Woensdag 19/05/2021

OnderzoeksdossierAanslagen van 22 maart

‘Ik ging van café naar café, ik ging slapen in het park’: na de aanslagen doolden Krayem en Abrini wekenlang door Brussel

De Tivolistraat in Laken, waar Abrini en Krayem op 22 maart 2016 onderdak vinden bij de Rwandees Hervé Bayingana Muhirwa.  Beeld Tim Dirven
De Tivolistraat in Laken, waar Abrini en Krayem op 22 maart 2016 onderdak vinden bij de Rwandees Hervé Bayingana Muhirwa.Beeld Tim Dirven

Na de aanslagen van 22 maart 2016 bleven Osama Krayem en Mohamed nog meer dan twee weken op de dool in Brussel. ‘Ik ging in een café naar Dortmund-Liverpool kijken’, verklaarde Krayem na zijn arrestatie. Mohamed Abrini trok in bij een 13 jaar oudere vrouw. ‘Ze toonde me foto’s van haar familie, ik zag haar zoon in een militair uniform. Ik dacht: merde.’

“We hadden de traiteur al betaald”, zegt Mohamed Abrini in een verhoor op 16 mei 2016. “Ook de trouwzaal en de huur. Twee dagen later zat ik in een appartement dat ik nog nooit had gezien. Ik heb iedereen in de steek gelaten.”

Mohamed Abrini deserteerde ook al bij de aanslagen in Parijs. Zodra hij hoorde dat hij zich moest opblazen, vluchtte hij in een Parijse taxi die hem in de vroege ochtend van vrijdag 13 november 2015 afleverde voor café Time-Out langs het kanaal in Molenbeek. Later die dag had hij met zijn aanstaande bruid Nawal E.K. om 18 uur een afspraak in Jette. Ze waren al zes jaar een koppel en kregen nu de sleutels van het appartement waarin ze zouden gaan samenwonen.

Toen de in Brussel achtergebleven broers El Bakraoui later die nacht begrepen dat Salah Abdeslam in Parijs zijn bommengordel had weggegooid, was het gevaar opeens imminent. Ervan uitgaande dat hij toch zou sterven, had Salah auto’s en safehouses gehuurd met zijn eigen bankkaart. Hij was enkele dagen eerder in een tankstation langs de A1 voorbij bewakingscamera’s gelopen. Met Mohamed Abrini. Daarom verscheen Ibrahim El Bakraoui die avond rond tienen in een durumzaak in Molenbeek, waar Abrini klanten stond te bedienen: “Meekomen, jij.”

Abrini: “Ik wist niet dat Salah met zijn kaart had betaald. Als hij dat niet had gedaan, had ik er misschien nog tussenuit kunnen geraken. Ik ben El Bakraoui dus gevolgd. Ik was gedegouteerd. Ik wou dit niet.”

Sms-ruzie

Op 17 april 2019 wordt Abrini tijdens een verhoor verzocht te kijken naar zijn sms-verkeer met Nawal in november 2014. Hij heeft dan blijkbaar net aangekondigd dat hij naar Syrië wil, waar zijn jongere broer is gesneuveld. Nawal heeft nogal heftig nee geantwoord op de suggestie dat zij hem zou volgen.

Hij: “Bizar, hoe jouw hersenen werken. Ik ga vechten voor de zaak van de almachtige.”

Zij: “Ik vergeef je nooit voor wat je me doet doormaken, en ook je familie. Je spreekt over je moslimbroers, maar er zijn voor je eigen familie, dat kan niet? Dit is je reinste onzin. Als je er gelukkiger van wordt, ga er dan voor.”

Hij: “Ik zeg tegen al diegenen die niet van plan zijn de landen van ongelovigen te verlaten en naar de moslimlanden te gaan: dat ze sterven op een tak van hypocrisie. En jij, sterf van je woede.”

Zij: “Jij bent niet goed bij je hoofd. Als je denkt dat je hiermee ergens gaat komen, zoveel te beter. Ik heb je niets meer te zeggen, blijf in je egoïstische trip.”

Mohamed Abrini en Osama Krayem. Beeld RV
Mohamed Abrini en Osama Krayem.Beeld RV

Een kleine vijf jaar later zegt Abrini: “Dit was onzin. Het was woede. Door het verlies van mijn broer, door de verschrikkingen daar. Het ging op dat moment niet goed tussen mij en Nawal. In feite wou ik enkel met haar trouwen voor mijn moeder. Op dat moment hield ik al niet meer van haar. Ik dacht: oké, ik trouw met haar, en daarna ga ik scheiden. Ik voelde mij een gevangene van mijn leven.”

Abrini trok in de zomer van 2015 naar Raqqa, ontmoette er Abdelhamid Abaaoud, zijn Molenbeekse jeugdvriend, en werd op diens vraag net als Salah Abdeslam loopjongen van de Europese terreurcel. Tijdens hetzelfde verhoor zegt hij: “Ik ben ook boos op de politie. Hoe kon het dat ik naar Syrië kon gaan? Ik wist heel goed dat de Staatsveiligheid me volgde. Het ergste is niet vermeden.”

Garagebox

Abrini en Krayem vinden in de voormiddag van 22 maart 2016 onderdak bij de Rwandees Hervé Bayingana Muhirwa in de Tivolistraat in Laken. Abrini vertrekt na twee dagen, Krayem – die in Brussel niemand kent – zal ongeveer de hele tijd blijven.

Osama Krayem op 8 april, net na zijn arrestatie: “Ik heb even op straat geleefd, en ben dan teruggekeerd naar Hervé. Gisteravond ben ik in een straat met veel cafés naar Dortmund-Liverpool gaan kijken. Ik dronk cappuccino’s. Ik ben de hele nacht opgebleven. Om tien uur deze ochtend ben ik Hervé gaan wakker maken. Ik friste me op, we gingen op pad. Ik wou een koffer kopen om mijn spullen mee te nemen voor mijn reis terug naar Zweden.”

Krayem, 15 mei 2018: “Ik denk dat Hervé wel wist wie wij waren. Abrini heeft het hem meerdere keren gevraagd, en dan zei hij: ‘Jullie gezichten zijn op tv geweest’.”

In zijn eerste verklaringen zal Krayem erop los liegen. Hij blijft beweren dat als hij op 13 november 2015, dag van de aanslagen in Parijs, met de Tunesische IS-strijder Sofien Ayari met de Eurolines-bus naar Schiphol is gegaan, dat niet was om ook iets te doen ontploffen. Hij weigert te antwoorden op de vraag waarom ze onder de aliassen Choukri Amine en Sakrie Samir een enkele reis boekten, geen retourtje.

Later wordt hij iets constructiever.

Krayem, 19 juni 2018: “Khalid El Bakraoui heeft me een keer een verhaal verteld over de ontvoering van het kind van een minister of het omzeilen van de bewaking van nucleaire sites. Dat waren projecten van voor de aanslagen in Parijs.”

Na twee jaar zoeken en honderden huiszoekingen hebben de speurders nog steeds niet de garagebox gevonden waar Khalid El Bakraoui net voor 22 maart de kalasjnikovs, andere wapens en explosieven moet hebben verborgen. Als Krayem op 7 maart 2019 wordt gevraagd of hij het zou zeggen als hij het wist, zegt hij: “Ik heb dat soort informatie niet. Ik hou niet van vragen met ‘als’. Ik kan die niet beantwoorden.”

Nawal

Over zijn achttiendaagse dooltocht door een stad waar werkelijk elke agent op zoek is naar hem, zegt Mohamed Abrini dat hij meestal de bril van op de opsporingsfoto van Zaventem bleef dragen. “Het gebeurde ook dat ik een pruik droeg, maar daar hield ik niet zo van, want dat jeukte overal. Ik ben op donderdag bij Hervé vertrokken. Ik wou niet bij Krayem blijven omdat het daar te krap was. Hier begon mijn dakloze leven. Ik ging van café naar café, ik ging slapen in het park van Vorst. Er was een café met een grote rookkamer waar niemand was, en waar ik dutjes deed. Ik sliep in kelders in Schaarbeek. Het was een moeilijke tijd, omdat het zo koud was.”

“Op een dag kwam ik in de buurt van de Slachthuizenlaan. Er is daar een parkje en ik herkende Omar, een jongetje uit mijn wijk. Toen hij me zag, werd hij bang. Ik zei hem dat hij moest bellen, en dat heeft hij gedaan. Hij heeft Nawal gebeld. Ze kwam me opzoeken aan de Arts et Métiers. Ik ben in haar auto gestapt in de Delaunoystraat (hartje Molenbeek, DDC). Nawal heeft me gesmeekt om me aan te geven en wij hebben een tochtje gemaakt door de wijk. Ik moest Nawal zien, want ik wou haar de situatie uitleggen. Me excuseren voor alles wat er was gebeurd. Ik heb haar niets gevraagd, ook geen hulp.”

“Ik ging ervan uit dat mijn familie werd afgeluisterd. Op een dag zei mijn zus aan de telefoon tegen mijn broer: ‘Ja het is oké, je mag komen, ze zijn vertrokken.’ De politie dacht dat ik het was, en ze kwamen naar het huis en maakten alles kapot.”

Tijdens zijn dooltocht door Brussel draagt Abrini soms deze pruik. ‘Maar daar hield ik niet zo van, want dat jeukte.’  Beeld RV
Tijdens zijn dooltocht door Brussel draagt Abrini soms deze pruik. ‘Maar daar hield ik niet zo van, want dat jeukte.’Beeld RV

Zijn pruik zal later worden teruggevonden in de woning van de 44-jarige Assia B., een alleenstaande vrouw die in Anderlecht woont.

Abrini, 22 november 2018: “Ze benaderde me terwijl ik aan de bar zat. Ze vroeg ​​me om een ​​sigaret. Ze zei dat ze niet genoeg geld had voor een drankje. Ik speelde bingo. Ik had 20 euro ingelegd en 450 euro gewonnen. Op dat moment had ik enkel mijn pet en een sjaal. Ik vertelde haar dat ik Bilal heette en uit Laken kwam. Dat ik af en toe naar het café ging omdat mijn ouders op vakantie waren, en ik de sleutels niet had.​ Zij stelde voor dat ik bij haar thuis kwam slapen. Ik aanvaardde dat uiteraard, want ik wilde douchen en uitrusten in een bed. Ik heb van 25 maart tot 31 maart op straat geslapen. Bij deze vrouw sliep ik vijf tot zeven dagen.​ Ik heb haar niet verteld dat ik de man met het hoedje van in Zaventem was. Ze bood me een kamer aan, ik kocht drankjes voor haar.”

Niet waar, zegt Assia, als zij wordt ondervraagd: “Hij was hier twee dagen, niet langer.”

Abrini: “Het ligt dichter bij zeven dan bij twee dagen. De eerste nacht toonde ze me foto’s van haar familie, en ik zag haar zoon in een militair uniform. Ik dacht: ‘Merde, die is in de straten op zoek naar mij.’ Ik begrijp niet hoe zij mij niet heeft kunnen herkennen.”

‘Geen gevoelens meer’

De laatste verhoren van zowel Abrini als Krayem kaderen in het zogenaamde moraliteitsonderzoek, een verplicht procedureel nummer bij elk nakend assisenproces. De verdachten worden verondersteld te antwoorden op vragen als: wat zijn uw voornaamste kwaliteiten?

Krayem, 25 januari 2017: “Ik weet niet hoe ik deze vraag moet beantwoorden. Sinds de oorlog heb ik geen gevoelens meer. Ik heb nergens nog plezier in. Als mijn familie me komt opzoeken, heb ik niks te zeggen. Zelfs niet als ik mijn broer na zoveel jaren terugzie. Het stoort me heel erg dat ik niet meer weet hoe ik mijn gevoelens moet uiten. Ik weet niet wat ik moet doen om weer zoals iedereen te worden.”

Krayem, 7 maart 2019: “Als ik in mijn cel zit en er valt een kop koffie op de grond, dan voel ik niks. Tijdens de Franse les weet ik niet wat ik tegen mijn klasgenoten moet zeggen. Als ik naar de rechtbank ga en men zegt mij dat ik twintig of dertig jaar krijg, dan laat mij dat koud.”

Als Mohamed Abrini in een verhoor nog maar eens een keer gevraagd wordt waarom hij de politie niet heeft verwittigd, antwoordt hij: “Wat wil u dat ik zeg? Het is zo. Ik heb het niet gekund. Dat is het lot.”

Op 17 april 2019 krijgt hij de vraag opnieuw. Hij zegt: “Ik wist dat zij tot het einde zouden doorgaan. Ik achtte mezelf niet in staat om hen tegen te houden. Ik had niet genoeg gewicht. Ik bedacht me dat dit het leven was dat voor mij was uitgestippeld. Op de terugweg van Zaventem heb ik een rivier bij elkaar geweend. Ik zei tegen mezelf: ‘Nu ga je naar de gevangenis.’ Het is triest.

“Als ik hen had verraden, dan had ik mijn familie en mezelf in gevaar gebracht. Dat had ik nooit kunnen doen. Ik wilde niet dat mijn familie haar hele leven onder de bescherming van de politie zou staan. Ik weet dat ik zal worden veroordeeld om de publieke opinie tevreden te stellen. In Frankrijk zal ik twintig jaar krijgen. Ik weet dat ik in België het maximum zal krijgen.”

Op 22 november 2018 wordt hem gevraagd hoe het verder afliep met Nawal. Hij zegt: “Ik kreeg haar in het begin twee of drie keer aan de telefoon. Ik heb vernomen dat ze getrouwd is. Ik had haar gezegd dat ze haar leven terug moest opbouwen. Dat het mijne over is. Of ik nog iets voor haar voel?”

“Laat het mij zo stellen. Het is moeilijk.”

VERANTWOORDING: De Morgen reconstrueert de totstandkoming, uitvoering en nasleep van de aanslagen van 22 maart 2016. Dat doen we aan de hand van verhoren van de overlevende terroristen: Mohamed Abrini en Osama Krayem. Deze krant kwam in het bezit van al hun verhoren uit het gerechtelijk onderzoek. Het gaat om tientallen verhoren, vaak van ’s ochtends tot ’s avonds. Samen met andere, geverifieerde elementen uit het onderzoeksdossier bieden ze een inzicht in de drijfveren van de verdachten. Gezien de grote maatschappelijke impact van de aanslagen en rekening houdend met het feit dat het onderzoek is afgerond, besloot De Morgen tot publicatie van deze reconstructie, in drie delen. Dit is het laatste deel.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234