Zaterdag 26/09/2020

"Ik heb de Ronde van Vlaanderen gereden, dedju!"

Beeld Franky Verdickt

Nog geen vierentwintig uur geleden dacht ik dat de mens op slechts twee manieren vleugels kon krijgen: in zijn dromen, wanneer hij zijn verlangen om een vogel te zijn vervult en hoog boven de wolken vliegt, of wanneer hij in de ogen van zijn geliefde kijkt en de vlinders in de buik hem het gevoel geven dat hij ook werkelijk een paar centimeters van de grond wordt getild.

Gisteren heb ik ontdekt dat de mens zichzelf op nog een derde manier vleugels kan aanmeten: door de de Ronde van Vlaanderen te rijden. Dus ja, het is me gelukt: ik heb Vlaanderens Mooiste gereden, dedju!

Hoe het was? Het was fantastisch en verschrikkelijk tegelijk, en dat kan je van maar weinig ervaringen in het leven zeggen. Het was verschrikkelijk, omdat ik een aantal keer heb afgezien als nooit tevoren. Het was fantastisch, omdat ik na afloop een roes heb ervaren die ik niet eerder meemaakte.

Maar laat me beginnen bij het begin. 's Morgens had ik er eerlijk gezegd geen goed oog in: ik had door de zenuwen maar een vijftal uur geslapen, en toen om half zeven de wekker ging, voelde het alsof ik ontwaakte in een surrealistische film. Ga jij, De Craemer, zei ik tegen mezelf, werkelijk zo zot zijn om binnen een uur 134 km lang op een zadel te gaan zitten, op een parcours dat zelfs mensen die veel beter getraind zijn dan jij loodzwaar noemen?

Wel ja, een uur later was het wel degelijk zover, en ik herinner me goed het moment waarop ik voor de eerste keer naar mijn kilometerteller keek. '5,2', gaf die aan, en ik moest er bijna om lachen: nog 'slechts' 130 te gaan, en het leek me een strak plan om in die eerste fase niet steeds te denken aan de lange weg die ik nog af te leggen had.

Dat parcours had 15 nijdige hellingen van de Vlaamse Ardennen in het verschiet, en na 10 km werden mijn benen meteen goed wakker: de Wolvenberg moest worden beklommen. Dat ging verbazingwekkend vlot, waardoor ook 'het koppeke' zich beter ging voelen en ik meer in mezelf begon te geloven. Dan, een kilometer later, was het de beurt aan de eerste kasseistrook: de Ruiterstraat. Ik had nog maar zelden op kasseien gereden, en dat heb ik geweten: er is geen botje of spier in mijn lijf dat niet bruusk werd dooreengeschud, en het advies dat je op kasseien het stuur losjes moet vasthouden, is gemakkeljker gezegd dan gedaan. De Ruiterstraat was met haar 800 meter dan nog een van de kortste kasseistroken: op 28 km volgde de Paddestraat, die mij 2.300 meter deed schudden en beven en luid 'godverdomme' deed vloeken - en ik was niet de enige.

Een eerste tik van de hamer kreeg ik op 50 km bij de beklimming van de Valkenberg in Brakel. Die helling is slecht 550 meter lang en het maximale stijgingspercentage 13 procent, maar het was een gesukkel en gesleur naar de top, wat ik waarschijnlijk ook te heftig deed. Toen ik daarna een tijd op mijn adem trapte, wist ik dat ik mijn krachten moest doseren: beter langzaam de hellingen te beklimmen dan jezelf te overschatten en de meet niet te halen.

Met de weersomstandigheden kon ik het niet beter getroffen hebben, en toen de zon de heuvels van de Vlaamse Ardennen in een schilderachtig licht deed baden, kreeg ik, zeker na de tweede bevoorrading rond het middaguur, steeds meer energie. Eenmaal de Koppenberg achter de rug - die ik te voet heb moeten beklimmen, wegens zoveel mensen op die smalle kasseistrook dat er meteen file was - had ik bovendien al de helft van de afstand afgelegd.

Helaas moest het ergste toen nog komen: na de Koppenberg volgden de hellingen elkaar in sneltempo op, en de voorspellingen van de koerskenners dat de finale van de echte Ronde daardoor loodzwaar wordt, bleek te kloppen. Drie kilometer na de Koppenberg kwam het kasseiduo Steenbeekdries-Stationsberg: 1.800 meter slechte kasseien, met bij aanvang het waarschuwingsbord 'Wegdek in slechte staat'. Een Nederlander die naast me dokkerde stelde de retorische vraag 'Wat is hier nou leuk aan?' - en ik vroeg me eerlijk gezegd net hetzelfde af.

Over kasseien moet je met de nodige vaart kunnen rijden of je voelt élke hobbel in het wegdek, maar met 16.000 deelnemers was snelheid halen niet altijd mogelijk. Laat mij daar meteen aan toevoegen dat sommige fietsers mij in dat verband het bloed vanonder de nagels heben gehaald: het ging slechts om een heel kleine minderheid, maar zij dachten blijkbaar dat ze een echte koers aan het rijden waren, en duwden je fietsend bijna van de weg. Ik heb meerdere mensen 'godverdomme' naar dit soort wegpiraten horen schreeuwen, en heb dat trouwens ook zelf gedaan. Als je echt wil koersen, moet je niet in de Ronde van Vlaanderen voor wielertoeristen zijn.

Tussen km 75 en km 100 heb ik het meest sterretjes gezien. Ik was amper bekomen van de ene helling of daar keek de volgende heuvel mij al grijzend in het gezicht. Km 80: Taaienberg - en taai was hij. Km 84: Kaperij. Km 92: Kanarieberg. Km 100: Kruisberg. Km 106: Karnemelkbeekstraat, waar ik het even niet meer zag zitten, omdat de weg eindeloos leek en ik wist dat snel de Oude Kwaremont (km 113) zou volgen. Die heeft kasseien en is maar liefst 2.200 meter lang, en misschien ben ik wel het meest trots dat ik de Oude Kwaremont heb beklommen zonder ook maar één keer voet aan grond te zetten. Dat deed ik wel op de laatste helling van de dag, die vijf kilometer later volgde: de Paterberg. De vijftiende klim was er te veel aan, en zou ik waarschijnlijk zelfs niet aangekunnen hebben indien ik nog fris was geweest.

Beeld Ann De Craemer
Beeld Ann De Craemer


Dan kwamen de laatste twintig kilometer. Ik kon de finish bijna ruiken, en hoewel ik dacht dat mijn benen stilaan dienst zouden weigeren, vloog ik vooruit. Ik dacht terug aan wat ik hier een tijd geleden schreef, dat een fiets een fles absint op twee wielen is, en ervaarde dat gevoel als nooit tevoren: ik was 'high in the sky'; zat te lachen op de fiets; tijd en ruimte leken even niet meer te bestaan, en achter de glazen van mijn zonnebril liepen een paar tranen toen ik de aanduiding van de laatste kilometer zag. Ik klopte op mijn stuur en zei hardop tegen mezelf: De Craemer, je hebt de Ronde van Vlaanderen gereden, dedju!

Daarna mocht ik in de Sporza-studio op de markt van Oudenaarde aanschuiven naast Karl Vannieuwkerke en Eddy Planckaert, wat uiteraard een perfecte kers op de taart was. Ik heb het programma zelf nog niet bekeken, maar zij die dat wel deden, zeiden dat ik er doodgelukkig uitzag, en dat was ook zo.

Ik zal van 5 april 2014 veel onthouden: de Nederlander wiens schoenplaatje kapot was maar hulp kreeg van een inwoner van Maarkedal, die met een schroevendraaier het ding weer vastzette; mijn constante angst om een lekke band te of ergere breuk te krijgen; de man aan een café nabij de Hotond die mij bleek te kennen en heel luid "allez, hup, De Craemer!" riep; de vrouw die tien kilometer voor de streep rechtstond uit haar tuinstoel en "girl power" schreeuwde; de Brit die naar een glooiende vallei van de Vlaamse Ardennen keek en zei dat het een schilderij was; het ronkende geluid van duizenden kettingen en de ademhaling van zwoegende mensen die allemaal hetzelfde doel willen bereiken: de finish halen van een van de mooiste parcoursen die de wielersport ons te bieden heeft.

Maar wat ik me nog het meest zal herinneren, is dat ik begin februari, toen ik met deze blog van start ging, niet had gedacht dat ik er zou in slagen de Ronde te rijden en de dag nadien nog fris genoeg zou zijn om daar al over te schrijven. De conditie was na maanden werken aan mijn nieuwe roman niet bijster goed, maar ik ben ervoor gegaan, en kijk: het is me gelukt.

Dit, ja, dit zal me het meest bijblijven, en wil ik als laatste zin van deze fietsblog zeggen aan wie daar nog aan twijfelt: een mens is tot veel meer in staat dan hij zelf denkt. Hij kan vliegen in zijn dromen, maar ook, als hij dat werkelijk wil, in de realiteit, of die nu geplaveid is met de kasseien van de Vlaamse Ardennen of met gelijk welke andere uitdaging die men zich stelt. Mijn polsen doen vandaag zoveel pijn dat ik ze amper kan bewegen, maar dat kan me niets schelen: niemand die me de roes kan afnemen die ik nog steeds voel, en niemand die me de trots kan afnemen die ik zal ervaren wanneer ik straks naar de echte Ronde kijk en denk: daar, ja, daar, heb ik zelf ook gereden, en het was, verdomme, de hel, en het was, halleluja, de hemel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234