Zondag 28/11/2021

'Ik heb een zwak voor oplichters'

Bijna zes jaar deed Gouden Boekenuil-winnaar David Pefko over de opvolger van Het voorseizoen. Intussen zat hij in de nor, kreeg een zoon en verhuisde achttien keer in twee jaar. Nu komt hij door de grote poort terug met Daar komen de vliegen, een hallucinante roman over de neergang van een joodse geldtycoon, gemodelleerd naar Bernie Madoff. Dirk Leyman

"Uitdoven, en nu onmiddellijk!"

Nauwelijks een paar seconden nadat ik David Pefko (1983) de hand gedrukt heb op het perron van het Amsterdamse Centraal Station, stormt een treinwachter op ons af. Hij wijst fanatiek op de sigaret tussen de vingers van de schrijver. Die lurkt nog even besmuikt verder en kijkt bedremmeld als een berispte kleuter. Pefko blijkt enkele meters te ver verwijderd van de peukpalen. "En zeggen dat ik in twintig dagen geen sigaret meer heb aangeraakt. Ik krijg altijd trek op stations. Zie wat ervan komt", grinnikt hij.

De Grieks-Nederlandse auteur oogt een tikje zenuwachtig. Je zou voor minder. Bijna zes jaar na zijn onverwachte triomf in De Gouden Boekenuil met de zwartgallige roman Het voorseizoen, rolt volumineuze opvolger Daar komen de vliegen van de persen. Intussen deed Pefko wel zijn duit in het zakje bij de veelbesproken erotische trilogie 25-45-75, met Jamal Ouariachi en Daan Heerma van Voss. "Ik ben altijd intens verdrietig als het schrijfwerk achter me ligt", zegt Pefko, wanneer we zijn neergestreken in een luidruchtig etablissement aan het water. "Het vertelplezier is onovertroffen. Pas in latere instantie begin ik aan de lezer te denken."

Wees gerust. Die lezer mag zich in de handen wrijven. Want Daar komen de vliegen is een roman zoals je ze te zelden leest in de Nederlandse literatuur, breed van statuur én vol ongerijmde verwikkelingen en spartelende personages. Het is een bezwerend fresco over een miljardentovenaar die zijn joodse New Yorkse klanten decennialang in de maling neemt. 'Een spelletje, gewoon wat kattenkwaad, niets bijzonders', zegt Jerry Kirschenbaum - de man met de indrukwekkende hamsterwangen - tegen zijn gehandicapte zoon. Tot de aandelenbubbel ettert en openbarst.

Kirschenbaums val is een bijna klassiek ondergangsverhaal. Pefko neemt een lange aanloop vol vooruitwijzende details en zorgt ervoor dat alle radertjes feilloos in elkaar grijpen, met af en toe een Grunbergiaanse twist erbovenop. En plots zijn daar de opdringerige vliegen en sluipwespen, in alle soorten en formaten.

Dit boek schreeuwt om een verfilming, mede dankzij een aantal ronduit hilarische, ontluisterende scènes. Kirschenbaum - hypochonder, verslaafd aan kalmeerpillen én aan automatons - is a man you love to hate. En zeker weten: de knuffelkrokodil, de ex-ijskastenkoning en die hond die zijn 'bark mitswa' viert, die vergeet u nooit meer.

Net als Levi Andreas en Het voorseizoen is ook Daar komen de vliegen een verhaal met een grote verteladem. Maar wacht even, had je eerst geen totaal andere roman aangekondigd?

David Pefko: "Het idee voor dit boek ontstond toen ik in 2015 veertien dagen in de Amsterdamse gevangenis belandde, na problemen met de belastingdienst. Ik was inderdaad eerst aan een ander boek begonnen, een roman over een regisseur en zijn ex-geliefde, die samen een film bekijken over hun leven. Maar ik kwam pijnlijk vast te zitten. Geen wonder als je - toen zoals ik - achttien maal in twee jaar bent verhuisd. Ik kan ook niet zomaar in bed, op treinen of in cafés zitten werken. Ik heb echt een vaste plek nodig.

In het Huis van Bewaring lukte het plots wel. Dat kortverhaal over Jerry Kirschenbaum kwam vervolgens in de bundel De Tien van Das Magazin terecht en vormt het embryo van Daar komen de vliegen. Ik had tien verhalen in gedachten over de opkomst en ondergang van deze man.

"Na de gevangenis liet ik het schrijven weer links liggen, maar toen mijn zoon geboren werd, kwam ik weer op dreef. In vijf à zes maanden was de roman klaar. Bij mij moet het snel op papier komen, anders is er iets mis. Dan produceer ik bijna 2.000 à 3.000 woorden per dag."

Daar komen de vliegen speelt zich af in het hart van Wall Street. Onwillekeurig moet je denken aan de film The Wolf of Wall Street, of aan The Bonfire of the Vanities van Tom Wolfe. Maar het echte model voor jouw Jerry Kirschenbaum is natuurlijk Bernie Madoff, wiens financieel Ponzi-piramidesysteem in 2008 voor het oog van de gehele wereld in elkaar stuikte?

"Toen de zaak-Madoff in 2008 en '09 losbarstte, zat ik gefascineerd voor tv te kijken naar de onwaarschijnlijke ontwikkelingen. In mijn omgeving schreeuwde iedereen moord en brand: 'Wat een ongelooflijk monster. Hij bedot zijn vrienden, zijn vertrouwelingen en zijn naasten.' Madoff had tienduizenden klanten beduveld. Maar ergens begreep ik hem: leven in een leugen en dat vooral zo lang mogelijk willen volhouden. Een prestatie, vond ik. Madoff bleek charmant en bijdehand, hij doneerde als een gek aan alles wat los en vast zat, en hij was attent voor zijn werknemers.

"Jerry Kirschenbaum is inderdaad gemodelleerd op Madoff - ik geef hem zelfs zijn hamsterwangen mee - maar lang niet één op één. Mijn Kirschenbaum is eenzamer. Hij heeft een zoon met het syndroom van Down, terwijl Madoff twee zonen had die na het schandaal stierven, respectievelijk door zelfmoord en kanker. Madoff was meer een straatvechter: zijn accent was niet erg chic. Terwijl Kirschenbaum een zalvende figuur is, een man die zijn omgeving en klanten eeuwig geruststelt."

Verbazingwekkend hoe groot de verleiding blijft van een Ponzi-piramidespel. Beleggers een rad voor de ogen draaien, is het iets van alle tijden?

"Ja, geloof me, het systeem zal steeds weer opduiken. Op dit eigenste moment wordt iemand wijsgemaakt dat hij gouden kansen krijgt die hij nú moet grijpen. Dat is de kiem van een zoveelste grote oplichterszaak. Het is een heel mooi solipsistisch systeem, omdat het misbruik maakt van het menselijk vertrouwen.

"In eerste instantie zijn mensen nog niet gedupeerd, lijkt er niets aan de hand. Dat gebeurt pas als het stopt, als iemand wordt ontmaskerd, dan stuikt alles in elkaar. Zolang er een geldstroom op gang gehouden wordt, blijft een piramidespel vrij perfect bestaan. Een piramidespel is alomtegenwoordig, zelfs in een normaal huishouden. Ook daar vul je eigenlijk de ene geldleemte met de andere op, er blijft altijd iets achter wat je nog moet betalen. Charles Ponzi deed het in de jaren 20 met postzegels, maar hij was veel destructiever dan Madoff en eindigde compleet berooid."

Vanaf de eerste hoofdstukken tintelt het onheil, met de angsten van Kirschenbaum en zijn verslaving aan kalmeerpillen. Toch neem je volop de tijd om je personages in te kleuren.

"Ik vond een uitgebreide familieschets van die joodse, New Yorkse gemeenschap erg belangrijk. Die mensen moesten een stem krijgen, hoe verdrietig of absurdistisch de gang van zaken ook was.

"Neem nu Ruth, de vrouw van Kirschenbaum, die altijd aan zijn zijde blijft. Net als de vrouw van Madoff raakte ze verslaafd aan alcohol en is ze redelijk neurotisch. Madoffs vrouw blowde zich na zijn val te pletter, raakte compleet in fysiek verval. Of kijk naar die joodse investeerder. Hij heeft steeds veel twijfels over de beleggingssystemen van Kirschenbaum, maar stapt vlak voor de val toch mee in het systeem.

"Kirschenbaum pronkt graag met de exclusiviteit van zijn fonds. Het is een trucje dat vaak werkt. Daardoor voel je een nog grotere drang om erbij te horen."

Je hebt je zichtbaar vermaakt met het opzetten van dit hele bouwwerk. Tegelijk moest je je verdiepen in die financiële branche om het geloofwaardig te houden. Hoe moeilijk was dat?

"Ik heb alles nauwkeurig uitgezocht. Dit boek speelt zich af in 2008 en '09. Internetbankieren was nog bijlange niet zo gesofisticeerd, eerder een direct pay-model met een simpel wachtwoord-inlogcodesysteem. Madoff werkte ook met matrixprinters, omdat die het minste sporen nalieten. Hij had oude IBM-computers opgekocht waarmee hij een gesloten circuit kon opzetten. Daar voerde hij zijn verzonnen algoritmes, formules en beurskoersen in.

"Maar Madoff had wel vier mensen in dienst die van zijn fraude wisten. Dat was zijn achilleshiel. In mijn boek neemt Kirschenbaum een afdeling Koreanen aan boord. Zij hielden het systeem draaiende en voerden enkel uit. Dat was veiliger. Ziehier mijn tip voor een toekomstige Madoff: zo min mogelijk mensen van je fraude op de hoogte brengen."

Je was zelf een tijdje makelaar en antiek- handelaar en raakte zo ook verzeild in onfrisse zaakjes. Kwam die ervaring je van pas bij het schrijven?

"Ik had verstand van kunst, maar amper van belastingen betalen. (lachje) Ik nam meer financiële risico's dan de gemiddelde burger. Omdat ik geen ouders had om op terug te vallen, stond ik er vaak alleen voor. Wanneer ik in de knel zat, wist ik verdomd goed hoe ik aan extra's kon komen. Door een bepaalde manier van praten en door mensen te bespelen, wist ik me steeds te redden én vertrouwen te wekken.

"Ik heb wat afgelogen en bedrogen om te kunnen overleven. Daar heb ik achteraf spijt van, al maakte ik het intussen met de meeste mensen weer goed. Nu hoeft dat gesjacher niet meer. Nu heb ik een beroep waarover ik me niet moet schamen. Een arme schrijver, dat staat zelfs chic, toch?"

Het genot van de leugen en de bekoring van het kwade, dat zie je bij je hoofdpersonage Kirschenbaum ten voeten uit?

"Ja, maar ik schets ook hoe slecht je je daarbij kunt voelen. Madoff had veel gezondheidsproblemen en hield die fanatiek verborgen. Ik kreeg op mijn beurt talloze paniekaanvallen, gek genoeg net toen ik stopte met riskante zaken. Ik vreesde zelfs voor een hartaanval. Via de omweg van Kirschenbaum kon ik erover schrijven, misschien is het mijn vorm van therapie. Zo sluipt er toch steeds iets autobiografisch in mijn boeken."

Mag je deze roman een ondergangsverhaal noemen, met elementen van de soap, cliffhangers en zelfs scènes à la Mad Men?

"Het is zeker filmisch opgevat. Daar hou ik ook van. Je kunt er zelfs Shakespeare bij halen.

"Het is onbegrijpelijk dat in de Verenigde Staten nog geen enkele romancier zich op het Madoff-verhaal heeft gestort, zeker omdat het zo'n krachtige familiesaga is. Kinderen die niet wisten wat hun vader uitvrat en veel minder succesvol waren dan hij, nou ja, heerlijk. Al komt er binnenkort wel een Madoff-film uit met Robert De Niro in de hoofdrol. Wedden dat die enkel over de slechterik gaat? Mijn boek wil ook de charmante kant van de fraudeur tonen."

Je hebt een zwak voor elegante oplichters?

"Jazeker. Eens oplichter, altijd oplichter, zullen we maar zeggen. Schrijven is ten slotte ook oplichten, je houdt de lezer voor het lapje. Je maakt de dingen mooier dan ze zijn. Het is een verleiding waar ik ook in het dagelijks leven nauwelijks aan kan weerstaan.

"Laatst las ik trouwens nog een prachtig verhaal over Madoff, helaas te laat om in de roman te verwerken. Hij schijnt de chocoladehandel in de gevangenis in handen te hebben genomen. In het winkeltje koopt hij alle oploscacao enorm groot in en verkoopt die vervolgens voor net iets meer geld. Je kunt de cacao enkel nog bij hem krijgen."

Uiteindelijk is het de Griekse klokkenluider Yanakis Lifkos die Kirschenbaum op een bizarre manier in het nauw drijft. Ook dat is uit de realiteit geplukt?

"Ja en nee. De echte klokkenluider was inderdaad ook een Griek, Harry Markopolos genaamd. Tien jaar voor Madoff ten val kwam, had hij alle bewijsmateriaal en verdachtmakingen verzameld en schuimde hij de hoogste instanties af. Hij kreeg totaal geen gehoor. Niemand wilde blijkbaar dat Madoff toen al werd ontmaskerd. In mijn versie stapt de Griek zelf op de oplichter af."

Een markante en tragische rol is weggelegd voor Kirschenbaums gehandicapte zoon Andy.

"Via Andy kunnen Ruth en Jerry laten zien dat ze in feite ook gewoon goede mensen zijn. Voor de buitenwereld lijkt de Kirschenbaums door de geboorte van de mismaakte jongen een groot ongeluk te overkomen. Maar het pakt goed uit, ze zijn erg gek op Andy en nemen hem overal apetrots mee. Terwijl Jerry duivels goed beseft dat Andy de ideale bliksemafleider is. Iemand die zo goed zorgt voor zijn zoon, dat kan toch geen monster zijn, denken de mensen? We weten natuurlijk allemaal dat de grootste monsters en dictators lief zijn voor hun hondjes."

Geestig zijn de soms nietszeggende, voortdobberende dialogen tussen de personages. Kirschenbaum is bijzonder bedreven in het gebruik van stoplappen. Hoe nuttig is het om altijd welluidende dooddoeners op voorraad te hebben?

"Dat is uitermate belangrijk in het leven. Ik ben ziekelijk jaloers op mensen die een portie oneliners paraat hebben en anderen in verbazing kunnen achterlaten. Dat is mij nog nooit gelukt. Toch kwamen de dialogen in de roman als vanzelf. Soms zijn ze inderdaad lullig en heel banaal, maar dat is de bedoeling, Ze horen er wel bij. Ook futiele zaken hebben hun plaats in fictie, om het verhaal body en geloofwaardigheid te geven. Liever dat dan als auteur te zitten pochen met je kennis. Dan denk ik: sodemieter op, dat is heel vervelend."

Kirschenbaum is ook een bijna sentimentele verzamelaar van automatons, zelfbewegende machines. Omdat ze hem aan zijn jeugd herinneren?

"Op een bepaald moment klampt Jerry zich vast aan die prachtige apparaten. Vooral wanneer hij beseft dat hij niet alles bij zich zal kunnen houden. Ze staan symbool voor een vernuftig, maar ondoorgrondelijk systeem.

"Toch is Kirschenbaum niet echt protserig. Bij Charles Ponzi was dat wel even anders. Hij begon auto's te verzamelen, kocht juwelen en droeg elke week een nieuwe bontjas. Je zag een man die je voor geen haar kon vertrouwen."

Discrete rijkdom is aan te raden?

"Nou ja, zelfs iemand als Donald Trump houdt daar ergens wel rekening mee. Hij doet één ding goed. Hij draagt altijd van die saaie, uniforme pakken met dezelfde gekleurde stropdassen. Hij heeft nooit een gouden Rolex om zijn pols. Alleen de buitenkant explodeert, zijn huizen, zijn omgeving, zijn buitenverblijven. Maar als je hem de hand schudt, oogt hij als een ordinaire zakenman. Het zou een bankier kunnen zijn. Hij eet ook heel saai, zonder excessen. Kentucky Fried Chicken, een hamburger... Hij drinkt niet en rookt niet. Dat is raar. Ik vraag me af of hij dat presidentschap er wel bij kan hebben. Ervan genieten lukt hem niet."

'New York is een schimmig circus vol zieke figuren die werkelijk alles uit de kast haalden om hun mogelijk nog ziekere publiek te plezieren', laat iemand zich ontvallen. Ervoer jij de stad ook zo?

"Mijn vriendin woonde anderhalf jaar in New York, waar ze als neurochirurge werkte. Ze was daar heel ongelukkig. Toen ik een maand bij haar was, had ik volop de tijd om de stad te doorkruisen. Ik liep Madison Avenue af, nam de metro en de bus.

"Ik vind het een erg harde stad, waar je niet makkelijk relaties aanknoopt. Veel jonge twintigers en dertigers beseffen dat de huurprijzen in Brooklyn en Queens gigantisch hoog zijn, waardoor je op elkaars lip komt te zitten. Iedereen houdt er voortdurend de schijn op. Beweert dat hij consultant is, terwijl hij in feite gewoon op de sofa in zijn pyjama ligt te Facebooken en later in de supermarkt de rekken vult. Mensen liegen en bedriegen en maken meer van zichzelf dan ze zijn. Dat is de hele New Yorkse mentaliteit. Fake it, until you make it."

Is dat niet eigen aan elke grootstad?

"Vind ik niet. Amerika drijft op snelheid en verkwisting. New York is luidruchtig en tegelijk keihard. In Europa heb je nog een soort zachte charme in de omgang en zijn er sociale vangnetten. New York is die volledig kwijtgespeeld, of eigenlijk gewoon heel Amerika."

Er zit opvallend weinig seks in deze roman. En dat voor iemand die in zijn vorige roman een pornoverslaafde opvoerde en een luik van een erotische trilogie schreef.

"Als jij Jerry Kirschenbaum bent en je weet wat er boven je hoofd hangt, zou jij dan zin hebben in seks? Ruth en Jerry vrijen soms kort na een restaurantbezoek, maar het is seks uit gewoonte. Maar vergis je niet, ook in Het voorseizoen zat niet zoveel seks. Oké, er werd gemasturbeerd. Maar dat doen we ten slotte allemaal."

Het valt op dat je je volledig op romans toelegt. Geen tussendoortjes, nauwelijks columns. Is de roman jouw ultieme vorm?

"Ach, dat ik me niet tot columnisme laat verleiden, komt vooral omdat ik amper gevraagd word. En als het al eens gebeurt, heb ik er nét geen zin in. Te veel nee zeggen is natuurlijk dom. Dan word je zeker niet meer gevraagd. (lacht)

"Maar inderdaad, in de roman kan ik compleet mezelf zijn en me uitleven. Alles vloeit er samen. Dat raamwerk is het allerleukste, wanneer alle schroefjes en vijsjes in elkaar passen. Let wel, ik hou ook van korte verhalen en heb er best veel geschreven. Maar het aantal tijdschriften waarin je ze nog kwijt kunt, wordt heel schaars."

Voelde je extra uitgeversdruk na de Gouden Boekenuil?

"Het was voor mij een behoorlijke gebeurtenis, dat kan ik je wel verzekeren. Ik was er toen heel blij mee. Bij de uitgever (Prometheus) lieten ze me wel merken dat ik na de Gouden Boekenuil een belofte had in te lossen. Uitgevers vinden het fijn als je schrijft over pakweg tweelingen of over vaders en zonen, dat zijn tegenwoordig modieuze onderwerpen. Maar ik trek me daar weinig van aan. Ik hoop natuurlijk dat het een gigantische bestseller wordt à la Peter Buwalda, maar dat zal wel niet. Zal ik daarna ook stompzinnige columnpjes schrijven in de Volkskrant en ze aan de lopende band bundelen?"

Een tijdlang schopte je tegen literaire schenen via Facebook-typetjes als Louis Nanet en Paul Breitner. Gaat het intussen wel de goede kant uit met de Nederlandse literatuur?

"Ik erger me kapot. Ik erger me meer dan ik plezier beleef aan de hedendaagse literatuur. Het is zo treurig wat veel mensen in de letteren uitvreten. Neem nu dat overschatte kleuterproza van Maartje Wortel. Er zijn te veel schrijvers die echt niets kunnen. De krant staat vol met talentloze columnisten, de boekhandel puilt uit van de dertigers die elkaar na-apen. Wordt het geen tijd dat bepaalde auteurs gewoon het veld ruimen voor de echte talenten?" (schatert)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234