Maandag 27/05/2019

Familieklap

“Ik had de grote Muhammad Ali nog nooit zo zien wenen”: weduwe en dochter van bokslegende spreken

Muhammad Ali's derde vrouw, actrice Veronica Porché Ali, en hun dochter Hana. Beeld The Sunday Times Magazine

Veronica Porché Ali (63), actrice en de derde vrouw van wijlen Muhammad Ali, en hun dochter Hana (42), schrijfster, over hun leven met een boks­legende.

Veronica

“Ik was heel gelukkig toen ik zwanger was van Hana, want Muhammad wilde zo graag een kind. Ik was pas 19 en wilde hem koste wat het kost behagen. Hana was meteen zo hecht met haar vader, het nam haar helemaal in beslag. Hij was haar universum. En hij was stapelgek op haar. Als hij weg was uit de stad deed ze het slechter op school. Van de twee dochters die we samen hadden, was Hana de sterkste, de koppigste. Laila was rustig en timide en zacht.

“Ik kreeg geen controle over Hana. Ze matte me af. Ze schreeuwde zich de longen uit het lijf omdat ze wist dat haar vader dan zou komen en haar gelijk zou geven als ze iets niet wou doen.

“Als kind had ik geen benul wie Muhammad Ali was. Mijn broer had een poster van hem op zijn kamer hangen, maar dat was het zowat. Ik was geen sportfan. Ik was een boekenwurm. Mijn ouders kwamen uit Louisiana maar waren naar Californië verhuisd. Ik was voor arts aan het studeren toen ik Muhammad leerde kennen. Hij pakte het heel slim aan om me dat uit het hoofd te praten. ‘Blijf eens een se­mes­ter thuis’, zei hij. Eén semester werden er twee. Ik was nog nooit verliefd geweest.

“De avond voor Hana geboren werd, hadden mijn moeder en Muhammad een serieuze ruzie omdat hij had beloofd dat hij met me zou trouwen voor de baby kwam. Maar zijn tweede vrouw was nog niet van hem gescheiden. Ik was overstuur: de twee mensen die ik het liefste zag, waren aan het ruzie­maken. Ik begon te bloeden en we moesten in allerijl naar het ziekenhuis. Later zijn we getrouwd en beviel ik ook van Laila. Die vroege jaren waren heel idyllisch. Ik bleef thuis met de kinderen, en toen ze naar school gingen, kon ik tijd besteden aan mijn eigen interesses.

“Toen Muhammad vreemd begon te gaan, deed dat pijn. Hij ontkende het altijd, en dat maak­te het alleen maar erger. Ik werd onverschillig. We begonnen in aparte kamers te slapen. Op een dag zag mijn zus hem op de sofa slapen. Hij vertelde haar dat ik hem uit de slaapkamer geweerd had. Dat was niet waar. Volgens mij begon hij gewoon in een andere kamer te slapen. Ik weende. Ook nu heb ik zin om te wenen. Toen ik hem zei dat ik wilde scheiden, moest hij verschrikkelijk wenen. Ik had hem nooit zo zien wenen. Hij weende hardop. Ik was geschokt, maar op dat moment voelde ik geen liefde. Ook al zie ik hem nog graag. Nog altijd.

“Zelfs toen we door de scheiding gingen, werd er nooit geroepen of geschreeuwd. Ik was meer gekwetst dan boos. We waren altijd vriendelijk voor elkaar.

“Kinderen willen dat hun ouders samenblijven. Ik denk dat Hana daarom altijd boos op me is geweest. Ik ben trots op Hana, op wat er van haar is geworden. Ze heeft zo’n mooie, genereuze persoonlijkheid. Ze lijkt erg op haar vader.”

Hana

“Mijn moeder was nogal afstandelijk, maar als ik iets nodig had, was ze er voor mij. In het dagelijkse leven was ze op zichzelf. Ze was niet het type mens dat je kon knuffelen. Ze is een eenzaat: ze zegt dat ze in het begin zo niet was, en ik zie ook veel foto’s waarop ik bij haar op schoot zit. Maar in mijn herinnering was het mijn vader die alle tijd van de wereld voor me had, terwijl ik bij moeder het gevoel had dat ik haar op de zenuwen werkte. Wat begrijpelijk is. Je mispakt je makkelijk aan haar. Het was niet dat ze me niet graag zag, het was dat ze zo veel had moeten opgeven voor mijn vader, en dat op zo’n jonge leeftijd. Ze probeerde uit te vinden wat ze aan moest met haar leven.

“Ik ben niet blind voor de fouten van mijn vader, maar dat houd me niet tegen om van hem te houden. Ik weet dat je vrouw bedriegen niet oké is. Maar ook al had hij veel kinderen, hij kreeg het voor elkaar dat ze allemaal vrienden bleven. Hij droeg zorg voor iedereen.

“Op school liep ik constant te zeggen: ‘Mijn papa is Muhammad Ali.’ Ik leerde al snel het effect dat dat op mensen heeft. Ik kreeg er lolly’s en ijsjes door. Ik heb er geen bezwaar tegen dat mensen tien uur over mijn vader willen praten. Ik ben blij dat ik half hem ben, ik ben zo trots dat zijn bloed door mijn aderen stroomt.

“Hij noemde me altijd Hanabana. Hij werd nooit boos. Wat ik me het best herinner, is dat ik in bed bij mijn vader lag en hij me verhaaltjes vertelde. Ik ging niet graag slapen, en hij vertelde me altijd enge verhaaltjes over een grote boze wolf. Dat zijn mijn favoriete herinneringen.

“Het was heerlijk om met hem met de Rolls te rijden, een bruine Corniche cabriolet. We waren als Bonnie en Clyde. Hij zei dat ik zijn zielsdochter was omdat we spiritueel zo op elkaar leken.

“Het enige wat ik wist toen mijn ouders scheidden, was dat mijn moeder mijn vader verlaten had. Het had geen belang wat hij gedaan had. Ook als hij geprobeerd had haar te vermoorden, zou ik boos geweest zijn. Ik was nog een klein meisje en enorm aan hem gehecht, en ik moest iemand de schuld kunnen geven. Kinderen kiezen altijd een ouder om de schuld op te schuiven. Na de scheiding verstopte ik haar sleutels als ze het huis uit wilde gaan. Ik gooide ze zelfs in het toilet. Ik wilde niet dat ze zich opmaakte en vertrok.

(lees verder onder de foto)

25 mei 1965, Lewiston, Maine. Zwaargewichtkampioen Muhammad Ali heeft zijn uitdager Sonny Liston geveld. Dochter Hana Ali: ‘Op school liep ik constant te zeggen: mijn papa is Muhammad Ali!’ Beeld AP

“Ik vertel mijn moeder alles. Soms rent ze weg en houdt ze haar oren dicht, zoals toen ik haar vertelde dat ik mijn maagdelijkheid had verloren. Als ik problemen met vriendjes had, ging ik naar haar, nooit naar mijn vrienden. Waardoor ik minder domme dingen deed dan de meeste mensen. Ik ben, zoals mijn vader, heel extravert. Ik houd van mensen, ik praat met wildvreemden. Mijn echtgenoot vindt dat ik te vriendelijk ben. Mijn vader had de grote levenslessen op een rij: goedheid, vergevingsgezindheid, medelijden, liefde. Hij vertelde me ooit dat de reden waarom hij mijn moeder zo graag zag, was dat ze zo op zijn moeder leek: heel lief, nooit kwaad spreken over mensen, ook al spraken ze kwaad over haar. Hij zei dat ze vriendelijk en fatsoenlijk was. Voor mij was mijn vader het bewijs dat er een god is. Hij had iets spiritueels dat ik niet in woorden kan vatten. Ik heb niet het gevoel dat hij er niet meer is.

“Maar laat me duidelijk zijn: ook al houd ik meer van mijn vader dan van het leven zelf, ik zou mijn moeder nooit inruilen voor iemand anders.”

© The Sunday Times Magazine

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.