Donderdag 29/10/2020

Ik heb geen keuze: ik vecht omdat ik niet wil sterven

De hoop was dat er eindelijk eens goed nieuws kwam. Maar nee: nog altijd blijft de strijd die Laurent Fignon (50) sinds maart vorig jaar tegen kanker voert, onbeslist. ‘Drie weken ben ik onder de scanner gegaan. De tumoren zitten er nog steeds en ze blijven onveranderd groot’, zegt de tweevoudige Franse Tourwinnaar. Maar opgeven doet hij niet.

Doodzieke ex-Tourwinnaar Laurent Fignon ook dit jaar weer tv-commentator bij de Ronde van Frankrijk

Zaterdag neemt Laurent Fignon weer plaats in de tv-commentaarcabine van Eurosport en daar zal hij tot Parijs blijven zitten. ‘Als ik opgeef ga ik dood. En ik wil niet sterven.’

In tranen nam Laurent Fignon vorig jaar afscheid van zijn publiek. Drie weken lang had hij voor Eurosport de Ronde van Frankrijk 2009 van zijn scherpe commentaren voorzien. Maar Fignon was ziek. Doodziek. Vier maanden eerder, op 20 maart, kreeg hij het nieuws te horen dat hij kanker had. De pijn was zomaar gekomen, tijdens opnamen in een tv-studio. Laurent Fignon kreeg pijnscheuten in de nek. Maar dat zou wel van het voortdurende draaien met zijn hoofd naar het scherm naast hem zijn gekomen, dacht hij. “Drie dagen later kwamen daar ook zwellingen in de hals bij”, vertelt Laurent Fignon. “Ik liet er nog wat tijd overgaan, ben dan toch naar de dokter gegaan. Drie weken later was er de diagnose: ik had kanker.”

Inmiddels zijn we zestien maanden verder. Bijna anderhalf jaar van intensieve chemotherapie heeft Laurent Fignon al doorstaan. En steeds opnieuw meldt hij zich in het Parijse hospitaal la Pitié Salpêtrière voor verdere behandeling en onderzoek. “Drie weken geleden ben ik voor de laatste keer onder de scanner gegaan”, vertelt de tweevoudige ex-Tourwinnaar. Hij verontschuldigt zich dat hij niet eerder de telefoon heeft kunnen beantwoorden. Maar de hardnekkige chemosessies hebben nu eenmaal hun prijs.

Nu gaat het weer. Niet meer en ook niet minder. “Zoals gewoonlijk”, zegt Fignon. Helaas heeft hij geen goed nieuws. “Uit de resultaten van de scan blijkt dat alles onveranderd is gebleven. Ik heb longkanker met uitzaaiing naar de lymfeknopen. De tumoren zitten er nog steeds. En ze zijn nog even groot. Ik had er nochtans een goed oog in. De voorbije weken voelde ik me wat beter. Dan krijg je vanzelf weer moed. Maar de ziekte is status quo. Precies zoals een jaar geleden. Het is niet beter en niet slechter. Ik vind dat geen goed nieuws.”

Dat wil ongetwijfeld zeggen dat je onverminderd doorgaat met chemotherapie?

“Dokters hebben beslist om de chemokuur intensiever te maken. Ik kom uit een periode met chemo om de drie weken. Straks schakelen we over naar een behandeling om de veertien dagen.

“Ik weet niet hoe ik dat zal verdragen. Bij de vorige kuur voelde ik me na elke chemobeurt tien dagen slecht. Ik had braakneigingen, hoofdpijn, voelde me moe en gedemoraliseerd. Alsof je griep hebt. Het maakt me depressief, soms. Je weet dat chemo de oorzaak is. En je weet ook dat het na tien dagen voorbij is. Daarna resten je dan nog tien goede dagen tot de de volgende chemokuur.”

Maar die behandeling heeft blijkbaar niet gewerkt.

“Het zoeken is nog altijd naar de juiste chemo. In januari was er een product dat wel werkte. De metastases waren met 17 procent verminderd. Maar ik kon het niet verdragen. Het maakte me doodziek. We moesten ermee stoppen.”

Heb je pijn?

“Kanker zelf doet geen pijn. Daar voel ik niks van. Het is de chemotherapie die het moeilijk maakt.”

Desondanks ga je toch weer als commentator voor Eurosport naar de Tour?

“Ja. De overeenkomst is rond. Ik doe de Tour zoals ik hem vorig jaar heb gedaan. Ik moet twee chemokuren inpassen. Mijn eerste is op donderdag 1 juli, een volgende chemotherapie onderga ik op 16 juli. Daarvoor hoef ik niet naar Parijs. Ik kan naar een ander ziekenhuis. Ik wil dat niet opgeven. Waarom zou ik? Ik wil gewoon verder gaan met mijn leven.”

Ben je sterk genoeg om nog een keer de Tour te doen?

“Fysiek ben ik niet veel verzwakt. Ik verlies geen kilo’s. Maar ik ben natuurlijk niet in topvorm. Soms ga ik golfen. Maar dan op een vlak terrein. Als het bergop gaat, voel ik me snel een oud mannetje. Af en toe stap ik op mijn mountainbike. Soms ga ik fietsen in het Bois de Vincennes. Ook daar zoek ik de vlakke weggetjes. En na een uur moet ik er toch mee ophouden. Meer gaat niet. Dan word ik moe. Als wielrenner was ik nooit moe. Vandaag ben ik al blij wanneer ik een uurtje kan fietsen.”

Hoe moeilijk is het om een normaal leven te leiden?

“Mijn leven is ingericht rond mijn kanker. Ik kan geen plannen maken. Ik ga regelmatig naar het ziekenhuis voor onderzoek. Ik krijg chemo. En alles kan elke dag opnieuw veranderen. Ik kan geen vakantie van twee of drie weken plannen. Want misschien moet ik ze annuleren. Ik ben ook vaak heel erg moe. Ik ben de gevangene van mijn ziekte.”

Maar je blijft wel de moed vinden om ertegen te vechten.

“Moed? Het is geen kwestie van moed. Ik hebt gewoon geen andere keuze. Ik heb geen zin om te sterven. Als ik niet tegen de ziekte vecht ga ik snel dood. Ik wil niet snel dood.”

Het is de voorbije maanden stil rond jou gebleven. Ga je de belangstelling uit de weg?

“Helemaal niet. Ik wil graag over mijn ziekte praten. Maar op mijn vrienden na komen weinig mensen me vragen hoe het met me is. Misschien komt het omdat mensen niet graag worden geconfronteerd met ziekte en dood. Ze vinden het moeilijk om normaal om te gaan met iemand die aan een dodelijke ziekte lijdt.”

Krijg je steun uit het wielerpeloton?

“In het begin kreeg ik telefoontjes van Eddy Merckx en Felice Gimondi. Maar verder hoor ik niemand. Ook mijn vroegere sportbestuurder Cyrille Guimard niet. Van Bernard Hinault heb ik ook niks gehoord.”

Heb je met Lance Armstrong gesproken?

“Ik heb hem in maart gezien, in zijn hotel bij de start van het Critérium International. We hebben over kanker gepraat, maar ook over andere dingen.

“We hebben elkaar de eerste keer ontmoet kort nadat Lance vernomen had dat hij zelf kanker had. We kenden elkaar nauwelijks. Ik was er zeker van dat dat de laatste keer was dat ik hem zou zien. Maar je voelde toch die levensdrang in hem, dat hij niet zou opgeven voor de strijd gestreden was.”

Lance Armstrong genas, won zeven keer de Tour en is er straks weer bij.

“Je zou kunnen zeggen dat Lance geluk heeft gehad. Dokters zijn er snel achter gekomen welk soort kanker hij had. Dat heeft bij mij veel langer geduurd. Eerst dachten ze aan darmkanker. Daarna kanker van de pancreas. Het is heel lang zoeken geweest.

“Geen twee kankers zijn gelijk. Lance heeft ook een experimentele chemotherapie gekregen, maar die heeft heel snel aangeslagen. Bij mij is het nog altijd zoeken naar de geschikte behandeling.

“Maar wat er ook gebeurt, ik zal blijven doorvechten. Ik stop niet. Hoe lastig en hoe zwaar het me ook soms valt. Ik heb de drang om te leven, dat zit in je. Dat vechten heeft niets te maken met het feit dat ik een wielrenner ben geweest, dat zit gewoon in de vezels van iedereen die wil overleven.

“Ik vecht omdat ik geen andere keuze heb. Ik heb een mooi leven gehad. Nu neem ik wat er komt. Ik maak geen plannen en ik denk niet aan de toekomst. Maar als de ziekte eenmaal genezen is, zal ik weer een normaal leven leiden.”

Denk je aan de dood?

“Niet meer. In het begin hield het me wel heel erg bezig. Daar ben ik nu voorbij. Waarom zou ik ook? Het leven is veel sterker dan dat. Als ik voortdurend aan de dood zou denken, zou het vechten me niet meer lukken.”

Dat ik zo hard blijf strijden tegen de kanker heeft niets te maken met het feit dat ik een wielrenner ben geweest, dat zit gewoon in de vezels van iedereen die wil overleven

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234