Donderdag 26/11/2020

'Ik heb een passionele affaire met iedereen die ik fotografeer'

Meer dan eender welke andere fotograaf heeft Mick Rock de aanblik van rockmuziek in de jaren zeventig veranderd. Zijn beelden van Queen, David Bowie, Blondie en Lou Reed staan inmiddels in het collectieve geheugen gebrand en hebben een even iconische status verworven als de muzikanten zelf. Een hardnekkige lsd-verslaving legde hem bijna twintig jaar het zwijgen op, maar nu verkeert de excentrieke fotograaf weer in topvorm en hangt zijn werk in vooraanstaande musea. 'Ik ben een overlever, darling.'

DOOR BART STEENHAUT

FOTO's ALEX VANHEE / mick rock

Mick Rock is een excentriek figuur. Hij fotografeert met zijn zonnebril op, gesticuleert zich een ongeluk telkens als hem een vraag wordt gesteld en beent tijdens ons gesprek om de haverklap naar een van zijn bekende foto's om daar zonder onmiddellijk aantoonbare reden tekst, uitleg en ranzige details bij te geven. We ontmoeten elkaar in de Rotterdamse galerie waar momenteel een verbluffende selectie van zijn werk wordt geëxposeerd. Foto's die intussen zo vertrouwd aandoen dat het haast lijkt alsof ze er altijd al zijn geweest, maar ook nieuw werk, want sinds een tijdje heeft Mick Rock de liefde voor rockfotografie herontdekt, en bijgevolg staren jonge bands als The Killers, Razorlight, The Yeah Yeah Yeah's en Scissor Sisters je aan in sprankelend technicolor. De jongste jaren heeft hij uitgebreid teruggeblikt met fotoboeken over glamrock, Iggy Pop, David Bowie en Syd Barrett, en momenteel verzamelt hij zijn beste foto's voor een terugblik op Queen. Daarna begint hij met fotomodel Kate Moss aan een nieuw project. Tijdens ons gesprek komt net Blood & Glitter binnen, een overzichtsboek van een paar kilo met daarin zijn allerbeste beelden. "Moet je kijken", glundert hij. "Dit boek is groter dan jouw penis." Hij bladert luid kirrend door de glanzende pagina's. "Mijn portretten staan haaks op die van Anton Corbijn. Zijn beelden zien er erg zen uit, terwijl de mijne eerder een gevoel uitstralen van (doet alsof hij masturbeert) suck on this."

Besefte u meteen dat u iconische beelden aan het maken was?

"Bekijk mij! Zie ik eruit alsof ik eender wat weet? Natuurlijk niet. Ik ben pas beginnen beseffen wat ik in handen had toen er plots galerieën en musea in mijn werk geïnteresseerd raakten. En dat is al bij al een vrij recent fenomeen."

In de jaren tachtig en negentig hebt u nauwelijks relevante foto's gemaakt. Was u uw voeling met popmuziek kwijt toen?

"Ik was helemaal in de greep van de cocaïne en de amfetaminen. En ik raakte niet afgekickt. Foto's nemen kon ik van in het begin met de ogen dicht, maar de rest van mijn leven op orde krijgen was een heel andere opgave. Tien jaar geleden was mijn drugsgebruik zo uit de hand gelopen dat mijn hart het begaf. Ik stond aan de hemelpoort, maar daar moesten ze mijn soort niet hebben."

Uw manager vertelde me dat u toen echt door het oog van de naald bent gekropen.

"Yep. Er kwam een vierdubbele bypassoperatie aan te pas om mijn hart weer aan de praat te krijgen, en toen heb ik mijn leven over een andere boeg gegooid. Je mag nooit hoger inzetten dan de kaarten die je hebt. Mijn fotoshoots zijn nog steeds wild en onvoorspelbaar, maar daarnaast tracht ik me toch een beetje rustig te houden. Ik wilde niet de zoveelste kunstenaar worden die in armoede zou sterven. Kijk naar Jackson Pollock: de grootste Amerikaanse schilder van de twintigste eeuw, maar verongelukt terwijl hij stomdronken achter het stuur zat. Er zijn zoveel artiesten die bij leven nooit de erkenning hebben gekregen waarop ze recht hadden."

Dat geldt ook voor Rimbaud en Baudelaire, twee dichters die u als grote invloeden op uw werk aanstipt.

"Die twee hebben het vocabularium van de rock-'n-roll uitgevonden. Als tiener studeerde ik moderne talen in Cambridge, en naast hun werk was ik vooral geboeid door hun manier van leven. Ze stopten zich vol hasj en opium, maar schreven onder invloed wel prachtige poëzie, die nu op elke universiteit tot de verplichte literatuur behoort. Ik had heel snel in de gaten dat er een rechtstreeks verband bestond tussen bergen drugs nemen, grootse kunst creëren en honderd jaar later nog herinnerd worden. Dat wilde ik ook wel. Alleen: je mag nooit éérst met drugs beginnen. En dat heb ik wel gedaan."

Was het meteen duidelijk dat u uw doel met het maken van foto's zou verwezenlijken?

"Nee. Ik was veel liever dichter geworden, maar ik ben nooit verder geraakt dan een paar tenenkrommende karamellenverzen. En songs schrijven lukte me ook al niet. Eigenlijk ben ik per ongeluk fotograaf geworden. Ik had misschien drie groepen gefotografeerd toen Syd Barrett me vroeg om de hoes van zijn eerste soloplaat te maken. Ik kende hem van Pink Floyd, en we hadden een jaar eerder nog samen een flat gedeeld. Zo is de bal aan het rollen gegaan."

Barrett is een van de meest mythische figuren uit de popmuziek. Door overmatig lsd-gebruik is hij autistisch geworden, en toen Barrett vorige zomer stierf, was hij al dertig jaar niet meer in het openbaar verschenen. Wat voor een man was hij

eigenlijk?

"Ik weet dat Syd een zonderlinge reputatie had, maar hij was niet half zo bizar als veel andere figuren die toen in onze omgeving rondcirkelden. Misschien deed hij raar tegen sommige mensen in bijzondere situaties, maar zelf heb ik daar nooit wat van gemerkt. Syd was een fijne man, en op veel beelden die ik van hem heb gemaakt, zie je hem zelfs lachen. Hij voelde zich op zijn gemak bij mij, ook toen zijn vertrouwen in andere mensen uit onze vriendenkring allang verdwenen was. Twee weken voor ik die hoesfoto's van The Madcap Laughs maakte, hebben we samen nog acid genomen. Héél bijzonder. (lacht) Onlangs is dat beeld trouwens in Groot-Brittannië nog verkozen tot beste rockfoto aller tijden. Speciaal voor die shoot had hij zijn appartement leeggemaakt en de vloer oranje geverfd. Er is me al veel geld geboden om het originele negatief van die foto te verkopen. Maar dat doe ik niet. Ten eerste omdat het een herinnering is aan een overleden vriend, en ten tweede omdat mijn fotoarchief een goudmijn is. Ik heb een dochter van zeventien. Als ze het een beetje handig aanpakt, zal ze daar later nog veel geld aan verdienen."

Hebt u Barrett nadien nog terug- gezien?

"Tot '74 hebben we contact gehouden. Achteraf nam zijn familie hem in bescherming en was het afgelopen. Vier jaar geleden heb ik een boek met zijn foto's uitgebracht, en daar heeft hij er toch nog driehonderd van gesigneerd. Goed, Syd kreeg daar ook wel wat geld voor, maar die boeken waren veel meer waard met zijn handtekening erop. Toen tekende hij gewoon met 'Barrett', zonder 'Syd' ervoor. Zijn leven als rockmuzikant was voor hem een afgesloten periode. Die handtekeningen zetten is het enige teken van leven dat hij nog naar de buitenwereld gegeven heeft. Maar zelfs toen kreeg ik hem niet te zien. Alle contact verliep via zijn zus."

Die vriendschap met Barrett was het begin van een hele carrière. Toen Bowie die beelden zag, wilde hij ook met u samenwerken.

"Het is alleszins de schuld van Bowie dat ik fotograaf geworden ben. Hij wist dat ik Barrett goed kende, ik was een vurig bewonderaar van Iggy Pop en Lou Reed, twee artiesten die hij onder zijn hoede had. Dat is de basis van onze vriendschap geworden: ik vertelde hem een anekdote over Syd, en in ruil onderhield hij me over The Stooges en The Velvet Underground."

Bowie is altijd uw bewaarengel gebleven, hé?

"Ik heb ontzettend veel aan hem te danken, ja. David is weliswaar jarenlang een loslopende gek geweest, maar zelfs toen bleef hij een moederkloek met het hart op de juiste plaats. In '72 was Iggy Pops eerste plaat geflopt, en Lou Reed liep na het uiteenvallen van The Velvet Underground ook op z'n laatste benen. Maar met de hulp van Bowie nam Lou nadien Transformer op - tot nog toe de bestverkochte cd uit zijn carrière - en zette hij voor Iggy The Stooges weer op de rails. Op de koop toe heeft hij Mott The Hoople - ook een groep op zijn retour - in die periode het fantastische 'All the Young Dudes' cadeau gedaan. Ik had geen portfolio, geen agent, niks. Maar Bowie nam me toch op sleeptouw. Ik heb eigenlijk pas onlangs beseft wat ik allemaal aan hem te danken heb."

U was destijds de enige fotograaf die foto's mocht nemen van Bowies Ziggy Stardust-tournee, en veel van de beelden die u toen gemaakt hebt, zijn intussen wereldberoemd geworden. Hoe hebt u die geprivilegieerde positie afgedwongen?

"Het eerlijke antwoord is: ik was toevallig in de buurt, kon met een fototoestel omgaan en - het belangrijkste, wellicht - ik werkte quasi gratis. De popmuziek stond nog in haar kinderschoenen, en alles zat heel primitief in elkaar. Er was geen geld en dus konden ze me ook niets betalen. Pas achteraf, toen bleek dat er wat magazines belangstelling hadden, kreeg ik ook wat geld. Bowie vertrouwde me volkomen, en ook toen hij een superster werd, heb ik nooit de behoefte gevoeld om onze vriendschap te exploiteren. Ik was gewoon ontzettend enthousiast, deed het niet met de bedoeling er rijk van te worden. Nu merk ik weleens afgunst als het over die foto's gaat, maar als ik er niet geweest was, zou er van de hele Ziggy Stardust-periode vandaag geen enkele visuele getuigenis zijn."

Betaalde een groep als Queen, waarmee u ook vaak hebt gewerkt, beter?

"Helemaal niet. Maar ik ben wel nog steeds de eigenaar van al die bekende foto's, en nu brengen ze flink geld op. Wie ze wil publiceren, kan ze krijgen. Als er genoeg geld op tafel komt, tenminste." (lacht)

Zijn uw bekendste beelden ook uw beste?

"Natuurlijk niet. Mijn favoriete foto's kan ik nooit openbaar maken, want daar zou ik te veel vrienden door verliezen. Met elke artiest die ik fotografeer, ga ik achteraf om de tafel zitten om samen de beste beelden te kiezen. Dat is een kwestie van respect. Eigenlijk voel ik me een beetje de bewaker van hun imago. Zolang Lou Reed voor mijn camera staat, ben ik verliefd op die man. Trouwens, met alle sterren die ik fotografeer, heb ik een passionele affaire. Maar in tegenstelling tot de geruchten die daarover de ronde doen, worden die nooit seksueel. Iedereen denkt altijd dat ik Bowie heb moeten pijpen om al die foto's te mogen maken, maar dat is niet zo. Bowie is een groot meisje, hoor. Die is zo taai als een aardbeienmilkshake."

Hoe speelde u het eigenlijk klaar om altijd op het juiste moment op de juiste plaats te zijn? U bent niet alleen de enige die de cruciale jaren van Bowie, Pop en Reed heeft vastgelegd, u was ook de eerste die de Sex Pistols fotografeerde.

"Eerlijk gezegd, ik heb er geen idee van hoe ik dat allemaal heb klaargespeeld. Op het gevaar af wat klef te klinken: ik denk dat ik voorbestemd was om dit te doen. Wist ik veel dat de Pistols zo'n invloedrijke groep zouden worden. Ze leken me gewoon interessant, al zag je dat hun imago nog niet op punt stond. Op mijn foto's merk je bijvoorbeeld dat hun kapsels er op dat moment nog helemaal niet zo punk uitzagen."

Ik zag op uw tentoonstelling ook een portret van een piepjonge Madonna hangen. Uit een periode dat ze nog niet eens een platencontract had.

"Dat is waar, maar zelfs toen zag ze er al uit alsof ze alles zou doen om de top te halen. Hebt u gezien hoe ze haar tong naar me uitsteekt? Misschien was ze ook nog wel tot andere dingen bereid, maar daar ben ik mooi niet op ingegaan. Madonna is nooit mijn type geweest, en bovendien had ik toen mijn handen al vol met andere meisjes. Ze was straatarm. Het enige wat ze had, was haar attitude, maar dat bleek ruim voldoende.

Ik ben ook erg trots op mijn foto van Ozzy Osbourne. Dat was destijds een van de meest schrikwekkende figuren in de rock-'n-roll, maar ik heb hem op een heel bijzondere manier in beeld gebracht: kwetsbaar als een meisje. Als een mietje, eigenlijk. Zowel zijn vrouw als zijn dochter hebben me onlangs nog gezegd dat het de mooiste foto is die ze ooit van Ozzy hebben gezien. Dat deed me toch wel wat."

U hebt kennelijk een zwak voor muzikanten met een uitgesproken visueel imago. Bijna elke rockster die u gefotografeerd hebt, draagt make-up. Zéker de mannen.

"In de jaren zeventig had ik eigenlijk maar één vuistregel: fotografeer nooit lelijke muzikanten. Dat vind ik nu een enorme stommiteit, want om die reden heb ik bijvoorbeeld geen beelden gemaakt van Van Morrison in zijn glorieperiode, terwijl ik daar vaak de kans toe heb gehad. En Astral Weeks is wat mij betreft een van de beste platen aller tijden. Zo zie je maar weer wat voor een idioot ik ben. Ik had voor de artiest moeten gaan in plaats van me te laten leiden door hoe kusbaar hij eruitzag.

Maar zoals u al zei: mijn instinct heeft me toch vaak de goede richting uit gestuurd. Op het moment dat ik Bowie fotografeerde, was hij bijvoorbeeld niet half zo populair als Alice Cooper, die toen een echte wereldster was. Bowie kreeg veel aandacht, omdat zijn Ziggy Stardustpersonage er zo opvallend uitzag. In de conservatieve uithoeken van Amerika heeft hij vanwege zijn extreme looks trouwens een paar keer flink op zijn gezicht gekregen."

Liep u er toen ook als een glamrocker bij?

"Nee. Ik zag eruit als een hippie, al waste ik me vaker dan al dat vieze Woodstockvolk. Maar ik droeg wel make-up en lipgloss. Alleen mijn haar heb ik nooit laten bleken. Ik wilde met zoveel mogelijk meisjes in de koffer, maar niet in die mate dat ik er mijn kapsel voor om zeep ging helpen. Ik vond van mezelf trouwens dat ik zo al genoeg op een meisje leek. Ik fotografeer ook als een vrouw, ga nooit agressief te werk. Ik verleid met mijn camera, zal nooit iemand lam slaan omdat ik hem het koste wat het kost op de foto wil. Ik werk niet met mensen die zelf geen zin hebben om gefotografeerd te worden."

Was dat wat u aantrok tot de muziekindustrie, dat er altijd wel gewillige meisjes in de buurt waren?

"Uiteraard speelde dat mee. En mijn associatie met Lou, Iggy en David was een garantie om nooit alleen te moeten slapen. Dat waren artiesten die op het scherp van de snede leefden, en naar wie iedereen opkeek. Ook de punks.

Die periode - halverwege de jaren zeventig - was de wildste uit mijn leven. Niemand had al van aids gehoord, dus iedereen neukte met iedereen, en de coke ging van neus tot neus. Je kreeg letterlijk alles aangeboden. Alleen: op de duur moest ik steeds meer lsd innemen om dezelfde kick te krijgen, en zo ben ik uiteindelijk verslaafd geraakt. Het is onmogelijk om in deze business mee te draaien zonder dat je vroeg of laat bezwijkt aan de excessen.

Ik vraag me dikwijls af in hoeverre de drugs mijn leven hebben bepaald. Tijdens het trippen zág ik dingen, verschenen er vervormde gezichten voor mijn ogen. Daar heb ik achteraf trouwens wel inspiratie uit geput. Hebt u zelf ooit lsd genomen? Of xtc?"

Ik rook niet eens.

"Fantastisch. Dan mag u uitgaan met mijn dochter. Ik wil geen decadente toestanden thuis."

Bij de artiesten die u in de jaren zeventig fotografeerde, had u toegang tot de backstage, en het kan haast niet anders of u moet buitengewoon decadente dingen hebben gezien. Zijn er beelden die u toen uit kiesheid níét gemaakt hebt, maar waar u nu spijt van hebt?

"Uiteraard. Ik ben ooit aan John Lennon en Yoko Ono voorgesteld tijdens een feestje. Toen had ik wel een klein cameraatje bij de hand, maar ik durfde het niet boven te halen, ik was te veel onder de indruk omdat ik oog in oog stond met een beroemde Beatle. Vandaag voel ik die schroom niet meer, ook al omdat je met de digitale fototoestelletjes van vandaag in een oogwenk een goed beeld kan maken." n

De tentoonstelling All the Young Dudes van Mick Rock loopt nog tot 6 mei in V!P's International Art Galleries, Van Vollenhovenstraat 15, Rotterdam.

Vroeger volgde ik maar één vuistregel: fotografeer nooit lelijke muzikanten. Daardoor heb ik geen beelden van Van Morrison in zijn glorieperiode, wat ik nu wel spijtig vind

In de jaren '70 had niemand ooit van aids gehoord, dus iedereen neukte met iedereen, en de coke ging van neus tot neus

Ik heb ontzettend veel aan Bowie te danken

Mijn associatie met Lou, Iggy en David was een garantie om nooit alleen te moeten slapen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234