Dinsdag 31/03/2020

'Ik geloof in kunst voor de massa'

Hij wordt tot de beste gitaristen ooit gerekend, en als componist van The Smiths behoort Johnny Marr sowieso tot een van de invloedrijkste muzikanten van zijn generatie. Sinds vorig jaar treedt hij solo op de voorgrond. 'Ik heb niets te bewijzen.'

Het cliché wil dat de grootste sterren de meest bescheiden sterren zijn, en Johnny Marr blijkt geen uitzondering. Het eerste wat de legendarische gitarist doet als we elkaar de hand schudden is me bedanken voor de interesse in zijn werk. Later in het gesprek komt hij daar nog op terug. "Ik voel me vereerd als mensen me komen vertellen hoeveel The Smiths voor hen betekenen. Schrijvers willen gelezen worden, schilders willen hun werk laten zien, en muzikanten voelen pas voldoening als anderen horen wat ze gemaakt hebben.

"Op mijn vijftiende droomde ik ervan om een rockster te worden, en de wereld rond te toeren. Maar helemaal bovenaan mijn verlanglijstje stonden twee woorden: gehoord worden. Geliefd en begrepen zijn bij mijn generatiegenoten: dáár draaide het om. Ik ben blij dat het me gelukt is om de passie uit mijn tienertijd te bewaren. De dag dat ik alleen nog naar muziek luister als ik aan het werk ben, kan ik beter iets anders gaan doen."

U hebt heel lang gewacht om onder eigen vlag te varen. Hoe ver reiken uw ambities als solo-artiest?

Johnny Marr: "Ik heb niet het gevoel dat ik iets te bewijzen heb, maar ik ben er wel van overtuigd dat soloplaten maken mijn muziek ten goede zal komen. Dat is altijd het streefdoel. Verder sta ik nooit lang stil bij wat ik in het verleden verwezenlijkt heb. Niet uit bescheidenheid of zo. Het lijkt me gewoon een erg ongezonde manier om met muziek bezig te zijn.

"Ik luister ook nooit naar mijn oude platen. Natuurlijk: er zijn altijd vragen die door mijn hoofd spoken als ik aan een nieuw project begin. Maar het is nooit mijn ambitie om een cd te maken die beter verkoopt dan de vorige. Dat doet er niet zo toe. Bij The Messenger, mijn jongste plaat, speelden er heel andere overwegingen mee: is wat ik doe nog relevant? Zullen de fans - zij die me al sinds het begin van mijn carrière volgen - het goed vinden?

"De laatste vijf, zes jaar heb ik ontzettend veel getoerd, en daardoor weet ik nu veel beter wie mijn publiek is. Ik zie vaak dezelfde gezichten opduiken tijdens de concerten, mensen die me van stad naar stad volgen. Nog meer criteria? Elk nummer dat ik opneem moet ook live overeind blijven. En er mag geen goedkoop sentiment van uitgaan. De muziek moet punch hebben. Poëtisch zijn. En de cool van new wave hebben, want dat is toch zo'n beetje mijn rock-'n-roll."

U luistert dan wel nooit naar uw eigen platen, toch superviseerde u een jaar of drie geleden de heruitgave van alle Smiths-platen.

"Dat was een geval van overmacht. Ik heb twintig jaar lopen sakkeren op de ondermaatse geluidskwaliteit van de Smiths-catalogus, dus toen de kans zich aanbood om daar wat aan te doen heb ik geen moment getwijfeld. En ik geef toe: het was fijn om die muziek terug te horen. Al herinnerde ik me elke noot nog. In mijn hoofd hoorde ik elk akkoord, iedere tik op een cimbaal, en elke knik in Morrisseys stem een fractie van een seconde eerder dan op de plaat.

"Die cd's maken deel uit van mijn DNA. Vergelijk het met een vingerafdruk. Op zich was het remasteren van de Smiths-platen vooral een technisch proces, maar ik was toch onder de indruk van wat we met die band gepresteerd hebben. Vooral omdat we zo ontzettend jong waren. Prille twintigers, nog. Verder voel ik geen nostalgie. Ik heb niet met natte ogen naar die oude opnamen geluisterd."

Hebt u een idee wat The Smiths tot zo'n belangrijke, invloedrijke groep heeft gemaakt?

"Daar probeer ik bewust zo weinig mogelijk over na te denken. Eén ding weet ik wel: er zat altijd heel veel emotie in The Smiths. In de songs, én in de uitvoeringen. Het was een extreem intense, gedreven band. Wat deels verklaart waarom de groep maar een paar jaar bestaan heeft. Voor mij volstaat die uitleg. Verder wil ik het niet kapot analyseren.

"Trouwens, vergis u niet: lang niet iedereen houdt van The Smiths. En dat is goed zo. Het blijft een band die ook vandaag heel radicale reacties oproept. Ofwel ben je passioneel verliefd op de muziek, ofwel heb je er een grondige hekel aan. Ik ontmoet haast nooit mensen die ons gewoon goed vinden.

"Toen ik tiener was had je hetzelfde met Lou Reed en David Bowie. Ook outsiders die de mainstream waren binnengedrongen, en er niet voor terugschrokken om de bakens te verzetten met hun muziek."

Zangers praten vaak over de psychologische meter die op het podium tussen de frontman en de rest van de band ligt. Volgens hen is het een compleet ander gevoel om als frontman de aandacht van het publiek op je te voelen. U staat nu zelf centraal op het podium: voelt u het verschil?

"(denkt na) Het is gewoon een andere rol, maar op zich voelt het niet zo verschillend. Ik heb jarenlang in de schaduw gespeeld van zangers die de lat heel erg hoog legden voor de rest van de groep, en dat doe ik nu zelf ook. Maar ik behandel mijn muzikanten niet als werknemers, en ik voel me niet beter dan hen.

"Als frontman ben je niets zonder een goede band achter je. Andere zangers zien dat wellicht anders. Die beschouwen zichzelf als de generaal, en de rest van de groep als hun soldaten. Zo werkt het niet. Ik heb anderen nodig om écht goed te kunen zijn."

U hebt na uw vertrek bij The Smiths met de meest uiteenlopende artiesten gewerkt, van Simple Minds tot Bryan Ferry, van Pet Shop Boys tot Neil Finn, van The Cribs tot Modest Mouse. Op het eerste gezicht zijn er weinig raakpunten, of zie ik dat verkeerd?

"Het zijn stuk voor stuk heel intense persoonlijkheden. En de vijf bands waar ik echt lid van ben geweest (The Smiths, The The, Electronic, The Cribs en Modest Mouse, red.) hadden één ding gemeen: ze opereerden buiten de mainstream, en slaagden er toch in om vanuit die positie de hitparade te halen.

"We zijn altijd uit de greep van de muziekindustrie gebleven, maar waren tegelijk melodieus genoeg om commercieel rendabel te zijn. Daar ben ik erg trots op, want ik heb nooit elitair willen zijn. Ik geloof in kunst voor de grote massa, al hou ik me zelf liever in de marge op."

Zeker bij The Cribs en Modest Mouse was u aanzienlijk ouder dan de andere groepsleden. Hadden ze nooit het gevoel dat ze een echte rocklegende hadden binnengehaald?

"Nee. De reden waarom ik bij Modest Mouse ben gaan spelen, was heel eenvoudig omdat we op dezelfde golflengte zaten, en de ambitie deelden om de beste band ter wereld te worden. Dat is een gezonde attitude, vind ik. En de enige keer dat ik bij The Cribs het leeftijdsverschil voelde, was toen ze in de tourbus voortdurend op hun Xbox zaten te spelen.

"Al die zever over levende legendes verdwijnt zodra je die gitaar in de versterker hebt geplugd, en samen muziek begint te maken. Dan komt het erop aan om op de toppen van je tenen te spelen, en te laten zien dat je een echte man bent. Dat was zo toen ik vijftien was en bij een band ging spelen met allemaal volwassen muzikanten. En dat is nu nog zo."

The Smiths worden tot vandaag op handen gedragen door jonge bands, en heel vaak als een belangrijke inspiratiebron geciteerd. Maar hoort u uw eigen invloed in de stijl van jongere gitaristen?

"Ja, en dat pleziert me enorm. Als tiener had ik de ambitie om een echte connaisseur van het gitaarspel te worden. Ik weet beter dan wie ook hoe moeilijk het is om een eigen stijl, een eigen geluid te ontwikkelen. Dat is echt een enorme verwezenlijking. De eerste gitarist die ik zelf ooit hoorde was Chet Atkins, op de platen van The Everly Brothers. Ik vond hem zo fantastisch dat ik als een gek muziekboeken en tijdschriften begon te lezen.

"Wat overigens niet evident was, want halverwege de jaren 1970 - voor de punk - werd daar zeer weinig over gepubliceerd. Ik las alles wat er over gitaristen te lezen viel. Het deed er niet toe of de muzikant bij een stand-upcomedian speelde, of bij een tienerbandje. Ik wilde de ambacht, de discipline begrijpen. En dat is me gelukt.

"Ik ben nu zelf zo'n muzikant die een unieke sound heeft. Daar ben ik dankbaar voor, maar je kan dat nooit forceren. Bovendien: ik heb me zelf heel lang verzet tegen wat vandaag het karakteristieke Johnny Marrgeluid wordt genoemd. Bij acteurs zie je dat ook. Neem Gary Oldman, die ongeveer even oud is als ik. Die heeft zijn hele carrière tegen typecasting gevochten. Als je de ambitie koestert om een leven lang artiest te zijn, wil je niet in één vakje worden gestopt. Dan blijf je een zoekende ziel.

"Mocht David Hockney vandaag nog steeds schilderijen maken van Californische zwembaden, dan zou het grote publiek hem al lang hebben afgeschreven. Maar hij probeert voortdurend nieuwe dingen uit, schildert tegenwoordig zelfs op iPad. Naarmate ik ouder word, begrijp ik steeds beter hoe kunst werkt. En ik heb het geluk dat ik intussen bevriend ben met artiesten waar ik zelf veel van heb opgestoken. Bryan Ferry heeft me bijvoorbeeld geleerd om me in mijn muziek ook te laten beïnvloeden door de visuele kunsten."

Ten slotte: oefent iemand als Johnny Marr nog veel op zijn gitaar?

"Natuurlijk. Vrijwel dagelijks. Een echte routine heb ik niet, en ik wil zeker niet beweren dat ik muzikant ben op vaste uren, zoals een bankbediende of zo. Ik speel ook nooit iets wat ik al gemaakt heb. Zelfs niet een song die net klaar is. Ik wil mezelf blijven verrassen. Een dag is pas een goeie dag als ik iets nieuws heb gecreëerd."

The Messenger is verschenen bij Warner. Vanavond om 20.15u treedt Johnny Marr op tijdens de Lokerse Feesten.

Johnny Marr

l geboren op 31 oktober 1963 in Manchester

l werd voornamelijk bekend als gitarist/toetsenist/ muziekschrijver van The Smiths. Deze band bestond van 1982 tot 1987

l na de split besloot hij om bevriende artiesten te helpen als sessiegitarist. Zo speelt hij mee op lp's van onder anderen Bryan Ferry, The Pretenders, Talking Heads en Pet Shop Boys

lid geweest van The Smiths, The The, Electronic, The Cribs en Modest Mouse

in 2007 ontving Marr een Lifetime Achievement Award bij de Q Awards

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234