Zondag 22/05/2022

'Ik geloof niet in zelfopoffering'

In De asielzoeker, de seizoensopener van NTGent, speelt ze een ziekelijke vrouw die door haar man mentaal op de been wordt gehouden met vers geperst aardbeiensap. Dat is in het echte leven nog niet nodig geweest: Elsie de Brauw, als actrice behorend tot de absolute top in Nederland én echtgenote van regisseur Johan Simons, staat moeiteloos haar mannetje. Maar een nieuw begin is het wel, als lid van het ensemble dat de komende seizoenen het mooie weer moet maken in het Gents stadstheater.

Steven Heene / Foto Stephan Vanfleteren

God zei: er zij licht, en er was licht. Zo ongeveer moet het gegaan zijn bij de intrede van Johan Simons in het NTGent. De regisseur en algemeen directeur van het vernieuwde stadstheater in Gent vroeg een logo en een huisstijl aan een Berlijnse firma. En zie: er was licht. Veel licht. Lichtstippen in het logo, in de huisstijl, maar ook in het eerste decor van het eerste seizoen. Voor de productie De asielzoeker kwam scenograaf Bert Neumann op de proppen met een achterwand vol rode lampjes. Tweeduizend stuks, naar verluidt, en daaronder zie je een fotogalerij in zwart-wit van vluchtelingen. De combinatie houdt het midden tussen een red light district, een postmoderne expositie in een galerie en Opsporing verzocht. En dat is niet het enige decorelement voor deze voorstelling, een bewerking van een roman van Arnon Grunberg. In De asielzoeker wordt een driehoeksverhouding geschetst tussen een man die zich dwangmatig vastklampt aan zijn overtuiging dat de wereld vol illusies geplaveid ligt, een vrouw die zich dwangmatig vastklampt aan haar relatie met diezelfde man, hoewel hij haar voortdurend op afstand houdt, en de grimmige buitenwereld, met daarin voornamelijk asielzoekers, hoeren en... journalisten.

Het andere decorelement is een opblaasbare reuzenmatras waarop een plattegrond van Gent staat afgedrukt, de wankele grond waarop de personages slechts met veel moeite hun evenwicht bewaren. Zegt Elsie de Brauw, die in het stuk Vogel speelt, de vrouw van het hoofdpersonage genaamd Beck: "Het is heel erg wennen geweest om op die matras te spelen. Maar de vorm klopt met de inhoud: we zijn als acteurs afhankelijk van elkaar voor al onze bewegingen, net zoals de personages van elkaar afhankelijk zijn. Dat maakt het bijzonder. Je moet maar eens komen kijken naar een repetitie."

We zitten in de binnentuin van huize Simons, het is begin september en De Brauw heeft het nieuwe rijk voor haar alleen. Het Nederlandse gezin is midden augustus verhuisd, manlief is uit werken en de twee zonen gaan voor de derde dag in hun leven naar een Vlaamse school. Vooral dat laatste is even wennen, als je weet dat de zonen, respectievelijk dertien en vijftien jaar oud, opgegroeid zijn in het landelijke Varik, een dorp in een rivierengebied, gelegen op iets minder dan 200 kilometer boven Gent.

De Brauw: "Willem en Warre zijn nog wat overdonderd door alle nieuwe dingen. Voor Johan en mij valt de aanpassing eigenlijk erg mee - wij komen zo'n beetje in een gespreid bed terecht, met mensen die meegekomen zijn van ZTHollandia - maar voor hen is het echt wennen. Als ze van school thuiskomen, zakken ze neer op de bank en gaat de televisie aan op Nederland 1, 2 of 3. Dan kunnen ze eventjes geen Belg meer zien. Ze moeten zich ook echt inspannen om het Vlaams goed te verstaan. Maar goed, het gaat steeds beter en ze wilden ook echt uit Varik weg. Dat is zo landelijk dat we voor alles de auto nodig hadden, en dus moesten wij hen overal naartoe brengen en afhalen. Dan zat ik daar weer als een moederkloek te wachten, tot ze uit de film kwamen. Dat is niet echt bevorderlijk voor de zelfstandigheid, kun je wel denken, dus alleen al daarvoor is de verhuizing naar Gent een verbetering."

In de jaren vóór Varik woonden Simons en De Brauw op een boot in Den Haag, de stad waaruit de actrice afkomstig is. Uit de zogenaamde betere kringen, zo blijkt. "Tja, ik ben van adel. Dus ik kom uit een vrij keurige familie, ja. Maar het was geen koude familie. Wel heel erg besloten, met normen en waarden. Veel 'dat doen wij niet'. Daar heb ik me als tiener heel erg tegen verzet en ik heb het lange tijd verborgen proberen te houden dat ik uit een adellijke familie kom. Vreemd genoeg is het juist door Johan dat ik dat weer heb aanvaard. Hij vond het wel wat hebben. (glimlacht) Nu heb ik er weer vrede mee. Het is bovendien al dankbaar gebleken, want door mijn opvoeding kan ik sommige milieus goed naspelen. Zoals die rijke familie in De val van de goden (een ZTHollandia-productie, SH).

"Den Haag is sowieso de keurigste stad van Nederland. Alle ambassades zitten daar en zo. Als kind speelde ik tennis en hockey. En ik zat bij de betere padvinderij. (lacht) Maar zoals gezegd: ik was altijd in de buurt van mensen die zich tegen dat gesloten milieu verzetten. Tot mijn vader verongelukte - ik was vijftien. Plots vielen alle zekerheden weg en de eerste jaren daarna was ik in shock. Als ik nu op die periode terugkijk, heb ik een tijdlang niet deelgenomen aan mijn eigen leven, zo leek het wel. Laat staan dat ik in die fase nog de behoefte voelde om te rebelleren. Ik leefde gewoon in een mist."

Die mist trok op toen De Brauw, die eerst een jaar theologie studeerde en dan vier jaar psychologie, het toneel ontdekte via de studentenvereniging in Groningen. "Pas door toneel te spelen, voelde ik mezelf herleven. Dat klinkt behoorlijk pathetisch, maar daar kwam het wel op neer, als ik er nu op terugkijk." Vandaar haar beslissing om, met een diploma op zak, naar de toneelschool in Maastricht te gaan. "Eerst heb ik nog een toelatingsexamen gedaan in Amsterdam, maar dat was een ramp. Ik snapte niet wat ze van me wilden. Maar in Maastricht leek het wel te lukken, bijna tot mijn verbazing."

In die jaren ontmoette De Brauw haar latere echtgenoot. Johan Simons was dramadocent en gevraagd door de klas voor een lessenreeks. "Dat hadden we zelf gevraagd. Je moet weten, ik zat in een klas met uitsluitend meisjes - we waren met twaalf. Dat is niet echt ideaal, en dan druk ik me nog zacht uit. Alleen maar vrouwen in de klas en de docenten waren allemaal mannen. Dat was op zich al lastig: je moest aan een bepaald beeld beantwoorden... Maar ik heb er hoe dan ook veel geleerd.

"Johan was iemand naar wie we allemaal opkeken. Ik herinner me zijn eerste les nog goed. Ik was onder de indruk van zijn aanpak, zijn regie. Maar de persoon? Oei, ik vond hem eerlijk gezegd vreselijk toen. Een ontzettende... macho. De ironie wil dat ik tegen de andere meisjes in mijn klas nog heb gezegd dat we vooral niets met de docent moesten beginnen, want dat was zo voorspelbaar en goedkoop. (lacht)

"Maar hij had veel geduld, moet ik zeggen. Dat was ook nodig met zijn methode, want doorgaans weet Johan op voorhand nauwelijks wat hij wil doen. Hij zoekt iedere keer opnieuw naar wat de beste methode is, dat is ook vandaag nog het geval. En dat is zijn kracht: hij vertrekt vanuit de tekst en de mensen en bepaalt dan stilaan wat het resultaat zou kunnen zijn. Zo hebben we in dat laatste jaar aan de toneelschool Orgie van Pasolini gespeeld. Ik had me tijdens de lessen wekenlang buiten schot kunnen houden, maar op een dag was er geen ontkomen meer aan: hij moest en zou met mij werken. Wel, drie uur zijn we bezig geweest, en Johan ging - pats - dwars door mijn pantser heen. Een prestatie van zijn kant en heel confronterend voor mij. En vooral een leerzame ervaring."

Drie weken later. Een namiddag in de Minnemeers, een van de laatste dagen dat het ploegje van De asielzoeker, met onder anderen ook Wim Opbrouck als Beck, in deze zaal repeteert alvorens de hele productie, inclusief het imposante decor, naar de schouwburg aan het Sint-Baafsplein verhuist. Simons arriveert laat door een uitgelopen vergadering, verorbert nog snel een warme hap en gaat aan de slag met zijn acteurs en dramaturgen. De sfeer is ontspannen, maar evengoed geconcentreerd. Het professionalisme van een ploegje klasbakken onder elkaar, maar er mag al eens gelachen worden. Simons: "Als je voortijdig wegsluipt uit de repetitie zal ik dat als een afkeuring beschouwen."

Het gelach vermengt zich met het sissen van de opgeblazen reuzenmatras - Gent, stad van kennis en cultuur, is voortdurend in beweging, en dat maakt het er voor de acteurs niet makkelijker op. Maar ook de voordelen van een speelvlak vol lucht zijn al verkend, merk je aan de subtiele choreografieën van Opbrouck en De Brauw, die als uitgeblust echtpaar de juiste toon moeten vinden tussen kille wanhoop enerzijds en menselijke tederheid anderzijds.

Simons tegen Opbrouck: "Dat is het spannende aan dit stuk voor mij: die man komt maar niet tot ontploffing, ondanks de spanning die hem duidelijk beheerst. Het gaat veeleer om een implosie dan een explosie. Als het al gebeurt, want eigenlijk is dit een stuk dat maar niet op gang komt. Je vraagt je af: wanneer explodeert hij nu? Niet dus."

Opbrouck en De Brauw luisteren aandachtig, blootsvoets en wijdbeens balancerend op de luchtfoto van Gent. Zij pulkt nog even aan haar roze onderbroekje, hij stopt zijn hemd in zijn broek en ze beginnen de scène opnieuw. Hoe Beck verbijsterd reageert wanneer zijn zieke vrouw 'een mismaakte' naar huis meesleept, om uiting te geven aan haar mensenliefde maar vooral om de vervlogen warmte van haar man weer op te roepen.

Na het laatste jaar 'adopteerde' Simons de hele klas van De Brauw om met hem samen te werken. Maar de Haagse actrice wou niet te snel op die uitnodiging ingaan, vertelt ze. "Ik heb eerst nog bij Fact gespeeld en bij Bonheur. Maar ik vond Johan, zoals ik zei, gewoon heel erg goed, dus na een tijdje ga je je afvragen: waarom zou ik dit uit de weg gaan?" Als koppel gingen ze ook samenwonen, in Den Haag nog wel. "Johan woonde daar op een boot, in een buurt waar ik nota bene als kind niet mocht komen, want dat was niet gepast. Toen ik zwanger was, zijn we naar Varik verhuisd, naar een oud schooltje dat we daar hadden gezien. We wilden allebei heel graag in het rivierengebied wonen."

Heeft ze hem ooit gevraagd wat hij in haar zag, als studente? Ze fronst haar wenkbrauwen, denkt na. "Tja, hoe gaat dat? Puur op intuïtie, denk ik. Je voelt een dubbele laag bij iemand, en dat trekt aan."

En hoe bevalt het om in Gent te wonen, totnogtoe? Mist ze Nederland niet? Ze schudt haar hoofd. "Ik heb altijd iets met Vlaanderen gehad, Johan ook. Maar het introverte van de mensen hier is even wennen. Dat zal met jullie katholieke roots te maken hebben zeker? Jullie gaan veel beleefder en voorzichtiger met elkaar om, en dat vind ik een mooie eigenschap. In Nederland was ik dat op een bepaald moment echt zat, die 'recht voor de raap'-mentaliteit. Dat merk je ook in andere beroepen: hier kunnen mensen nog dienstbaar zijn voor anderen, in Nederland weigert men dat meestal, ook als de job daarom vraagt. Op de tram bijvoorbeeld.

"Gent is zonder meer prettig. Het voelt aan als een groot dorp, maar dan één waar alles voorhanden is. We kunnen met de fiets naar het theater, dat was in Varik ondenkbaar. Jullie hebben ook zo'n ontzettend aardige burgemeester (Frank Beke, SH). Hij was erbij op de première van Fort Europa op de Ruhrtriënnale, wist je dat? Dat zie ik de burgemeester van pakweg Eindhoven niet snel doen.

"De hele politieke situatie in Nederland is weinigzeggend geworden. De Nederlandse politici zeggen me helemaal niks - ze zeggen ook niks. Ze hebben geen charisma, wat toch niet onbelangrijk is. Maar goed, ik ben benieuwd hoe het zal evolueren, al ben ik er niet rouwig om dat het ik allemaal op een afstand kan volgen.

"Het grootste goed in de media vandaag is dat de man in de straat mag vertellen hoe het zit. Maar zo werkt het natuurlijk niet. (enthousiast) Willem, onze jongste zoon, is heel erg met politiek bezig en heeft een soort partijprogramma uitgeschreven. Het is een zeg maar traag model, maar er zit echt iets in. Zo zou iedereen die wil stemmen eerst een hele vragenlijst moeten invullen op internet, om te zien of die persoon er wel verstand van heeft. Zonder opgelegde normen of waarden, gewoon: puur op knowhow. En enkel op basis van die knowhow mag die persoon stemmen. Een omkering van het bestaande systeem, kortom. Dat vind ik een interessante gedachte, want het is allang duidelijk dat de grote gemene deler als maatstaf niet werkt. De dingen worden half uitgesproken en uitgevoerd en dan komt er weer een nieuw kabinet en begint alles opnieuw. Tja.

"Dat was ook charmant aan ons dorp: daar wonen katholieken en protestanten naast elkaar - ze zijn elk maar met enkele honderden - en sinds enkele jaren is er een Marokkaanse gemeenschap bij gekomen, zo'n 20 procent van de bevolkingsgroep. Wel, dat lukt allemaal heel aardig. Daarom ben ik voor kleinschaligheid: de dingen blijven overzichtelijk. Want je raakt het spoor snel bijster."

Weer enkele weken later. Een try-out voor beperkt publiek in de schouwburg. Opbrouck en De Brauw klauwen naar elkaar tegen beter weten in, als echtpaar tegen beter weten in.

Beck: "Je moet je nagels knippen. Ze worden te scherp."

Vogel: "Ik héb geleefd met je vijanden, Beck, je denkbeeldige en je echte, ik heb met ze geleefd, meer nog dan met jou, ik heb geleefd met je stiltes, je zwijgen, omdat de vijand zou kunnen meeluisteren, tot ik begreep dat ik de vijand was die meeluisterde. Voor jou was ik je lievelingsvijand. Maar dat heb ik geweigerd. Ik wilde je gelukkig maken. Maar jij hebt me duidelijk gemaakt dat je dat niet verdraagt, leven met iemand die je gelukkig wil maken. En misschien heb je gelijk, misschien kun je een ander nooit gelukkig maken. Misschien is geluk een illusie die het verdient ontmaskerd te worden.

(Uit De asielzoeker, naar Arnon Grunberg, bewerking: Koen Tachelet)

De Brauw: "Het boek is geschreven vanuit het standpunt van een man, maar Koen (Tachelet, SH) heeft godzijdank veel teksten over de man aan mijn personage gegeven, waardoor ik ze kan kleuren met wat ik van die man, van mijn man, vind. Dan merk ik - en ik heb sowieso een autoriteitsprobleem dat Johan het mooi vindt als iemand een ander iemand onvoorwaardelijk steunt. In dit geval: die vrouw haar man. In de zin van: dit heb jij nodig en daarom geef ik het jou. Als jij dat wilt, wil ik dat zijn. Daarom. Ik kan dat ook ontroerend vinden, uiteraard, maar het zit niet in mij. Niet op die manier. Ik geloof namelijk geen seconde dat je door opoffering gelukkig kunt worden."

Tijdens de try-out kreeg ze als Vogel, vrouw van Beck, de tranen in haar ogen. In hoeverre is dat te controleren, of zelfs op te roepen? De Brauw: "Niet. Ik word gewoon ontroerd. Dat kun je alleen als je heel erg openstaat voor wat er verteld wordt op dat moment. Vanavond was dat de scène waarin er wordt gezegd dat Beck altijd aardbeiensap voor zijn zieke vrouw perst, zelfs al moet hij daarvoor grote afstanden afleggen. Dat vind ik een heel mooi stukje tekst, zo simpel is het eigenlijk."

Intussen blijkt uit de voorstelling ook hoezeer de relatie tussen het westerse echtpaar enerzijds en de oosterse asielzoeker anderzijds nogal ondergeschikt is aan de relatie tussen de man en de vrouw. Nochtans wilde Grunberg aanvankelijk een boek schrijven over een man die zich ten onrechte voordoet als asielzoeker, zo liet hij in NRC Handelsblad noteren. Grunberg: "Maar toen zag ik de eerste scène voor me: Vogel die ziek is en wakker wordt en het aan haar man vertelt. Ik zag Becks angst voor me. Die asielzoeker is uiteindelijk een beetje naar de achtergrond verdwenen."

In de voorstelling hebben Beck en Vogel ook een eigen code ontwikkeld waar de asielzoeker, als derde en zonevreemde partij, niets mee kan aanvangen. Op momenten van gedeelde intimiteit fluiten en koeren Beck en zijn echtgenote elkaar vogel- en andere dierengeluidjes toe. De Brauw: "Ja, er passeren nogal wat diertjes de revue. En elke avond zit daar wel een nieuw beest tussen. We moeten alleen oppassen dat het geen trucje wordt. Zo van: kijk eens wat wij allemaal kunnen nabootsen."

Daarnaast wordt er bijwijlen a capella gezongen door Opbrouck en De Brauw, klassieke zang, zoals het hen is aangeleerd door stemcoach-muzikale dramaturg Christoph Homberger. "Daar hebben we veel langer op geoefend. Maar ook hier is het niet de bedoeling iets te etaleren, het zijn flarden van liederen zoals die soms onder de douche of in de wagen gezongen worden, op het eindlied na. En het is moeilijk maar ook heerlijk om te doen.

"Ik had het daarnet toch over kleinschaligheid? Wel, dat is het leuke aan deze productie: we zijn maar met vier acteurs. En Wim is fantastisch. Hij gééft. De eerste repetitie was het al lachen, toen hij na de tekstlezing zei: 'Ik geloof dat die Beck een heel magere man is. Waar is mijn physical coach?'"

Flashback naar begin september. De Brauw zit opnieuw in haar tuinstoel, te genieten van de zon naast haar nieuwe thuis met Johan en de kinderen: een voormalig textielbedrijfje in de buurt van het Sint-Pietersstation. "Johan zei al: we hebben met Hollandia altijd op locatie gespeeld, en nu wonen we op een locatie. Je moet weten: ik heb dit gekocht zonder dat hij of onze zonen het gezien hebben. Want eigenlijk was alles al beslist: we gingen in de buurt van de Dampoort wonen. Tot de eigenaar moeilijk deed. En we eind juni plots geen optie meer hadden, met nog maar een maand meer te gaan voor de verhuizing. Ik heb toen voor de zoveelste keer op internet gekeken, makelaars gebeld, en dit gevonden. Ik ben alleen binnen geweest, en zodra ik weer buiten op de stoep stond, heb ik Johan gebeld. Met de woorden: dit is het. Hij zei meteen: 'Kopen. Nu. Ik vertrouw je'. Dat heb ik dus gedaan en de eigenaar was nogal overdonderd, denk ik, dat ik zo snel toehapte. Maar goed, we wonen hier allemaal graag."

En de idee stadstheater, als theater dat 'midden in de wereld' wil staan, hoe staat ze daartegenover? De Brauw: "Dat is een fantastische kans natuurlijk. Het is zo leuk als mensen naar je toe komen in plaats van zelf te toeren zonder goed te weten voor wie en zonder ooit ergens écht een bezoek te brengen. Plus: ik vind de schouwburg hier echt leuk. Anderzijds heb ik het gevoel dat ik, als actrice, zo'n beetje helemaal opnieuw moet beginnen. Om de eenvoudige reden dat bijna niemand me hier kent, zo heb ik gemerkt. Ik ben bijvoorbeeld met een van mijn zonen naar het kunstsecundair gaan kijken om te zien of dat een goeie school voor hem zou kunnen zijn. We zijn toen onder andere naar de toneelafdeling geweest - ik dacht: ik ken wel iets van theater, zo zal ik snel merken waar de school voor staat - en daar was er een hele lieve docente die me helemaal niet kende. Niemand kende me er trouwens. Dat is in Nederland anders. Al gaat het ook daar over een bepaald circuit, dat besef ik wel. Maar goed, het betekent dat ik min of meer blanco aan dit hoofdstuk begin. En wat ik tot elke prijs wil vermijden is de perceptie dat ik als mevrouw Johan Simons naar Gent kom. Het was een beslissing die ik ook voor mezelf heb genomen. Maar zo wordt het in werkelijkheid niet altijd gezien, natuurlijk.

"Zo hadden we enkele weken geleden een feestje in het NTGent, waar ik in een opwelling naar alle tafeltjes ben gestapt om te zeggen dat ik ab-so-luut niet als 'de vrouw van Johan Simons' naar NTGent was gekomen. (lacht) Toen kreeg ik een bekentenis van een van de technici die ons hadden geholpen met de voorstelling Vrijdag, in de schouwburg. Op een bepaald moment tijdens de tweede voorstelling ging er iets mis met het geluid. Zijn eerste reactie, zo bekende de man, was: 'O nee, en de vrouw van de baas doet mee...' (lacht) Tja, ik snap het wel, hoor. Het zit diep. Maar dat is ook weer een verschil met Nederland: daar zijn we nogal allergisch voor hiërarchisch denken. Met alle voor- en nadelen van dien, welteverstaan."

De asielzoeker, tot donderdag 10 november in NTGent, daarna op tournee. Vanavond om 20 uur speelt Elsie de Brauw de solo Zus van in NTGent/Arca. Info: www.ntgent.be of 09/225.01.01.

* Geboren in 1960

* Studeerde aan de Toneelacademie van Maastricht.

* Speelde bij Fact, Bonheur en vervolgens bij Theatergroep Hollandia in onder meer Prometheus, Perzen, Fenicische vrouwen, Menuet, Industrieproject 1: KLM Cargo, De val van de goden en Vuile dieve.

* Werkte ook voor andere gezelschappen, zoals Het Zuidelijk Toneel (Thyestes, Decadence, Trojaanse vrouwen, Hard brood) en De Tijd (Bérénice).

* Speelde geregeld in televisieseries en films, waaronder Antonia en Uitgesloten.

* Bij ZTHollandia was ze te zien in Het land, Truus en Connie en GEN.

* In 2002 speelde ze in De Metsiers, en in 2003 was ze te zien in Vrijdag.

* Voor haar rol in Vrijdag werd ze genomineerd voor de Theo d'Or (beste vrouwelijke hoofdrol van het seizoen), een eer die haar dit jaar ook te beurt viel voor de monoloog Zus van, een productie van theater Mam.

* Recentelijk speelde ze in Offertorium van Gerardjan Rijnders en in Fort Europa van Johan Simons.

* In 2005-'06 speelt Elsie in de nieuwe NTGent- productie De asielzoeker en in de coproductie Opening Night van NTGent en Toneelgroep Amsterdam.

Elsie de Brauw

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234