Woensdag 27/01/2021

'Ik heb een sadomasochistische relatie met mijn personages'

En wat als de schrijver nu eens zelf een personage was? De man die je de hand schudt, heet Frans Thomése. Schrijft hij, dan wordt hij P.F. Thomése. 'Op papier ziet niemand me. Daar kan ik naar de hoeren gaan zonder dat iemand me ziet.'

Het is de dag dat Nederland in nationale rouw is en rijdend naar Haarlem, waar de schrijver woont, draait de radio op verzoek plaatjes van troost. Cyndi Lauper en Katie Melua en Neil Young: 'Only Love Can Break Your Heart'. De presentator vindt het een goed idee om, zoals oranje lintjes bij het WK voetbal, nu zwarte lintjes aan autospiegels te hangen. Je ziet er niet één. Op de snelweg wel een digitaal bord: "Veilig herdenken? Zoek een P op de pechstrook." In de stad hangen vlaggen halfstok. Straks om 16 uur landen in Eindhoven twee vliegtuigen met slachtoffers van vlucht MH17. Dan valt Nederland een minuut stil.

Een reis naar Israël ontlokte hem ooit Grillroom Jeruzalem, in al die droevige doden in Oekraïne zitten veel boeken. "Inspiratie werkt nochtans anders", zegt de schrijver, op de bank op zijn terrasje. "Zelf schreef ik inderdaad meteen over Israël. Dat bezoek aan de Gazastrip liet me niet los, ik kwam thuis met iets wat ik nog nooit gezien had, ik wilde het vertellen. Het had te maken met het onrecht en met de hele persoonlijke emotie. Een oorlog is voor iedereen een persoonlijke oorlog, want het conflict is onbegrijpelijk door de abstractie ervan. Dan wordt er een bak verhalen over je uitgestort en je gaat luisteren. Dan wordt politiek persoonlijk en dát is de sleutel."

"Oekraïne is anders", zegt hij dan. "Het is als het ware een verhaal dat alleen niet waar wil worden. Nu al een film die nog alleen nog werkelijkheid moet worden. De onwezenlijkheid is groot. De Palestijnse kwestie is vanuit historische gebeurtenissen nog te verklaren, maar dat vliegtuig is een kwaadaardige grap. Daar zit geen enkele rationaliteit in. En daar zou je nu alleen iets heel clichématigs mee kunnen doen."

P.F. Thomése legt zelf de link met het eigen grote verdriet. In 2003 verscheen Schaduwkind, een klein boekje over de dood van zijn dochtertje. "Eigen verlies komt nooit in één keer binnen, er zit een element van onvoorstelbaarheid in en dat blijft tot je doordringen, steeds opnieuw. Het is een gat en er is niks te zien. Het leven gaat verder, je andere kinderen trekken aan je mouw en dat is het bedrieglijke: je denkt dat je opgenomen bent in allerlei verbanden. Sindsdien ga ik bijna nooit meer naar begrafenissen. Ik kan het niet verdragen. Stel dat ik bij de kist van een verre tante sta te huilen, dan denkt allicht iedereen: 'Wat een aansteller, die denkt zeker aan de erfenis.' Maar het is je eigen verdriet dat ergens onder een vlies zit. Bij zo'n ramp als dit wordt dat verdriet abstract. Twee treinen met lijken: daar kun je niks bij voelen."

Nooduitgang

'Schrijven is een nooduitgang tekenen op het bordkarton van de werkelijkheid', zei hij ooit in een interview. Is het dan dat? "Schrijven biedt geen oplossing. Laatst werd ik benaderd met de vraag of ik iets wilde doen voor een paar Somalische vakbroeders. Maar een schrijver verhoudt zich slecht tot de echte wereld. Ik zou iets kunnen doen voor die mensen, maar mijn buurman zou dat net zo goed kunnen. De macht van de schrijver is net zo banaal als die van de buurman. Tom Lanoye kan het wel goed, hij gebruikt op tv zijn verbale talent als politicus. Tom is een dubbeltalent, maar de meeste schrijvers zijn niet zo welbespraakt.

"Het enige voordeel is je toegang tot een massamedium, maar je effect blijft gering. In Nederland wordt dan makkelijk Multatuli van stal gehaald. Max Havelaar is een schitterend boek dat de romankunst beïnvloed heeft, maar politiek heeft het geen cent veranderd. De toestand in Indonesië is er echt niet door verbeterd. Een schrijver die de illusie heeft de wereld te verbeteren, schrijft een slecht boek. Ik heb alleen de film The Color Purple gezien, maar je ziet vanop een afstand dat dat boek (waarmee Alice Walker de Pulitzerprijs won, RVP) een slecht boek moet zijn. Elke publiciteitsafdeling had het kunnen schrijven."

In dit huis in Haarlem ("ik woonde twintig jaar in Amsterdam, maar vluchtte voor de onontkoombare gezelligheid") schrijft de man die begon als redacteur bij het Eindhovens Dagblad en voor die krant onder meer verslag uitbracht van de Omloop Het Volk. "Het meeste indruk maakte Eddy Merckx, die mythische figuur, gewoon in de volgwagen."

Maar hier schrijft hij dus. Een aantekenboekje heeft hij niet meer. Wel aanzetten in zijn computer. Hier kwam Sierk Wolffensberger uit De weldoener tot hem. Hier, ergens, tussen jongensfietsen en cornflakesdozen, ligt de kiem van Het bamischandaal, zijn laatste roman. Vladiwostok! en J. Kessels: The Novel: ze woonden in dit huis. "Nochtans begint het niet aan de schrijftafel. Je begint met een idee en dat ontstaat zelden aan die tafel. Wel als je zit te knikkebollen bij een saai concert of onder de douche. Ineens heb je het. Dat kan een personage zijn, een situatie, een anekdote. Dat sla je op. Misschien vijf, tien of dertig van dat soort kiemen en ineens verbindt de ene kiem zich met een andere en heb je een uitgangspunt voor een boek. Dan ga je schrijven. Eerst heel langzaam, ten slotte als een lawine: de hele dag door om je boek bij te houden."

Oversekst en vuilbekkend

"Als ik schrijf, kom ik in een state of mind. Dan probeer ik uit te vinden welk soort bewustzijn het personage moet hebben", vertelt hij. "In Vladiwostok! beschrijf ik twee figuren, een uit de politiek en een ander uit de public relations. Achteraf werd me gevraagd: waarom zijn die zo oversekst en vuilbekkend? Voor mij was het noodzakelijk omdat ze andere mensen minachtten, wat vooral ontkend werd door mensen die in die wereld zaten. Maar het is een roman en je gebruikt de overdrijving. Misschien ben ik zelf wel oversekst. Ze zijn immers wel door mijn geest en mijn voorstellingsvermogen gegaan. Dat wil daarom niet zeggen dat je jezelf tot zulke praktijken verlaagt. Net dat is immers het mooie van schrijven: je kunt je in een wereld begeven zonder dat je het zelf doet. Je kunt het kwade beschrijven zonder het zelf te doen."

De welwillenden van Jonathan Littell is daar, vindt hij, een goed voorbeeld van. "Hij kan die smeerlapperijen beschrijven omdat hij het zelf niet meegemaakt heeft. Hij was geen nazi, maar hij wilde erover schrijven om het kwade te leren kennen. Dat is een belangrijke rol van literatuur: het onderkennen van het kwaad. En we zijn allemaal net iets verrotter dan we zelf willen toegeven. Gek genoeg wordt de literatuur van vandaag bijna opgedragen om voorbeeldige levens te beschrijven. 'Alstublieft, geen vuiligheid!'"

Dat merkt Thomése ook aan reacties bij lezers. Bij een leesclub van Das Mag bleek iemand zich geschoffeerd te voelen door Het bamischandaal. "Veel mensen worden onzeker door fictie. Wat voor spel speelt de schrijver met me? Terwijl ik vind dat moralisme voor bange mensen is. Mensen willen veroordelen om uit te sluiten. Jullie hebben daar Bart De Wever voor, wij Geert Wilders. (glimlacht) Ieder zijn kruis. Maar dat zijn mensen die alles wat hen niet bevalt uitsluiten en dat zie je dus ook in de literatuur. Terwijl ik vind dat de schrijver de vrijheid moet hebben die personages op te voeren die hij wil. Om het met Edgar Allan Poe te zeggen: het moet een afdaling in de maalstroom zijn. Anders moeten we heiligenlevens beginnen te schrijven."

Die personages noemt hij de 'slachtoffers van de schrijver'. "Ik heb er een sadomasochistische verhouding mee", zegt hij zacht. "Ik pijnig ze graag. Als schrijver kijk ik een klein beetje op ze neer. Maar ik heb met hen te doen." Dat geldt zeker voorJ. Kessels. "Mijn favoriete personage. Ik denk met plezier aan hem. Ook het enige personage dat zich niks van me aantrekt. Hij is wie hij is. Hij zal geen komma aan zichzelf veranderen. Het is het enige personage dat mij dierbaar is."

Dat kan hij zeggen want J. Kessels bestaat gewoon echt. Het is een vriend van P.F. Thomése, journalist, dagelijks columnist bij het Eindhovens Dagblad. "De échte J. Kessels beklaagt zich weleens als ik hem opvoer. Maar dan zeg ik gewoon: het is maar een boek. Het is ook het enige personage waar ik al meerdere boeken aan wijdde. Ze ontstaan op basis van dingen die we hebben meegemaakt. Soms mis ik hem zelfs. Toen ik Het bamischandaal schreef, dacht ik vaak: wat zou het leuk zijn als hij erbij was geweest. Ik projecteer hem er makkelijk in en dat komt, denk ik, omdat een vriend altijd een afsplitsing van jezelf is. Een betere of een extremere vorm van jezelf. Ik denk veel over hem na. Waarom zou ik hem dan niet als personage gebruiken?"

Bij J. Kessels en Thomése is het duidelijk, maar volgens de schrijver is hij niet de enige die zo werkt. "Ooit was ik op een feestje bij Adri van der Heijden, ik was toen zelf nog beginnend schrijver bij De Revisor, Adri was al een grote naam en op dat feestje wees hij me een aantal van zijn personages uit De tandeloze tijd aan. Bij de meeste schrijvers staat de fictie toch dicht bij de werkelijkheid. Je zou kunnen zeggen dat je niks kunt verzinnen. Je kunt hooguit dingen verbinden. Maar je kunt geen marsmannetjes uitvinden.

"Al schrijvend wordt alles wat gewoon is vanzelf anders. Probeer je eigen huis maar eens te beschrijven. Het is een vervreemding die al begint als je in de spiegel kijkt en van die vervreemding maak je als schrijver gebruik. Op papier ziet niemand me. Daar kan ik naar de hoeren gaan zonder dat iemand me ziet."

Elmer, de hoofdpersoon in Werther Nieland van Gerard Reve, was het eerste personage dat hem raakte. "Hij staat in de tuin een tak kapot te slaan, maar het bleef donker. Dat zinloze gevoel vond ik zo geweldig. Als kind is alles gericht op zinvol zijn, toekomst en vooruitgang. Terwijl je jezelf zinloos voelt. En dan lees je plots zoiets. Ook Hermans, Camus en Sartre beklijfden omdat ze gevangenzaten in een machteloosheid. Boon: al die personages die in De Kapellekensbaan binnenkomen en die een zwakte en onzekerheid omsmeden in iets machtigs. Dat was een ontdekking. Iets wat klein is, kun je met stijl tot iets groots omvormen. Ik ben altijd een groot Boonbewonderaar gebleven. Boon was een viezentist en hij heeft ook veel slechte boeken geschreven. Maar in het Boonjaar moest ik in Aalst spreken en toen ben ik hem weer gaan lezen. Ik werd overrompeld door zijn stijl, door die krachtige sound. De Kapellekensbaan hoort bij de grote Europese romans."

Associaties

Fons Nieuwenhuis en Hans Portielje zijn de hoofdpersonages van Vladiwostok!. In De weldoener is dat dus Sierk Wolffensberger. Zijn namen van personages toeval? Dat zijn ze niet. Fons verwijst naar Alfons De Ridder - Willem Elsschot dus. Hans leende hij van Hans van Mierlo, van Portielje zegt hij: "De naam begint fors, als een deur die openzwaait, maar zakt dan in elkaar." Associatieve overwegingen spelen mee in naamkeuzes. "Je moet de naam wel zelf geloven."

"Zo'n naam is belangrijk en je moet hem meteen hebben. Net als de titel. Ik moet er een hebben als ik begin. De titel bepaalt of iets aantrekkelijk is. Nu werk ik aan een roman die De onderwaterzwemmer heet. Een verhaal dat ik overigens al lang kende, maar dat ik niet kon schrijven. Het bleef zinloos. Een jeugdvriend vertelde me hoe zijn vader tijdens de oorlog, toen hij zestien was, samen met zijn broer 's nachts de rivier de Waal overzwom. Dat was de grens tussen bevrijd en bezet Nederland. Op een bepaalde dag kwam zijn broer niet meer boven, hij heeft twee nachten gewacht, vruchteloos. Maar ik kon niks met dat verhaal. Tot ik in een krant een ander verhaal las, waarvan ik dacht: zo had dat kunnen gaan. Ik kon de ene geschiedenis lenen en aan iemand anders geven. Zo ontstaat dat boek. En die titel had ik dus meteen. Net als namen van personages. Dat is logisch. Als je aan een lucht denkt, denk je toch aan een lucht van vroeger. Niet aan die van Afrika of Zuid-Amerika, die je later zag."

Tot slot: is God niet het personage bij uitstek dat het meest van allemaal de wereldgeschiedenis bepaald heeft? "Zeker", knikt hij. "Ook omdat iedereen het zelf mag vormgeven. Het is je eigen bouwpakket en dus wel een knappe vondst.

"Elke schrijver van de 19de eeuw hoopte dat hij iets sacraals zou vinden en voor mij is dat misschien Schaduwkind geworden. Het is ook het boek dat me duidelijk heeft gemaakt waarom ik schrijf. Daarvoor had het toch meer met ijdelheid en zelfverheffing te maken. Sinds Schaduwkind werd het innerlijker. Die tekst kwam er en zelf deed ik er niet meer toe. Als een tekst goed is, moet je hem niet uitleggen. Hij is van me losgekomen en je vindt hem overal op het internet. Ooit googelde ik 'Shadow Child' en het deed me wat dat het tot op de Filippijnen gelezen werd. En op een blog van een meisje uit South Dakota vond ik dan weer hele stukken eruit, die ze gebruikte om haar verliefdheid te uiten. Dat vond ik mooi. Het schrijven ervan had ook met verliefdheid te maken, voor mijn kind."

l

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234