Dinsdag 22/09/2020

'Ik heb als eerste een vrouw in drie stukken gezaagd'

Vraag een kind een goochelaar te tekenen en het tekent Claude Isbecque. Zijn artiestennaam is Klingsor. Hij zegt: 'Gestopt? Hoe bedoel je?' Een nieuwe expo in het Huis van Alijn noemt hem de laatste levende legende.

Een mens is zijn deurbel. In de inkomsthal van een flatgebouw in Koekelberg staat 'Isbecque-Klingsor'. De mens zal zeggen: "Iedereen noemt mij Klingsor. Nog steeds, ja."

Claude Isbecque is 85. Hij werd geboren in Brussel en gaat al meer dan een halve eeuw als Klingsor door het leven. Zijn appartement toont wat dat betekent. In de gang staat een kast vol trofeeën. Op de schouw, tussen twee familiefoto's en een kandelaar, ligt een zwaard. Hier een bos kaarten, daar een schilderij in boekformaat: De goochelaar van Hieronymus Bosch.

Isbecque: "Alles in dit huis vertelt een herinnering. Het kostuumvest dat je daar ziet, werd in Hongkong gemaakt. Het kopje komt uit Las Vegas. De hoed uit Mexico, dat beeldje uit Portugal. Tja, wat wil je? Overal waar ik ging optreden, kreeg ik souvenirs mee naar huis."

Decennialang was Isbecque een autoriteit in de Belgische, zeg gerust internationale goochelwereld. Hij was goochelaar, verzamelaar, uitbater van de goochelwinkel Klingsor Magic Club, clubvoorzitter, organisator van grote congressen, lesgever. Toen hij halverwege de jaren zestig het materiaal van de overleden Duitse illusionist Kalanag kocht en diens show naar de veranderende wereld bracht, kreeg Isbecque internationale faam. Hij was op tv, in België, Frankrijk, Japan. Hij bracht vernieuwing.

Vanaf vandaag loopt in het Huis van Alijn in Gent de expo Chapeau! De geheime goochelgeschiedenis van België. In het begeleidende boek staat: "Klingsor is en blijft de laatste levende legende." Een groot deel van de expo is aan Klingsor gewijd.

Zelf zegt hij: "Ik heb altijd anders willen doen dan de anderen. In mijn atelier ontwikkelde ik constant nieuwe goocheltrucs, met boren, een draaibank en elektromagneten. De sprekende vaas, de sprekende schedel, noem maar op, dat heb ik allemaal uitgevonden. Ik was kort gezegd een beetje de specialist van de demystificatie. Ik koos ook als een van de eersten voor een sneller tempo in mijn shows. Vóór mij waren er goochelaars die zeven trucs per uur toonden, dat ging veel te traag. En ik heb als eerste een vrouw in drie stukken gezaagd. Nu ja, er was mij al één iemand voor geweest, maar die had ik nog nooit aan het werk gezien. Echt niet."

Imago

Isbecque vertelt graag. Heeft het in dezelfde adem over een 'standing ovation' in New York ("Samen met Solange, mijn vrouw, reisde ik regelmatig met de boot tussen Le Havre, Southampton en New York. Eerste klasse. Dat was ongelooflijk"), over het toneel dat alles kleiner maakt, en zijn ouders die nog stammen uit l'avant-dernier siècle. Toen je nog met de rug recht moest lopen.

Isbecque: "Je moet je talen kennen om ergens te geraken, dat had ik al vroeg door. Ik wist ook vroeg dat België te klein was voor mij. Ik wilde naar het buitenland, ik wilde reizen. Dus leerde ik verschillende talen. En ik liet mijn moustache staan, want de helft van je act is je imago. Zo kwam het dat ik een mooi pak kocht. Ik zei altijd: de goochelaar moet het best gekleed zijn van de hele zaal."

Vraag een kind een goochelaar te tekenen en het tekent Claude Isbecque.

Waar is het voor u allemaal begonnen?

"In het Josaphatpark in Schaarbeek. Rond Pasen van het jaar 1942 werd daar een grote fancy fair georganiseerd, de opbrengsten waren bedoeld voor de soldaten die door de Duitsers gevangen waren genomen. In een kleine tent, met sterren tegen het plafond getekend, zag ik er een optreden van Uvano, een 'magicien' uit de buurt. Zijn echte naam was Eugene Van Horenbeek. Vijf, zes jaar later heb ik hem goed leren kennen. Ik vond het fantastisch. Ik wou dat ook."

Wat trok u aan in de wereld van de magie?

"Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in het waarom van de dingen. Daarom ook heb ik tot mijn achttiende wetenschappen gestudeerd. Ik wou weten hoe de wereld in elkaar steekt. En daar draait goochelen eigenlijk ook om. De mensen bedriegen is één ding, maar je moet wel begrijpen hoe alles op elkaar inspeelt. Het heeft ook met mijn opvoeding te maken, denk ik. Mijn ouders hadden een piano-ensemble, er waren thuis veel boeken, ik las graag. Ik was anders dan de andere kinderen. De goochelaarij heeft mij toegestaan mijn hele leven anders dan de anderen te blijven."

U hebt uw hele leven kunnen spelen.

"Ja, inderdaad. Ik heb een aangenaam leven gehad."

Isbecque neemt een stukje touw. "Kijk goed," zegt hij, "dit is één lang stuk. Akkoord? Nu knip ik dit ene stuk in tien verschillende stukken. Eén, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien. Negen stukjes steek ik in de ene hand. Gezien? En één stukje in de andere. Kijk nu goed." Hij kauwt de negen stukjes zachtjes tot een vochtige bol, kleeft de bol aan het tiende stukje, trekt de bol tot één langgerekt stukje touw uit. "Voilà. Nu jij."

Waarom hebt u de naam Klingsor gekozen?

"Ik heb die voor het eerst zien staan in een boek van mijn vader, de opera Parsifal van Wagner. Het leek mij een naam die je in alle talen kunt gebruiken. En ook een naam die iets mysterieus uitstraalt."

Hoe keek het volk vroeger naar jullie, goochelaars?

"Wij waren echte vedetten, de popsterren van toen. Toen ik begon was er nog geen radio, geen tv, geen cinema. Iedereen kwam naar ons kijken. Wij verwonderden de mensen."

Waar bent u het meest trots op?

"Dat ik drie weken aan een stuk in L'Olympia heb gestaan, in Parijs. En dat ik in het Verre Oosten heb mogen spelen. Tokio, Hongkong, Taipei. Samen met mijn mooie vrouw Solange. Dat waren de beste tijden."

Hij zegt dat hij ooit op hetzelfde podium als Jacques Brel stond. Tijdens de allerlaatste avond van de Ancienne Belgique in Brussel, in 1973. Daarna ging de variétézaal failliet. Drie vedettes mochten voor een slotakkoord zorgen: Jacques Brel, zangeres Annie Cordy en Klingsor.

Isbecque: "Brel was toen al ziek. Hij zong niet en hield gewoon een toespraak, als ik het me goed herinner. Ik heb Annie Cordy op het podium doen verdwijnen. Live. Stel je voor."

De bel. Een koerier die een pakje brengt. Uit Amerika, zegt Isbecque. In het pakje zitten geen kunstjes, zoals voorheen, maar medicijnen. "Voor de diabetes in mijn benen." Je zou kunnen zeggen: tegen de ultieme goocheltruc van het leven is zelfs Klingsor niet bestand. Vrouw Solange is dood. De verwondering niet, maar langs goochelaars komt ze nog zelden binnen.

Wanneer bent u eigenlijk met goochelen gestopt?

"Gestopt? Hoe bedoel je? Ik ben helemaal niet gestopt."

U treedt nog steeds op?

"Ik doe mijn best. Onlangs heb ik een concours georganiseerd, hier in Brussel. Op het laatste moment moest ik afzeggen. Ik lag in het ziekenhuis met mijn benen. Ze zijn kapot, van al het voyageren met zware valiezen."

Maar stoppen, daar denkt u niet aan?

"Een echte artiest stopt nooit. Dat weet u toch?"

De expo Chapeau! De geheime goochelgeschiedenis van België opent vandaag in het Huis van Alijn in Gent. Nog tot 16 november. Samen met de expo verschijnt een boek van Kobe Van Herweghen en zijn vader Christ. Uitgegeven bij Manteau.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234