Donderdag 02/12/2021

Zeno

"Ik heb, achteraf beschouwd, bijzonder veel geluk gehad"

null Beeld Diego Franssens
Beeld Diego Franssens

Vijf maanden geleden moest Ivan De Vadder (50) noodgedwongen van het toneel. Darmkanker. Chemo. Zwarte tunnel. En toch. Het verhaal dat hij hier vertelt, is er een van hoop. 'De hoop haalde het verbazend snel van de angst, ook toen er nog bijzonder weinig reden tot optimisme was.'

Hij is niet de man van de grote emoties. Of misschien juister gezegd: een man die niet graag met de grote emoties te koop loopt. Niettemin kreeg Ivan De Vadder het de afgelopen week een paar keer te kwaad. Vorige dinsdagavond, bijvoorbeeld, toen hij te gast was bij 'Reyers laat'. Hij was er om te vertellen over 'De parabel van het ezelsoor', een politiek jaaroverzicht dat hij maakte met tekenaar en boezemvriend Karl Meersman, maar natuurlijk ging het daar ook over hemzelf. Over zijn ziekte, meer bepaald, de darmkanker die ervoor zorgde dat hij van de ene op de andere dag afstand moest nemen van wie hij misschien wel in de eerste plaats was: een van de gretigste pendelaars tussen de Reyerslaan en de Wetstraat 16.

Vijf maanden al was Ivan De Vadder niet aan 'zijn' Reyerslaan geweest. Maar die dinsdagavond was hij er dus heel even terug. Zij het dit keer als gast. "Het voelde vreemd, en tegelijk o zo vertrouwd", vertelt De Vadder. "De schminksters, de techniekers, de redacteuren; ze hebben me allemaal begroet alsof ik er gisteren nog was geweest. Vervolgens mocht ik naar de studio. Ik kreeg er meteen mijn microfoontje. Mijn microfoontje. Je moet weten: de normale microfoontjes hebben een beugeltje dat heel erg spant. Omdat ik dat moeilijk kan verdragen, hebben ze voor mij bij 'De zevende dag' ooit een wat soepeler beugeltje gekocht. Blijkbaar was de klankman van dienst dat niet vergeten. Een klein gebaar, maar het doet veel met je."

Ga het gerust na: Ivan De Vadder vertelt in interviews zelden of nooit over zijn grote zielenroerselen. "Ik heb er geen behoefte aan, en ik kan me ook moeilijk voorstellen dat mensen op zulke ontboezemingen van mij zitten te wachten." Nu het over zijn kanker gaat, ligt dat anders. "Sinds het mezelf is overkomen, besef ik pas helemaal hoe hard die ziekte vandaag om zich heen slaat. Uit de reacties die ik kreeg, heb ik geleerd dat ongeveer niemand er - rechtstreeks of onrechtstreeks - van gespaard blijft. Daarom lijkt het me niet zinloos om er ook publiekelijk over te vertellen. Bekijk het als een vorm van steun aan lotgenoten. Het helpt, als mensen hun verhaal aan elkaar vertellen. Dat weet ik, door al die verhalen die lotgenoten aan mij hebben verteld."

Dicht bij echtgenote

Het verhaal van Ivan de Vadder begint eind juli, als zijn echtgenote een verdacht vlekje op zijn huid ziet, een melanoom. "Ik heb in 2006 al eens huidkanker gehad: op mijn arm werd toen een melanoom weggesneden. Het was in een zo vroeg stadium ontdekt dat er verder geen risico aan verbonden was. Mijn echtgenote is arts, een dermatologe bovendien. Ze merkte begin juli naast het litteken van het vorige melanoom opnieuw een donker vlekje op. Het plekje werd weggesneden en naar de anatoompatholoog gestuurd voor microscopisch onderzoek. Na dit onderzoek ontstond plots twijfel of het een nieuwe huidkanker was, of toch een uitzaaiing van het eerste melanoom. In dat geval zou het eerste melanoom acht jaar lang in mijn lichaam hebben gewoekerd."

"De volgende stap was een scan om na te gaan of elders in mijn lichaam uitzaaiingen te zien waren. Een scan van mijn lichaam toonde in mijn buikholte verdachte plekken. Mogelijks uitzaaiingen. Dat nieuws kwam aan als een mokerslag. De diagnose van uitgezaaid melanoom is heel ernstig."

"Ik moest er plots rekening mee houden dat mijn leven nog hoogstens een jaar zou duren. Wat moet je dan denken? Het is alsof er een blok beton op je hoofd valt. Al heb ik me er achteraf over verbaasd hoe snel je alweer probeert om van onder dat beton weg te kruipen."

"Ik heb die middag beschutting gezocht bij mijn vrouw. Wij zijn dicht bij elkaar gaan zitten, en we hebben gepraat. Urenlang gepraat. Natuurlijk ging het over mijn angsten. Die angsten zijn er vandaag soms nog. Maar zelfs al in die eerste gesprekken met mijn echtgenote ging het meer over gezamenlijk plannen, de overlevingskansen. De hoop haalde het verbazend snel van de angst, ook toen er nog bijzonder weinig reden tot optimisme was. Ik denk dat die neiging iets essentieel menselijks is. Geef mensen een sprankeltje hoop, en ze zullen er zich - hoe klein ook - onmiddellijk aan vastklampen."

Een dag later was er een kijkoperatie. De vrees voor een fatale want uitgezaaide huidkanker bleek onterecht, maar 24 uur lang moest hij wel met die angst leven. "Begrijp me niet verkeerd, en maak er alstublieft niet de kop van dit artikel van, maar het eerste wat ik dacht was: godzijdank, het is darmkanker. Ik hield rekening met een doodvonnis. In de gegeven context klonk mijn diagnose haast als vrijspraak."

"Ik heb, achteraf beschouwd, bijzonder veel geluk gehad. Wij waren er snel bij. Dat was niet het geval geweest als mijn vrouw geen arts was. Ik voelde me goed, ik had geen klachten en dus ook geen enkele reden om me te laten onderzoeken. Als mijn echtgenote dat melanoom niet had opgemerkt, was ik wellicht pas naar de dokter geweest op het moment dat er fysieke klachten waren, en de kanker al veel verder was uitgezaaid."

"Omdat mijn kanker is vastgesteld in een vroeg stadium, heb ik een tijd gehoopt dat chemotherapie overbodig zou zijn. Maar de artsen hebben die hoop al snel de kop ingedrukt. Ik zou zes maanden chemo of twaalf beurten moeten ondergaan. Zonder chemo heb ik statistisch gezien ongeveer 50 procent kans om te hervallen. Met chemotherapie zou die kans tot 20 procent worden beperkt."

null Beeld Diego Franssens
Beeld Diego Franssens
Ivan De Vadder met minister-president Geert Bourgeois eerder deze week, bij de voorstelling van het boek 'De parabel van het ezelsoor' Beeld Tim Dirven
Ivan De Vadder met minister-president Geert Bourgeois eerder deze week, bij de voorstelling van het boek 'De parabel van het ezelsoor'Beeld Tim Dirven

Vreselijk mottig

"Wat zo'n chemokuur met je doet, is moeilijk te beschrijven. In een week zonder chemo, zoals deze, voel ik me relatief goed, maar de weken met chemo zijn een zware beproeving. In de eerste plaats is er het fysieke lijden. Je voelt je - om het in mijn Brabants dialect te zeggen - vreselijk mottig en je bent altijd moe. Daarnaast zijn er nog de kleinere bijwerkingen. Je smaakzin is ofwel weg ofwel uitvergroot, je haar wordt dunner en je hebt voortdurend last van tintelende vingertoppen."

"Bovenop het fysieke komt nog het mentale lijden. Je bent compleet lusteloos, niets kan je aandacht vasthouden. Het is een soort zwarte tunnel, met nergens ook maar een beetje licht."

"Het vreemde is dat je ook telkens weer vergeet hoe verschrikkelijk zo'n kuur is. Het sluit, denk ik, een beetje aan bij wat ik vertelde over die 24 uren waarin ik voor het ergste moest vrezen. Alles is zwart, en toch ga je bijna werktuiglijk op zoek naar iets om je aan op te trekken."

"Nu maandag moet ik weer aan een chemokuur beginnen. Het is de achtste op rij; ik weet intussen wel wat me te wachten staat. En toch ga ik er weer vol goede moed aan beginnen. Op een of andere manier, tegen beter weten in, denk je toch dat het dit keer minder erg zal zijn. Of het te maken heeft met mijn optimistische natuur? Nee, dat denk ik niet. Volgens mij zit die neiging diep in elke mens ingebakken. Ik geloof dat de mens een aangeboren talent heeft om de allerergste ervaringen te vergeten, of toch minstens de scherpste kantjes er vanaf te vijlen. Ik denk dat het een soort overlevingsstrategie is. Want stel je maar eens voor, dat we alle ellende die we ooit in ons leven hebben meegemaakt, tot in de kleinste details zouden herinneren? Het zou geen leven zijn."

null Beeld Diego Franssens
Beeld Diego Franssens

Bekende kop

In juni, een maand voor de diagnose dus, was Ivan De Vadder nog geïnterviewd door een collega van De Standaard. Aanleiding was toen zijn vertrek bij 'De zevende dag'. In dat interview vertelde De Vadder hoe hij met het klimmen der jaren verlangde naar iets meer afstand en diepgang. Wat minder waan van de dag, en wat meer helikopterblik. Zij het ook weer niet te veel. "I like the noise, de ruis", zei De Vadder toen. "Dat voedt."

Aan noise was er even geen gebrek toen de berichten over zijn ziekte eind juli in de pers verschenen. "Het nieuws zorgde voor een lawine aan steunbetuigingen", vertelt De Vadder. "Het deed enorm deugd. Werkelijk elk berichtje betekent op zo'n ogenblik steun en troost. Die steunbetuigingen bleven gelukkig komen, via alle mogelijke kanalen. Maar uiteindelijk onderga je de chemo wel alleen. En dat blijft hard. Mijn echtgenote is de afgelopen maanden altijd mijn eerste steun en toeverlaat geweest, maar ook zij moet overdag natuurlijk werken. En dus doorsta je zo'n slechte week alleen. Gelukkig slaap ik veel. Dat doet de tijd snel passeren."

"Ik denk dat het voor een kankerpatiënt niet veel uitmaakt of hij al dan niet een bekende kop heeft. De strijd die je moet leveren is dezelfde. En die strijd is in wezen een eenzame strijd. Tijdens de chemoweken lig ik thuis, in bed of op de zetel, en zie ik zwaar af, net als zoveel duizenden andere mensen die dit moeten meemaken. Op slechte dagen ga ik meestal rond een uur of acht slapen, op een ogenblik dat mijn echtgenote nog niet thuis is. Geloof mij: dat zijn momenten waarop het echt niet uitmaakt of je al dan niet een schermgezicht bent."

"De overgang was in mijn geval natuurlijk erg bruusk. Van het hectische journalistenbestaan - the noise waar ik zo van hield - kwam ik in het absolute tegendeel terecht. Niets doen, liggen, stilte, een hele dag lang. Iets anders was onmogelijk. Om het contact met de wereld niet helemaal te verliezen, keek ik nog wel naar Het journaal. Voor de rest was er alleen mijn ziekte. Dat was het enige wat me echt bezighield, tot in de kleinste details."

"De eerste twee maanden van de behandeling waren de ergste. Omdat ik de chemo heel slecht verdroeg. Ik was er zo ziek van dat de artsen na drie kuren de dosis hebben verlaagd. Toen werd het iets draaglijker. Vanaf dan is ook de interesse in de buitenwereld weer mondjesmaat teruggekomen. Mee onder impuls van mijn vrouw heb ik dan een oud plan terug opgepikt."

"Al lang voor de diagnose hadden Karl Meers­man en ik het plan opgevat om aan het eind van dit jaar een jaaroverzicht te maken in de vorm van een theatervoorstelling. Mijn ziekte heeft die plannen gedwarsboomd, maar twee voorstellingen en een klein boekje met commentaren bij zijn tekeningen, dat zag ik nog wel zitten. Detail­kennis van de nieuwste politieke ontwikkelingen was daarbij geen vereiste. Aandachtig naar Karls tekeningen kijken volstond om me te inspireren."

"Een dik boek is het zeker niet geworden. Maar het was voor mij wel immens belangrijk om het te schrijven. Het gaf me een bezigheid, iets om naar toe te leven, een doel."

Eén horizon: de lente

In 'De parabel van het ezelsoor' wijdt de schrijver één zinnetje aan zichzelf. Daarin schrijft hij hoe 2014 ook het jaar was waarin hij moest beginnen aan "het gevecht om mijn leven terug te krijgen". Of hij wel eens denkt aan de mogelijkheid dat hij dat gevecht verliest? "Het kan raar klinken", zegt De Vadder, "maar ik heb de afgelopen maanden nauwelijks een seconde aan de dood gedacht. Geen idee hoe dat komt. Misschien is het wel verdringing?"

"Mijn vader is gestorven op zijn 44ste, toen ik zeventien jaar oud was. Ook hij had kanker. Het lijkt misschien logisch dat je in zo'n geval nog net iets meer rekening gaat houden met een fatale afloop, maar kijk, ik heb de afgelopen maanden nauwelijks aan hem gedacht. Medisch gezien is er ook geen enkel verband tussen zijn en mijn geval. Mijn vader, een roker, is gestorven aan longkanker. Waar mijn kanker vandaan komt, is nog voorwerp van onderzoek, maar met mijn levenswijze is er hoogstwaarschijnlijk geen enkel verband."

Vijf maanden is Ivan De Vadder inmiddels uit de journalistieke en politieke wereld verdwenen. Vijf maanden lang bleef die wereld gewoon doordraaien. Pijnlijk heeft hij dat naar eigen zeggen nooit gevonden. "Ik had deze ziekte niet nodig om te beseffen dat de wereld ook zonder mij gewoon doordraait. De vraag die ik me de afgelopen maanden wél heb gesteld, is de omgekeerde: kan ik wel leven zonder die doordraaiende wereld? Door die kanker ga je als vanzelf veel relativeren. Je gaat veel beter beseffen wat echt essentieel is, en neemt je voor om daar in de toekomst meer aandacht aan te besteden. Maar of ik die goede voornemens straks ook ga waarmaken? Dat weet ik niet. Familie en vrienden zijn een essentieel onderdeel van mijn leven, maar werk is dat ook. Het is voor mij een vorm van zingeving."

"Gisteren is mijn boekje voorgesteld in het salon van de Kamer­voorzitter, voor een publiek van politici en Wetstraat­journalisten. Het voelde als thuiskomen. Ik merkte hoezeer ik die wereld, mijn wereld, de voorbije maanden heb gemist. Tegelijk besefte ik dat het nog veel te vroeg is voor een terugkeer. Na afloop van de boekvoorstelling was ik tevreden, maar ook doodmoe."

"Grote dromen of plannen voor de toekomst heb ik nog niet gesmeed, en ik denk ook niet dat ik dat onmiddellijk ga doen. Ik heb maar één horizon en die is: maart, de lente. Dan zijn de chemo's achter de rug, en wil ik opnieuw aan het werk. "Op die manier is werk voor mij ook nog op een andere manier betekenisvol geworden. Werken is voor mij vandaag gelijk aan: opnieuw gezond zijn. En opnieuw gezond zijn is gelijk aan: weer kunnen werken. Zoals het er nu naar uitziet, ga ik straks doen wat ik al deed vlak voor de diagnose. Politieke analyses maken voor 'Terzake'. Dat schrikt me niet af, nee, integendeel. Ik weet het, het is maar wat het is, de politiek. Vaak lijkt ze op een soap, en al te vaak gaat ze alleen maar over zichzelf. Dat besef je eens zo goed als je er een paar maanden vanop afstand naar kijkt. Maar geloof mij: ik heb vandaag geen grotere wens dan mij opnieuw in het gewoel te mogen mengen. Het zou betekenen dat ik weer gezond zou zijn."

De parabel van het ezelsoor is verschenen bij uitgeverij Vrijdag. De voorstelling Twee man en een paardenkop is op 26 en 27 december te zien in cc Sint-Niklaas.

null Beeld Diego Franssens
Beeld Diego Franssens
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234