Woensdag 21/04/2021

AchtergrondArmoede

‘Ik heb geen cent meer. Letterlijk niet één muntje’: in Oeganda slaat de crisis nu genadeloos toe

null Beeld AFP
Beeld AFP

Covid-19 heeft de allerkwetsbaarsten nog kwetsbaarder gemaakt. Ook in Oeganda. Velen verdienen er door de lockdown en andere beperkingen minder dan de 1,90 dollar per dag die de VN beschouwen als armoedegrens. Hoe redden zij het?

Albert Kyajukwa (39), brommerchauffeur in Kampala

Aan zijn rechterdijbeen kun je zien dat Albert Kyajukwa (39) werkt als brommerchauffeur. Littekens veroorzaakt door valpartijen worden zichtbaar zodra Kyajukwa, een lijvige gestalte in een zwart shirt, zijn shorts een stukje optrekt. Schrammen en beurse plekken heeft hij ervoor over om per dag zo’n 20.000 shilling (5 euro) te kunnen verdienen, een bedrag waar in de Oegandese hoofdstad Kampala ‘nog net van valt te leven’. Kyajukwa aait zijn rode brommer, zo sterk hecht hij aan zijn tweewieler. Trots spreekt hij van ‘mijn gereedschap’.

Zijn gereedschap staat alleen al twee maanden stil tussen de kale muren van zijn kleine keuken, want de paar honderdduizend brommerchauffeurs in Oeganda mogen geen klanten vervoeren tijdens de lockdown. “Ik verdien helemaal niets meer”, verklaart Kyajukwa met een mistroostige blik. Voedselrantsoenen van de regering zijn niet aangekomen in zijn buurt, waar de oppositie populair is. Kyajukwa: “Ik lijd honger. Ik overleef bij de gratie Gods.”

God is in dit geval Grace, Kyajukwa’s alleenstaande moeder die twee weken geleden bij haar akkertje in Kyajukwa’s geboortedorp, 300 kilometer van Kampala, tegen betaling een vrachtwagenchauffeur zover kreeg om wat van haar eigenhandig verbouwde sperziebonen en aardappelen mee te nemen en af te leveren bij haar zoon. Truckers mogen tijdens de lockdown doorwerken.

Kyajukwa profiteert van de typisch Oegandese familieband en van de net zo typische improvisatiekunsten van zijn moeder, al baalt hij dat hij voor hulp is aangewezen op het plattelandsdorp waar hij twaalf jaar geleden vertrok om het te gaan maken in Kampala. Kyajukwa: “In Afrika hoort een man vanuit de stad voor zijn familie in het dorp te zorgen, niet andersom.”

Hij is bereid om naar zijn voedselrijke geboortegrond te gaan om er de lockdown uit te zitten, maar het verbod op busvervoer weerhoudt hongerige stedelingen van reizen. Zijn brommer biedt geen uitkomst: hij kan de benzine niet betalen. “Ik zit vast”, verzucht Kyajukwa, “ik ben een soort gevangene.”

De officiële armoedegrens van de VN, waar Kyajukwa nu onder is gezakt, zegt hem niet zo veel. “Ik was al arm”, verklaart hij, “drie jaar lang heb ik elke dag gewerkt om bouwmateriaal voor mijn huis te kopen, en het huis is pas half af. Noem je me dan rijk?” Zijn huisje van beton, gedroogde modder en golfplaat heeft geen stroom, en de raamkozijnen zijn dan wel beveiligd met tralies, ruiten zitten er nog niet in. “’s Nachts is het hier binnen koud.”

Kyajukwa hoopt na de lockdown meteen weer geld te gaan verdienen, hij hoeft dan alleen maar een scheutje benzine te lenen en zijn brommer op te starten. “Ik kan erbovenop komen, al wordt het moeilijk. De economie krimpt, Oegandezen hebben minder geld te besteden. Er zal minder vraag zijn naar taxibrommers. Ik moet gaan vechten voor mijn plek.”

Albert Kyajukwa. Beeld Michele Sibiloni
Albert Kyajukwa.Beeld Michele Sibiloni

Annet Namatovu (27), schoenenverkoper

Annet Namatovu (27) ziet de gevolgen van de lockdown terug op het hoofd van haar 5-jarige dochter. Namatovu, alleenstaande moeder van twee kinderen, verloor haar werk als schoenenverkoper en kan niet langer medicinale zalf voor de brandwonden van Blessing betalen. “Blessing krabt steeds vaker aan haar hoofd”, fluistert Namatovu in haar woonkamer, waar de witte verf van de muren bladdert en alleen de ingelijste Jezus nog lacht.

Namatovu, gekleed in een turkooizen rok en een shirt van Oeganda’s voetbalelftal, zit met gebogen hoofd op haar bankstel. “Ik heb geen cent meer”, zegt ze. “Letterlijk niet één muntstukje.”

Tot twee maanden geleden verdiende Namatovu zo’n 15.000 shilling (3,50 euro) per dag, ze kocht schoenen in bij een Chinese fabriek in de buurt en verkocht ze door op straat. “Toen kwam de lockdown en stuurde de politie me naar huis.”

Het was ook het einde van de tweewekelijkse gang naar de dokter om de zalf te kopen die Blessing nodig heeft sinds haar ongeluk van vorig jaar. “Blessing stootte een kaars om waarmee we ons huis verlichtten”, verhaalt Namatovu. “Er brak brand uit.” Blessings verbrande schedel gaat schuil onder een roze mutsje. Haar rechterarm eindigt sinds de brand in een stomp.

Op de vraag of ze weet dat ze onder de armoedegrens van de VN is beland, antwoordt Namatovu: “VN? Wat is dat?” Arm is ze duidelijk wel, zegt ze: “Hoe noem je het anders als je je gewonde kind alleen nog kunt behandelen met een restje vaseline?”

Namatovu’s inkomensval wordt gelukkig gebroken door het vangnet van de Oegandese gemeenschapszin. Namatovu woont voorlopig gratis in het huis van de overleden moeder van een kennis, ze mag het bijbehorende akkertje met aardappelen, cassave en bananen gebruiken. De kennis is van dezelfde bevolkingsgroep, ze voelen zich verwant. Namatovu: “Als Afrikanen behoren we elkaar te helpen in tijden van nood.”

Hard werken was Namatovu al gewend en nu bewerkt ze haar akker elke dag van 7 uur ’s ochtends tot 1 uur ’s middags. Daarna kookt ze de enige maaltijd van de dag, “in regenwater dat ik opvang in pannen”. Thee maakt ze van de pepermunt die naast haar huis groeit. Namatovu: “Ik heb vaak honger, maar prijs me gelukkig dat ik overleef.”

Na de lockdown wil Namatovu een doorstart maken als verkoper van schoenen, ze heeft nog vijftien paar op voorraad, maar ze vreest minder te gaan verdienen dan nodig is om Blessing weer naar de lagere school te kunnen sturen. Zonder de 80.000 shilling inschrijfgeld voor een volgend trimester bij de Little Angels dreigt er een streep door Blessings toekomst te worden gezet. “Met haar handicap staat Blessing al achter in het leven”, sombert Namatovu. “Zonder opleiding heeft ze nog minder kans.”

Robert Ssenfuma (42)

Op zijn 100 bij 100 meter grote stuk landbouwgrond, waar hij ook cassave, aardappelen, vanille en guaves kweekt, omhelst Robert Ssenfuma een bananenboom. De 42-jarige boer wrijft tijdens de omarming zijn rechtervoet liefdevol tegen de stam. “Voor mij is het niet moeilijk om de lockdown door te komen”, zegt hij met een brede lach. “Ik heb voor mijn hele gezin genoeg te eten.”

Zes miljoen van de vijftien miljoen werkzame Oegandezen zijn zelfvoorzienende boeren, en Ssenfuma en zijn vrouw Solome (42) hebben het geluk om met hun vier kinderen in een van de vruchtbaarste akkerbouwgebieden van Oeganda te leven, op een steenworp afstand van het Victoriameer en de Nijl. “Ik ben blij dat ik op deze plek geboren ben”, aldus Ssenfuma.

Niet dat de lockdown louter feest is voor Ssenfuma, die in zijn zelfgebouwde huis van gedroogde modder, golfplaat en hout op een houten kruk is gaan zitten. “Ik heb amper nog geld”, zegt hij. Aan de muur van zijn bedompte woning hangt een poster met de Heilige Maria die over hem waakt.

Mensen in zijn omgeving huurden hem vóór de lockdown in voor het wieden van hun gras, maar zij hebben als gevolg van de economische stilstand weinig meer te besteden. Ssenfuma’s verkoop van het overschot aan voedsel op zijn akker heeft ook te lijden onder het algemene geldgebrek: zijn prijzen heeft hij fiks moeten verlagen. “Voor een tros bananen kreeg ik eerst 25.000 shilling (6 euro)”, zegt Ssenfuma. “Nu nog maar 10.000.”

Suiker, zout en vlees van de markt kan hij zich niet meer veroorloven, en Ssenfuma weet ook niet hoe hij de 200.000 shilling inschrijfgeld moet vinden voor het volgende lesseizoen van zijn kinderen. Desnoods blijven Anthony (12), Kevin (8), Pauline (6) en Veneranda (5) een jaar thuis voordat ze weer terug kunnen naar hun school, genaamd Bright Future. Thuis kunnen ze de hele dag hun lesboeken lezen, want het zonnepaneeltje op hun krakende dak voedt een lampje. Hebben ze zin in een pauze, dan doen ze de radio aan. “Muziek helpt ons om vrolijk te blijven”, zegt Ssenfuma.

Zijn zoon Anthony begint onder de mangoboom op het erf een houtskoolvuurtje aan te blazen voor het koken van de tweede maaltijd van de dag. Na de cassave en thee van vanochtend is het nu, om 4 uur ’s middags, tijd om de magen opnieuw te vullen, dit keer met aardappelen, bananen en een saus van aardnoten. Ssenfuma bekijkt het tafereel met tevredenheid. “Wat zijn wij toch rijk eigenlijk”, zegt hij. “We zullen niet verhongeren.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234