: het is die combinatie van onzekerheden die je vaak ziet. Ik heb altijd gekozen voor een combinatie van amusement en informatie. De idioten die je nu door het scherm ziet lopen, die hadden wij niet.

"Op het scherm zie je wie overkomt. Soms heeft iemand een geweldig succes, maar ik kan feilloos aanvoelen of hij of zij het redt. Het komt en gaat maar in televisieland. De vraag moet zijn: wie blijft er over?"

Als televisiester stond Mies Bouwman buiten rang en stand, buiten proletariaat en adel, naast de zuilenmaatschappij zelfs. Ook het koninklijk huis wist maar al te goed wie Mies was. Geheel onverwacht had ze in een van haar programma's prins Claus aan de telefoon. Haar grootste tederheid was weggelegd voor koningin Juliana.

"Ik had vooral deernis met haar. Soestdijk was een rampenplek. Ik zie nog de kamer van prins Bernhard met al die rare olifantjes en daar schuin tegenover de kamer van Juliana met die treurige rotanmeubelen - zo immens triest. We hadden eens een boek over Juliana gemaakt. Met brieven en fotootjes van mensen. We wilden graag dat Bernhard ook bij de uitzending betrokken zou worden. De koningin wist niet zeker of haar man dat wel zou doen. 'Misschien als u het vraagt, doet hij het wel.' Na enig gespartel was de prins akkoord. Toen ik dat Juliana meedeelde, sloeg ze hoge kreetjes uit van geluk.

"Die eenzaamheid in hetzelfde paleis: deerniswekkend. Terwijl Juliana een lief en geestig mens was en een zeer goede koningin. Ik vrees dat haar persoonlijke verdriet heel zwaar heeft gewogen. Nee, eenzaamheid ken ik niet. Ik heb mijn man en mijn kinderen, dat is genoeg. Daar heb ik mijn geest en handen vol aan. Al komt er niemand meer op bezoek, dan vind ik het ook goed."

Ze kijkt naar Pauw & Witteman, naar Nova. "Ook om ze af te keuren. Er is een overkill aan informatie. Weer 35 mensen dood in een bus in China, waar hebben we het over? Een dodelijk verkeersongeluk op de rijksweg in Elst raakt mij veel meer. Natuurlijk waren de beelden van de tsunami verschrikkelijk. Maar al die rampen zijn er veel eerder ook geweest. De communicatie vergroot nu alles uit.

"Ik houd me ver van altijd maar een mening te moeten hebben. Er zijn al zoveel onzinnige meningen. Dat het nieuwe kabinet in Nederland eerst honderd dagen moet rondreizen voor het aan de slag gaat, vind ik te belachelijk voor woorden. Doe iets in stilte en kom ermee naar buiten als je klaar bent. En: als je sjeest, stap dan op. Het goedpraten van de ene na de andere blunder bevalt me helemaal niet. Ze bedoelen het goed, maar mij overtuigen ze niet."

De vervuiling van het medium baart haar zorgen. "Er is te veel. Bij de zenders gaat het alleen nog om geld en commercie. Ik hoor van mensen die een serie in de aanbieding hebben dat ze eerst de hort op moeten, op zoek naar geld. Nou ja, dan krijg je allerlei apparaten in zo'n serie. Het hoeft niet meteen vreselijk te zijn, maar het is wel het begin van het end.

"Er is veel gorigheid op televisie en het tragische is dat niemand ernstig nadenkt over een alternatief. Het alternatief is niet boeiend. Geld zou voor televisie niet het uitgangspunt mogen zijn. Ik ben nooit over geld begonnen. Ik wilde eerst weten of een programma mij in de ziel raakte. Daarna kwam het geld. Niet alles is te koop. De eerste de beste trul die nu iets op tv doet, verdient meer dan ik in het hele seizoen. Ik benijd ze niet, ze liggen er na een jaar uit."

Dit interview verscheen eerder in het Nederlandse weekblad Elsevier, www.elsevier.nl

In 1978 was Mies Bouwman ook hier op tv, met het praatprogramma 'Noord-Zuid'. Ze kreeg herhaaldelijk telefoontjes van BRT-baas Paul Vandenbussche, over wat niet door de beugel kon. 'Verbijsterend, die bevoogding'

n 'Wij namen één uitzending per maand op. Tussendoor konden we uithijgen, nadenken, doorzakken, uitslapen. Nu worden er drie programma's per dag ingeblikt, dat heeft toch niets meer met tv te maken?'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234