Donderdag 01/12/2022

'Ik heb Christus door

Betty Mellaerts praat met filmregisseur Gérard Corbiau

de schoonheid vervangen'

Foto's Dieter Telemans

Met overslaand hart vloog de Belgische regisseur Gérard Corbiau tot twee keer toe naar Los Angeles. In de Oscar-race werden zijn debuutfilm Le maître de musique en later de grandioze Farinelli genomineerd als beste buitenlandse film. Het beeldje ging helaas aan hem voorbij. Maandag begint deze fascinerende man aan de opname van Le roi danse, opnieuw een film met muziek als vertrekpunt.

"Men wil het niet geweten hebben, maar de Franse koning Lodewijk de Veertiende was een magnifieke danser, heel gevoelig voor muziek. Op zijn vijftiende stapte hij de scène op voor Le ballet de la nuit, dat een hele nacht duurde, en bij het opkomen van de zon boven zijn koninkrijk danste de jonge koning 'Le soleil levant'. Het is het symbool voor de heropleving van Frankrijk na een moeilijke burgeroorlog en de smaad van de adel die in opstand was gekomen tegen zijn moeder en de eerste minister.

"Het is film, dus fictie, maar we blijven dicht bij de historische waarheid. Ik wil het verband aantonen tussen kunst en macht. Dansen was niet alleen een manier om zich te ontspannen maar een echt ritueel waarvan de jonge, verlegen koning gebruikmaakt om zich te ontwikkelen tot niemand minder dan God op aarde. Om zich van zijn macht te verzekeren omringt hij zich overigens ook nog met andere kunsten. Versailles wordt gebouwd, de schilder- en beeldhouwkunst leven weer op, de muziek van Lully werkt mee aan zijn goede imago, het theater van Molière geeft de koninklijke boodschappen door. Dat wil men ook liever vergeten: Molière schreef in opdracht van de vorst en hekelde wat de koning hem opdroeg. In De vrek worden de edelen aangeklaagd omdat ze hun geld vasthouden in plaats van het uit te geven, in Don Juan omdat ze te libertijns leven. Het was toen niet anders dan nu, er werd hard gewerkt om een welbepaald beeld van de koning naar buiten te brengen.

"Kunst is nog altijd verbonden met macht. De artiest is niet langer in dienst van, maar alle grote machthebbers hebben kunst nodig gehad om hun positie te vestigen of te versterken. Kijk maar naar Mitterrand en zijn architectonische opdrachten of denk aan zijn contacten met componist Pierre Boulez.

"Kunst is niet nutteloos, vooral film is het spektakel bij uitstek dat het gedrag van de mensen kan veranderen of beïnvloeden, althans voor vijf minuten! Na Farinelli zag ik mensen de zaal uitkomen en gelukkig kijken, alsof ze op een wolk liepen. Anderhalf tot twee uur lang wordt het publiek in de bioscoop ondergedompeld in het duister van de zaal en ondergaat het het verhaal dat je hen toont, de relaties tussen de personages. Je geeft emoties door, mensen gaan erover nadenken. Ik geloof dat dat de reden is waarom het publiek de film ook opzoekt.

"Zelf loop ik op wolken als ik schoonheid tegenkom. Ik zoek ze op. In steden, op het platteland, in kunst, in de films die ik maak. Schoonheid is één van de waarden die je vandaag moet verdedigen, vind ik. Als ik het ergens niet mee eens ben in het tijdperk waarin ik leef, is het wel dat in de meeste films de nacht, de lelijkheid, de angst, het leed, de aftakeling of spectaculair en onnozel geweld getoond wordt. De naturalistische benadering is niet de mijne, ik maak een beetje films van het verzet, al is schoonheid niet in de mode. Er is niets zo erg als duidelijke boodschappen zoals je die ziet in de huidige Europese films. Ik dring liever binnen in het onbewuste van de mensen. Ach, het is een golfbeweging en ik houd me voor dat er met het begin van een nieuwe eeuw weer nood zal zijn aan optimisme, openheid en geestdrift.

"Een film ontstaat omdat ik er zin in heb. Dat is natuurlijk niet genoeg. Zo droom ik ervan om een film te maken over Vivaldi. Ik hou van de muziek, het personage, ik zie me al in Venetië staan, heb al kostuums voor ogen, maar ik heb alsnog geen onderwerp om die film aan op te hangen. Hetzelfde is me overkomen met Jean-Baptiste Lully: ik heb er vier jaar over gedaan om hem ten slotte samen te zetten met Lodewijk de Veertiende en Molière.

"Ik had zin om een film over castraten te maken maar het heeft geduurd tot ik de biografie van Farinelli had gelezen eer ik verder kon. In dat verhaal bracht de broer de oplossing. Hij had het instrument van Farinelli nodig om zijn eigen composities tot leven te laten komen. Zonder die weergaloze stem werd zijn muziek, en dus hijzelf, herleid tot niemendal. Dat was de spanning die de film nodig had.

"Eén keer je het onderwerp gevonden hebt, kan je maar beter gewapend zijn met veel zin om eraan te werken want je bent voor twee tot drie jaar van je leven vertrokken. Vooral in de kostuumfilm moet je alles opnieuw uitvinden: het decor, de muziek, een bepaald type acteur, de kleding. Bij elke scène die je schrijft, moet je daarover nadenken, een nieuwe wereld verzinnen, je bent God. Sommigen gebruiken het als een machtsmiddel, maar daar heb ik een hekel aan.

"Film is geen excuus om totaal buiten de maatschappij te gaan leven, maar het is waar dat ik er vaak uit wegvlucht terwijl ik nadenk over mijn personages. Dat is het lot van elke artiest. Net als elke keer opnieuw beginnen. Ik heb een beetje geloofwaardigheid verdiend, maar bij elk project ga ik budgettair weer enkele stappen verder. Nu heb ik voor de nieuwe film een half miljard frank verzameld en dan moet ik toch weer alles inzetten om het vertrouwen te krijgen van producenten en geldschieters.

"Films maken was een jeugddroom die maar laat is uitgekomen. Ik heb eerst vijfentwintig jaar voor de RTBF-televisie gewerkt, maar ik heb geen spijt van die periode. Ik draaide veel reportagewerk voor de nieuwsdienst. Ik reisde niet naar het andere eind van de wereld maar verkoos in België bezig te zijn met de problemen rond abortus, gevangenen, migranten, stakingen. Eind jaren '60 tot 1980 was een ongelooflijk interessante periode. Ik liep met een camera rond in de steden waar het allemaal gebeurde en zag hoe alles veranderde. Daar heb ik de wereld leren kennen. Ik werd geconfronteerd met armoede en miserie en het verzet daartegen, dingen die in mijn geprivilegieerde milieu niet bestonden, en mijn persoonlijke opstand groeide mee.

"Ik kwam uit een conservatieve familie van overwegend universiteitsprofessoren met veel regels. Dat zeg ik met alle liefde die ik voor mijn ouders voel, ze konden niet anders, dat was hun tijd. Ik verzette mij tegen alles, was een erg opstandig jongetje. De jaren zestig kwamen eraan, dingen veranderden. Ik voelde dat heel sterk aan, maar het was moeilijk uit te leggen. Mijn ouders hebben afgezien met mij. Ik deed absoluut niets. Ik was zogezegd aan het nadenken als ze me vroegen om hen te helpen en bleef in de zetel liggen. Ik was onuitstaanbaar.

"Eén film heeft me overhoop gehaald, ik was zestien. Ik ben hem overigens met mijn ouders gaan bekijken. Rebel without a cause met James Dean, de revolte van een jeugd die wou leven, weliswaar op haar gewelddadige manier. Ik hield niet van geweld maar het bestond en het heeft in de grote steden geleid tot de opstanden aan de universiteiten.

"Die film werd de aanzet om er zelf te maken, ik wou absoluut acteur worden. Toen leende ik van vrienden een 16 mm-camera en maakte heel eenvoudige, stomme films. Op die leeftijd, wat had je gewild, ging het over de grote thema's natuurlijk: de dood, de liefde, met veel symboliek, zoals in Het zevende zegel van Ingmar Bergman. Ik zou ze nu niet meer durven vertonen, maar toen hielden we thuis voorstellingen en het publiek betaalde voor een plaats! Het heeft niet veel opgebracht want de organisatie van die avonden kostte ons veel meer dan we konden verdienen.

"Ik ben ten slotte nooit acteur geworden, neen. Ik kan niet spelen en bovendien kwam ik er al snel achter dat ik regisseur wou zijn. Ik zag Vertigo van Hitchcock, ik was zeventien, en besefte voor het eerst dat de beelden niet waren wat we zagen, maar dat iemand beslist had om ze op die welbepaalde manier in elkaar te steken. Dat gaf een ongelooflijk gevoel. Ook dat Vertigo een zeer muzikale regie had gekregen. Als ik naar een film kijk, luister ik naar de muziek, terwijl componisten er alles voor doen opdat je ze niet zou horen. Ik word nooit alleen gefascineerd door beelden. In mijn films gebruik ik de muziek om een nieuwe magie te vinden. Magie ontbreekt naar mijn mening in de meeste Europese films en is net het succes van de Amerikaanse. In plaats van te zeuren over lege zalen zouden regisseurs daar beter eens over nadenken.

"Tijdens de opnames van een film zet ik heel vaak muziek op. Dat is, zeker in het begin, zeer belangrijk precies omdat er nog geen magie is. Dus moet je ervoor zorgen dat de acteur niet alleen met zijn tekst en de camera begaan is of de technicus met het zoeken naar een mooi beeld, maar dat ze naar iets hogers verheven worden zodat er bij iedereen eenzelfde emotie is, eenzelfde gevoel en ritme. In theorie kan tijdens het draaien alles nog veranderen, maar de muziek niet meer. Die is vooraf al opgenomen en draagt de film. De muziek verenigt iedereen zonder woorden, want die vind je op de set vaak niet.

"De ideale film zit in je hoofd en hij is het daarna nooit meer, dat aanvaard je gaandeweg. 'Een scenario is een belofte van geluk', zei François Truffaut. Dat is een mooie uitdrukking want na het script komt de beproeving: met de acteurs werken, monteren binnen de tijd. Le roi danse komt uit op 6 december, we monteren tijdens het draaien. Hoewel ik een goede slaper ben, word ik nu toch geregeld wakker 's nachts. Dan sta ik op, werk weer een beetje omdat ik een idee heb, verander hier en daar wat, ga weer slapen. Het zal er met de komende dagen niet op beteren.

"Toen Gerard Mortier begin jaren '80 naar Brussel kwam om de Muntschouwburg te leiden, vroeg hij mij voor de televisie een portret te maken van de operazanger José van Dam. Ik had een heilige afkeer van klassieke muziek en vooral van opera. Ik snapte niet wat men daar kon gaan doen. Ik hield van jazz, ging naar concerten, kende iedereen uit die wereld. Maar toen ik voor het eerst het gebouw van de Munt binnenkwam en erin rondliep, werd ik op slag verliefd. Ik begreep het fundamentele verband tussen de muziek en het theater, hoe in de opera de regie naar voren werd geschoven. Mortier haalde ook grote regisseurs naar Brussel. Ik leerde José Van Dam kennen en het idee om films te maken over klassieke muziek werd geboren. Dat ging samen met het gevoel dat ik na vijftien jaar nieuwsdienst almaar hetzelfde vertelde. De budgetten werden kleiner, je kon op de openbare omroep nauwelijks nog fictie draaien. Het werd voor mij ook steeds moeilijker om het leed van de wereld te dragen. Ik zei tegen mezelf: als je bij de RTBF blijft, zit je hier nog tot je vijfenzestigste te vegeteren. Als je nu niet weggaat, zal je het je hele leven beklagen en niet trots zijn op je beslissing. Ik vertrok.

"Toen kwamen de vijf moeilijkste jaren uit mijn leven. Ik vergeet ze nooit. Ik kreeg klap na klap. Niemand wou Le maître de musique, mijn eerste film. Over een operazanger, godbetert! José van Dam, wie is dat? Ik geloofde er helemaal in. Als ik dit niet eens voor elkaar kreeg, wat dan wel? Ik ben koppig en wou halverwege niet opgeven, al was ik radeloos. Twee jaar hadden mijn vrouw en ik aan het scenario geschreven, ik moest dit tot een goed einde brengen maar het woog door. Ik was lastig op iedereen, vond het onrechtvaardig. Ik was voortdurend triest, dacht dat ik niets meer waard was.

"Ik weet zelfs niet meer hoe het precies gelopen is, maar op een dag ben ik een producer bij de RTBF tegengekomen. Zij wou Le maître de musique steunen en plots kon het project wel van start gaan. Eerst geloofde ik het niet, het was al zo vaak misgelopen. Toen we die eerste dag in de Ardennen begonnen te draaien, zag ik 's morgens rond het station vrachtwagens toekomen met meubels en kostuums en ik zei tegen mijn vrouw: 'Je zal het zien, we zullen één dag kunnen filmen, maar vanavond vertrekt iedereen weer.' Dat gevoel heb ik heel lang gehad. Ik was zeer verbaasd dat alles en iedereen bleef tot het einde van de opnames. Misschien was het angst, maar ik stelde me ook de vraag of me nu eindelijk toegestaan zou worden die jeugddroom waar te maken. "De film is uiteindelijk wereldwijd een succes geworden want op een dag kreeg ik telefoon vanuit Hollywood: dat Le maître de musique een Oscar-nominatie had gekregen voor beste buitenlandse film. Ik heb ingehaakt, ben als een gek naar boven en naar beneden beginnen lopen, maar er was niemand thuis. Ik moest kunnen praten en dus heb ik zo hard geroepen dat ze me aan het andere eind van de straat konden horen. De film die niemand wou hebben, werd erkend. Het was een heerlijk moment want het verbond met het publiek is voor mij fundamenteel, ik maak geen film voor mezelf, dat zou pas onzin zijn. Drie, vier jaar werk je onafgebroken en heel intens, aan het einde van de voorbereidingen leef je dag en nacht met die film, je draait, je monteert en daarna moet je hem nog begeleiden tot hij goed in de bioscopen loopt. Ongeveer één jaar later pas kan je beginnen aan een nieuw project. Al die tijd ben je uitsluitend daarmee bezig, het is je kind. Daarom doet kritiek zo pijn. Onlangs stond ik in de lift en iemand zei zeer fijngevoelig: doet het geen pijn de Oscar telkens mis te lopen?"

Hij kijkt meewarig. En doet het pijn?, vraag ik toch maar. "De laatste keer wel, ja. Voor Farinelli hadden we hem moeten krijgen, dat is niet netjes verlopen. Ik was erg ontgoocheld: al verdiende Mikhalkov hem ook, voor hem was het al de derde keer. Die hele Oscar-uitreiking is natuurlijk wel een ongelooflijke ervaring, surrealistisch bijna. Je rijdt de hele stad door in een immense limousine, helemaal verborgen voor de buitenwereld. Je denkt dat je alleen bent want iedereen komt uit verschillende hotels verspreid over de stad. Plots zijn er ontelbaar veel auto's, een opstopping van grote limousines voor die mythische ingang. Je stapt uit, lampen flitsen, televisiecamera's draaien, mensen gillen. Niet naar mij, ik was de illustere onbekende, maar naar al die grote sterren. Enfin, c'est du cinéma! Ik heb er, wel dertig jaar na Vertigo, James Stuart en Kim Novak teruggezien. Oud geworden, maar ik vond het zeer ontroerend.

"Met kritiek hou ik rekening, maar je moet hem kunnen ontcijferen. Je moet je afvragen wie er spreekt en vanuit welke hoek. En wat de eigen problemen van de recensent zijn, want die vind je ook vaak terug in de bespreking. Het begint al als ik mijn film voor het eerst vertoon aan producenten, financiers, verdelers, acteurs. Dat is een verschrikkelijke beproeving. Ik maak me heel klein in mijn zetel want je mag met je acteurs nog zo correct geweest zijn tot op het einde van de opnames, in de montage vallen er onherroepelijk scènes weg waarin ze formidabel waren en zich helemaal hadden gegeven. Dan vragen ze zich natuurlijk af waarom je net die eruitgeknipt hebt. Dat antwoord vraagt heel wat mensenkennis.

"Ik sterf ook altijd een beetje als ik publicitaire films maak en moet laten zien wat ik ervan terechtgebracht heb. Daar gaat alles nog veel sneller en kan je helemaal geen afstand nemen. De opdrachtgever zit bij wijze van spreken in de wachtkamer tot je klaar bent met de bestelling van dertig seconden. Producenten van hun kant maken zich makkelijk druk als je iets innoverends maakt. Zij zijn nogal behoudsgezind uit angst dat het publiek weg zal blijven.

"Ik ben zeer beïnvloedbaar. Enkele dagen voor Farinelli uitkwam, heb ik nog zes minuten uit de film moeten knippen over zijn relatie tot de Franse koning. De druk rondom mij was zo groot. Ik werd bedreigd: als je het niet doet, zal je nooit meer in Frankrijk kunnen werken, zeiden ze. Ik werd door niemand meer gesteund, ik moest de beslissing alleen nemen en ik ben gezwicht. Ik was radeloos, niet sterk genoeg om weerstand te bieden en daar heb ik nu veel spijt van. Aan het einde van de montage zie je de beelden ook niet meer zo helder, je kijkt alleen nog naar de zwakheden van de film, altijd opnieuw. Bovendien hangt elk beeld samen met de herinneringen van het draaien. Je weet hoe de acteur zich voelde, hoe moeilijk het was om te bereiken wat je op dat moment in beeld wou krijgen. Zo is er een scène in Le maître de musique die ik absoluut niet meer kan verdragen gewoon omdat je de verwarming hoort!

"Net als iedereen ben ik erg kwetsbaar, denk ik. Het is niet altijd makkelijk om daarmee te leven. Ik weet niet waar die gevoeligheid vandaan komt. Als ik het wist, waren heel wat problemen opgelost, maar ik wil het ook niet echt weten.

"Het verbindt me met anderen. In de acteurs die ik kies, wil ik broosheid voelen, vrouwelijkheid bijna. Ze moeten de indruk geven een sterk personage te zijn, maar in hun blik moet je kwetsbaarheid kunnen lezen. Die brengt je in een andere wereld. Als de blik er niet is, kan de film nooit een succes worden en een acteur nooit groot. Het bezorgt me dikwijls discussies met producenten of financiers die namen voorstellen van acteurs die nooit volle zalen zullen trekken omdat ze niet meer in zich dragen dan wat ze zijn. Soms moet ik heel lang naar iemand zoeken. We moeten vertrouwen voelen in elkaar, vreugde in de opdracht, makkers zijn, want een film is lang en moeilijk werken en als het is om elkaar voortdurend in de haren te zitten, hoeft het voor mij niet. Daarom werk ik graag met jonge, minder bekende acteurs. Zij hebben tegenover het publiek nog geen imago hoog te houden. Voor hen telt maar één ding en dat is het personage en zijn gevoelens. Zo heb ik het graag.

"Film vult mijn hele leven, maar gelukkig ook dat van mijn vrouw, dus dat is nooit een probleem geweest. Ze heeft een groot schrijftalent, werkt mee aan de scenario's, we discussiëren samen over alle aspecten van de film. Het is heerlijk om met haar te werken. Zij kan ook alles beter van op een afstand bekijken als ik midden in de film zit en er te veel bij betrokken ben.

"Ik heb haar leren kennen toen ik tien was. Ik woonde aan de overkant van de straat, zij in dit huis. Ik was heel snel verliefd op haar, veertien, vijftien jaar oud zal ik geweest zijn. Het was de grote liefde die tot nu nog altijd duurt. We kennen elkaar met onze kwaliteiten en tekortkomingen, er is een ongelooflijke medeplichtigheid tussen ons. We hebben alles meegemaakt, droevige en mooie dingen. Vijf jaar geleden hebben we een dochter verloren. Dat is vreselijk, dat overleef je heel slecht, maar het leven gaat verder. Je goed voelen met jezelf en de anderen, dat is geluk. Bereiken wat je verlangde en je niets te verwijten hebben over de weg die je daarvoor hebt afgelegd. Geluk is niet één moment, je bent het. In evenwicht. En het wordt makkelijker met ouder worden. Mijn vrouw en ik hebben een mooie reis gemaakt, die naar ik hoop nog niet is afgelopen.

"Wat me bang maakt, probeer ik zoveel mogelijk te vermijden. Ik ben eerder een man van plezier dan van angst, maar lijden schrikt me af. Als ik zo'n beeld op de televisie zie, kijk ik niet meer. Ik voel dat fysiek sterk aan, het doet pijn.

"Diep in mij ben ik een romanticus, weemoedig. Ik hou van Mahler, Schubert, niet echt vrolijke componisten. Lully hebben we krachtig en hevig gespeeld, een heel andere benadering dan de gewoonlijk saaie interpretaties van zijn muziek. Ik vind dat er een feestelijk aspect in zijn composities zit.

"Muziek is een pure en onmiddellijke emotie. Geen enkel woord kan dat gevoel beschrijven. Muziek kan ook vreselijke dingen doen, oorlogen begeleiden en dictaturen. Religies hebben ook altijd nood gehad aan muziek.

"Al heb ik een zeer katholieke opvoeding gehad, ik ben niet gelovig. Ik verwerp mijn opvoeding niet, maar ik kan ze ook niet uitschakelen. Zo denk ik altijd dat ik het geluk om films te maken niet echt verdiend heb.

"Als er vandaag een religie in me zit, komt die van de kunst: mijn verlangen naar het mooie, het echte, het essentiële als een gids in het leven die misschien de dingen kan redden. Ik heb Christus door de schoonheid vervangen."

'Film is geen excuus om totaal buiten de maatschappij te gaan leven, maar het is waar dat ik er vaak uit wegvlucht terwijl ik nadenk over mijn personages. Dat is het lot van elke artiest'

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234