Vrijdag 04/12/2020

'Ik heb een jong hart, maar een oude ziel'

Een raspaard. Een acteur pur sang. Zomaar, in een fluffy serie op tv. De strijkberg op zondagavond is plots niet hoog genoeg meer. Gert Winckelmans speelt modebaas Simon Van Wijck in de telenovelle Sara op VTM. Een personage ver van zichzelf. En hem toch op het lijf geschreven.

Door Fien Sabbe

foto's Stephan Vanfleteren

Hij lijkt in niets op de vlotte loverboy uit de serie. Bovendien heeft hij zijn pet diep over de ogen getrokken. Het mag niet baten. De bezoekers van het museum waar we na afloop nog even door lopen, hebben hem gevonden. Hij zet handtekeningen tot hij er geen meer heeft. Na zijn rol als Jasper in de Eénserie Kaat en co heeft Gert Winckelmans (28) met Simon zijn eerste hoofdrol te pakken. Al wilde hij aanvankelijk bedanken.

Gert Winckelmans: "Ik verlangde terug naar het theater. Geen haar op mijn hoofd dacht eraan weer in een serie te stappen. Tweehonderd afleveringen inblikken in elf maanden tijd, het zou haastwerk worden. Lastig voor een kwaliteitsfreak als ik. Aan de andere kant wist ik dat Veerle Baetens, mijn tegenspeelster, haar rol als Sara met verve neer zou zetten. We kenden elkaar van de film Windkracht 10: Koksijde Rescue. Tijdens de auditie zat het meteen goed. Toch zei ik nee. En dan weer ja. De collega's hebben me over de streep getrokken. De centen ook. En dat het een verhaal-met-einde was."

Bent u de opnames behoorlijk doorgekomen?

"Na afloop heb ik dagen geslapen. Elf maanden draaien en alleen vakantie met kerst. We waren kapot. Er wachtten ons soms achttien scènes per dag. Repeteren zat er niet in. Het moest snel gaan. Ik vergelijk Sara weleens met een Delhaize Express. Enkel hapklare maaltijden. Zo voelde het ook tijdens het werkproces. Niet te veel nadenken, gewoon doorgaan."

Verglijdt u dan na verloop van tijd niet in routine?

"Een goede regisseur houdt zijn acteurs wakker. Ik vraag niet liever dan dat er af en toe tegen mijn schenen wordt geschopt. Laat een acteur maar eens goed schrikken, dat doet deugd. Een mens gaat er ruimer van denken en de dingen anders aanpakken. Ik herinner me de eerste scène bij Sara. Met Geoffrey Enthoven als regisseur. We zouden draaien bij een kasteeltje op een uitgestrekt domein. Camera en regisseur aan de ene kant, wij een eind verderop. Ik had mijn eerste zin nauwelijks gezegd of iemand brulde: 'Cúúút!' Geoffrey. Hij komt aangehold, de hoofdtelefoon nog op: 'Zo gaan we dat niet doen, hé Gert, dat trekt op niets.' 'Yés', dacht ik, 'een regisseur die dicht bij zijn acteurs staat.' Zo iemand blijft ook na maanden wijzen op details. Belangrijk, want het zijn vaak kleinigheden die een rol fris houden."

De serie scoort. Een half miljoen kijkers elke dag. En evenzoveel voor de compilatie op zondagavond.

"Het productiehuis mag de handen kussen. Zo'n klus klaar je alleen met een fantastisch team. Vooral de crew was wonderbaarlijk. Dag en nacht bezig, in weer en wind. Als eerste op de set, als laatste naar huis. En die mannen kwamen soms van ver. Cameramensen kenden de tekst al bij het binnenkomen of begonnen aanwijzingen te geven achter de rug van de regisseur om. Zo betrokken voelden ze zich."

Als u zichzelf bekijkt op tv, wat ziet u dan?

"Dan zie ik Gert Winckelmans die zijn best doet om zijn rol te spelen. Bij Kaat en co dreven we meer op improvisatie. Jasper leunde dichter aan bij mezelf. In de rol van Simon herkennen de mensen mij niet. Zo te horen breng ik het er aardig van af, maar ik zie toch vooral de fouten. Een dubbele kin, een misplaatst trekje. Ik merk wanneer ik technisch speel of wanneer ik me helemaal laat meedrijven."

Maar bent u tevreden?

"(diepe zucht en lange stilte) Ik weet hoezeer ik me heb gesmeten. En hoezeer ik heb doorgedreven in moeilijke momenten. Er is wat afgediscussieerd om inhoudelijk zo juist mogelijk te werken. Wat dat betreft ben ik geen makkelijke partij. Op een dag - we waren al maanden bezig, iedereen was moe - kregen we een scène op ons bord die we nog niet hadden gelezen of met de regisseurs besproken. We zouden die snel even draaien. Ik heb geweigerd. Een acteur moet weten wat hij gaat doen. Het is een verantwoordelijke job. Wat telt, is dat we elf maanden met veertig man in een grijze, betonnen studio zitten en erover moeten waken dat wat we doen op niveau blijft."

Krijgt u nog aanbiedingen eigenlijk, als u zo moeilijk doet?

"(lacht) Het is de aard van het beestje. Ik ben nogal gevoelig. Een viske. Als ik de regisseur vraag: 'Oké voor u?' en hij antwoordt: 'Mja, daar kom ik mee weg', dan begin ik opnieuw. Tot het goed zit. De vertraging mag dan voor gemonkel zorgen, uiteindelijk wil iedereen toch het beste resultaat."

Misschien is televisie voor een perfectionist als u niet het juiste medium?

"Televisie is een snel medium, maar dat betekent niet dat het altijd slordig is. Aan de Eénserie Keizer van de smaak is met veel geduld en precisie gewerkt en in de Faits Divers-reeks voor VTM duikt weleens een film op die er best mag zijn. Alleen, vergeleken met theater is televisie fabriekswerk. Je doet wat je moet doen en bij de rest ben je niet betrokken. Geef mij maar een ambachtelijke bakkerij, waar je het deeg nog met de handen mag kneden en het hele proces blijft overzien. Jan Decleir heeft gelijk als hij zegt dat spelen een ambacht is. Het gaat om authenticiteit. En die mis ik nogal eens bij acteurs vandaag.

"Discipline, concentratie, in de tijd van Herman Teirlinck was dat nog belangrijk. Nu ligt de nadruk op het individu en de vrijheid van de speler. Waarschijnlijk ben ik te laat geboren. Ik heb een jong hart, maar een oude ziel. Ik dweep nog altijd met de methode van Stanislavski, voor wie acteren een kunst was en geen vrijblijvendheid. (zucht) Hoeveel actrices zónder opleiding maar mét Miss Belgiëlabel smijten ze tegenwoordig op tv?"

Sara kan er inderdaad wat van.

"Ik weet het en ik heb ze allemaal gekust! Echt spelen zit er op dat moment niet in. Boven water blijven, is de boodschap."

Waarom wilde u als jongeman zo graag het theater in?

"Het was dat of naar de psychiater voor de rest van mijn leven. (gniffelt) Ik heb het er wel eens over met mijn grote vriend Tom Van Bauwel (Lieven, Simons personeelsdirecteur in Sara, FS): kiezen we dit vak om te overleven? Is het een uitlaatklep? Misschien, maar gaandeweg wordt het vooral een verslaving. Theater is zo'n mooi medium. Mensen komen er samen en gaan, het liefst rijker, weer van elkaar weg. In Gent stond ik mee aan de wieg van Larf, een jongerentheater dat voor zijn projecten samenwerkt met bejaarden, gevangenen, slachtoffers, psychiatrische patiënten. Nergens heb ik theater zo intens ervaren als een trefpunt van mensen die het beste uit elkaar halen. Ik stond er elke keer weer van versteld wat acteren bij spelers en publiek teweegbrengt."

Voor uzelf had u geen keuze: het was spelen of verzuipen?

"Ik was zes en wist al wat ik wilde worden. Ik bracht uren door in de speelkelder bij ons thuis. Daar stonden een oude versterker en een microfoon van mijn vader. Een overblijfsel van een vorig leven als zanger in een bandje. Daar leefde ik me uit. Op school had ik weinig vrienden. Ik groeide op in Burcht, in een conservatief maar warm gezin als jongste van drie. Mijn broers zijn zeven en vier jaar ouder. Ik werd nogal beschermd. Geen voetbal, uit angst voor blessures. Zwemmen mocht, elke vrijdag, maar wel tussen vrouwen van 45. Voor mijn leeftijdsgenoten hoorde ik er niet bij. Op skiklas kreeg ik een roze skipak mee en dat vonden ze raar. Het was een afdankertje van mijn broer. In zijn tijd stond dat hip. Ik verzette me niet, maar verwerkte de dingen op mijn manier. Dat doe ik nog altijd. Wat ik meemaak, neem ik mee naar huis. Soms duikt er later wat van op in een tekst hier of daar.

"Misschien komt mijn behoefte om theater te maken inderdaad voort uit een zekere overlevingsdrang. Ik heb hele goede ogen. Ik zie alles. Dat is altijd zo geweest. Ik voelde als kleine jongen al dat er iets niet klopte. Wat deed ik tussen die oudere dames? En waarom was ik niet welkom in de wereld van de kinderen uit mijn klas? Ik stond vaak aan de oever van de Schelde naar 't Stad aan de overkant te kijken. Mezelf afvragend of daar een plek wachtte waar ik thuishoorde."

Jaren later keek u eindelijk in de omgekeerde richting. U slaagde voor het toelatingsexamen aan Studio Herman Teirlinck.

"Het was me wat, voor een achttienjarige zonder enige culturele bagage, grootgebracht met VTM en uitstapjes naar Het Witte Paard in Blankenberge. Mijn eigen muzikale repertoire bestond uit nummers van André van Duin en Céline Dion. De Studio betekende een schok. Ze halen je als een puzzel uit elkaar en je mag de stukken zelf weer bijeen zoeken. Het was bijzonder zwaar. Toen ik het na drie jaar voor bekeken hield, durfde ik niet meer te spelen. Jan Decleir zei wel: met die jongen komt het goed, maar ik had geen zin meer. Ik heb toen een tijdlang vooral geregisseerd en geschreven. En gewerkt, in de horeca. Ook in de Chocolat, ja (Sara's café, FS). Mijn ouders zagen het met lede ogen aan. Ze begrepen er niet veel van."

Ergens onderweg waren ze u kwijtgeraakt?

"Ach, ik zette me in die tijd nogal af tegen mijn opvoeding. De communicatie met het thuisfront raakte behoorlijk verstoord. Ik vond er geen klankbord. Plots las ik boeken en ging naar degelijke theaters. Zo zag het echte leven er dus uit. Het had niets van doen met muffige badmutsen en foute schlagers. Mijn vader zette zijn zangcarrière stop toen hij trouwde. Dat hoorde zo in katholieke milieus. Hoe meer hij uitvoer tegen het leven dat ik leed, hoe meer ik me vastbeet. Het heeft hard gebotst, maar anders zou ik nu niet doen wat ik doe. Wacht maar, dacht ik, wacht maar. Als kind speelde dat ook al door mijn hoofd als er weer eens een rondje werd gepest. Wacht maar. Het klinkt misschien dramatisch, maar dat is het niet. Creativiteit komt vaak voort uit een zekere gekwetstheid. Bij elk nieuw project keer je terug naar de angst van toen. De onzekerheid, maar ook de vechtlust."

Kijkt u nog altijd met enige wrok op uw jeugdjaren terug?

"Helemaal niet. Ik zie er zelfs de romantiek van in. Alleen die streng katholieke overtuiging heb ik van me afgeschud. De kerk boezemt mensen angst in. Ik ben opgevoed met het idee: vertrouw niemand, zelfs uw beste vrienden niet. Verschrikkelijk, toch? Ik tracht genereus te leven, met respect voor de medemens, maar daar heeft de kerk geen verdienste aan. In februari beginnen we te repeteren aan een stuk dat in mei in de Sint-Niklaaskerk in Gent in première gaat. Een tekst van Benjamin Van Tourhout (Cafébaas Arne in Sara, FS), over het Spaanse adellijke geslacht van de Borgia. Tom Van Bauwel speelt Rodrigo Borgia, die in 1492 paus werd door op een nacht de ballen van vijftig raadsheren af te snijden en ermee te dreigen hetzelfde te doen met de kardinalen die hem niet verkozen. Het waren hoerenlopers, de Borgia's. Niet alleen de vader, ook de zoon - dat ben ik -, die een kind verwekte bij zijn zus. Er doet een verhaal de ronde dat Rodrigo, inmiddels paus Alexander VI, eens twintig hoeren uitnodigde in de marmeren zaal. Hij liet hen naakt rondkruipen, terwijl zijn raadsheren paardje mochten rijden. Ondertussen liet hij met brandende kaarsen hun borsten kietelen. Dat was dan de glorietijd van de kerk."

En tonen jullie dat allemaal?

"(lacht)... Neen, maar het is straf materiaal. We moeten nog zien hoe we het aanpakken. We willen vooral focussen op de familiebanden. De acteurs zullen trouwens ook zingen en er komen een paar muzikanten bij. Ik kijk er zeer naar uit."

Vanaf februari gaat u terug het theater in. Bent u de voorbije maanden nog actief geweest?

"Ik speel een rolletje in Vermist, de serie, in Matroesjka's, heel plezant, en de film Happy Together, van Geoffrey Enthoven. Op dit moment stempel ik, voor het eerst. Een akelig gevoel. Neen, van acteur zijn, word je niet rijk. Maar het opent wel deuren. Onlangs ging ik informeren voor een lening. 'Dat gaat niet, mijnheer', zei de man achter het loket. 'Acteur? Ik heb u nog nooit gezien.' De volgende dag probeerde ik het opnieuw. Deze keer zat er een madammeke. Ik kom binnen, die wenkbrauwen gaan omhoog en ik wist het meteen. Het was zo geregeld. Hetzelfde met een afbetalingsplan voor de belastingen. Ik val binnen tijdens de middagpauze. Twee vrouwen aan de balie. Zegt de ene: 'Het is eigenlijk gesloten, mijnheer, maar we zullen bellen dat u eraan komt.' Ondertussen pakt de andere de telefoon: 'De Simon komt naar boven!' Ik word ontvangen door vier dames en een kwartier later is de zaak beklonken. Dat zijn dan de aangename kanten van de job, zeker?"

Uw ambities reiken ver, hoor ik. Tot in het buitenland.

"Zeker weten. Ik geef mezelf hier nog een jaar of vier. Om te regisseren, te schrijven, te filmen. En dan, wie weet, Berlijn. Voor acteurs een paradijs. Uitstekende gezelschappen, een vlot draaiende filmindustrie, massa's lectuur, prachtige boekwinkels. Die stad trekt me onweerstaanbaar aan. Nogal wat Vlaamse acteurs vinden daar hun weg. Ze zien ons graag komen."

Hoe veraf staat u van de schuchtere, onzekere jongen die u lang geleden was?

"Ik voel me rustiger dan ooit, al zal ik altijd onrust blijven kennen. Dat moet ook, om als mens te blijven groeien. Over dertig jaar wil ik nog altijd zoeken naar vernieuwing. Ik ben er de man niet naar om te teren op de antwoorden. Ik stel liever de vragen. Desnoods dezelfde, altijd weer opnieuw."

Professioneel houdt u dat wakker, privé lijkt het me vermoeiend.

"Het brengt mee dat ik de ene dag stevig in mijn schoenen door het leven stap. En dat de volgende dag de onzekerheid weer toeslaat. Een manisch trekje, ja. Maar mijn vriendin klaagt niet. Gelukkig ben ik bovenal een levensgenieter. Ons huis staat altijd open, voor iedereen. Als er gefeest wordt, is dat rijkelijk en aan een goedgevulde tafel. Mijn vriendin is half Japanse en weet ook wat lekker eten is. Ik ben blij dat ik in mijn hoofd een zekere tevredenheid heb gevonden. De onrust is er nog altijd, maar ik zie die niet langer als een tekort, veeleer als een rijkdom. Na al die jaren begin ik eindelijk de vruchten van mijn twijfel te plukken."

Sara op VTM, elke werkdag om 12.15 en 18.25 uur, elke zondag om 21.30 uur.

Vergeleken met theater is televisie fabriekswerk. Geef mij maar een ambachtelijke bakkerij, waar je het deeg nog met

de handen mag knedenIk stond vaak aan de oever van de Schelde naar 't Stad aan de overkant te kijken. Mezelf afvragend of daar een plek wachtte waar ik thuishoorde

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234